Lijden in Syrië, lijden in Bulgarije

Syrische vluchtelingen hopen via Bulgarije een goed heenkomen te vinden in Europa. Maar in het armste land van de EU stuiten ze op voedselschaarste en papierwerk.

Vincent Cochetel, de directeur van het Europees Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR), is nog maar pas in het vluchtelingenkamp aangekomen of hij haalt zijn mobieltje tevoorschijn. 'Het is echt verschrikkelijk hier', roept hij door de telefoon naar zijn baas. 'De vluchtelingen krijgen niets te eten, er is geen verwarming en de huisvesting laat te wensen over. Het is verschrikkelijk. Ik heb de indruk dat de Bulgaarse autoriteiten het noorden kwijt zijn.'

Voor zijn telefoontje had Cochetel een gesprek met de directeur van het kamp. 'Mag ik het voedseldistributiecentrum zien?', vroeg hij. 'Nu niet', antwoordde de directeur. 'Ik kan de hele dag wachten', reageerde Cochetel. 'Nee, niet vandaag', klonk het.

Het kamp waarin de UNCHR-directeur is aanbeland geldt als het beruchtste van de zeven Bulgaarse opvangcentra. Het bevindt zich in Harmanli, niet ver van de Turkse grens, waar de afgelopen maanden duizenden Syrische vluchtelingen, vooral Koerden, de Europese Unie zijn binnengekomen. Ze wachten er op registratie. Maar dat kan nog wel even duren: door een nijpend tekort aan personeel kunnen amper vijftien vluchtelingen per dag worden behandeld.

Om geknoei met asielaanvragen tegen te gaan, moet van alle 1.300 bewoners een vingerafdruk worden afgenomen. Zolang dat niet is gebeurd, worden zij beschouwd als onwettige immigranten en mogen ze het kamp niet verlaten.

Het zit de meeste vluchtelingen dwars. Buitenlandse bezoekers worden onmiddellijk aangeklampt. 'Is het waar', vraagt een Koerd, 'dat andere EU-landen vluchtelingen willen opnemen?' Zoals de meeste vluchtelingen wil hij zo snel mogelijk weg uit Bulgarije, liefst naar Duitsland of Zweden, landen die al eerder Syrische vluchtelingen hebben opgenomen.

Je kan het hem moeilijk kwalijk nemen. De gebouwen op de voormalige legerbasis staan er vervallen bij. Op een aanpalend terrein zijn arbeiders druk bezig met de renovatie van twee panden, maar voorlopig is het behelpen. Omdat het aantal wooncontainers beperkt is, moeten veel vluchtelingen hun intrek nemen in een legertent.

De kampbewoners, vooral Syriërs, maar ook Afghanen en hier en daar een Afrikaan, proberen er ondertussen het beste van te maken. Overal branden kampvuren. Het hout wordt aangesleept van een van de vervallen panden. Ondanks het slechte weer is de sfeer hartelijk. 'Wij zijn een gastvrij volk', legt een Koerdische Syriër uit.

Maar geklaagd wordt er natuurlijk wel, vooral over het eten. 'We hebben al drie dagen geen eten gekregen, wat moeten we doen? De kinderen hebben honger, wij hebben honger, we hebben voedsel nodig.'

'Zeg me, is dit de Europese Unie? Hoe is Bulgarije lid kunnen worden van de Europese Unie?', wil een 28-jarige vluchtelinge weten. Al drie weken woont ze samen met tien familieleden in een container van zeven bij drie meter. 'Europa zou beschaamd moeten zijn. Het is alsof we in de gevangenis zitten.'

Zoals de meeste vluchtelingen in het kamp komt Jazia uit Kamishli, een stad in het uiterste noordoosten van Syrië, vlak bij de Turkse grens. Ze vluchtte er voor de extremistische al-Nusra-rebellen. Die beschouwen de Koerden als aanhangers van Assad.

Nu heeft ze spijt van haar besluit en wil ze terug naar Syrië. 'Wij zijn Koerden, wij lijden in Syrië, wij lijden in Turkije, wij lijden in Bulgarije. Ze haten hier de Syriërs, ze denken dat wij terroristen zijn, ik weet niet waarom.'

De problemen zijn het gevolg van de toestroom van de laatste maanden. Sinds afgelopen zomer zijn ongeveer vijfduizend vluchtelingen Bulgarije binnengekomen, vijf keer meer dan normaal in een heel jaar. Vergeleken bij het aantal Syrische vluchtelingen in Turkije (700 duizend) of in het algemeen (2,2 miljoen) is dat een klein aantal, maar het blijkt hoe dan ook te veel voor het armste land van de Europese Unie, waar het gemiddeld maandinkomen 800 leva (400 euro) bedraagt. 'Bulgarije is een klein land', zegt directeur Zhelyu Zhelev verontschuldigend. 'We zijn met zeven miljoen. Dat is zoveel als een grote stad in Europa. Istanbul telt zestien miljoen inwoners.'

Met de kritiek van de vluchtelingen heeft Zhelev het wel een beetje gehad. 'Zij denken anders', zegt hij lachend. 'Wanneer ze zich iets in hun hoofd halen, willen ze het onmiddellijk.' Hij wijst op het EU-logo op de wooncontainers. 'Europese standaard.' Ook over het eten mogen de vluchtelingen volgens Zhelev niet klagen. Hij schopt tegen een zak afval waarin etensresten zitten. 'Veel Bulgaren moeten scharrelen om te overleven. Hier krijgen ze alles gratis en toch wordt er geklaagd.'

Maar de kritiek helpt wel. Een paar uur na het bezoek van de UNCHR-directeur komt er een busje het kamp binnen gereden. Tientallen dozen brood worden uitgeladen. Het moet de ergste nood lenigen.

Bij een controlepost staat een politieman toe te kijken. Hij wil niet horen dat Bulgarije arm is. 'Het is geen geldprobleem, het is een probleem van onze politici. Bulgarije is een van de rijkste landen ter wereld. Van de EU hebben we 15 miljoen euro gekregen voor de vluchtelingen, maar in Brussel zijn ze dom. Kijk naar de containers. Die kosten zes- of zevenduizend leva per stuk, maar ze zijn gekocht voor 20 duizend. Waar is de rest van het geld gebleven?'