Interview David Webber

‘Een groot, activistisch pensioenfonds, dat is als een vakbond. Die kan wat veranderen’

Dankzij hun goedgevulde pensioenpotten behoren werknemers tot het nieuwe grootkapitaal. Waarom gebruiken ze die macht niet om wat te doen aan stagnerende lonen en oprukkend flexwerk, vraagt de Amerikaanse hoogleraar rechten David Webber zich af.

Beeld Rhonald Blommestijn

Als zelfs gedoodverfde tegenstanders zich zorgen beginnen te maken over je tanende invloed, heb je als vakbonden een probleem. Het achterwege blijven van serieuze loonstijgingen bedreigt de economische groei, waarschuwden het afgelopen jaar VVD-premier Rutte, De Nederlandsche Bank en het Internationaal Monetair Fonds. Van elke verdiende euro zien Nederlandse werknemers en zzp’ers nog maar 75 cent terug, schreef de Volkskrant woensdag. Aan het begin van de eeuw was dat nog 78 cent. Een van de redenen: werknemers slagen er te weinig in collectief een vuist te maken. Ondertussen leidt de hausse aan flexibele arbeid – één op de drie werkenden heeft inmiddels een tijdelijk contract of is zzp’er – tot stress en onvrede, vreest de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Wat te doen, nu traditionele breekijzers als stakingen, protesten en petities steeds minder lijken uit te halen? De oplossing ligt voor het grijpen, betoogt David Webber. In zijn onlangs verschenen boek The Rise of the Working-Class Shareholder: Labor’s Last Best Weapon levert de hoogleraar rechten aan Boston University het recept voor het Gallische toverdrankje dat de vakbonden nieuwe, ongehoorde krachten moet geven. Jazeker, geeft hij toe: de kapitaalbezitters zijn de bovenliggende partij. En inderdaad, de vergrijzing heeft ook de vakbeweging hard getroffen. Maar uitgerekend in die twee bedreigingen schuilt volgens Webber een unieke kans om de uit het lood geslagen machtsverhoudingen te doen kantelen.

Noem het het rode kapitaal. Of de opmars van de activistische aandeelhouders – maar dan net even anders, zoals tijdens het gesprek zal blijken. De sleutel tot de comeback van de werkenden ligt bij hun gestaag aangezwollen pensioenpotten. Meer dan 1.300 miljard euro beheren alleen al de Nederlandse pensioenfondsen inmiddels. Genoeg om de complete AEX op te kopen, en dan houd je nog ruim 400 miljard euro over als wisselgeld.

Dankzij die pensioenpotten behoren werkenden tot het grootkapitaal. Met alle bijbehorende macht. Dat werkt zo: het leeuwendeel van de werknemers, zeker in Nederland, spaart voor zijn oude dag bij pensioenfondsen. Die beleggen een aanzienlijk deel van dat geld in aandelen van bedrijven. Zo worden ze deels eigenaar van deze ondernemingen. In die hoedanigheid kunnen de besturen van pensioenfondsen – bestaande uit vertegenwoordigers van zowel werknemers als werkgevers – ook invloed uitoefenen op het beleid. Dat kan via informele gesprekken met de Raad van Bestuur of door te stemmen op de aandeelhoudersvergadering. Of het pensioenfonds dreigt gewoon zijn aandelen te verkopen – een stap die negatieve gevolgen kan hebben voor de beurskoers van het bedrijf en daarmee vaak ook voor de daaraan gekoppelde bonus van de baas.

Het probleem is dat de boze arbeider zich nog amper bewust is van de miljarden euro’s en dollars die zijn gebalde vuist omklemt. De pensioenfondsen zijn een slapende reus, schrijft Webber. ‘Aandeelhoudersactivisme blijft een grote stok die op de grond ligt te wachten om opgepakt te worden.’

Dat is een even prikkelend als omstreden idee. Hoe komt een keurige hoogleraar rechten daarop?

‘Ik ben mijn carrière begonnen als bedrijfsadvocaat. Na een paar jaar ben ik overgestapt naar een kantoor dat procedeerde namens groepen beleggers. Onder onze klanten waren veel grote pensioenfondsen. Ik was onder de indruk van het werk dat zij verrichten. Ze wierpen zich op als een soort bedrijfspolitie. Dat ging vooral over fraude en wanbeleid à la WorldCom, het Amerikaanse telecombedrijf dat in 2002 omviel door een boekhoudschandaal. 

‘Langzaam maar zeker begon ik in te zien hoeveel verder hun potentiële macht strekte. Neem de groeiende ongelijkheid. Dat wordt tegenwoordig wereldwijd beschouwd als een groot probleem. Werknemers en vakbonden kunnen hun pensioenfondsen aansporen daar actief iets aan te veranderen, via hun beleggingsbeleid. Dat gebeurt trouwens al hier en daar. Zo publiceren, mede onder druk van pensioenfondsen, steeds meer bedrijven de verhouding tussen het salaris van de baas en de gemiddelde werknemer. Vervolgens dienen ze zich daarvoor te verantwoorden op de aandeelhoudersvergadering.’

U pleit voor aandeelhoudersactivisme. Dat is vloeken in de linkse kerk.

‘Ik vind dat een 19de-eeuwse houding. Aan de ene kant van het slagveld staat het kapitaal, recht daartegenover de arbeid, en die twee zijn gezworen vijanden. Dat heeft weinig met de realiteit te maken. Toch koesteren veel linkse mensen wantrouwen ten aanzien van alles wat met aandelen te maken heeft. Ze zijn bang dat, zodra je je met het kapitaal inlaat, er besmettingsgevaar is. Dus houden ze vast aan de oude, bekende methodes: van stakingen tot petities. Ook al werken die al tientallen jaren niet meer naar behoren. In elk geval niet in de Verenigde Staten.’

Dus is het tijd voor een mars door de financiële instituties?

‘Leuk of niet, financiële markten zijn uitgegroeid tot de invloedrijkste krachten in onze wereld. Terwijl progressieven hun kaarten blijven zetten op wetgeving, verkiezingen en rechtszaken, stellen de financiële markten ons steeds vaker voor voldongen feiten. En dan zitten wij in de Verenigde Staten ook nog eens met een president die de ene na de andere sociale verworvenheid terugdraait. In zulke tijden ontkom je niet aan wat ik een kapitaalstrategie noem. Daarom wilde ik schrijven over de financiële activisten die al jaren achter de schermen actief zijn bij de grote Amerikaanse pensioenfondsen. Niemand lijkt oog te hebben voor de enorme resultaten die ze hebben behaald.’

Behalve hun rechtse tegenstanders...

‘Rechtse miljardairs als de gebroeders Koch, die ook Trump steunen en allerlei denktanks financieren, hebben het wél door. Zij stellen alles in het werk om de macht van de grote pensioenfondsen te breken. Dat doen ze onder het mom van een vermeende pensioencrisis. De fondsen zouden te weinig geld in kas hebben om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. De oplossing is wat hen betreft om het collectieve stelsel te vervangen door een losse verzameling pensioenpotjes die apart belegd worden. Zulke versplintering zou echt rampzalig zijn voor de economische macht van werknemers. Dan hebben ze niks meer in de melk te brokkelen als aandeelhouder.’

De verschillen tussen Amerika en Nederland zijn enorm. Toch vallen de parallellen, Webber beluisterend, moeilijk te negeren. Ook in Nederland wordt gesproken van een pensioencrisis, inclusief debatten in de Sociaal Economische Raad over een nieuwe stelsel. En net als in de Verenigde Staten neemt het percentage mensen dat aangesloten is bij een pensioenfonds af, zij het langzamer: van 71 procent van de beroepsbevolking in 2010 naar 65 procent in 2016.

Tegelijkertijd is ‘verantwoord beleggen’ hier wel degelijk populair. Grote pensioenfondsen als ABP (ambtenaren), PFZW (zorg), PMT en PME (beide metaal) schrikken er niet voor terug multinationals aan te spreken op hun beleid. Onlangs bekritiseerden de grootste fondsen de (afgeblazen) loonsverhoging voor ING-topman Ralph Hamers. Eerder verkochten sommige hun aandelen in supermarktketen Walmart, omdat dat bedrijf vakbonden het leven zuur maakt.

Wat opvalt is dat dit engagement zich veel vaker richt op klimaatbeleid en duurzaamheid dan op arbeidsverhoudingen. Waarom?

‘Dat komt ook doordat de milieubeweging het spelletje wél snapt. Milieuactivisten discussiëren onderling over de vraag of je als aandeelhouder vervuilende bedrijven op andere gedachten moet proberen te brengen, of je belang helemaal moet verkopen. Maar dát aandeelhoudersactivisme belangrijk is, staat buiten kijf.’

Klimaatbeleid wordt door beleggers ook als minder politiek omstreden beschouwd dan, bijvoorbeeld, kritiek op flexcontracten voor werknemers.

‘Klimaat werd tot voor kort net zo goed gezien als iets marginaals en politieks. Nu is het plotseling mainstream geworden. Hetzelfde geldt voor vrouwenrechten. Denk aan het bronzen beeld dat vermogensbeheerder State Street vorig jaar liet plaatsen op Wall Street, de feministische fearless girl. Dat was een protest tegen de aanhoudende economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Natuurlijk is dat voor een groot deel retoriek. Maar de taal over klimaat, mensenrechten en gelijke beloning is zonder twijfel aan het veranderen en aandeelhouders gaan bedrijven daaraan houden.’

Door zich meer in te zetten voor de belangen van de huidige generaties werkenden zouden pensioenfondsen de veel bekritiseerde generatiekloof tussen jong en oud helpen dichten. Toch voorzie ik woedende reacties op uw pleidooi. Pensioenfondsen zijn op aarde om goede rendementen te behalen voor hun deelnemers. Niet om de belangen van de vakbonden te dienen.

‘Dat vind ik zo flauw! Elke aandeelhouder heeft zijn eigen, specifieke belangen. Net als de mensen die deze kritiek leveren, trouwens. Waarom wordt dat argument alleen maar ingezet tegen activistische pensioenfondsen?’

Pensioenfondsen worden bestuurd door werknemers én werkgevers. Nederlandse pensioenbestuurders lijken doorgaans makkelijk consensus te bereiken over het te voeren beleggingsbeleid, maar dat zal lastiger worden als het bijvoorbeeld ook over hogere lonen moet gaan.

‘Veel hangt inderdaad af van de machtsbalans binnen de pensioenbesturen.’

Het kan geen toeval zijn dat in alle succesvoorbeelden die u noemt de activistische pensioenfondsen zich beriepen op hun belangen als aandeelhouder. Werknemers én werkgevers willen rendement. Daarom keerden zij zich tegen het falende management, van supermarktketen Safeway tot Walt Disney. Niet vanwege politieke idealen.’

‘Ik zie dat anders. Die nadruk op rendement en aandeelhouderswaarde is mede vanwege juridische restricties. Het is heel erg lastig voor Amerikaanse pensioenfondsen openlijk activistisch te zijn zónder verwijzing naar beleggersmotieven. Al gebeurt het soms wel. Denk aan de kritiek op het Apartheidsregime in Zuid-Afrika in de jaren negentig. Of in onze tijd aan de dubieuze regimes waarin niet geïnvesteerd mag worden, ook al kan het veel geld opleveren. De uitdaging is om arbeidsrechten naar datzelfde niveau te tillen.’

Blijft de vraag: kunt u ook maar één voorbeeld noemen van een pensioenfonds dat zonder omwegen bij een bedrijf aandrong op hogere lonen?

‘Het dichtst in de buurt komen de eisen die onder druk van Amerikaanse pensioenfondsen nu worden gesteld aan aannemers bij infrastructurele projecten. Zowel Trump als de Democraten hebben grote beloften gedaan op dat gebied. Ze willen fors investeren in verouderde wegen, bruggen en spoorlijnen. Zelfs een commerciële vermogensbeheerder als Blackstone heeft inmiddels toegezegd om bij die infrastructurele beleggingen aan te dringen op goede banen voor werknemers. Dat mes snijdt aan twee kanten. Pensioenfondsen zorgen zo dat de noodzakelijk investeringen in infrastructuur een stimuleringspakket voor de factor arbeid worden. En die beter betaalde werknemers gaan vervolgens ook sparen bij pensioenfondsen, waardoor zij sterker worden.’

In de jaren zeventig circuleerden er in Europa al plannen om werknemers deels in aandelen uit te betalen. Op die manier zouden ze behalve extra vermogen ook meer zeggenschap krijgen over de bedrijven. Wordt dat zogenoemde volkskapitalisme nu alsnog werkelijkheid, via de achterdeur van de pensioenfondsen?

‘Het past wel bij het idee van de ownership society. Geef mensen bezit – een huis, aandelen – en ze gaan zich beter gedragen. Ik wil daar een belangrijke kanttekening bij plaatsen. Het beheer van die aandelen móét collectief, bijvoorbeeld via een pensioenfonds. Want maak je geen illusies. Als individuele aandeelhouder heb je niets, maar dan ook helemaal niets te zeggen bij een bedrijf. Vergelijk het met een werknemer die in zijn eentje geen enkele onderhandelingsmacht heeft. Een groot, activistisch pensioenfonds, dat is als een vakbond. Die kan wat veranderen.’

In Nederland zijn activistische aandeelhouders juist een schrikbeeld. Bestuurders én werknemers vrezen de invloed van het kortzichtige winstdenken op multinationals als Unilever en Akzo. Er wordt gesproken over een wettelijke bedenktijd van 250 dagen voor bestuurders van bedrijven die dreigen te worden overgenomen. Vindt u dat verstandig?

‘Ik begrijp die houding, maar ik denk dat het fout is. Kijk nou eens even nuchter naar wie hier werkelijk marktmacht heeft. De pensioenfondsen zijn veel groter en invloedrijker dan die omstreden hedgefondsen. Natuurlijk spelen zij vaak een kwalijke rol en zijn ze enkel uit op snel profijt. Maar je moet het kind niet met het badwater weggooien. Ik zou als wetgever een strikte lijn trekken tussen institutionele aandeelhouders met oog voor de lange termijn, zoals pensioenfondsen, en de hedgefondsen die hun pijlen richten op een handvol bedrijven. Ik vrees dat bestuurders anders de dreiging van een paar activistische hedgefondsen misbruiken om een dijk op te werpen tegen alle mogelijke aandeelhouders.’

Corien Wortmann, bestuursvoorzitter van ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland:

‘Klimaat krijgt publicitair veel aandacht, terwijl sociale beleggingen voor ons net zo belangrijk zijn. Wij kijken daarom ook heel expliciet naar vakbondsrechten, kinderarbeid, veilige arbeidsomstandigheden en beloningen. 

Zo zijn we bijvoorbeeld in de cacaosector met fabrikanten als Nestlé bezig met het aanpakken van kinderarbeid. En beleggen we graag in bedrijven als het Rotterdamse Ferro-Fix waar mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt aan de slag zijn. 

Met bedrijven die verbetering moeten laten zien op milieu-, sociaal- of bestuurlijk gebied voeren we onder meer gesprekken met duidelijke afspraken en doelen. 

Leidt dat niet tot resultaat, dan komen ze uiteindelijk op onze uitsluitingslijst terecht. Dat overkwam supermarktketen Walmart die stelselmatig vakbondsrechten schond en geen vooruitgang liet zien.’

Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam:

‘Het dominante idee in Nederland, ook bij de vakbonden, is dat pensioenfondsen een zo goed mogelijk duurzaam rendement moeten maken. Ik vind dat kortzichtig. 

'Willen we echt onze pensioenen veiligstellen over de rug van flexwerkers en slechtbetaalde werknemers? Ik kan me voorstellen dat pensioenfondsen in de toekomst zeggen: wij willen niet investeren in een bedrijf dat de helft van zijn werknemers op een flexibel contract laat werken. 

'En ja, dan kan het lastig zijn dat de werkgevers de helft van de stemmen hebben binnen de pensioenbesturen. Maar ik vraag me af hoe terecht die invloed nog is. Vroeger wel, toen stortten werkgevers regelmatig geld bij als het pensioenfonds krap bij kas zat. Dat gebeurt zelden meer. 

Bijna alle risico’s van het beleggingsbeleid van pensioenfondsen liggen nu bij de werknemers. Dan ligt het voor de hand dat zij het ook alleen voor het zeggen krijgen in de pensioenbesturen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.