De Gids Opruimchallenge

Zo organiseer je je huishouden slim volgens een opruimcoach

Beeld Colourbox

Opruimcoach Ingeborg Koot helpt hoarders en andere probleemgevallen hun rommelige huishouden weer op orde te krijgen. Zo ver is het bij Volkskrant-redacteur Heleen van Lier nog niet. Maar omdat ze met man, peuter en baby op 75 m2 woont, begint het behoorlijk dicht te slibben. Coach Koot helpt haar op weg. Compleet met stappenplan voor als u zelf aan de slag wilt. 

Een intense drang om de hele nacht door op te ruimen overvalt me. De opruimcoach komt langs, en het voelt toch als een inspectie. Als een examen waar ik jammerlijk voor zal falen, want overal in het kleine Amsterdamse appartement dat ik met man, peuter en baby bewoon staan spullen. Objecten die mij door de verrommeling meer onrust brengen dan vreugd, maar waar ik desondanks moeilijk afstand van kan nemen.

Ingeborg Koot pakt een aanrechtstapel aan. Beeld Heleen van Lier

Gelukkig is Ingeborg Koot, de frisse dame die de volgende ochtend op de stoep staat, allesbehalve een strenge juf die vingerwijzend rondstapt. Ze begrijpt ook wel dat er overal speelgoed en babyspullen liggen – ze heeft zelf ook drie kinderen grootgebracht. En ze is wel wat gewend. Haar klandizie bestaat voor 40 procent uit mensen die een opruimcoach zijn toegewezen vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, en door psychische problemen bijvoorbeeld zijn gaan hoarden. De overige 60 procent zijn veelal hoogopgeleide mensen, die vaak door een gebeurtenis – zoals het sterven van een partner of de geboorte van een kind – een achterstand in het huishouden hebben opgelopen en zelf de rommel niet meer kunnen wegwerken.

Ergernissen

Oké, ik ben dus niet de hardnekkigste sloddervos uit Koots klantenbestand, maar ik ben wel benieuwd of ze voor mij verbeterpunten ziet en die dagelijkse ergernissen over stapeltjes post op het aanrecht, een uitpuilende kledingkast en rommelige huisgenoten kan wegnemen. Koot begint haar sessie altijd met een intake en een kijkronde door het huis. Zonder te oordelen, en zelfs hier en daar een compliment uit te delen hoe we met ons ruimtegebrek omgaan. ‘Wauw jullie hebben hier zelfs nog een kinderwagen ingeparkeerd’, zegt ze over ons volgepropte opberghok, waar wasmachine en droger op elkaar zijn gestapeld om plek te maken voor die enorme kar.

Ook de ordners met administratie krijgen vanwege hun duidelijke labeling een compliment. ‘Maar die bankafschriften uit 2013 kunnen echt wel weg, dan maak je ruimte voor die ordner die er nu bovenop ligt’, zegt ze terwijl ze en passant een zilvervisje dooddrukt dat zich veilig waande tussen de stof happende paperassen. Mijn gehengel naar oordelen pareert ze meermaals met: ‘in hoeverre heb je er zelf last van?’ En ja, dan snapt ze ook wel dat die open kast in de slaapkamer – waar onder andere de scheve ordner in geparkeerd staat – ergernis oplevert. ‘Als het eerste dat je ’s ochtends ziet een rommelige kast is, geeft dat visuele onrust.’ Ze adviseert om te investeren in een dichte kast of bijvoorbeeld grotere bewaarbakken die beter bij de kast passen, om meer rust in de slaapkamer te creëren.

Het rommelige huis van uw verslaggever. Beeld Heleen van Lier

Kledinghangers

Bij mijn kledingkast aangekomen word ik sceptisch. Ik ken ook wel de befaamde tip: als je het een jaar niet hebt gedragen moet je het weggooien. Koot adviseert om het haakje van het kledinghangertje om te draaien als je een gedragen item weer terughangt, zo zie je makkelijk welke dingen je echt draagt. Maar om ook daadwerkelijk items die ik niet vaak draag weg te gooien is een tweede, want dat extravagante jurkje is misschien nog eens leuk voor een bruiloft en die nette colbertjes draag ik nu niet op mijn werk maar je weet nooit wat de toekomst brengt. Ik lijd volgens Koot aan het ‘what if’-syndroom. ‘Dat zie ik ook vaak bij mensen die nogal eens wisselen in gewicht. Ze hopen dat ze er ooit weer in passen. Maar mocht je ooit je oude gewicht weer bereiken, ga je het dan echt weer dragen? Ik adviseer die mensen om echte toppers te bewaren, uit het zicht, in bijvoorbeeld een wenskoffer op zolder. Het geeft alleen maar frustratie om er tegenaan te blijven kijken.’

‘Ik ga bij mezelf te rade. Mocht ik weer eens een nette gelegenheid hebben, zijn die colbertjes dan nog wel mijn smaak? ‘Eruit met die dingen’, concluderen we. Koot: ‘Heel misschien krijg je over een paar jaar spijt, maar dan zijn die jaren van overzicht in je kast ook veel waard geweest.’ Bovendien is het volgens Koot veel makkelijker om te beslissen wat je aan wilt trekken als je beter overzicht hebt. ‘Bijt door de zure appel heen, neem je verlies en gooi het in de kledingbak van het goede doel’.

Na de inspectieronde gaan we concreet aan de slag. We beginnen met een groot punt van ergernis: de stapeltjes op het kookeiland. ‘Het belangrijkst is dat alle spullen een duidelijke eigen plek hebben’, zegt Koot. ‘Dat ruimt veel makkelijker op.’ Die eigen plek moet bij voorkeur thematisch zijn, dus kerstspullen bij kerstspullen en alle administratie bij elkaar in een map’. Koot: ‘Soms is het even zoeken naar een categorie waarin iets valt, maar in de praktijk valt er altijd wel een naam voor te verzinnen.’ Spullen die je vaak nodig hebt leg je binnen handbereik, spullen die je minder vaak nodig hebt gaan in een kastje en spullen die je zelden nodig hebt gaan met een duidelijk label in een opbergdoos. ‘Op deze manier wordt je huishouden een overdraagbaar systeem, dat anderen ook kunnen oppakken’, zegt Koot.

De Volkskrant Opruim Challenge

We hebben een speciale verzamelpagina gemaakt waar we alle relevante stukken over opruimen en schoonmaken verzamelen: www.volkskrant.nl/opruimchallenge. Elke dag geven we ook een mini-challenge. Schoonmaaktips, wijsheden of vragen kun je kwijt in deze Facebookgroep.

Vaste plek

Ik pak de consultatiebureauboekjes van de kinderen van het aanrecht. ‘Wat is hiervan de vaste plek?’, vraagt Koot. Eerlijk gezegd blijven ze vaak een maand in de luiertas zitten, waarna ze een tijdje op het aanrecht liggen en dan vaak ergens in de boekenkast belanden. Ik zet ze in een tijdschriftenhouder in de kast en besluit dat dat nu echt de vaste plek wordt. ‘En weet je man dat ook?’, vraagt Koot. Ze adviseert om er een sticker op te plakken. We gaan verder, een bonnetje gaat in de bonnetjesbak, Een geboortekaartje dat ik met opzet op het aanrecht laat liggen om niet te vergeten verdwijnt in de door Koot gemaakte administratiemap, in de submap: actie. ‘Eens per week kun je ervoor gaan zitten om alles af te handelen. Nu heb je dat kaartje waarschijnlijk al vijf keer in je handen gehad en gedacht ‘oh ja, ik moet niet vergeten een kaartje terug te sturen’, dat is heel vermoeiend.’ Dat kan ik beamen, hoewel dat actie-mapje wekelijks bijhouden me nou ook niet meteen heel vrolijk stemt.

Er verdwijnt van alles in de prullenbak, na de vraag: ‘waarom bewaar je dat eigenlijk?’ Er vliegen tien auto’s in de grote speelgoedlade. Als ik geneigd ben meteen alle auto’s te verzamelen in een bak, zegt Koot beslist: ‘Nee, blijf bij het plan: eerst het aanrecht leeg. Als je opruimactiviteiten niet afrondt, komt er achterstand. Zo ontstaan stapels.’

Gelukt, de stapel is weggewerkt. Beeld Heleen van Lier

Gelukt, het aanrecht is superstrak. Maar hoe houd ik het zo? Want dat is met een huishouden van professionele rommelmakers nog de grootste uitdaging. ‘Dat werkt alleen als je het huishouden als een bedrijf ziet, waarin je zaken procesmatig aanpakt’, zegt Koot. ‘Dat klinkt inderdaad ellendig’, zegt ze als ze me ineen ziet krimpen, ‘maar dat gaat uiteindelijk vanzelf’. Spreek bijvoorbeeld af dat jij de verantwoordelijkheid voor de was hebt, maar alleen wast wat er in de wasmand zit. Dan zorgt iedereen echt wel dat zijn sokken in de wasmand zitten.’ Volgens Koot kun je zelfs een driejarige aanleren zijn beker in de vaatwasser te zetten. ‘Maar dan moet die wel volgens een vast ritme iedere avond aangezet worden, en iedere ochtend uitgeruimd’. Dat is alvast het nieuwe streven. Nu die driejarige nog zo ver krijgen.

ZO PAK JE HET ZELF AAN: 

Loop een inspectieronde in je huis: waar voel ik mij niet prettig bij, waar heb ik het meeste last van, waar wil ik iets mee?

Creëer visuele rust door dingen weg te gooien. Gooi bijvoorbeeld kleding weg die je een jaar niet hebt gebruikt. Als je hier moeite mee hebt, denk dan in levensfases die je afsluit. Denk niet: ‘wat als’. De kans dat je het ooit nog gebruikt is klein, en het plezier van de extra ruimte is groter dan eventuele spijt.

Hang een kledingstuk dat je hebt gedragen terug met het hangertje achterstevoren, zo zie je aan de omgedraaide hangertjes welke kledingstukken zijn gedragen en welke niet.

Zet van alle houdbare etenswaren maar één item in je voorraadkast. Hang hierbij een boodschappenlijstje - degene die iets uit de voorraadkast pakt, zet het meteen op het lijstje.

Als je voorraadkast te vol is, leg jezelf een koopverbod op en kook dan een tijdje vanuit de voorraadkast om ruimte te maken.

Weggooien gaat vaak makkelijker als je iemand anders er blij mee maakt. Ingeborg Koot heeft een overzicht van wat je waar kunt doneren. ‘Pak wel door’, waarschuwt ze, ‘en ga niet eindeloos met spullen lopen dralen’.

Rond opruimactiviteiten af. Een was is pas afgerond als de kleding opgevouwen in de kast zit, een vaat is gedaan als de borden schoon in de kast staan. Er komt achterstand als je het niet afrondt en zo ontstaan stapels.

Als er achterstanden (stapels) ontstaan: Pak het plek voor plek aan. Dus als je een rekening van de poststapel in een map stopt, ga dan niet de map aanpakken voordat je de stapel helemaal hebt weggewerkt

Maak je huishouden een overdraagbaar systeem waarin ook anderen zich kunnen redden. Dus vind voor alles zijn duidelijke plek, categoriseer die plekken en label ze.

Maak een lijst van de verdeling van huishoudelijke taken en zet erbij wiens verantwoordelijkheid het is. Koot heeft op haar site een voorbeeldoverzicht met huishoudelijke taken (pdf). Zie hier een voorbeeldlijstje met taken je aan je kind kunt uitbesteden.

Pak de vaste taken procesmatig aan: iedere avond vaatwasser inruimen, iedere ochtend uitruimen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden