Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. © ANP

Weer megalomaan type uit universitair bestuur

Universitaire gemeenschap krijgt alleen vertrouwen in de politiek als ze zichzelf weer kan besturen.

Gaan we zo voortaan ook de krijgsmacht inrichten, de gezondheidszorg of de rechterlijke macht?

De nieuwste Haagse plannen inzake de universiteiten hebben tot merkwaardig weinig reacties geleid, vermoedelijk omdat na dertig jaar bezuinigen en hervormen de meeste universitaire docenten murw geslagen zijn.

Weliswaar worden zij, indien de nota van Jet Bussemaker en Sander Dekker ten uitvoer wordt gebracht, bevrijd van een in zijn effecten langzamerhand perverse publicatiedruk, maar daarvoor komt iets even rampzaligs in de plaats. Nadat al eerst het bedrijfsleven een grote vinger in de pap heeft gekregen, door de wetenschap steeds meer van externe financiering afhankelijk te maken, mag nu de hele samenleving meebeslissen.

Bovendien gaat dit ook nog gepaard met een toenemende concentratiezucht op een paar aandachtsgebieden, waardoor de continuïteit in gevaar komt. Anders dan veel politici en managers denken, wier eigen inzichten en bestuurdersbestaan volstrekt uitwisselbaar zijn, is de vooruitgang van de wetenschap gebouwd op specialistische continuïteit, want jarenlange cumulatie van kennis. Die laat zich wel snel kapotmaken, door vakgroepen af te breken en bibliotheken te sluiten, maar niet even uit het niets opnieuw creëren, als men een paar jaar later hogerop ontdekt dat aan een bepaalde tak van wetenschap, die even eerder buiten die grote aandachtsgebieden was gevallen, plots toch behoefte blijkt te zijn.

Verplicht

Na de mode van de internationale topkwaliteit, waarbij elke dorps-mbo in een Cambridge aan het Katwijks Diep moest veranderen en daartoe zelfs in sommige bestuurskamers het Nederlands voor Steenkolenengels werd ingewisseld, heeft nu de volgende onzinnige mode het bestuurlijke denken over onderwijs en wetenschap in haar greep: de valorisatie.

Aan de Universiteit van Maastricht, bij gebrek aan echte traditie traditioneel vooroplopend bij het omarmen van elke nieuwe idioterie, zijn promovendi - zoals hoogleraar psychologie Harald Merckelbach in de NRC van 15 november uit de doeken deed - nu al door het management verplicht om in hun proefschrift een hoofdstuk op te nemen waarin ze antwoord moeten geven op de vraag: 'In welke concrete producten, diensten, processen, activiteiten of bedrijvigheid worden je onderzoeksresultaten vertaald en vormgegeven? Wat is de planning, zijn er eventuele risico's, wat zijn de marktkansen en wat zijn de kosten?'  

Daar sta je dan, als aankomend internationaal expert op écht Cambridge-niveau in de Arabistiek of de Franse Revolutie. Inderdaad: vanouds worden hiervan vooral de humaniora slachtoffer, wier 'nut' stelselmatig wordt onderschat, zoals al de volstrekt eenzijdige oriëntatie bij het befaamde topsectorenbeleid illustreert: allemaal op het terrein van de exacte wetenschap, omdat die met een direct verdienmodel worden geassocieerd. Totdat blijkt dat al die platvloerse handelaren in kennis tijdens handelsmissies de mist ingaan omdat men in hun kring niets van de Arabische wereld of Frankrijk begrijpt. De morele corrumpering waar deze obsessie met directe rendabiliteit toeleidt is evident: steeds vaker worden op hoogleraarsposten niet de beste wetenschappers benoemd, maar degene die het beste geld binnenhalen kunnen. Dat staat soms letterlijk in de advertenties. Vandaar de populariteit van bijzondere hoogleraren: van buitenaf betaald. Utrecht had zo een tijdje Schipholdirecteur Gerlach Cerfontaine 'in dienst'. Dat was dus een verkapte professor voor Schipholpropaganda.   

Een van de kernoorzaken van het probleem is dat de universiteitsbesturen, die veel van die vernieuwingen omarmen omdat die daadkracht suggereren, niets te maken hebben met de universitaire gemeenschap van wetenschappers, docenten en studenten. Zij treden in Den Haag weliswaar als haar vertegenwoordigers op, maar zijn er volledig van losgezongen. Sinds de medezeggenschap van het wetenschappelijk personeel twintig jaar geleden is afgeschaft, zijn universiteiten in commerciële bedrijven veranderd, waarvan het management zich zelf coöpteert. Veel voormalige politici en afgedankte bewindslieden, tijdelijk op zoek naar een goed betaalde baan, zijn in de Maagdenhuizen neergestreken, en fungeren daar als echoput voor alles wat op het ministerie wordt uitgedacht.

Steeds vaker worden op hoogleraarsposten niet de beste wetenschappers benoemd, maar degenen die het beste geld kunnen binnenhalen

Hoog salaris

Om hun baan voor hen interessant genoeg te maken, zijn drie dingen nodig. Ten eerste een idioot hoog salaris omdat, zoals de toenmalige Utrechtse collegevoorzitter Jan Veldhuis het al in de jaren negentig formuleerde nadat hij zichzelf een opslag van dertig procent had gegeven, het hunne in de kringen waarin zij verkeerden - die van Schipholdirecteuren - een lachertje was. Ten tweede schaalvergroting door fusies, omdat het hebben van veel werknemers dit salaris moet legitimeren: vandaar ideeën over een mega-Randstaduniversiteit. En ten derde: grootste bouwplannen, die daarvoor dan nodig heten te zijn.

Terwijl in Amsterdam de Letterenfaculteit zevenmiljoen op personeel moet bezuinigen en daarmee volledig wordt ontwricht, is er wel geld voor verhuis- en bouwplannen voor dezelfde faculteit waarom geen wetenschapper heeft gevraagd, maar waarvan de kosten in de praktijk een miljard zullen gaan belopen. Het door intellectuele luchtfietserij en grootheidswaan bezeten college van bestuur houdt zich tenmidden van haar pr-hoogglansfolders op zulke momenten uiteraard steevast voor de wetenschappers zelf onbereikbaar, in de wetenschap dat als het zich in hun midden zouden begeven het meedogenloos aan stukken zou worden gescheurd.   

Wil de universitaire gemeenschap weer enig vertrouwen krijgen in de politiek dan zijn twee zaken nodig: ten eerste dat zij zelf weer invloed krijgt op wie haar bestuurt, en ten tweede dat dat besturen onaantrekkelijk wordt voor alle megalomane types die eigenlijk liever Schipholdirecteur waren geworden, en het nu helaas met een universiteit moeten doen. De salarissen tot de Balkenendenorm verlagen is daartoe onvoldoende. Ik zou zeggen: breng ze tot een derde daarvan terug, dan wordt de universiteit voor hen pas echt oninteresssant. Alleen zo kan zij van de spreeuwenplaag van bestuurders die over de ruggen van de professionals iets groots en internationaals willen doen worden verlost. Tienduizenden echte academici zullen de minister die dát aandurft eeuwig dankbaar zijn.