In het Engels haalt niemand zijn niveau

IJs & Weder

Het is een taal die de meeste hoogopgeleide Europeanen min of meer beheersen: congres-Engels. Een strikt functionele, kreukvrije, geurloze taal met een beperkte, basale woordenschat, aangevuld met vakjargon. Erg handig als je vaak presentaties houdt op internationale seminars, vakliteratuur bijhoudt of zaken doet in het buitenland. Nuttig voor academici. Maar eigenlijk is het een taaltje. Een ontbladerd Engels waar alle nuances, verfraaiing, dubbelzinnigheden en figuurlijke betekenissen zorgvuldig zijn uitgewied, want die zorgen maar voor verwarring. Toch is het dat taaltje dat volgens velen de voertaal moet zijn aan onze universiteiten.

Vier universitair docenten, Lucinda Dirven, Emilie van Opstall, Mieke Koenen en Piet Gerbrandy, geesteswetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit, vinden dat een zorgelijke ontwikkeling.