Een leerling schrijft op een digitaal schoolbord. Leraar kijkt toe.
Een leerling schrijft op een digitaal schoolbord. Leraar kijkt toe. © ANP

Is onderwijs op maat wel zo'n goed idee?

Weg met de schotten tussen vwo, havo en vmbo, vindt Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-Raad, en staatssecretaris Sander Dekker knikt er goedkeurend bij. Veel docenten zijn enthousiast. Dit plan zal dus wel doorgaan. Is het een goed idee?, vraagt Aleid Truijens zich af.

Ik zie een paar voordelen. Wij hebben hier in Nederland een meedogenloos systeem van vroege selectie. Als kinderen, 11, 12 jaar zijn is hun levenslot goeddeels beslist: zullen zij later behoren tot het bevoorrechte (rijkere, gezondere, gelukkiger) deel van de bevolking, of zullen ze altijd aan de onderkant van de samenleving blijven? De beslissing naar welk schooltype het kind gaat is er een met grote gevolgen, en die we leggen die helaas vrijwel geheel in handen van de juf of meester in groep 8. Stijgen op de onderwijsladder is in theorie mogelijk, maar in de praktijk moeilijk. Een kind past zich aan bij het gevraagde niveau, en vaak zit het op een school waar het hogere schooltype niet aanwezig is.

Onderwijs 'op maat' zoals Rosenmöller het noemt, waarbij je vakken kunt afsluiten op een verschillend niveau, kan gunstig zijn voor kinderen die te laag zijn ingeschat of in wie de leerkracht niet gelooft. Zij mogen laten zien wat zij wél kunnen, zonder meteen hun hele programma te verzwaren. Dat is mooi, het geeft hun meer kansen. Maar dan moeten vmbo-scholen wel havo-lessen kunnen aanbieden, en docenten op eerstegraads niveau hebben.

Onzin: goed onderwijs kan kinderen juist inspireren en opstuwen tot grotere prestaties, bij slecht onderwijs presteren ze ondermaats.

Ik houd niet van de term 'op maat'. Die verdoezelt het effect van het onderwijs zelf. Ze suggereert dat ieder mens een van god gegeven niveau heeft, een in lood geklonken 'maat'. Onzin: goed onderwijs kan kinderen juist inspireren en opstuwen tot grotere prestaties, bij slecht onderwijs presteren ze ondermaats. Ook Rosenmöllers bewering dat leerlingen nu zijn ingedeeld op het niveau van hun slechtste vak, vind ik retoriek. Nu kies je ook al een profiel dat aansluit bij je talenten, en je kunt nog voor je examen slagen met een vijf voor Nederlands, Engels of wiskunde, of een 4 voor een ander vak.

Voor leerlingen op het hoogste niveau zie ik vooral een glijbaan naar beneden. Zittenblijven bestaat in het nieuwe plan niet meer, dat is fijn voor leerlingen, vindt docent Jelmer Evers die bij de plannen is betrokken. Maar ik weet niet of dat zo fijn is. Wat is vervelender voor je rest van je leven: een keertje blijven zitten en daarna wel een gymnasiumdiploma halen, of afglijden naar havo-niveau zodra je even wat aanklooit op school, te veel blowt of verliefd bent? Ander voorbeeld: veel leerlingen halen nu de havo omdat hun school geen vmbo-afdeling heeft; ze krijgen dan nog één kans voor ze van school worden gestuurd. Straks kan dat niet meer. Je straft pubers dan wel heel hard af voor kleine ontsporingen.

Ik ben bang dat we, behalve de voordelen, ook de nadelen van het Angelsaksische systeem gaan importeren

Ik kan me ook voorstellen dat het 'op maat'-onderwijs een cosmetische ingreep zal zijn, en leerlingen in de praktijk weinig hebben aan de 'upgrading' van bepaalde vakken. Het slagen van dit plan hangt in hoge mate af van de houding van de hogescholen en universiteiten: welke eisen gaan zij stellen? Nu biedt een vwo-diploma nog enige garantie op een bepaald niveau. Nemen universiteiten straks studenten aan die alleen het te kiezen vak, bijvoorbeeld natuurkunde of economie, of enkele vakken, op vwo-niveau hebben afgesloten? Kun je geneeskunde studeren met Nederlands en Engels op havoniveau, en wil de beroepsgroep dat? Artsen moeten wetenschappelijke artikelen schrijven, aankomend artsen opleiden en presentaties houden  op academisch niveau.

Ik ben bang dat we, behalve de voordelen, ook de nadelen van het Angelsaksische systeem gaan importeren: enorme verschillen in niveau tussen opleidingen. Je krijgt dan ook hier 'universiteiten' die niks voorstellen, en elite-instituten  die - begrijpelijk - blijven eisen dat álle vakken op vwo-zijn, of  liever vwo-plus.

Dan is er nog het logistieke probleem: hoe krijg je dit roostertechnisch voor elkaar? De oplossing die Rosenmöller losjes uit zijn mouw schudt - werken met hoorcolleges of 'leerpleinen'- stemt mij niet hoopvol. Als ook deze onderwijsvernieuwing, net als die van het competentieleren, wéér inzet op minder persoonlijk contact met de docent, meer ict en minder uitwisseling de klas, dan is de leerling niet beter af. Maar het plan heeft mogelijkheden, en het is de moeite waard om er voorzichtig mee te experimenteren.