de gids smalltalk in films en tv-series

Zomaar wat geklets in de ruimte? Niet in de film of op tv

Smalltalk vormt een belangrijke bouwsteen in films en tv-series. Scenarioschrijvers gebruiken gewone gesprekjes als manier om personages te introduceren, grip te krijgen op de absurditeit van het bestaan of om domweg de levenslust van de hoofdpersonen te schetsen. Vijf voorbeelden van de beste smalltalk in de film en op tv.

Quentin Tarantino, het complete oeuvre

We kunnen niet om Quentin Tarantino heen. Koning van de filmdialoog, keizer van het oeverloze geouwehoer. Zijn debuutfilm Reservoir Dogs (1992) opent met een stel zware jongens, in een restaurant. De camera draait om de tafel heen. Het gesprek gaat over Like a virgin van Madonna. Allereerste zin: ‘Let me tell you what ‘Like a virgin’ is about’. Uitgesproken door Mr. Brown, gespeeld door Tarantino zelf. Volgt een verrassend treffende analyse van het werk van ‘de vroege Madonna’, waarin diepe kennis van het oeuvre synchroon loopt met tarantinesk (dat woord werd op dat moment geboren) taalgebruik. En dan komt het:

Mr. Brown: It’s all about this cooze who’s a regular fuck machine, I’m talking morning, day, night, afternoon, dick, dick, dick, dick, dick, dick, dick, dick, dick.

Mr. Blue: How many dicks is that?

Mr. White: A lot.

En dan zijn we er nog niet. Het is tijd om de rekening te betalen en Mr. Pink weigert een fooi te geven. Volgt een dialoog over het geven van fooien (‘He don’t tip? What do you mean you don’t tip?’).

En dan pas lopen ze in slow motion richting hun auto (kom er maar in George Baker!). En meteen vanuit Little Green Bag zitten we in een adrenaline rondpompende scène in de naweeën van de mislukte overval, die de mannen aan het ontbijt hadden zitten plannen.

Bij Tarantino is de smalltalk altijd veel meer dan een staaltje verbale virtuositeit. Het is een slimme manier om personages te introduceren en een contrast in te bouwen met de onvermijdelijke explosies van geweld die er op gaan volgen. Het is zijn manier om te stellen dat het leven banaal is – en elk moment afgelopen kan zijn.

Bekendste voorbeeld uit het oeuvre van Tarantino is de scène met John Travolta en Samuel L. Jackson (Vincent en Jules) op weg naar een klus in Pulp Fiction (1994). Het gesprek gaat over preventief fouilleren in Amsterdam (waar Tarantino het script deels schreef), het decimale stelsel en de Europese McDonald’s. En dan komt die misschien wel bekendste filmdialoog uit de moderne filmgeschiedenis, waarin Jules tot zijn verbijstering hoort dat als je een Quarterpounder in Parijs bestelt je het over een ‘Royale with Cheese’ hebt.

Jules: Royale with Cheese. What’d they call a Big Mac?

Vincent: Big Mac’s a Big Mac, but they call it Le Big Mac.’

Ook in Pulp Fiction is het gefilosofeer over fastfood – van twee mannen op weg naar hun werk – de aanloop naar een geweldsexplosie – want dat is toevallig hun werk –, aangekondigd met een galmend Bijbelcitaat (‘And I will strike down upon thee with great vengeance and furious anger!’).

Clerks (1994)

In hetzelfde jaar (1994) als Pulp Fiction kwam de low-lowbudgetfilm Clerks van Kevin Smith uit, een film over twee medewerkers van een winkeltje, die zich de hele dag stierlijk vervelen (‘This job would be great, if it wasn’t for the fucking customers’) en eindeloos filosoferen (groot woord) over films, vooral de Star Wars-reeks. In een van de bekendste scènes vragen Dante en Randal zich af wat de arbeidsverhoudingen aan boord van de Death Star zijn. Een scène die weer vooruitloopt op de klassieke sketch van de Britse comedian Eddie Izzard over de Death Star Canteen, waarin Darth Vader een penne all’Arrabbiata probeert te bestellen.

Smoke (1995)

Was het allemaal de schuld van Tarantino? In ieder geval kwam een jaar na Pulp Fiction de film Smoke uit (naar een scenario van romanschrijver Paul Auster), waarin Harvey Keitel een sigarettenwinkel heeft en de dagen gevuld worden met een stroom klanten die allemaal even komen roken en een overpeinzing van de winkelier meekrijgen: ‘If it happens it happens. If it doesn’t it doesn’t. You understand what I’m sayin’? You never know what’s gonna happen next. And the moment you think you do, that’s the moment you don’t know a goddamn thing. This is what we call a paradox. Are ya following me?’ 

(Sterk verwant: Coffee and cigarettes van Jim Jarmusch, uit 2003, maar een compilatie van geïmproviseerde scènes die hij al in de jaren negentig begon vast te leggen: It’s just... funny, don’t yah think, that when you can’t afford something, it’s like ‘really expensive’ but then when you can afford it, it’s like, free? It’s kinda backwards, don’t yah think?)

Seinfeld (1989-1998)

De meeste scènes in Seinfeld, een van de populairste Amerikaanse comedyseries van de jaren negentig spelen zich in de keuken van stand-upcomedian Jerry af – of in een diner waar een assortiment vrienden elkaar treffen. Als Jerry en vriend George bedenken dat er misschien wel een comedyserie in hun leven zit pitchen ze de serie als ‘a show about nothing’, een show over niets. En terwijl ze hun tijd aan het verdoen zijn en tevergeefs proberen greep op het leven te krijgen, maken ze monumentale kwesties van de meest banale zaken. Of andersom. We zouden alles van George Costanza kunnen noemen, maar we houden het bij zijn profetische: ‘It’s not a lie if you believe it.

Debiteuren Crediteuren (1995 – 1998)

Als er een Nederlandse serie te vergelijken is met de impact die Seinfeld in de VS had, dan zijn het de twee seizoenen van Debiteuren Crediteuren van Jiskefet, die nu al weer meer dan twintig jaar oud zijn – en nog is het taalgebruik van Jos, Edgar, Storm en Juffrouw Jannie niet helemaal weggesleten uit het leven in de kantoortuin. Van het ‘Toedeledoki!’ waarmee afscheid wordt genomen van de voedzame dingen in de broodtrommel tot en met de traditionele ochtendgroet die in drie varianten kwam: ‘Goeie ’s morgens!’ (Edgar en Juffrouw Jannie), ‘Goedemorgen deze morgen!’ (Jos) en natuurlijk ‘Goedemorgen, heren van het goede leven!’ (Storm). In de late jaren negentig dreigde deze parodie op het kantoorleven het echte kantoorleven te vervangen, een moment van zeldzame meta-smalltalk. In elke aflevering richt Edgar (Kees Prins) een monumentje op voor de slecht vertelde anekdote, een van de bouwstenen van het kantoorleven.

We duiken in het fenomeen van de smalltalk: gekeuvel over koetjes en kalfjes. Want het gewone praatje verdwijnt langzaam maar zeker uit ons leven: smartphones, zelfscankassa’s en die eeuwige oortjes staan gesprekken van mens tot mens in de weg. En daardoor ligt het verlies van sociale vermogens op de loer, vrezen deskundigen.

Weg dus met die telefoon en oortjes uit: tijd om weer met elkaar in gesprek te gaan. Maar hoe moet dat? Een stoomcursus smalltalk.

Sommige mensen moeten voor hun werk veel smalltalken. Hoe belangrijk zijn die praatjes voor ze? En wat doen ze als het gesprek stroef verloopt? We vroegen het aan een aantal ervaringsdeskundigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden