Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie. © ANP

Terrorismebestrijding is maatwerk

Commentaar

De meeste winst is te behalen met betere uitwisseling van informatie en uitbreiding capaciteit van de AIVD.

Toen minister Opstelten in augustus met zijn Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme kwam, overtuigde zijn presentatie niet. De minister van Veiligheid ging er te gemakkelijk van uit dat hij met algemeenheden kon volstaan om zijn oude en nieuwe plannen door het parlement te krijgen. De Tweede Kamer nam daar terecht geen genoegen mee.

Ook na de aanslagen in Parijs en in het bewustzijn dat ook Nederland een doelwit kan zijn, blijft het van belang dat de regering bij elke uitbreiding van bevoegdheden duidelijk maakt waarom die noodzakelijk is. Het is niet zozeer een gebrek aan wettelijke opsporingsbevoegdheden dat de strijd tegen het terrorisme frustreert, als wel de haperende samenwerking tussen veiligheidsdiensten in binnen- en buitenland. Verbetering van de uitwisseling van informatie tussen politie, justitie en veiligheidsdiensten uit landen met radicaliserende moslimgemeenschappen was dan ook terecht een belangrijk punt in het overleg tussen Europese ministers afgelopen zondag in Parijs.

Het innemen van paspoorten van mensen die zich willen aansluiten bij de jihad is in Nederland inmiddels tientallen keren gebeurd

Een tweede knelpunt is de capaciteit van inlichtingendiensten om verdachte jihadisten te observeren. Premier Rutte wilde vorige week nog niets weten van extra middelen voor de AIVD, maar hij zou beter moeten weten. De dienst heeft de afgelopen jaren fors moeten bezuinigen en zijn personeelsbestand moeten inkrimpen. Het rekruteren en opleiden van nieuwe medewerkers voor de inlichtingendiensten moet fors worden geïntensiveerd.

Terrorismebestrijding is maatwerk. Het innemen van paspoorten van mensen die zich willen aansluiten bij de jihad is in Nederland inmiddels tientallen keren gebeurd. Of ook het intrekken van het Nederlanderschap zinvol is, kan worden betwijfeld - en dat wordt het in de Tweede Kamer dan ook. Dit is bovendien alleen mogelijk wanneer de betrokkene nog een andere nationaliteit heeft.

Terechte scepsis is er over Opsteltens wens om de vluchtgegevens van alle reizigers in één database op te slaan. Zo'n database is gevoelig voor misbruik en aantasting van de privacy, terwijl onduidelijk is wat de winst aan veiligheid is. Een systeem waarin gericht naar de vluchtgegevens van verdachten kan worden gezocht, kan wel zinvol zijn. Dat geldt ook voor het blokkeren van jihadistische informatie op internet.