'Generatieconflict' kostte AFM-topman Möller de kop

Twee vragen over George Möller

George Möller besloot vorige week op te stappen als topman van de AFM. Ineens staat 'het geweten van de financiële sector' zelf te boek als iemand die zijn moreel kompas niet helemaal op orde heeft.

Henriëtte Prast. Foto Ilya van Marle

Wat heeft George Möller als voorzitter van de raad van toezicht van AFM gedaan?

Alles draait om een conflict met medetoezichthouder Henriëtte Prast, hoogleraar Financiële Planning aan de Universiteit Tilburg. De eerste barsten in de relatie tussen haar en de andere AFM-toezichthouders ontstaan al in mei 2013, blijkt uit een reconstructie van Het Financieele Dagblad.

George Möller en de overige toezichthouders voelen zich dan in hun hemd gezet tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de toezichthouders van De Nederlandsche Bank en de AFM. Prast zegt daar tot hun verrassing dat de AFM in haar ogen meer zou moeten samenwerken met DNB, omdat er binnen de Autoriteit te weinig kennis is van pensioenen.

In november dat jaar ontdekt Prast op de website van de AFM dat Möller in het bestuur zit van het investeringsfonds Winston Future Fund (WFF) op de Britse Maagdeneilanden. Een nevenfunctie die ook in het jaarverslag van de AFM staat, maar voor Prast een verrassing is. Bij de eerstvolgende bestuursvergadering vraagt ze hem of dat wel door de beugel kan. Het WFF belegt niet in Nederland en Möller bemoeit zich binnen het fonds niet actief met de beleggingen, is het antwoord. Ook ziet hij er slechts namens de investeerders op toe dat de managers hun werk naar behoren doen. Dat mag, stelt Möller.

Prast komt de maanden daarna steeds meer alleen te staan. In haar beleving vooral omdat zij de nevenfuncties van haar collega's in de raad aan de orde stelt. Naast Möller is ze kritisch over oud-Fortisbankier Joop Feilzer, die toezicht houdt op een Brits investeringsfonds. En als juriste Diana van Everdingen wordt benaderd voor een commissariaat, wil Prast dat niet goedkeuren.

De toezichthouders maken zich intussen druk over de indiscretie van Prast. Ze vinden haar een ongeleid projectiel, omdat ze vertrouwelijke zaken zonder veel scrupules met derden bespreekt. Daarom deelt Möller Prast in juni 2014 bij een kopje koffie mee dat hij haar niet bij minister Dijsselbloem van Financiën zal voordragen voor herbenoeming.

Prast is verrast en verontwaardigd, zij heeft het idee dat ze wordt gestraft voor haar kritische houding. Bij het exitgesprek dat zij op het ministerie van Financiën voert, steekt ze dat niet onder stoelen of banken. Ze stelt onder meer dat Möller en Feilzer de regels voor nevenfuncties naar hun hand willen zetten.

In overleg met Möller stelt het ministerie een onderzoek in naar de kritiek van Prast. Daarvoor wordt ABD Topconsult ingehuurd, een adviesbureau binnen de overheid waarvoor oud-topambtenaren werken.

Secretaris-generaal Koos van der Steenhoven concludeert in december dat er een 'slordige cultuur' is binnen de AFM waar het gaat om nevenfuncties en eigen beleggingen van de toezichthouders. Dijsselbloem deelt Möller mee dat hij hem niet zal herbenoemen. Feilzer en twee andere leden van de raad stappen direct op. Möller blijft aan om de continuïteit van de raad te garanderen. Maar 'onder de kerstboom' verandert hij van gedachte. Hij kan zijn functie niet meer met gezag uitvoeren, vindt hij. Vicevoorzitter Diana van Everdingen is als enige over, zij heeft als taak een nieuwe raad samen te stellen.

George Möller. Foto Guus Dubbelman / VK

Wat is daar fout aan?

Möller deed niets dat tegen de regels was, concludeert ook minister Dijsselbloem naar aanleiding van het ABD-rapport. 'Dat bevat geen aanwijzingen dat er sprake is van misbruik en/of oneigenlijk gebruik ten behoeve van persoonlijke belangen van de leden van de raad van toezicht van de AFM.' Maar de minister concludeert dat de het 'gedrag en de cultuur' binnen de raad van toezicht versterkt moesten worden.

Uit het kamp van de oud-commissarissen klinkt een ander verhaal, daar valt het woord 'generatieconflict'. Het rapport zou slechts een wapen zijn om tot een van tevoren vastgestelde conclusie te komen. Waarom wordt erin anders met geen woord gerept over de richtlijn voor nevenfuncties, die inmiddels binnen de AFM van kracht is?

Het motief voor deze 'framing' zou erin liggen dat Financiën meer controle probeert te krijgen op de AFM. De oud-bankiers zouden daarbij niet gewenst zijn. In een interview met NRC Handelsblad zei Möller daar in diplomatieke termen ook al iets over: 'Ik denk ik dat de overheid meer controle wil op zelfstandige bestuursorganen, zoals de AFM. Maar de AFM moet zelfstandig kunnen opereren ten opzichte van het ministerie van Financiën. Het ministerie heeft de directe verantwoordelijkheid voor banken: ABN Amro en SNS Reaal. Daar kunnen conflicten over ontstaan.'