‘Goed doel moet meer uitleggen’

Wie een substantieel bedrag aan een goed doel geeft, wil zich meer informeren. Morris Tabaksblat beoordeelde de jaarverslagen van goede doelen: ‘Een gesloten organisatie roept wantrouwen op.’....

‘Als ik een donatie geef aan een charitatieve instelling, pak ik altijd eerst het jaarverslag erbij’, zegt Morris Tabaksblat. ‘Ik geef selectief en dan wil ik goed beslagen ten ijs komen.’

De oud-topman van Unilever en opsteller van een code voor goed ondernemingsbestuur reikt als juryvoorzitter op 11 oktober de Transparantprijs uit. Voor deze prijs van het beste jaarverslag van goede doelen – een initiatief van de Donateursvereniging en PricewaterhouseCoopers – zijn War Child, KWF Kankerbestrijding, KNRM, International Child Support, Woord en Daad, en Amnesty genomineerd.

‘Het jaarverslag is vooral van belang voor de kritische beschouwer. Wie een keer een tientje geeft aan een goed doel, zal zich vaak baseren op algemene indrukken. Maar wie een substantieel bedrag geeft, wil zich zeker meer informeren.’

Het informeren van donateurs beschouwt Tabaksblat als een belangrijke taak van goede doelen. Als juryvoorzitter van de Transparantprijs kijkt hij ook nadrukkelijk naar de wijze waarop een goed doel actief zijn gevers uitleg geeft over doelen en prestaties, bijvoorbeeld met folders, een website of cd-rom. ‘Op dat terrein valt nog veel te verbeteren’, stelt hij op basis van de 168 onderzochte jaarverslagen. ‘Op het onderdeel communicatie met de achterban scoren goede doelen onder de maat.’

Tabaksblat is voorzichtig positief over de kwaliteit van de jaarverslagen. ‘De ingediende jaarverslagen scoren onvoldoende, dus er is ruimte voor verbetering. Goede doelen die voor het tweede jaar hun verslag insturen, presteren beduidend beter.’

De kwaliteit van het jaarverslag is heel belangrijk. ‘Het laat toch zien wie het beste zijn belanghebbende inzicht geeft. Let wel, het beste jaarverslag zegt niet wie het beste presteert. Maar de grote verscheidenheid van goede doelen – de een doet aan gezondheidszorg, de ander aan ontwikkelingshulp – maakt een vergelijking moeilijk.’

Staren we ons niet blind op het nut van transparantie?

‘Het wordt soms te veel een panacee. Niemand kan of durft tegen transparantie te zijn. Feit blijft wel dat openheid het begin kan zijn voor verbetering.’

Daar komt bij dat gesloten organisaties wantrouwen oproepen, meent Tabaksblat. ‘Wie zich wel open opstelt, en langdurig een consequent beleid voert, kan vertrouwen van de gever winnen.’

Het beheersen van risico’s is lastig, maar cruciaal. ‘Een rel is een ramp. Bij Plan Nederland en de Hartstichting zie je hoe lang ophef doorwerkt.’ Bij Plan Nederland was twijfel gerezen over de besteding van geld in Haïti. De Hartstichting kwam onder vuur van donateurs vanwege het hoge salaris van zijn medisch directeur.

De Hartstichting-affaire bewijst dat draagvlak voor goede doelen cruciaal is. ‘Als de Hartstichting vindt dat een medisch directeur een hoger salaris verdient, en daar zijn best goede redenen voor, moet je dat duidelijk uitleggen. Dan zijn problemen te voorkomen.’

In tegenstelling tot de mening van de commissie-Wijffels, die een code van goed bestuur opstelde, is Tabaksblat geen voorstander van een salarisplafond. Wijffels wil dat een directeur van een goed doel maximaal het bedrag verdient van de ambtelijke top, wat neerkomt op het salaris van de minister-president. ‘De hoogte van het salaris moet je overlaten aan de organisatie zelf. Je moet je niet bij voorbaat conformeren aan salarissen bij de overheid. Wie iemand met speciale bedrijfsmatige kennis nodig heeft, mag daar best wel iets meer voor betalen, als de markt dat zo wel. Zolang je maar een toelichting geeft over je besluit.’

Wijffels is ook pertinent tegen variabele beloningen.

‘Bij variabele beloningen ligt het heel anders. De ervaringen in het bedrijfsleven met variabele beloning zijn zo kwestieus, dat een charitatieve organisatie daar niet aan zou moeten beginnen. Bij variabel beloning worden prestatiedoelen opgesteld en dat lokt vanzelf strategisch gedrag uit. Daarbij komt dat het meten van prestaties van goede doelen misschien nog wel ingewikkelder is dan in het bedrijfsleven.’

De code-Wijffels over het bestuur van goede doelen vindt Tabaksblat een stap vooruit. Echter: ‘Bij goede doelen is veel minder duidelijk dan bij beursgenoteerde ondernemingen aan wie verantwoording moet worden afgelegd. Het is daarom een goede zaak, zoals Wijffels voorstelt, om bij grotere organisaties een duidelijke scheiding aan te brengen tussen directie en toezicht. Het toezicht moet onafhankelijk zijn. Maar ook belangrijk is dat de samenstelling van het toezicht een goede afspiegeling geeft van de betrokken maatschappelijke partijen, zoals bijvoorbeeld donateurs en de hulpontvangers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.