DE KOMIEK IS KUNSTENAAR

'Het werd tijd om eens iets te maken', vindt Michiel Romeyn (52) zelf. Want na het einde van het televisieprogramma dat hem beroemd maakte, Jiskefet, verkondigde hij het al jaren: 'Dat ik uit de beeldende hoek kom.'..

'Wijn? Bier? Jezus man, doe je aan sport? Hoe kom je zo dun?Wat doen je ouders? Jezus man, echt? Keek je vader Jiskefet? Ma vond er zeker geen bal aan. Arme moeder.'Michiel Romeyn (52) schiet in de 'witte neger' Oboema, een van zijn Jiskefet-creaties.'Poppelepee zeg, nou meneer is journalist. Is toch geen bal aan! Wat doe je dan? Dit soort grappen? Mensen volgen? Er valt aan mij niets te volgen, meneer.'Weer als zichzelf. 'Hooggespannen verwachtingen, ja ja ja... ja, vast. Voor een paar foto's! Er is nog helemaal niks te zien.En over twee weken moet alles af zijn. Ik zit in de knel, een soort rare stress. Ik heb verdomme alles uitbesteed, aan de lasser, de decorbouwer, de marmerzager; en nu met al die vakanties, alles is vertraagd.'De telefoon gaat. Iemand van de fotohandel meldt dat het voor de expositie benodigde statief nergens meer verkrijgbaar is.'Zo gaat dat de hele week al', zegt Romeyn, terwijl hij aan zijn houten tafel gaat zitten. 'Nou, stel dan eindelijk eens een behoorlijke vraag, man.'Hij haalt de kat aan. 'Kunst? Ik zou het niet weten. Het hangt straks in een galerie.Tracey Emin, is dat kunst? Beetje navelstaren volgens mij, punniken. Kunst vind ik altijd... Ach gelul, wat doet het ertoe?' Zet een Zeeuwse stem op. 'De komiek is kunstenaar.'Weer als zichzelf: 'Ja, het zal wel, die kritiek.Jeroen Krabbé-effect, ik hoop het niet. Ik vond de hoogtepunten van Jiskefet beeldende kunst, dat was artistiek... vreemd. Gelul! Je mag niet meer 'kunst' zeggen, soort verboden gebied. Het is kunst, ik vind het kunst.'Beneden op straat, pal voor de deur van zijn pand aan de Amsterdamse Amstel, staat de bestelbus van Michiel Romeyn, met daarin vijf kolossale metalen lijsten. De te omranden inhoud laat nog even op zich wachten; fotoafdrukken van 180 bij 120 centimeter.Romeyn hoopt ze nog deze week op te halen: 'Het begint op mijn zenuwen te werken.'Kogels Vanaf 30 juni hangen de foto's in de Amsterdamse galerie Torch. De expositie, getiteld 'Nieuw Werk', bestaat verder uit een aantal installaties, of 'dingen'.'Dingen, of objecten, het hangt in elk geval allemaal met elkaar samen', zegt Romeyn. 'Het werd ook tijd om eens iets te maken, want ik kondig het al jaren aan, dat ik uit de beeldende hoek kom, Rietveldacademie.Hier, kijk.'Hij legt een stuk metaal op tafel waarin met kogels van uiteenlopend kaliber deuken zijn geschoten, en hij staart het bezoek een poosje aan. Dan: 'Jezus, moet ik alles uitleggen of zo?' Het begon vier jaar geleden, met Cor van Hout. 'Ik speelde een scène met Jiskefet, in Amstelveen, als Henk Bakker - die man met dat lange grijze haar. Die liquideert dan iemand.'Romeyn staat op en doet Henk: 'Nog één keer en dan schiet ik je godverdomme voor je kloten, vuile tyfuslijer.'Gaat weer zitten en zegt, als zichzelf. 'En dan zie je me dus met een riotgun iemand neerknallen.De scène eindigt met het bekende beeld: een lichaam op de grond, met van die nummertjes eromheen voor de kogels.'En verdomd, een maand later wordt die Cor van Hout neergelegd, dáár, in Amstelveen. Ik dacht: ik moet precies weten waar het was. Ik ben gaan kijken en alles met mijn camera gaan vastleggen. Zo is het gekomen.'Na Van Hout volgden Sam Klepper, Willem Endstra, Evert Hingst, George van Kleef.Daags na een liquidatie fietste Romeyn naar de plaats delict, om daar de stoeptegels van bovenaf te fotograferen. 'Als een soort postzegelverzamelaar; hertengeweien ophangen, zoiets. Die plekken zijn heel even het oog van de orkaan: witte tenten, media. En als het circus dan weer weg is, blijft er een ordinaire tegel over, de laatste getuige, met wat bloedsporen en spatten. Als je goed kijkt, zie je bij Van Kleef zelfs nog wat hersentjes liggen, vlees, of een deel van iets.'Uiteindelijk zijn het gewoon uitvergrote stenen, meer is het niet. Alle sensatie is er ook van af. Straks als het hangt, is het abstract, een Mondriaan. Zit er nou een raar vlekje in die Mondriaan? Wat is dat? O, dat is bloed. Ja ja.'Romeyn loopt een verdieping naar beneden, scharrelt wat langs de overvolle kasten in zijn voorkamer. Vlak onder het plafond staat een Gouden Kalf uit 1987, voor zijn rol in de speelfilm Van geluk gesproken. Een kast verder prijkt de urn van Tim, Romeyns hond die onlangs stierf en in de jaren negentig nationale bekendheid verwierf onder de artiestennaam Schnautzi der Wunderhund, de trouwe kameraad van Wehrmacht-soldaten Wolfgang en Gunther. Romeyn plukt een op afstand bestuurbare speelgoedhelikopter van een schap en vliegt er wat mee rond. 'Soort hobby, kost bijna niks meer tegenwoordig.'Uit een kartonnen doos, type dierenwinkel, vist hij een door veel gebruik uitgedunde Oboema-pruik. 'Dit is de laatste. Ze zijn niet meer te krijgen. Hierna is het afgelopen met hem.'Twee jaar nadat hij en zijn Jiskefet-kompanen Herman Koch en Kees Prins definitief uiteen zijn gegaan, hult Romeyn zich incidenteel nog in kroespruik en sjerp, om met afgeknepen stem een festivalpubliek toe te spreken. 'Oboema', zegt Romeyn als Oboema, 'zit het dichtst bij me.'Hij wijst op een roze marmeren kruis.Het leunt tegen een plasmascherm van buitengewoon grote afmetingen, dat nog in de kartonnen verpakking zit. Geen Jiskefet-relikwieën, maar onderdelen van een in elkaar te schroeven installatie over de moord op Pim Fortuyn, bedoeld voor de expositie in Torch.'Ik heb Volkerts route gereden, van Bennekom naar het Mediapark, met een camera op mijn hoofd. In een uur en een kwartier, op 6 mei, de dag van de moord. Terwijl ik reed had ik het interview van Ruud de Wild met Fortuyn op de autoradio, via een cd. Fascinerend, hoe komt iemand tot zo'n daad? Een totaal geobsedeerde gek, een kokerdenker. Ik heb er een theorie over, maar ik zeg niks, dat moet het ding straks maar doen, het object. Het is een soort Jaws, een heel lange nare scène.'Piepboer 'Ha Jiskefet', roept de zwerver. 'Hé, hé, ja, jij bent van Jiskefet! Het gaat je goed hé.'Romeyn, in spijkerjas en broek, steekt zijn hand op naar de man en fietst verder op zijn sportfiets, met mandje voorop. 'Junks en alcoholisten', zegt hij, 'herkennen je altijd.'Een paar honderd meter verderop, in een met metaal en gereedschap bezaaide garage, werkt een man op leeftijd aan een onderdeel van een van de installaties: een plaat van doorzichtig kunsthars, waarin Romeyn eerder bakken vol stras heeft gestrooid. 'Van die diamantjes van glas, duur spul hoor', zegt Romeyn, de garage binnenlopend. 'Kwam ik vorig jaar die Damien Hirst tegen in de kroeg, beetje ouwehoeren met elkaar, vertel ik 'm wat ik ga maken, zie ik godverdomme vanochtend die met diamanten beplakte schedel in de krant. Gaan ze straks allemaal roepen: dat heeft Romeyn gejat. Terwijl die Hirst het natuurlijk van mij gejat heeft.'De man op leeftijd, Hennie, doet voor hoe Romeyn thuis de randen van de hars glad moet veilen. 'Hoe gaat het met je wortel?', vraagt Romeyn. 'Iedereen belazert me', moppert Hennie. 'De ijzerboer, de piepboer, allemaal.''Hij maakt een wortel van 6 meter', legt Romeyn uit. 'Met piepschuim.'Hennie knikt: 'Ik langs die piepboer. Krijg ik gaten van 22 en een pijp van 22. Met geen olifant op te krijgen.''Jezus, man', zegt Romeyn, nu eens zonder ironische ondertoon. Even later fietst hij, met een kunstharslijst aan het stuur, terug naar huis. 'Er komt een plasmascherm in, met een ongehoord mooi meisje dat alleen maar in de camera kijkt. Deze tijd, meisjes die alleen maar zitten te sms'en, de laklaag die overal omheen zit - dáár gaat het me om.Het is meer dan wat liquidatiefoto's.Terwijl Romeyn zijn fiets parkeert voor zijn woning, zwaait hij naar een man met een mutsje die voor het gebedshuis staat, een paar deuren verderop in de straat. 'Abalalamegah- achmalamalam-achmalam', praat Romeyn, snijbewegingen makend langs zijn keel. 'Allahu akbar.'De man schiet in de lach, maakt dezelfde snijgebaren terug. Romeyn steekt nogmaals zijn hand op en stapt zijn huis binnen.Prettige hobby Misschien spuit hij straks bij de opening wel heel slechte parfum door de galerie. 'Dat je de hele tijd denkt: wie ruikt er nou zo?Alles bij elkaar moet het werk zo vervreemdend mogelijk zijn, een akkoordenschema.En ik wil eigenlijk nog wat laagdrempeligs toevoegen, want het publiek denkt toch: o, dat is die gast van Jiskefet.'Ik denk aan een filmpje van een oude man die z'n voet staat af te vegen. Hij is duidelijk in de stront gaan staan. Het is een vriendelijke man, een soort opa, die zijn best doet. En dan een andere man, ik, die staat te blèren: 'Vuile klootzak, ben je godverdomme weer in de stront gaan stampen, teringlijer dat je bent.'En dan op een scherm ernaast beelden van een ETA-aanslag, die ik ooit op tv zag. Zie je een oude vrouw, een soort moeke, en die sleept zichzelf op haar ellebogen weg, benen liggen eraf en zij sleept zich met een bloedspoor weg uit beeld.'Als beeldrijm - dat je denkt: dit is heel geestig maar ook wrang. Wat hebben die mensen met elkaar te maken? Een soort drieluik, met nog een scherm erbij. Misschien een man op een wit paard, die uitgescholden wordt door een bodybuilder. Eén bol agressie.Dat je denkt: ja, maar waarom nou?' Werk in de lijn van Jiskefet, vindt Romeyn.'De scènes waar ik een groot aandeel in had, waren vaak niet om te lachen. Dat ik ergens zat te eten en telkens juichend opsprong als er een trein voorbijreed, zonder dat je wist waarom.'In zekere zin was dat een persoonlijk filmpje, want Romeyn heeft treinvrees.'Ik ga zo'n rotding niet in. Waarom, weet ik niet, het zweet staat me in de handen als ik eraan denk. Ik ben niet bang voor een ongeluk, ik ben gewoon lichtelijk fobisch.'Toen hij een jaar of 14 was durfde Romeyn een half jaar de straat niet op. De psycholoog raadde hem aan een zonnebril te dragen, om de prikkels van buitenaf wat te dimmen. 'Kadreren, beperken, dat hielp. Het slijt ook; ik heb al jaren geen angstaanvallen meer gehad.'Als jongetje zag Romeyn eens een coureur uitbranden op Zandvoort. 'Daar stond ik juist moeiteloos met mijn neus bovenop.En als er ergens iets aan de hand was, ging ik er met mijn vader of broer naartoe, een soort sensatiezucht. Willem van Oranje, waar die kogel van, hoe heet-ie, Balthasar Gerards, de muur inging - daar wil ik dan kijken. Het heeft iets van een rechercheur.Ik wil altijd precies weten waar-ie lag en hoe.Wat dat betreft is het in Amsterdam nu wel prijsschieten.'Verlegen Theo van Gogh, toch ook een opvallende liquidatie, ontbreekt in de serie kunstwerken.'Het gaat mij meer om de vervlakking en verrijking, om de penoze. Ik had ook niet zoveel met Van Gogh; geen boeiende man. Hij was geen vriend, eerder het tegenovergestelde.Afgunst, denk ik, vanwege het succes van Jiskefet. Ik ben wel op zijn plek wezen kijken.Er was voor zijn dood net een verse stoeprand ingelegd, je kon de scherpe puntjes nog zien, waar wat kogels zijn afgeketst.'Er is altijd wel iets te zien. Op de plek waar Rob Scholtes benen zijn afgeblazen zit nog steeds een kuiltje in het asfalt, bij regen vult dat met water.'Geweld, het is een prettige hobby, uiterst interessant. Zo'n Carlo Picornie, met Ajax in dat weiland; die beelden heb ik honderdduizend keer gezien. Een soort Zapruder-film: eerst die balk in z'n nek en dan iemand met een wit petje die zoiets doet (maakt steekgebaar) en dat was het dan.'Ik ben zelf niet agressief. Misschien is het angst voor de dood, die fascinatie voor geweld; dat zal wel. Een soort bezwering, zoals ik ook jarenlang proleten speelde, terwijl ik zelf eerder verlegen ben. Het is uit angst dat ik die proleten zo goed kan nadoen.Op straat hebben ze dat niet door, daar roepen ze nog altijd: 'Hé, Chiel, doe 'm nou nog eens, doe eens dat typetje.'En hoe enger je 'm doet, hoe leuker ze het vinden.'Als research voor wat filmpjes die uiteindelijk niet van de grond kwamen, is Romeyn het afgelopen jaar op bezoek geweest bij wat hoogbejaarde oud-criminelen; het nog resterende deel van de generatie vóór Klaas Bruinsma. De hedendaagse criminelen kent hij dan weer niet. 'Nee, en ik ben ook bang dat als je die een hand geeft, ze dan zeggen: 'We komen een keer bij je barbecuen.'Ik zat ooit op een terras een paar tafeltjes van Holleeder vandaan. Hij zat met z'n bodyguard en ik denk dat ze me herkenden, want ze zaten een beetje mijn kant op te kijken, dat vond ik al eng.'Iets soortgelijks gebeurde toen Romeyn op straat liep en net de begrafenisstoet van Cor van Hout langs trok. 'Hij werd door de stad gereden in die bonbondoos, met twintig witte Mercedessen ervoor. In die wagens zat de grootste penoze die je je kunt voorstellen, maar wel allemaal Jordanezen, met van die goeie koppen. Eén zo'n man, volbehangen met goud, kijkt mijn kant op en maakt schietbewegingen met zijn duim en wijsvinger, heel serieus. Ik dacht al: Jezus, man! Steektie daarna z'n duim omhoog: 'Gabbertje!'Al die inzittenden keren zich naar me toe, zwaaien: Jiskefet, Jiskefet! Dan weet je weer waar je fans zitten.'Schnautzi Een Jiskefet-reünie sluit Romeyn uit, maar Herman Koch ziet hij nog geregeld.Ze werken sinds kort samen aan iets nieuws, voor internet. 'Dat is nog pril. We hebben een eerste filmpje gemaakt, waarop Herman mij onder een viaduct in elkaar slaat. Het is van afstand gefilmd. Als je dat dan vertraagd afspeelt, ziet het er opeens heel heftig uit.Internet is een meesterlijk medium.'Naar de nieuwe liedjesshow van Kees Prins is hij nog niet geweest. 'Ik heb niet zoveel met Nederlandse liedjes. Dat klinkt wat pijnlijk, maar ik denk dat Kees dat wel begrijpt.'Romeyn kijkt naar buiten, door de openstaande balkondeuren. Beneden langs de Amstel staan twee mannen bij een boom.Normale mannen. 'Viezerd!', roept Romeyn naar ze. 'Smeerlap!'De mannen horen het niet. 'Heb ik van Rijk de Gooijer geleerd', zegt Romeyn, 'roepen.'Lily schuift aan, ze is al ruim twintig jaar de vriendin van Romeyn. De knijpstem van Oboema, zegt ze, gebruikte Romeyn al in zijn eerste VPRO-radiouitzendingen, pre-Jiskefet, maar dan voor een andere rol, die van de jongen die graag mensen doodschopte. 'Ja, de dood is wel een thema', beaamt Romeyn.Dan vertellen ze het verhaal van de crematie van hun hond Tim, alias Schnautzi, die een tumor had. Over de beeldschone dierenarts die hem liet inslapen, terwijl hij in Romeyns armen lag ('Het was ons kind') en de vrienden die kwamen condoleren ('In de ochtend en de middag').Over de lange rit naar het crematorium, een dag later, met in de achterbak een enorm stinkend want met de kop naar beneden liggend hondenlijk ('Dan komt het longvocht los; vertelden ze dáár pas'); de verstrekte uitleg over de verbrandingsduur van een gemiddelde hond ('Kent u het verschil tussen een Brosreep en een gewone reep?') en het wachten op de gevulde urn ('Willen we ergens koffie drinken, valt een oud wijf precies met haar mond op de stoeprand. Ik dat bloedende mens sjouwen naar een stoeltje').En tot slot de weg terug naar huis ('Voor ons klappen achttien auto's op elkaar, alles in de poeier, ambulances erbij, Lily snotterend met die urn in haar armen op de achterbank, ik twee uur lang heen en weer lopen langs de snelweg - een soort nouvelle-vaguefilm').En toch, Jiskefetiaanse kunst zou hij er met geen mogelijkheid van kunnen maken: 'Néééé, dat komt veel te dichtbij.'