'Die containers met kleding blijven gewoon komen, hoor'

Afrika bant Nederlandse kleding

Onze oude jurken en versleten broeken zullen vanaf 2019 niet meer op de markten van de Oost-Afrikaanse Gemeenschapslanden te koop zijn. Ze schaden namelijk de lokale textielindustrie.

Groot aanbod tweedehandskleding op de bloeiende Gikombamarkt in Nairobi. Beeld Ric Francis/ZUMA Press/Corbis

Het is een fijn idee. Die tot op het bot versleten trui, uitgelubberde blouse of spijkerbroek met scheur bij de bil hoeft niet per se in de prullenbak. Met een klein beetje moeite lever je 'm af in een inzamelbak voor het goede doel. Goed voor het milieu en als het meezit hebben arme mensen in Afrika er ook wat aan. Iedereen blij.

Toch wordt deze goede daad in de landen ten zuiden van de Sahara met steeds minder enthousiasme onthaald. De laatste jaren bedankten verschillende Afrikaanse landen al: onder andere Zuid-Afrika, Nigeria, Ethiopië en Zimbabwe hebben een importverbod ingesteld voor de gebruikte kleding en schoeisel.

Lokale ondernemers

Deze maand besloten ook de zes leden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) tweedehandskleding te gaan weren. In Kenia, Oeganda, Rwanda, Tanzania, Burundi en Zuid-Soedan komen onze afgeleefde kloffies er vanaf 2019 niet meer in.

De reden? De goedkope kleren die de Afrikaanse kledingmarkt overspoelen zouden de eigen textielindustrie om zeep helpen. Lokale ondernemers kunnen niet opboksen tegen de enorme balen westerse tweedehandsjes die groothandelaren er voor een prikkie aanbieden. En dus moeten de grenzen dicht.

Volgens Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen, speelt het probleem al langer. 'De textielindustrie, met name in Oost-Afrika, zit al jaren in het slop.' Dat komt enerzijds door het wegvallen van staatssteun. In de jaren zeventig hielpen veel overheden hun textielindustrie een eindje op weg. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakte daar in de jaren tachtig een einde aan, waardoor veel fabrikanten in financiële problemen kwamen. Tegelijkertijd nam de hoeveelheid tweedehandskleding die naar Afrika gestuurd werd snel toe.

Boosdoener

Goedkope kleren, gemaakt voor rijke westerlingen: dat viel in de smaak bij de Afrikanen. Hoebink: 'Grofweg driekwart van de kleding die in Europa en Noord-Amerika wordt opgehaald gaat naar Afrika.' Op wereldschaal maken die containerladingen gebruikte kleding misschien niet eens 1 procent van de totale handel in kleding uit, zegt de hoogleraar. 'Maar in een aantal Afrikaanse landen is het aandeel tweedehandskleding heel groot.' In bijvoorbeeld Kenia, Oeganda en Ghana is zeker 80 procent van de verkochte kleding tweedehands.

Heel wat van die kleding wordt vanuit Nederland verscheept. Volgens cijfers van de Verenigde Naties is Nederland de vijfde grootste exporteur van tweedehandskleding ter wereld. In 2013 verkochten Hollandse handelaren voor zo'n 238 miljoen dollar (ongeveer 214 miljoen euro) aan gedragen broeken, truien en jassen aan andere landen.

Een van die handelaren is Hans Bon. Met zijn kledingsorteerbedrijf Wieland Textiles in Wormerveer verscheept hij wekelijks twee containers naar verschillende oost- en west-Afrikaanse landen. De kleding koopt hij op van goede doelen met inzamelbakken op straat. Alleen de beste kleding gaat naar Afrika, de rest wordt gerecycled, benadrukt Bon. 'Denk maar niet dat we oude troep naar Kenia sturen. Ze hebben daar ook een schotel op het dak. Die mensen weten precies waar wij in lopen. Dat willen zij ook.'

Volgens de directeur wordt de handel in tweedehandstextiel onterecht als boosdoener neergezet. 'De handel in gebruikte kleding uit westerse landen levert lokaal veel werk op. In Kenia verdienen veel mensen er hun inkomen mee.' Alleen al op Gikomba, een enorme openluchtmarkt in Nairobi waar in tweedehandskleding wordt gehandeld, werken naar schatting 65 duizend mensen.

Geen controle meer

'De werkgelegenheid is het grootste probleem ook niet', zegt Hoebink. 'Onderzoek ontbreekt, maar het zou goed kunnen zijn dat de handel in tweedehandskleding net zo veel werk oplevert als een bloeiende textielindustrie zou doen.' Volgens de Nijmeegse hoogleraar is het opbouwen van goed lopende textielfabrieken van belang omdat dat het de opmaat kan zijn tot verdere industrialisatie. 'Zo is het ook in veel Aziatische landen gegaan: het begint met textiel, daarna worden er complexere producten als elektronica gemaakt.'

Toch is het maar de vraag of een importverbod zin heeft. In Nigeria tiert de handel in tweedehandskleren en -schoenen ondanks een verbod nog altijd welig. Handelaar Bon: 'Die containers met tweedehandskleding blijven gewoon komen, hoor. Dan wordt er wat meer geld betaald om ze het land in te halen.' De kleding wordt nu het land ingesmokkeld via sluiproutes, controleurs en douane worden omgekocht. Op deze manier is er geen controle meer op de binnengehaalde spullen. Bon: 'Nigeria heeft de grootste markt voor tweedehandstextiel in West-Afrika. Die handelaren daar gaan echt niet stoppen met hun business vanwege zo'n verbod. Het enige verschil is dat er nu niet meer op kwaliteit en hygiëne wordt gecontroleerd.'

Het zou slimmer zijn als de overheid in plaats van een importverbod een hogere importheffing invoert, denkt Paul Hoebink dan ook. 'Ik heb er een hard hoofd in dat een verbod werkt, er zijn zo veel smokkelroutes waardoor de kleding alsnog de markt op kan komen.' En zelfs als de tweedehandskleding volledig zou worden uitgebannen, heeft de textielindustrie nog een harde dobber aan Aziatische concurrenten. De laatste jaren komt goedkope, nieuwe kleding steeds vaker uit landen als Bangladesh op de markt.

'En het blijft natuurlijk Afrika', zegt kledingverkoper Bon. Dat zes Oost-Afrikaanse landen nu hebben afgesproken dat ze de tweedehandskleding in de ban gaan doen, wil volgens hem nog niet zeggen dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren. 'Het is nu een hot topic, maar over een paar jaar hoor je er misschien niks meer over.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.