Ontwerpen voor allemaal

Tijdens de Dutch Design Week kan iedereen zien hoe wereldberoemde ontwerpen worden gemaakt. Ook Piet Hein Eek heeft de deuren van zijn studio geopend en 's avonds kun je zelfs een hapje eten met de makers.

In een opengevouwen zeecontainer op het Stadshuisplein in Eindhoven werken acht kinderen aan twee lange tafels in opperste concentratie aan een minirobot Momic. Met een soldeerbout en lijm bevestigen ze de romp, bewegende pootjes, de batterij en de lichtsensor aan elkaar. Bij sommige kinderen kruipt het robotje ter grootte van een lucifersdoosje al achter een laserlichtje aan.

'Met dit project willen we kinderen laten zien dat techniek en design niet iets engs zijn voor grote mensen, maar ook leuk kunnen zijn en dat iedereen baat heeft bij goed ontworpen producten', zegt Willem Hortsen, initiatiefnemer van de Momic-workshop die onderdeel is van de Dutch Design Week (DDW) die dezer dagen in Eindhoven wordt gehouden.

Het project is kenmerkend voor de ambitie van DDW om een breed publiek te bedienen. Niet voor niets is het in elf edities uitgegroeid tot Nederlands grootste designevenement met ruim 180 duizend bezoekers vorig jaar. Een aantal dat dit jaar zeker zal worden overtroffen, want het programma is nog verder uitgebreid. In het stadhuis wordt onder de noemer Creating a caring society een aantal projecten gepresenteerd waarbij design op een alledaagse manier wordt vervlochten met het dagelijks leven. Onder de noemer Zilver is Goud hebben ontwerpers een aantal projecten bedacht in de Eindhovense volksbuurten om senioren te betrekken bij de buurt. Prickles bijvoorbeeld is een ouderwets prikbord waarop buurtbewoners hun diensten kunnen aanbieden. Een bejaarde kan dan ingaan op het verzoek van een 10-jarige die 'een appeltaart wil leren bakken'.

Elders in de stad, op het voormalige Philipsterrein Strijp-S, wordt vooral het design getoond zoals dat is te vinden in woonglossy's. In het reusachtige Klokgebouw staan bekende merken als Forbo and Fatboy naast jonge ontwerpers met zelfgebouwde stoelen, soms nauwelijks meer dan een prototype dat wacht op een fabrikant die er wel brood in ziet. Hier blijkt ook dat DDW inmiddels internationale aantrekkingskracht heeft. Onder de noemer 24hr + Taipei heeft Taiwan een grote stand ingericht met divers design, variƫrend van ambachtelijk houtsnijwerk tot de laatste elektronische gadgets. Ook Finland en Engeland zijn vertegenwoordigd en presenteren merken en aanstormend talent.

Maar de spil in de Dutch Design Week blijft toch de lokale Design Academy. In de eerste plaats door de Graduation Show. Deze expositie van het eindexamenwerk van de studenten is al jaren het best bezochte evenement. Daarnaast domineren de exposities van alumni op uiteenlopende locaties in Eindhoven het programma deze week. Gevestigde namen als Piet Hein Eek, Dirk van der Kooij en Kiki van Eijk & Joost van Bleiswijk (beiden ook ambassadeur van de DDW) hebben hun studio geopend voor het publiek, waardoor iedereen kan zien hoe het wereldberoemde design nou eigenlijk wordt gemaakt. Van glitter en glamour blijkt geen sprake, want de werkplaatsen staan vol lompe zaagmachines en kasten vol schroeven en moertjes. De rondslingerende prototypes en andere probeersels zitten onder dikke lagen stof.

In afgelegen wijk aan de oostrand ligt Sectie-C, een niet te missen programmapunt voor wie nog een bezoek aan de Eindhoven wil brengen (de DDW duurt nog tot aanstaande zondag). Op dit voormalige industrieterrein zijn meer dan honderd, veelal jonge ontwerpers neergestreken in oude loodsen en kantoorpanden. Het aanbod varieert van kunstzinnige sierobjecten tot functionele lampen van afvalmateriaal. Al het werk is ter plekke aan te schaffen. Een gesprek met de maker kan 's avonds rond de vele vuurkorven of tijdens een gezamenlijk diner aan een van de werktafels plaatsvinden - ook hier zijn kinderen van harte welkom.

Barometer

De Graduation Show van de Design Academy Eindhoven is een barometer van de belangrijkste ontwerptrends. Opvallend is dat veel studenten zich verre houden van technische innovaties. De expositie grossiert in materiaalexperimenten en simpele gebruiksvoorwerpen, zoals ergonomisch bestek voor verstandelijk gehandicapten van Michael Boulay (zie foto hieronder). Veel projecten willen juist een alternatief bieden voor de vluchtige digitale wereld, zoals de Irma Foldenyi die een gebarentaal ontwikkelde aan de hand van het smartphonegebruik (foto rechts).