De cementrustiek van Meersel-Dreef

In 'het Lourdes van de Noorderkempen' branden dag en nacht kaarsen. Bij het Mariabeeld en bij pater Pio. Sinds eind negentiende eeuw kreeg het stuk bos tegenover het kapucijnerklooster van Meersel-Dreef steeds meer het uiterlijk van een beeldenpark....

Wanneer pater Luk (wereldse naam Frans Wouters) 's avonds uit zijn slaapkamerraam kijkt, ziet hij bij de Lourdesgrot altijd kaarsen branden. Noveenkaarsen, devotiekaarsjes. Zomer en winter. Herfst en lente.Ook hoort hij regelmatig laat op de avond autoportieren dichtklappen. 'Dan gaan ze even bij Maria zitten. De rust, de stilte, dat is aangenaam. En ik weet ook van mensen die om half zes 's morgens naar hun werk fietsen en iedere dag eventjes afstappen.'Het is zo stil in het Mariapark dat te horen is hoe de roestkleurige herfstbladen ritselend naar beneden komen. Al even roestkleurig is de Cedron die, zoals het een beek betaamt, kabbelend door het park meandert. Tussen de kalende beuken en eiken schemeren witte beelden, een fraaie Calvarieberg, staties, kapelletjes, en nog meer beelden, waaronder een metershoge van het Heilig Hart.Op een van de banken bij de Lourdesgrot zit een kapucijn in traditionele bruine pij met de kenmerkende puntige kap. Net als pater Luk, de gardiaan of overste, behoort hij tot het klooster aan de overzijde van de Dreef. De langgerekte straat bepaalt grotendeels het gezicht van Meersel-Dreef, een Belgisch oord tegen de Nederlandse grens. En vooral een Belgisch bedevaartsoord.'Het Lourdes van de Noorderkempen' noemen de kapucijnen hun Mariapark. Ze zijn nog met veertienen, 'of eigenlijk met dertienen omdat er eentje pastoor in Meer is'. Gezamenlijk onderhouden zij het park, de talloze beelden en hun eigen begraafplaats waar St. Franciscus de bezoekers met gespreide armen ontvangt. De kruizen staan strak in het gelid; de oudste dateert van 1947, de jongste van 1999.De laatste aanwinst van het park - ook Genadedal of Beeldentuin genoemd - is een bronzen beeld van pater Pio, een Italiaanse kapucijn die in mei 1999 door Rome zalig werd verklaard. Vijftig jaar droeg hij de stigmata van Christus in handen, voeten en zijde. Pater Luk: 'Niet vanwege die wonden is hij zalig verklaard, maar vanwege zijn levensopvatting en dienstbaarheid.' Pio is immens populair in eigen land - zijn graf in San Giovanni Rotondo trekt al meer bezoekers dan Lourdes - en vooral ook in België. Reden waarom de kapucijnen van Meersel-Dreef hem twee jaar terug toevoegden aan hun collectie.Pater Luk (31 jaar missionaris in Pakistan) wordt op zijn werkkamer omringd door meer dan honderd verschillende noveenkaarsen van pater Pio. Het mag duidelijk zijn: hij heeft iets met de Italiaanse monnik. Dus reisde hij persoonlijk 'met een confrater die heel goed Italiaanse kende' in een busje, geleend van een andere confrater, af naar San Giovanni Rotondo. In een plaatselijke winkel vonden ze een prachtig bronzen beeld, dat naar schatting 250 tot 300 kilo woog. 'Met vijf man moesten we het in het busje dragen.'Bij de Italiaans-Zwitserse grens opende een douanier de achterdeur en riep meteen luidkeels: 'Padre Pio, Padre Pio!' Onderweg ontdekte pater Luk dat het reservewiel ontbrak. 'Ik heb toen tegen Pio gezegd: 't is voor jou dat we hier zijn, ge moet maar zorgen dat we veilig thuis raken.'Bij de onthulling van het beeld op 2 mei 1999 waren duizend belangstellenden aanwezig. Pater Luk: 'Sindsdien heeft dat beeld gene dag en nacht zonder kaars gestaan.'Het begon in feite in de achttiende eeuw toen de kapucijnen aan de Dreef een klooster met kerk stichtten en tevens een park met volksdevoties. Die laatste overleefden de roerige tijden echter niet, evenmin als een later uit graszoden opgebouwde Lourdesgrot. De eigenlijke grondlegger van het huidige park is dan ook pater Jan-Baptist (Rutten), die eind 1894 als missionaris naar de Punjab in India vertrok. In de Middellandse Zee stak een storm op die dagenlang aanhield. De pater beloofde ter ere van Maria een Lourdesgrot te bouwen indien de opvarenden veilig aan land zouden komen. Zijn gebed werd verhoord, maar in de Punjab kwam van zijn belofte niets terecht. Daarom liet pater Jan-Baptist zijn oog op zijn geboortestreek vallen, op Meersel-Dreef waar hij al na vijf maanden, in mei 1895, terugkeerde.Geestdriftig sleepte de plaatselijke bevolking met paard en wagen aarde, stenen en rotsblokken aan zodat al in september 1895 - ondanks twee instortingen - de grot klaar was. Op 20 oktober volgde de inwijding door Monseigneur Pelckmans, bisschop van de Kapucijnenmissie in het Pakistaanse Lahore. De Gazet van Hoogstraten destijds: 'Wij overdrijven geenszins wanneer wij schrijven dat er meer dan tweeduizend personen, waaronder vele Nederlanders, deze plechtigheid bijwoonden.'Tussen 1896 en 1999 schoven steeds meer heiligen bij Maria en Bernadette aan. Ook kregen langs de bospaden twee kruiswegen, de Zeven Smarten en de vijftien mysteries van de Rozenkrans een plaats toegewezen. Het vaakst komt de wandelaar Franciscus van Assisi tegen, de stichter van de orde. In een grot op de Toscaanse berg La Verna ontvangt hij de kruiswonden van Christus, in een sierlijke koepel wordt hij tot leidsman van Margaretha Alacoque benoemd, als mozaïek houdt hij de heilige Clara gezelschap, op het kerkhof waakt hij over zijn overleden volgers.Antonius, Lidwina, Gertrudis, Godelieve, Theresia ('na mijn dood zal ik het rozen laten regenen'), Anna, Michael, de een prijkt vaak meer dan levensgroot in de open lucht, de ander schuilt in mini-formaat in een nis of kapelletje. Wit als gips zijn de meeste beelden, reden waarom in de gebedshuisjes geen kaarsen op het altaar mogen staan: 'Voorkom het zwartroken van het beeld.'Uit rotsblokken opgetrokken lijken grotten en ophogingen, van ruw (berken)hout getimmerd de welkomstgroet ('Ave Maria Ave') en het hekwerk bij de ingang. Visueel bedrog. Het is het werk van rotseerders, een beroep dat uitgestorven is. Het woord komt zelfs in de van Dale niet meer voor. Rotseerders hielpen met cement de natuur een handje of imiteerden die perfect: cementrustiek. Ware kunstenaars waren het zoals Michiel Geysels die in 1938 de 'houten' omheining in het Mariapark creërde. Van hoge kwaliteit is ook de (cementen) boomstam die door de bliksem getroffen is en waarop de heilige Donatus (patroon tegen onweer) in soldatentuniek heeft postgevat. De maker is onbekend, de boom levensecht.De grens tussen kunst en kitsch is in het Meerselse Mariapark ragfijn. Voor een cynicus zal er zelfs geen sprake zijn van kunst. Maar bedevaartgangers - en dat zijn er elke zondag vele - hebben zelden last van cynisme. En wie een uurtje door het Mariapark dwaalt, de stilte proeft en de geur van kaarsen opsnuift, wordt vanzelf bekeerd tot een hoge mate van lankmoedigheid. Zeker wanneer de kloosterklok luidt, wat gezien het tijdstip - twaalf uur 's middags - klinkt alsof het Angelus klept.