De echtgenote en de maîtresse Breyten Breytenbach, schilder, dichter, schrijver, politiek activist, zou het liefst musiceren

Morgen krijgt hij uit handen van staatssecretaris Aad Nuis van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de Jacobus van Looyprijs voor zijn dubbeltalent als schilder en schrijver....

EEN televisieploeg van de KRO heeft hem zojuist gefilmd op de bovenste verdieping van de Verweyhal aan de Grote Markt in Haarlem. En dichter-schrijver-beeldend kunstenaar Breyten Breytenbach (56) is geïrriteerd. De crew dwingt hem opnieuw in de rol van politiek activist, herinnert hem aan de zeven jaar die hij als gevangene van het apartheidsregime in Zuidafrikaanse kerkers doorbracht. Altijd weer wordt hij in één adem genoemd met de Zuidafrikaanse politiek.De kunstenaar beseft heel goed dat hij die automatische koppeling zelf tot stand heeft gebracht. L'art pour l'art was nooit zijn adagium. En hoewel hij zich bij zijn schrijversdebuut in 1964 nog neutraal introduceerde met 'Dames en Here, vergun my om u voor te stel aan Breyten Breytenbach, die maer man met die groen trui (. . .) kyk, hy is skadeloos, wees hom tog genadig', ontwikkelde hij zich al snel tot het politieke geweten van de Afrikanerstam.Bij Breytenbach liep de politiek de kunst voortdurend voor de voeten. Als student aan de Michael School of Fine Arts, begin jaren zestig in Kaapstad, deed hij mee aan betogingen en stakingen en tekende hij petities. Hij werd lid van Okhela, de blanke vleugel van de anti-apartheidsbeweging ANC, werd gearresteerd en tot negen jaar gevangenis veroordeeld (waarvan hij er zeven uitzat), schreef na zijn vrijlating De ware bekentenissen van een witte terrorist, een bitter literair-politiek document dat als een scherf bleef hangen in de geest. 'Van degenen die nu aan de macht zijn kan men zeggen dat ze niet alleen bezig zijn hun eigen ondergang zeker te stellen (in een orgie van zichzelf in standhoudende onderdrukking), maar dat ze ook zoveel draketanden zaaien dat de uiteindelijke vorming van een nieuwe, levensvatbare staat zeer moeilijk, zo niet onmogelijk zal zijn', orakelde hij in 1984.Nog onlangs, in januari van dit jaar bij het uitspreken van de Den Uyl-lezing, presenteerde hij zich als een politieke analyst. Met een vlijmscherp scalpel fileerde hij de Zuidafrikaanse samenleving en kwam (wederom) tot pessimistische conclusies. Hij zei te vrezen dat de toekomst van zijn vaderland in bloed gedrenkt zal zijn, in weerwil van de democratisering van Zuid-Afrika en het charisma van super-politicus Nelson Mandela.Maar in de Den Uyl-lezing klinkt wel enige politieke matheid door: 'Ik besef, ik ben aangekomen met dezelfde vermoeide analyses, de oude schorre verwensingen, de afgezaagde demagogische leuzen. Het is eenvoudig om te wijzen op dat wat verkeerd is en veel moeilijker om jezelf een betere kant op te sturen. En natuurlijk maakt gekrab aan oude littekens ze niet minder pijnlijk.'Al eerder in 1993 in een rede in Stockholm had hij zijn politieke alter ego naar 'het hondehok' verbannen. 'Voor mij is schrijven een voortzetting van schilderen, zoals schilderen een verlengstuk van schrijven is; ik geef mij niet aan het ene over ten koste van het andere, noch verduidelijk ik de ene uitingsvorm door middel van de andere. Je zou kunnen zeggen dat wij met z'n drieën in hetzelfde bed slapen - met mij in het midden - en dat de deken te klein is om ook nog de politiek te omvatten.'Geconfronteerd met deze uitspraak en met zijn toch enigszins onredelijke irritatie over de handelwijze van de televisieploeg, zegt hij mild dat hij zich verstrikt voelt in de verwachtingen die mensen van hem hebben en dat hij zich met alle macht uit die beknelling probeert te bevrijden. Hij geeft toe: zijn irritatie wortelt ook in eigen onmacht.'Je zou kunnen zeggen dat ik lid ben geworden van de AA, Activists Anonymous. Ik ben uiteindelijk gaan beseffen dat de drug die politiek heet, mijn leven aan het verwoesten was. Als je midden in de nacht zwetend wakker wordt met (de ANC-strijdkreet) Amandla op de lippen, dan is het erg uit de hand gelopen, dan ben je verslaafd, moet je afkicken. En ik kan nu al zeggen dat dit nieuwe leven zonder politiek buitengewoon aangenaam is. Het is alsof je stopt met roken en plotseling weer allerlei geuren ruikt. Ik begin weer het parfum van verf en poëzie op te snuiven.'Of ik moeiteloos van de drug kan afblijven? Nee, natuurlijk niet. De verleiding is groot. Soms smokkel ik een beetje en als een ex-alcoholverslaafde neem ik heel stiekem een slokje. Maar toch, sinds kort slaag ik er aardig in de politiek aan de professionals over te laten. En die doen nu in Zuid-Afrika wat politici altijd doen, ze zijn druk bezig om politieke ideeën en morele standpunten aan de man te brengen. Om, zoals dat zo mooi in het Afrikaans heet, kak droog te maak.'Hij haalt diep adem, laat de frêle borstkas zwellen en onderstreept zijn woorden herhaaldelijk met een ironische lach, alsof hij zijn uitspraken onmiddellijk wil relativeren. 'Het is echt fantastisch om bevrijd te zijn van de druk en ook de behoefte alles wat je doet in een politiek kader te plaatsen. Ik voel me als herboren, kan me nu eindelijk geheel, en puur om het plezier, aan het schrijven en schilderen overgeven.'Overigens heeft de politiek hem nooit belet te schrijven, dichten, schilderen. Zonder die activiteiten had hij in de gevangenis nooit kunnen overleven. Hij maakte daar een serie tekeningen, in 1980 gepubliceerd in Vingermaan, waaruit angst spreekt en weerzin: een nachtmerrie vormgegeven. Hij schreef er Voetskrif, een bundel poëzie met het veelbetekenende gedicht 'Help', waarin titel en tekst samenvloeien: 'Help'. Hij produceerde Spiegeldood, over het gevoel van een spiegel die naar zichzelf kijkt. En Driftpoint, een essay over wat schrijven voor hem betekent. Het vervolg daarop: Over de edele kunst van het wandelen in Niemandsland (Zuid-Afrika). En daar weer een vervolg op: Pi-Ku'an, of Zen en het leven in de gevangenis.Schrijven en tekenen waren een soort loutering voor hem; alleen zo kon hij zijn ervaringen verwerken. 'Het is belangrijk alles naar boven te halen; dat wat je laat zitten zal gaan etteren en zweren, als de bloedzuigende kop van de luis die je van je huid verwijdert', schreef hij in De ware bekentenissen.Het is de enige manier waarop hij überhaupt kan leven, stelt collega Henk van Woerden in zijn bijdrage aan de bundel Uit de eerste hand: schilderijen, tekeningen en essays. 'Breytenbach leeft met de dwang verhalen te vertellen, te schilderen, telkens opnieuw op reis te gaan, of anders in het niet te verdwijnen.'Voor die drang, dat dubbeltalent, krijgt hij morgen in de Verweyhal in Haarlem de Jacobus van Looyprijs uitgereikt. Bij diezelfde gelegenheid wordt een overzichtstentoonstelling van zijn schilderijen en poëzie geopend door Adriaan van Dis, die ook de poëzie vertaalde (uit het Afrikaans) van de deze week verschenen bundel Landschappen van onze tijd, vermaakt aan een beminde. De Jacobus van Looyprijs wordt om de vijf jaar uitgereikt en is eerder toegekend aan Armando (1985) en Lucebert (1990). Breytenbach's wereld, zo stelt de jury in haar rapport, 'wordt gedomineerd door paradoxen en tegenstrijdigheden. De kunstenaar is tegelijkertijd de schepper en de ontrafelaar van illusies. Hij is het middelpunt van een spiegelspel, waarin hij virtuoos jongleert met beelden en associaties. (. . .) Hij gebruikt, parodieert en transformeert in tekst en beeld citaten van anderen; hij arrangeert weefsels van traditionele en persoonlijke mythen en symbolen.'Tekst en beeld, schrijver en schilder. Wat is hem het liefst? Breytenbach aarzelt en laat (weer) de ironie in zijn ogen dansen. 'De schrijver en schilder zijn als het ware de echtgenote en de maîtresse. Ze zijn even belangrijk, maar met elkaar kunnen ze slecht overweg. Als ik het echt voor het zeggen had, zou ik schilderen en slechts af en toe schrijven. Maar het is niet makkelijk om als professioneel schilder de kost te verdienen.'Want wat belangrijk is in deze wereld wordt vooral verbaal en vrijwel nooit visueel tot uitdrukking gebracht. De schilder behoort niet langer tot diegenen die vorm geven aan de publieke perceptie, de schrijver eens te meer. En dat is zo ondanks de populariteit van de televisie, of misschien wel dank zij de tv. Het is net als met een mooie vrouw die een enorm groot huis bewoont, en plotseling vindt een invasie plaats van een groep luidruchtige, ongeletterde, wrede en lichtzinnige vrouwen. Die mooie vrouw wordt dan volstrekt onzichtbaar.'Breytenbach meent dat ook de schilder in hem onzichtbaar is. Althans, de diepere betekenis van zijn beelden blijft vaak verborgen. 'Voor mij is een schilderij de langzame vertaling of metamorfose van het bewustzijn. Het vergt iets van de toeschouwer, die moet moeite doen om het beeld te doorgronden. Dergelijke beelden worden tegenwoordig overspoeld door de oppervlakkigheid, door de babyshows en het gebrabbel van de televisie. Het is een groot kwaad die tv. Zij vernietigt het geheugen, de fantasie, schotelt slechts geheel voorgekauwde maaltijden voor, junk food.'SCHRIJVEN, zegt hij, doet hij vooral om de wereld te ordenen, om greep te krijgen op de dingen die om hem heen gebeuren. 'Het is een moeizaam en langdurig proces en daar krijg je kramp van in lichaam en geest. Pas als het proces is afgerond, als het werk klaar is, kun je weer vrij en zorgeloos ademen. Schilderen daarentegen is een heel plezierige, fysieke, non-intellectuele ervaring. Je schildert op je gevoel, kiest - vaak willekeurig - kleur, structuur, een toon.'Zijn schilderijen wil hij liever niet en kan hij ook niet verklaren. Hij schildert associatief: kleurige beeldweefsels. Een man met een drol op zijn hoofd; een duivel met buffelkop die langs een rij cypressen loopt; een boom met hoofden en engelachtig aapjes in plaats van bladeren en vruchten; een zwarte vrouw met een blanke man, een kraai als vijgeblad en boven het hoofd van de vrouw een zwevende brandende gleufhoed. Zijn het koortsdromen, nachtmerries? En waarom keren beelden van vogels, paarden, apekoppen, hoeden, vuur en maskers zo vaak terug? Hebben die symbolen specifieke betekenis?Breytenbach bereidwillig: 'Het zijn spiegels, die voor ieder een ander verhaal vertellen. De individuele reactie hangt sterk samen met de culturele bagage. Wat heb je meegemaakt, wat heb je gelezen, gezien, gevoeld? Dat alles speelt mee in de beleving van een schilderij. Voor mij zijn mijn tekeningen en schilderijen vooral herinneringen.''Wat moet je van het land van herkomst weten om de beeldende kant van Breyten Breytenbach's werk te kunnen plaatsen?', vraagt Van Woerden zich af in Uit de eerste hand. Het antwoord van de schilder is kort. 'Niets. Het is niet van belang de beelden te begrijpen. Je moet ze ervaren.'DAT GELDT ook, zegt hij, voor zijn poëzie. 'Het schrijven van poëzie is geen intellectuele bezigheid, althans niet voor mij.' Breytenbach dicht zoals hij schildert: associatief, intuïtief, zoekend naar ritmen, structuren, klanken. Hij dicht woordweefsels, waarin het niet gaat, benadrukt hij, om de betekenis van de woorden:de maan is gevallen en de sterrenzijn gesnoten, vogels deftig in grijzefeesttooi uiten een haastige groet van zilverenolijf tot groene kurkeik. bij Don Ve cinokraait een bantammer onder de lege vijgeboom,wijd en veel verder naar het noor den, dicht bij de grens(Uit Landschappen)'Er is een prachtige uitspraak van Matisse, die voor mij grote betekenis heeft. Hij zei: ''Ik schilder tot dat de hand zingt.'' En soms werkt het zo, bij het schilderen en bij de poëzie. Als je de technieken beheerst, als je de horden van het bewust kiezen hebt genomen en niet meer denkt aan goede of foute beslissingen, dan kan de hand gaan zingen. En het allermooiste is als je in een schilderij of een gedicht kunt dansen.'Muziek is zijn voornaamste inspiratiebron. Hij wil wel toegeven dat het zijn grootste droom was musicus te worden. 'Alle schilders zijn gemankeerde musici. Met muziek bespeel je de toppen van het gevoel, bereik je de totale abstractie. Musici staan niet met de voeten op aarde, ze zweven ergens tussen de mensen en de engelen in. Maar ik kan geen muziek maken, helaas, dat talent ligt ver buiten mijn bereik. Ik laat me bij het schilderen en dichten wel altijd door muziek inspireren. Niet door disco en die moderne high-tech-kauwgommuziek, maar door klassieke muziek, jazz, pop, folk. . . dan zie ik me al met een Stetson op en sporen aan de laarzen door Texas stappen. En door Afrikaanse muziek natuurlijk. Dollar Brand, Youssou N'Dour, a cappella-zang, Senegalese drummers. Niets is beter om de fantasie te prikkelen.'Als hij naar zijn schilderijen kijkt weet hij precies waar hij ze gemaakt heeft en met welke muziek op de achtergrond. 'Muziek en de omgeving, het landschap, dringen in mijn werk door. Grijs en blauw, dat is Parijs. Geel en rood Spanje. Soms sluipen de invloeden er ongemerkt in. Een dame die aan de universiteit van Stellenbosch promoveert op een onderzoek naar de relatie tussen mijn poëzie en bepaalde muziek, wees mij op muzikale invloeden waarvan ik me zelf niet bewust was. Maar het klopte wel. Bepaalde gedichten waarin zij verwijzingen naar muziek van de Beatles ontwaarde, had ik inderdaad in mijn Beatles-periode geschreven. Soms weet je niet dat je andermans vondsten steelt. Ze zitten in je hoofd en je gebruikt ze.'Gevraagd naar de muzikale bron tijdens een kleine rondgang door de - op dat moment nog niet volledig ingerichte - expositie, hult Breytenbach zich in stilzwijgen. Het inrichten van zijn retrospectief ervaart hij als een pijnlijke exercitie.'Al die herinneringen, sommige uit de jaren zestig, ze geven je het gevoel oud te zijn. Ik vind het heerlijk oud te worden, maar die oude spiegels wil ik liever niet meer zien. Ze reflecteren vervlogen idealen, oude angsten, verschrompelde gevoelens. Het zijn grafstenen die ik het liefst zou vernietigen. Maar het is ook dubbel, want natuurlijk wil je je herinneringen niet echt verliezen.'Breyten Breytenbach, schilder, schrijver, dichter. Tot en met 26 november in de Verweyhal, Haarlem.Uit de eerste hand, Meulenhoff, ¿ 22,50. Na 16 november ¿ 29,50.Landschappen van onze tijd, vermaakt aan een beminde, Meulenhoff, ¿ 34,90.Denkend Vuur (essays), verschijnt in november, Meulenhoff, ¿ 39,90.