De Gids Buiten Kijken

Zo onderhoud je een wilde tuin, een ‘gecontroleerd’ wilde tuin

De tuin van mevrouw Schoute. Foto Jaap Scheeren

De tuin van Susan Schoute (70) en Hans van den Brink (80) in Bloemendaal.

U zit hier zeker wel vaak?

‘Nee, nooit. Deze voortuin is echt een kijktuin voor het publiek. Maar hij geeft me wel veel plezier, want dit is het deel van de tuin waar de meeste bloemen bloeien. 23 jaar geleden verhuisden we uit Haarlem, de kinderen waren de deur uit, het huis werd te groot. Mijn man hockeyde in Overveen, zo vonden we deze plek. Het was een erf met een schuur, tenminste, in 1840. Een vriendin hielp me met het eerste beplantingsplan. Maar dat was ná mijn gevecht. Ik dacht: ik ga hier geen plant inzetten voordat het zevenblad eruit is.’

Muurtjes
‘Uit nood geboren. Door de verbouwing hielden we zo veel bouwgrond over dat er een deel in de tuin terecht is gekomen: zo zijn de verhoogde delen met de muurtjes eromheen ontstaan.’

Appels
‘Ze zijn wel eetbaar, de appels van het boompje tegen de gevel, maar niet echt lekker. Meer voor de halsbandparkieten.’

Avondkoekoeksbloem
‘Een enorme woekeraar, maar alleen aan één kant van de tuin. Ach, ik hou wel van een beetje ongestructureerd.’

Hoe noemt u het resultaat?

‘Ik denk dat de meeste mensen het cottage style zouden noemen. Mijn moeder is Engels, altijd bezig met de tuin. Clematis, vrouwenmantel, lavendel en rozen, die had ze ook. Maar verder is alles zo’n beetje organisch ontstaan. De verbena doet het heel goed, die komt overal op, maar wat het minder doet, onthoud ik nooit; die koop ik gewoon niet meer. Kijk hier, die paarse: wilde ridderspoor, zomaar aan komen waaien. Dat vind ik leuk.’

Een wilde tuin.

‘Een gecontroleerde wilde tuin, dat is het. De ene plant groeit te hard, de andere wil je juist koesteren; ze allemaal onder controle houden is het meeste werk. Gemiddeld staan we een uur of acht per week in de tuin, maar in het voorjaar langer. Ik begrijp wel dat jonge mensen er niet aan beginnen. Na de opentuinendag ben ik een beetje door mijn rug gegaan. Laat maar even groeien, denk ik nu. Als ik het opnieuw kon doen zouden we misschien een minder bewerkelijke voortuin hebben gekozen. Nu ik ouder word, maak ik me daar wel zorgen over. Maar als ik hoor dat buurtbewoners elke keer blij worden als ze langslopen, dan weet ik weer waar ik het voor doe. Ik realiseer me heel goed hoe bevoorrecht we zijn.’

Besproei nooit de rozen
‘Het blijft lastig, mooie rozen. Maar sinds we ze van onderaf water geven met een irrigatiesysteem in plaats van ze van bovenaf te besproeien, doen ze het veel beter.’

Kneus de wortels
‘Als je bij nieuwe plantjes de wortels een beetje kneust vóór je ze in de grond zet, stimuleert dat de andere wortels om harder te werken. Niet echt kapot maken, een beetje erin knijpen is voldoende. Shit, ik moet harder mijn best doen, denkt de rest dan. Daarna zet je ze goed diep in de grond en druk je de aarde eromheen stevig aan.’

Spuit Glassex
‘Het blad van een oleander wordt soms geel. Dan moet je er Glassex opspuiten, vertelde iemand – nou, een wonder. Ja, het klinkt raar, maar mijn oleander doet het er goed mee.’

Behandel de vijver als een septic tank
‘Eén keer per jaar doen we een onderhoudstablet voor septic tanks in de vijvers, zo’n Franse: Eparcyl. ‘Honderd procent minéral’, staat erop. Het houdt de vijvers helder én de kikkers en salamanders in leven.’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.