De perfecte Trap

Zo ontwerp je de perfecte trap voor een ruimte

Hans van Heeswijk is architect, met speciale aandacht voor transformatie van bestaande gebouwen. Hij weet hoe een trap de ruimte beïnvloedt.

Architect Hans van Heeswijk. Beeld Frank Ruiter

‘Een trap is een belangrijk, vaak onderschat bouwdeel. Hij geeft in grote mate de kwaliteit van een gebouw aan. Ook in alle musea die we hebben gerealiseerd, hebben we veel aandacht besteed aan de trap: het Mauritshuis, het Van Gogh Museum, Hermitage Amsterdam, Museum MORE. Omdat we die musea een internationale en tijdloze kwaliteit willen meegeven.

‘Hoe de perfecte trap eruit ziet, hangt van het gebouw af. In het Van Gogh Museum is het een uitbundige, grote, royale trap geworden, als een waterval van licht midden in de ruimte, die vormt daar echt het pièce de résistance. Bij mij thuis heb ik twee iele, lichte, simpele stalen trapjes, die midden in de ruimte hangen. Die zo min mogelijk het zicht blokkeren, waardoor de ruimte om die trappen heen zoveel mogelijk doorloopt. In Nederlandse woningen heeft de trap vaak een plek langs een muur. In een hoekje, waar hij zo weinig mogelijk plaats inneemt. Dat vind ik altijd een gemiste kans. Een trap kan een gebouw juist twee keer zo groot laten lijken als het in werkelijkheid is. Je moet het niet te hokkerig maken.

‘In de Hermitage stonden in elke hoek kleine en donkere betonnen spiltrappen. Die dateerden nog van de restauratie van begin jaren 70. Ze waren prima voor een verzorgingstehuis, maar niet voor een museum van internationale allure. Dus die hebben we vervangen door grote, royale trappen van staal en glas. Als witte lichthoven, met bovenin daklichten, waardoor je op de begane grond door de trappen heen veel daglicht ziet. Ik wilde dat ze de oriëntatie van de bezoekers zouden ondersteunen.

‘Een trap is een belangrijk hulpmiddel voor de route architecturale in een gebouw. Als het goed is, zie je bij binnenkomst direct waar de trap is. Daardoor begrijp je hoe het gebouw in elkaar zit, waar de overgangen naar de verdiepingen zijn. Je krijgt daardoor een gevoel van controle over je omgeving; je voelt je op je gemak en krijgt in je hoofd ruimte om te ontspannen en daardoor meer van het gebouw te genieten.

‘Staal en glas zijn de dankbaarste materialen om een trap in te ontwerpen. En dan leef ik me graag uit in alle details. In het vangen van daglicht. In het uitzicht naar verschillende kanten. Bij een stalen trap is altijd de ambitie: probeer al het laswerk uit het zicht te krijgen. Probeer de schroefjes er mooi in te verwerken. Zorg dat de trap eruit ziet als een mooi gemaakt meubel dat zojuist is geplaatst.

‘Functionaliteit is belangrijker dan schoonheid. Een gebouw is geen vrije beeldende kunst; het is op zijn best goed ontworpen vakmanschap, bouwnijverheid. Als je een trap verkeerd ontwerpt, blokkeert hij de ruimte en maakt hij het gebouw onbedoeld klein. Je moet juist zorgen dat een trap de ruimtes verbindt. Je moet hem niet zien als een bouwkundig onderdeel, maar als een groot meubel, dat liefst vrij in de ruimte staat, zodat je die niet blokkeert, of in tweeën deelt. En hij moet een mooie, precieze afwerking krijgen. Daarmee laat je zien wat je kunt, als ontwerper.’

Hans van Heeswijk (1952) is architect. Hij studeerde bij Herman Hertzberger en werkte bij Aldo van Eyck. In 1985 begon hij een eigen architectenbureau, dat onder meer verbouwingen op zijn naam heeft staan van grote musea, zoals Hermitage Amsterdam, het Mauritshuis en het Van Gogh Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden