'Leed is opgebouwd uit kleine stukjes'

Stukje bij beetje heeft Sylvia Pessireron (53) de pijn en ontberingen van haar familie, van het Molukse volk verwerkt in een roman. Om recht te doen aan een volk en aan haar vader. Hun geschiedenis is de geschiedenis van Nederland.

Sylvia Pessireron buigt zich naar voren en fluistert: 'Heel vaak dacht ik: kies nu voor iets anders pap, dit is het moment. Al schrijvend heb ik geprobeerd met hem te praten. Ik zag hem voor me staan, zwijgend voor het raam. Ik denk niet dat hij spijt heeft gehad. Ik denk wel dat hij razend is geweest op de Nederlanders en verbitterd omdat hij had gehoopt dat zijn loyaliteit zou worden beloond. In plaats daarvan kreeg hij een trap na.'

Wie op het verkeerde paard wedt, moet niet op erkenning rekenen.
'Ik denk niet in die termen. Ik zie alleen zijn trouw. Wie in militaire dienst gaat, legt een eed af, doet een belofte en die is heilig. Hij ging er blind vanuit dat zijn trouw met gelijke munt zou worden betaald.'

De verzwegen soldaat heet de eerste roman van de schrijfster Sylvia Pessireron, binnenkort ook gastdocent in de Nederlands-Indische geschiedenis. Haar vader staat model voor die soldaat en alle Molukkers die door het Koninklijke Nederlandsch-Indische Leger (KNIL) werden geronseld en opgeleid. Na de Japanse bezetting van Indonesië in de Tweede Wereldoorlog vochten ze aan de zijde van de koloniale overheersers tegen hun revolutionaire landgenoten.

In 1949 was de oorlog verloren. De Nederlanders keerden huiswaarts, het KNIL werd ontbonden. En de Molukkers? Ze belandden in een land aan de andere kant van de wereld waar niemand op hen zat te wachten. 'Na de tv-film De Punt over de treinkaping vroegen mensen: is er niet een boek over jullie geschiedenis? Een leesboek. Ik had meegeschreven aan het filmscenario. Eind 2010 begon ik aan deze roman.'

Nadat je oeverloos met je vader had gesproken.
'Nee, mijn vader heeft nooit over zijn verleden als soldaat gesproken. Hooguit in losse woorden, veelal met een gebaar, weg. Er werd gezegd dat hij bij de inlichtingendienst had gewerkt, maar als kind geloofde ik dat niet. Hij was een stille man en in mijn kinderfantasie was een spion allesbehalve zwijgzaam. Hij ging vaak op geheime missie, hoorde ik later. Toen hij een keer kapitein Westerling op televisie zag, ging de tv ploep uit. Hij was zo boos, hij trilde helemaal. 'Dit is zo'n slechte man, zo'n slechte man', riep hij en dat is het enige dat hij wilde zeggen.'

Westerling maakte gebruik van inlichtingen van je vader om Zuid-Celebes te kunnen 'zuiveren'. Veelal via standrechtelijke executie.
'Dat was precies wat hij deed. Mijn vader zocht de plekken waar extremisten zaten en gaf dat door. Ik denk zelf dat mijn vader Westerling niet ontmoet kan hebben, wel onderluitenant Vermeulen, maar volgens mijn oudere zussen en broer moet het Westerling zijn geweest. Er ging ook het verhaal dat hij Westerling een pistool op het hoofd zette toen die een mes opgooide dat op de buik van een gevangene moest neerkomen. Hij heeft hem toegeschreeuwd: als je niet ophoudt, schiet ik je neer. Hij had voor de krijgsraad gebracht kunnen worden, maar dat is niet gebeurd.'

Voor de opening van de Molukse barak in het Openluchtmuseum in Arnhem schreef je het boek Wij kwamen hier op dienstbevel. Je zat altijd dicht op de huid van jullie geschiedenis?
'Daar was geen ontkomen aan, want waarom woonden we in Nederland? Ze zaten op Celebes toen de soevereiniteitsoverdracht werd getekend. Ze moesten afvloeien, maar op Java of Celebes zou hun leven niet veilig zijn. Twee dagen nadat Soekarno in 1945 de Republiek Indonesië proclameerde, begon een periode zo gruwelijk, gruwelijker nog dan de Japanse bezetting. De republikeinen joegen op Nederlanders, Molukkers, Chinezen. De bersiap-periode. Je vindt er nauwelijks iets van terug in onze geschiedenisboeken.

'Nederland wist niet wat met de Molukkers te doen. Indonesië had ook op de Molukken de republiek uitgeroepen. In 1951 werd een enorme groep, 12 duizend man, van Azië naar Europa verscheept. Geen enkel ander volk is dat ooit overkomen. Zes maanden zouden ze blijven. In maand twaalf nam niemand de moeite te vertellen dat ze niet teruggingen. Je kent toch ook de verhalen van gezinnen die jarenlang uit koffers leefden? Wat zij hebben meegemaakt, moet deel worden van ons collectieve geheugen. Op school horen we VOC-verhalen, dit niet.'

Zochten ze hier contact met Nederlandse KNIL-soldaten?
'Mijn vader en Nederlanders? Nee, hij sprak geen Nederlands. Ik vermoed dat hij meer begreep dan hij liet merken, maar hij wilde niet geconfronteerd worden met dat verleden. Ze kwamen terecht in een barakkenkamp in Breskens. Ze werden uit het leger ontslagen. Elke volwassene kreeg drie gulden, elk kind een gulden per week als zakgeld. Ze moesten ervoor in de rij staan.'

De tweede hoofdpersoon in je boek vertelt over het leven in de kampen. Die persoon ben je zelf?
'Ik put uit eigen ervaring. Ik ben in Nederland geboren, jongste van elf kinderen. Ik wilde het hele verhaal vertellen van iemand die het een goed idee vindt bij het KNIL te gaan en wordt meegezogen in situaties die hij nooit had kunnen voorzien.

'Mijn vader was onderwijzer op Seram. Hij had herrie met zijn ouders en wilde weg, iets van de wereld zien. Hij was geen slechte man. In de tijd dat ze weinig geld hadden, ging hij wel eens appels jatten bij de boer. Maar nare dingen? Hij was superlief voor ons. Ja hij sloeg, je moest wel luisteren. Tucht en discipline, daar ben ik mee opgeroeid. Zo en zo laat op, na school meteen naar huis, niet bij Nederlanders spelen. Ik moest goed zijn, heel goed, want ik zou teruggaan naar onze vrije Molukken. Ik moest iets gaan betekenen voor hun land. Dat was de belangrijkste drijfveer van pap en mam.'

Je ouders zijn teruggegaan naar hun geboortedorp Kamarian.
'De eerste keer dat ik meeging, ik was 17 jaar, hoorde ik mijn moeder vragen om een eigendomsbrief van de grond die mijn vader in 1948 had gekocht. Ik zag dat vergeelde document met de handtekening van mijn vader en het dorpshoofd. Ik dacht toen: jeetje, jij hebt voor je huis willen zitten om naar de branding te kijken. En dat kan nu pas, na veertig jaar. Leed is opgebouwd uit kleine stukjes, dit was er een van.'

Je voert ook Nederlanders op met wie je vader vriendschap sluit.
'Ik wilde laten zien dat Molukkers niet altijd een hekel hadden aan Nederlanders. Integendeel, ook al zou je nu kunnen zeggen: de Nederlanders hebben je land geroofd, goed geld verdiend aan jouw specerijen, geen hol ervoor teruggegeven, jullie voor het KNIL geronseld en je daarna een schop gegeven naar Nederland. Ik begrijp het als iemand dat zegt. Maar ik snap ook verdomd goed waarom mijn vader voor de Hollanders wilde werken. Ook dat wilde ik laten zien.'

Je vraagt de regering van Nederland nu excuus te maken.
'Ik heb een aantal jaren op persoonlijke titel een krans gelegd bij het Indisch Monument voor de Ambonese soldaten. Je doet mensen pas recht als je ze noemt. Ik zou heel graag excuses willen voor de wijze waarop ze zijn behandeld. Er is nul erkenning geweest. Ik wil niet zaniken over geld, geen deal. Ik wil dat Nederland hun leed deelt nu het nog kan.'

Sylvia Pessireron: De verzwegen soldaat. The House of Books, €17,95.