Bericht uit Rome

Zo verjaag je meeuwen in Rome

Bericht uit Italië. Problemen bestaan voor zover je ze kunt zien. 

Een meeuw op het Forum Romanum. In de stad heeft de vuilniscrisis een meeuwenplaag met zich meegebracht. Beeld Hollandse Hoogte

Nooit wist ik wat haat betekende, tot het gekke Romeinse meeuwenvrouwtje mijn leven kwam binnenschuifelen.

Ze zag er precies uit zoals u zich een gek Romeins meeuwenvrouwtje voorstelt: kromme rug, knokige handen en ogen die schichtig alle kanten op flitsten omdat ze, ondanks de beschutting van de avondschemer, als de dood was betrapt te worden. Bij haar klassieke verschijning hoorden verder: een boodschappentrolley vol vis en boven haar hoofd een zwerm gemuteerde zeemeeuwen.

U denkt: die correspondent van ons overdrijft, maar zelfs in The New York Times stond recent een artikel over de Romeinse meeuwenplaag, bestaande uit tienduizenden vogels die vanwege de vuilniscrisis zo copieus kunnen schranzen dat ze inmiddels dubbel zo groot zijn als hun neefjes en nichtjes aan zee. En omdat het Romeinen zijn, zijn ze bovendien dubbel zo onbeschoft. Toen Paus Franciscus deze zomer een aantal vredesduiven losliet, werden de witte beestjes binnen een paar minuten aan stukken gereten door precies dezelfde meeuwen die dankzij het gekke Romeinse meeuwenvrouwtje nu voor mijn huis bivakkeerden.

Van de ene op de andere dag kwam ze rond etenstijd aanstiefelen om pal onder ons huis stukjes vis rond te strooien. En omdat ze dit ritueel iedere avond herhaalde, veranderde ons huizenblok binnen een paar weken tijd tot vaste uitvalsbasis van die hele dekselse meeuwenbende. Opeens ging het iedere ochtend en iedere avond van: gkààà-gkàà-ghàà kwyok-kwyok-kwyok.

Ik werd langzaam zuur van het gekwetter – zo iemand die vanaf zijn balkon schreeuwt of het wat zachter kan. De herrie overstemde onze etentjes met vrienden en iedere ochtend werden we wakker door het geklepper van die gemuteerde spitsboeven. Tijdens slapeloze uurtjes begon ik te fantaseren over katapulten, waarbij ik nog twijfelde of ik ze moest inzetten tegen de meeuwen, of tegen het gekke Romeinse meeuwenvrouwtje.

Gelukkig waren onze buren constructiever: zij spraken het gekke vrouwtje daadwerkelijk aan. Hun gesprek ging als volgt:

‘Hou daarmee op. Wij kunnen niet meer slapen.’

‘Nee, want ik wil deze meeuwen voederen.’

‘Oké, maar doe het dan op het plein verderop, zodat wij er geen last van hebben.’

‘Oké.’

Een ridicule oplossing, dacht ik, want op het plein verderop woont vast ook een verliefd stelletje dat ’s avonds hele andere dingen wil doen dan fantaseren over katapulten.

Maar toen later die week vicepremier Matteo Salvini uitlegde waarom hij de Italiaanse havens voortaan hermetisch zou afsluiten voor bootmigranten – ‘vaar overal heen waar je wilt, zolang je Italië maar overslaat’, zei hij – pas toen begreep ik dat het helemaal geen ridicule oplossing betrof, maar een typisch Italiaanse. Problemen bestaan hier alleen als ze zich afspelen in je gezichtsveld.

Hoofdschuddend ging ik naar bed…

…om een paar uur later opeens wakker te schrikken: er was iets vreemds aan de hand. Ik hoorde geen geklepper, geen gefladder en geen: gkààà-gkàà-ghàà kwyok-kwyok-kwyok. Ik hoorde alleen een zalig niets.

Heel even dacht ik aan dat verliefde stelletje van het plein verderop, en aan de havens in Spanje waar de bootmigranten nu aanmeren. Maar voor het schuldgevoel kon nestelen, viel ik alweer in slaap. Een heerlijke, zorgeloze, Italiaanse slaap waarbij alle problemen zich elders afspelen. En sowieso morgen pas – domani.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.