‘Crimineel geld staat altijd ver weg’

Justitie weet weinig over de trucs die criminelen over de grens met hun geld uithalen...

Als Jan van Koningsveld iets opvangt over een nieuwe strafzaak waarmee veel geld is gemoeid, weet hij dat het niet lang zal duren voordat hij een belletje krijgt. Of hij even mee kan kijken naar de buitenlandse bedrijven en geldstromen.

In bijna elke grote zaak duiken vroeg of laat buitenlandse rechtspersonen op, waar de dienstdoende rechercheurs advies over nodig hebben, zo is zijn ervaring.

Nieuw is dat niet. De commissie-Van Traa, die onderzoek deed naar de zware criminaliteit, concludeerde al in 1996 dat er in Nederland vrijwel geen georganiseerde misdaad voorkomt zonder dat criminelen buitenlandse bedrijven, stichtingen en bankrekeningen inzetten om hun winsten veilig te stellen.

Dat gegeven is twaalf jaar later nog steeds actueel. Voor zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Tilburg legde Van Koningsveld tientallen grote Nederlandse strafzaken naast elkaar. Hij onderzocht hoe criminelen en hun adviseurs via een net van buitenlandse nepbedrijven in landen als Zwitserland, Luxemburg, de Antillen en het Caribisch Gebied geld Nederland in- en uitpompen.

‘We weten al jaren hoe populair buitenlandse vennootschappen zijn bij criminelen’, aldus de promovendus. ‘Maar het lerend vermogen van de rechtshandhaving is op dit vlak helaas bijna nul.’

Het werk van Van Koningsveld is daarom pionierswerk. ‘In heel veel strafzaken en onderzoeken komen we buitenlandse geldstromen tegen. Er wordt helaas weinig tijd en capaciteit ingezet om afgeronde zaken te analyseren en de gebruikte fraudepatronen, routes, trucs en adviseurs op een rijtje te zetten. De rechercheurs die een zaak draaien, beginnen steeds vanaf nul. Ze zijn daarom keer op keer bezig het wiel opnieuw uit te vinden.’

En dat komt het succes van de opsporing niet ten goede. Van Koningsveld: ‘Er is met zware teams jarenlang gekeken naar de geldstromen en buitenlandse vennootschappen van bijvoorbeeld Willem Endstra en Taxi Centrale Amsterdam. En zonder heel veel succes. Dat geeft te denken.’

Er is een tweede, minstens net zo urgente reden om op het kennisniveau bij justitie op te schroeven, zegt Van Koningsveld.

De rol van buitenlandse offshore-vennootschappen in het internationale financiële verkeer is sinds de onderzoeken van Van Traa sterk toegenomen. Er is echter in Nederland weinig tot niets bekend over aard en omvang van het misbruik.

Offshore, een term uit de oliewinning, duidt erop dat de vennootschappen buiten de territoriale wateren van de Nederlandse belastingdienst zijn gevestigd. Dat kan zijn in Luxemburg, Zwitserland of in erkende fiscale bananenrepublieken als Panama, de Britse Maagdeneilanden of de Bahamas.

Het Internationaal Monetair Fonds telt 46 landen die zich de geuzennaam offshore mogen aannemen.

‘De lage of zelfs niet-bestaande belastingen daar maken dat deze landen als een magneet geld aantrekken. Deze landen hebben een groot economische belang bij de instandhouding van deze offshore-dienstverlening. Het is vaak hun belangrijkste bron van inkomen’, aldus Van Koningsveld.

De offshore-wereld is inmiddels van cruciaal belang voor de wereldwijde economie. Zo bevindt 60 procent van de wereldwijde geldhoeveelheid (een bedrag van naar schatting 6,5 triljoen dollar) zich op bankrekeningen in belastingparadijzen, en vindt de helft van alle wereldwijde geldtransacties daar plaats, aldus de onderzoeker.

Neem de Kaaiman Eilanden. De economie van deze eilandengroep heeft twee pijlers: toerisme en de offshore-industrie. De Eilanden hebben zich gespecialiseerd in dienstverlening aan hedgefondsen. Die betalen er nauwelijks belasting, en kunnen er onder strikte anonimiteit opereren.

Dat werkt, zegt Van Koningsveld: ‘80 procent van alle hedgefondsen is gevestigd op de Kaaimaneilanden. Driekwart van de 800 offshore vennootschappen die Enron gebruikte, stond daar ingeschreven. Hierdoor heeft het bedrijf nooit belastingen betaald. Gek toch, dat we in Nederland zo weinig hierover weten.’

Het gaat heel hard, aldus Van Koningsveld. ‘Op de Britse Maagden Eilanden, wereldwijd marktleider op het gebied van offshore-vennootschappen, staan 750 duizend van die vennootschappen geregistreerd. Jaarlijks worden er meer dan 50 duizend nieuwe vennootschappen opgericht. Dat zijn er duizend per week. De markt staat bovendien niet stil. Steeds worden er nieuwe producten en diensten ontworpen, die beter aansluiten bij de wensen van de internationale klanten‘

Waaronder, aldus Van Koningsveld, ook een aantal Nederlandse boeven. ‘Nederlandse criminelen hebben in de regel simpele doelen: zij willen misdaadwinsten uit het zicht van justitie en de belastingdienst houden, maar er wel in Nederland over kunnen beschikken.’

‘Uit de dossiers die ik heb bestuurd komt één dominant beeld te voorschijn. Er is steeds sprake van één of meer criminelen die een heel netwerk van offshore-vennootschappen oprichten, in diverse landen. Die bedrijven gaan op papier met elkaar zaken doen. Voor de buitenwacht lijkt het alsof er onafhankelijke bedrijven aan het werk zijn, terwijl er in feite één iemand is die aan te touwtjes trekt.’

Dat is voor de gemiddelde rechercheur een nachtmerrie-achtige situatie. ‘Je krijgt te maken met het leerstuk van schijn en wezen. De werkelijke feiten worden vaak niet aan het papier toevertrouwd, en de wel beschikbare stukken laten de geconstrueerde schijnwerkelijkheid zien. ‘Voor opsporingsdiensten zijn die routes ingewikkeld: je moet werken met buitenlands recht, vreemde vennootschappen, trustkantoren, notarissen, advocaten, en landen die niet of nauwelijks mee willen werken. Voor één onderzoek moet je soms wel in tien landen zijn. Dat kost veel tijd en die is er vaak niet.

‘We hebben echter weinig aan pessimisme. Het begint en eindigt met kennis van zaken. Er zijn best patronen te herkennen in hoe criminelen hun financiële huishouding organiseren. Bovendien komt het geld doorgaans Nederland weer in. Je bent crimineel vanwege het geld, en je wilt er dus ook van genieten. En bij voorkeur niet ergens ver weg van vrienden en familie.

‘Een les uit mijn onderzoek is dat we veel alerter moeten zijn op transacties waarbij buitenlandse vennootschappen zijn betrokken. Als een Panamees bedrijf vastgoed koopt in Amsterdam, is er een goede kans dat er iets aan de hand is. Nu lopen we achter de feiten aan. We wachten tot er verdenkingen zijn, en moeten dan steeds weer constateren dat er buitenlandse vennootschappen een rol spelen.’

‘Maar bovenal moeten we eerlijk zijn over de ernst van het probleem: de financiële wereld is veranderd, internationaler geworden – ook voor criminelen. De politiek en de rechtshandhaving moeten daarin mee. Er moet meer prioriteit worden gegevens aan het gebruik en misbruik van offshore-vennootschappen.

‘Al jaren is bekend dat justitie een gebrek aan kennis en ervaring heeft. Dat moet snel worden opgelost: we moeten opleiden en gericht trainen, kenniscentra bouwen, beter samenwerken, snellere internationale gegevensuitwisseling regelen, etcetera, etcetera.

‘Het is vijf voor twaalf: we kunnen met misdaadgeld toch niet achter het net blijven vissen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.