'Zorg dat westerlingen niets overkomt, dat is het credo in Nepal'

De 54-jarige Robert Zomerdijk uit Velsenbroek was al vijf dagen bezig met een trekkingtocht rond de Manaslu-berg in Nepal, toen alles begon te schudden. Hij en zijn groep bevonden zich op dat moment nog geen 20 kilometer van het epicentrum van de hevige aardbeving die het land verwoestte. Gisteren arriveerde hij weer in Nederland. 'Het was een verschrikkelijke ervaring.'

Een van de reddingshelikopters voor de groep van ZomerdijkBeeld Robert Zomerdijk

Op donderdag 16 april vertrok Zomerdijk naar Nepal. Op 20 april reed hij vanaf Kathmandu naar Arughat om vanaf daar te gaan lopen. Alles was tot in de puntjes verzorgd: 'We waren met een groep van negen Nederlanders en twintig Nepalezen die de tocht begeleidden. Er waren één Siddar - dat is een zeer ervaren Sherpa -, drie sherpa's, een kok met vijf hulpkoks en tien dragers voor tenten en bagage. Het is behoorlijke luxe.'

Vijf dagen lang verliep de reis voorspoedig, maar op het moment dat de groep in een klein gebouwtje in een nauw dal op ongeveer 1900 meter hoogte aan het lunchen was, begon de aardbeving: 'Het gebouw had een dak van plaatstaal, het gaf een enorm lawaai, het trilde alsof er een locomotief doorheen denderde.'

Op dat moment wist niemand wat er gebeurde: 'De Nepalezen hadden dit ook nog nooit meegemaakt, we zijn naar buiten gerend uit angst dat het gebouwtje zou instorten.' Buiten zag Zomerdijk op nog geen tachtig meter afstand een complete rotswand naar beneden komen. 'De aarde bewoog zeer heftig, stenen vlogen langs mij heen.'

Zomerdijk was bang dat de complete rotswand los zou komen, dus hij rende van de wand weg. Toen besefte hij dat het dal zo nauw was, dat er ook grote stenen vanaf de andere rotswand zijn kant op kwamen: 'Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had.'

Zomerdijk bij het tentenkamp, voordat de aardbeving plaatsvondBeeld Robert Zomerdijk

Doodsbenauwd

In eerste instantie besloot Zomerdijk zich samen met een aantal Nepalezen te verschuilen achter een boom: 'Ik vraag me nu af wat die boom had moeten tegenhouden. Het was doodeng, de stenen waren groot en kwamen met een hoge snelheid naar beneden.'

Kort daarna stopten de bevingen en besefte Zomerdijk dat hij het had overleefd. Nadat de groep weer samen was, bleek iedereen ongedeerd. 'Dat is echt een wonder. Een vergelijkbaar gebouw als waar wij in hadden gezeten bleek volledig ingestort, net als een poort waar de groep kort daarvoor onderdoor was gelopen.' Ook een groot stuk van het pad waar Zomerdijk net overheen was gelopen was weggezakt.

Sommige mensen uit de groep waren zo geschrokken dat ze nauwelijks konden lopen. Zomerdijk zelf bleef relatief rustig onder de situatie: 'Sommigen van ons waren doodsbenauwd, maar ik ben niet erg emotioneel. Dat is in het normale leven wel eens lastig, maar nu was het een voordeel.'

De groep was weer bij elkaar, maar een van de sherpa's was vooruitgelopen om het kamp voor de nacht voor te bereiden. Het was onduidelijk of hij het had overleefd.

Bekijk hier een trailer van een film van Margriet Jansen, over de Siddar waarmee Zomerdijk reisde: Nimba Tempa Sherpa

Satelliettelefoon

Na ongeveer een kwartier - 'mijn tijdsbesef was niet zo goed op dat moment, dus het kan ook eerder of later zijn geweest' - was er een nabeving. Om te schuilen tegen vallende stenen verschool Zomerdijk zich tegen een steile terraswand, waar hij ging liggen met een rugzak boven zijn hoofd: 'Omdat de meeste losse stenen al de berg af waren gevlogen, viel het aantal nu mee. De beving was ook minder heftig.'

Na ongeveer anderhalf uur gewacht te hebben achter een massieve rotswand - 'we gingen ervan uit dat die niet zou verschuiven bij een naschok', ging een van de sherpa's op zoek naar een veilige plaats. Een van Zomerdijks medereiziger was militair getraind en had al vijftien vergelijkbare tochten gemaakt, en ging mee. Ze vonden op een iets hoger gelegen punt een plek waar niets gebeurd leek te zijn. 'Er waren veel planten en de helling was glooiend, wat op andere punten naar beneden zou komen, zou hier smoren in de begroeiing.'

De groep kwam daar een Zwitserse familie tegen, die ook van plan was om daar te overnachten. Een van hun Sherpa's was geraakt door een steen en was lichtgewond. De familie had een satelliettelefoon bij zich. 'We hebben heel veel geluk gehad dat ze die nog had. Hun sherpa had de telefoon bij het vluchten achtergelaten - geef hem eens ongelijk, en de telefoon bleek tussen twee grote verzakkingen te liggen.'

Een van de tentenkampen, opgezet voordat de aardbeving begonBeeld Robert Zomerdijk
Het tentenkamp waar werd gewacht op de helikoptersBeeld Robert Zomerdijk

Evacuatie

Dankzij de telefoon kon worden overlegd met de reisorganisatie, en konden de reizigers aan het thuisfront laten weten dat ze veilig waren. De Nepalezen hadden geen idee hoe het met hun families was. 'We hebben nog niet van de organisatie gehoord hoe het met ze is. Ik maak me daar zorgen om, maar het duurt nog zeker een week voordat we iets horen.'

De leider van de groep achtte de situatie te onveilig om terug te gaan over het pad dat was afgelegd. 'Waarschijnlijk waren er veel aardverschuivingen geweest, waardoor het pad onbegaanbaar zou zijn.' Er werd in overleg met de reisorganisaties besloten dat de groep geëvacueerd moest worden met een helikopter, wanneer was op dat moment nog niet bekend. 'Je moet zorgen dat de Westerlingen niets overkomt, dat is het credo in de toeristenbusiness. Wij waren goed verzekerd, en anders hadden we het alsnog kunnen betalen. Een paar duizend euro had op dat moment niets uitgemaakt.'

De dagen dat de groep wachtte op de helikopters waren relatief comfortabel. 'We hadden zeker voor een week eten en er was ook drinkwater aanwezig, de leiding vanuit de berg werkte nog. En er was een complete crew aanwezig, natuurlijk.'

Op 27 april werden de Zwitsers en de gewonde drager geëvacueerd, de volgende dag werden de Nederlanders met twee helikopters terug naar Kathmandu gevlogen. 'In eerste instantie bleek de helikopter te klein, sommigen van ons waren zwaarder dan gemiddeld. Vanaf een wijdere plek lukte het alsnog.' Daar kwam Zomerdijk er via de piloot achter dat de vooruitgelopen sherpa ook ongedeerd was. 'Hij had uiteraard geen idee waar wij waren, en was een stuk teruggelopen, naar lager gelegen terrein.'

De helikopter bereikt het tentenkampBeeld Robert Zomerdijk

Terug naar huis

De helikoptervlucht was indrukwekkend. 'We zagen veel kleine dorpjes tussen onherbergzaam gebied die totaal waren ingestort. Veel huizen zijn van losgestapelde stenen gemaakt, alles moet per muilezel of drager worden aangevoerd, dus als er niet per se cement nodig is, dan worden huizen maar zonder cement gebouwd.'

Zomerdijk was betrokken bij een stichting die hielp bij de wederopbouw in Sri Lanka na de tsunamiramp. Volgens hem heeft Nepal nu veel geld nodig. 'Het land is straatarm en volledig verwoest.' Het gaat dan ook niet alleen om noodhulp, maar vooral om wederopbouw, meent hij: 'Ik had daar een bevoorrechte positie, maar mensen die in Nepal al weinig hadden, zijn nu alles kwijt. De schade loopt in de miljarden.'

Is Zomerdijk nu volledig afgekickt van de bergsport? 'Nee, zeker niet, en ook niet van Nepal. Dit najaar ga ik nog niet terug, het land zal tijd nodig hebben om te herstellen, volgend jaar misschien al wel.'

Beeld vanuit de helikopter van een tentenkam naast een een getroffen stad.Beeld Robert Zomerdijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden