Emily Kocken

Het benauwde bestaan van een welbespraakte kunstenaarsvrouw.

Emily Kocken: Witte vlag
Querido; 387 pagina's; euro 19,95.

Ramen lappen en de hond uitlaten. In het leven van de contactarme Pools-Duitse hondentrainster Elzbieta Rózewicz (27) zijn dat al projecten waar lang over wordt nagedacht. Ze heeft een doodzieke hond en is getrouwd met een Amerikaanse kunstenaar en Joseph Beuys-adept die al jaren broedt op de performance die zijn naam moet vestigen: Henry Theodore Watson (38). Hij vindt haar niet goed genoeg als dichteres. Ze kan beter zorgen voor hem, de hond en het huis in Amsterdam. Hij houdt haar aangelijnd.

De fotografe en tekenares Emily Kocken (1963) debuteert met de roman Witte vlag, die Elzbieta het woord geeft: manisch, solipsistisch, soms vilein en altijd stijlvol. De spreekster doet denken aan de protagonistes van Hedda Martens en Marie Kessels, meesteressen op de vierkante centimeter, met dit verschil dat Kockens roman vierhonderd pagina's beslaat die zich niet snel laten veroveren. Misschien goed, want geduld onthult hoe secuur de zinnen geslepen zijn: 'De kunststof waar het bankje van gemaakt is, lijkt op hout. Het splinterloze oppervlak geeft het bedrog na even voelen met de vingertoppen prijs.'

De hond zal snel doodgaan. In dit bestaan is dat een reusachtig drama. Elzbieta begint zich vreemd te gedragen, de buurt klaagt, de politie neemt haar de hond af en dan is er nog haar man die zijn kans ruikt: kan die hond niet worden gevild en opgezet, 'symbool van de ideale levenspartner, tegelijk een kritische kanttekening bij het concept van dienstbaarheid', of kan Henry zich niet met een nieuwe wilde hond laten opsluiten? Met het performance-idee alleen al genereert Henry publiciteit, hij wil de hele buurt er bij betrekken, kunstcritici en media wrijven zich in de handen.

Als buitenstaander kan Elzbieta op van alles haar commentaar leveren: de Schreeuw om cultuur (een onartistiek protest tegen kunstbezuinigingen), het belang van kunst in het leven (waar vooral kunstenaars zelf de mond van vol hebben), het gebruiken van dieren voor kunst (van Beuys tot Tinkebell), en de kunstkritiek die nu eens sceptisch doet en dan weer positief is - met als opperwindvaan de criticus Primo Janson (Pierre Jansen gemengd met handboekschrijver H.W. Janson?).

Mevrouw Watson heeft haar woordje klaar, maar wie luistert er naar een blonde hondentrainster die haar huis nauwelijks uit komt? Met haar man in het Rembrandtpark stoort ze zich zo aan zijn telefoontjes met dweepzieke kunsttypes, dat ze uit protest gaat zitten wildplassen. En jawel, ze wordt opgepakt en bekeurd.

Wat Elzbieta mankeert horen we niet, omdat we alleen haar perspectief volgen. Haar ouders zijn bij een verkeersongeluk omgekomen toen ze 16 was, en haar vader was hondentrainer en liefhebber van de dichters Rilke en Rózewicz (een Poolse held). Wellicht is haar benauwde bestaan een poging om dat vroege verlies van ouderlijke bescherming te verwerken.

In gedachten schept ze zich een poëzieminnende overbuurman die haar hulp wil bieden, en aan wie ze brieven schrijft. Intussen laat ze haar huis vervuilen, zoals een maatschappelijk werkster opmerkt. En haar echtgenoot is druk bezig zichzelf te verkopen, in naam van de kunst.

Witte vlag is fascinerend én een opgave, omdat de lezer geen uitweg wordt geboden. We moeten met Elzbieta mee, een bange en slimme vrouw met mooie invallen. Ze drukt pillen uit een strip, en merkt dan op: 'Moeilijk voor een pil, hoor, om stil te blijven liggen'.

De kunstenaar naast haar ziet het niet eens, dat hij met een levend kunstwerk is getrouwd.

KOCKENS VOLLE HOOFD
Tekenares en fotografe Emily Kocken werd in 1963 geboren in New York. Ze werkte drie jaar aan haar eerste roman. 'Ik heb bewust van mijn personages buitenlanders en eenlingen gemaakt. Ontworteld zijn, ergens buiten vallen, verhoogt een zekere mate van alert zijn, alsof je jezelf steeds opnieuw moet uitvinden', laat ze weten vanuit haar woonplaats Amsterdam. 'Schrijven, fotograferen en tekenen zijn disciplines die elkaar versterken, al hoop ik ze op een gegeven moment mentaal makkelijker te kunnen combineren. Want in mijn hoofd is het vaak wat vol.'