de gids digitale hygiëne

Zijn we verslaafd en dommer geworden door het internet? Of juist creatiever en zelfbewuster?

Hoe houden we ons staande in de enorme overload aan informatie die het internet ons biedt? Vier auteurs leggen uit hoe we ons perfide online gedrag kunnen aanpassen. Clive Thompson heeft een verfrissend tegengeluid: ‘We zeggen al 250 jaar dat de nieuwe generatie dommer is dan de vorige. Dat accepteer ik gewoon niet.’

Beeld Noël Loozen

Wie de digitale wereld ontvlucht in een ouderwetse boekwinkel, vindt in de kast met boeken over technologie vooral werken over hoe we aan al dat geswipe, geklik en gelike ten onder gaan. De eindeloze keten van hyperlinks op internet is slecht voor onze concentratie, sociale media zorgen ervoor dat we ons geïsoleerd en depressief voelen en dankzij de smartphone liggen we ‘s avonds in bed nog onze werkmail te checken. Volgens allerlei experts lijden we massaal aan nieuwetijdsziekten als infobesitas, FOMO (fear of missing out) en nomofobie (de angst om zonder telefoon te zitten). 

Is er nog een uitweg? Drie schrijvers van doemwerken en één auteur van een minder pessimistisch boek over internetmedia vertellen hoe we ons staande kunnen houden in de moderne tijd. Plus drie manieren waarop je moderne technologie juist kunt inzetten om je techverslaving aan banden te leggen.

‘Internet had mijn hersenen veranderd’

De Amerikaanse schrijver Nicholas Carr was een computerfreak, die in 1986 een van de eerste pc’s van Apple had gekocht en uren op internet doorbracht. Tot hij merkte dat het hem steeds meer moeite kostte een tekst van enige lengte te lezen, laat staan een boek. ‘Mijn geest gedroeg zich alsof ik achter de computer zat. Hij wilde niet meer lineair van pagina naar pagina, hij wilde rondspringen, een stukje lezen, dan e-mail checken, dan even naar het nieuws kijken, dan weer een stukje lezen over een heel ander onderwerp. Toen legde ik het verband: internet had mijn hersenen veranderd.’

Tien jaar geleden schreef hij er al een stuk over in The Atlantic Monthly onder de titel Is Google Making Us Stupid?  Het antwoord laat zich raden. In 2010 verscheen zijn bestseller The Shallows - What the Internet Is Doing to Our Brains, een hartstochtelijk pleidooi voor slow reading. Zet af en toe je computer uit en lees een boek, bij voorkeur een moeilijk boek. ‘Door internet kun je heel snel informatie verzamelen die je ook kunt uitwisselen met anderen. Dat is waardevol’, zegt Carr. Maar: ‘Als je alleen bezig bent met het verzamelen en uitwisselen van informatie, bereik je nooit een dieper niveau, waarop informatie wordt omgezet in kennis en wijsheid.’ Mensen denken dat ze goed kunnen multitasken, vervolgt hij, ‘maar uit elk onderzoek blijkt: hoe meer taken je tegelijk uitvoert, hoe meer informatie je mist of verkeerd interpreteert.’

De oplossing is bedriegend simpel: minder schermtijd. Hoe moeilijk dat is, weet hij zelf maar al te goed. Toen de Volkskrant hem destijds sprak, had hij nog geen iPad en geen smartphone, ‘uit zelfbescherming’. ‘Ik vind het nog steeds een worsteling. Ik ben wel weggebleven van Twitter en Facebook. Juist de sociale netwerken leiden je af, omdat ze je voortdurend voeden met kleine stukjes informatie. Ze zijn het verleidelijkst.’ Voor Twitter is hij inmiddels gezwicht, maar aan zijn sporadische tweets te zien lukt het hem aardig maat te houden. 

Afkomen van je smartphonestress met een meditatie-app

Zet je smartphone in om af te komen van je smartphonestress met een van de vele meditatie-apps. Die zijn weliswaar ook verslavend, maar wel met zengarantie. Lees hier over het succes van mindfulness op je telefoon.

Sociale media als digitale drugs: ‘De feed van Facebook, Twitter en Instagram stopt nooit’

Bijna de helft van de bevolking heeft een internetverslaving, stelt Adam Alter, sociaal psycholoog en ervaringsdeskundige. En dat is niet zo gek: internettechnologie is namelijk ontworpen om je verslaafd te maken. Alter schreef er het boek Irresistible over, in het Nederlands vertaald als Superverslavendbedoeld als wake-upcall. ‘Ik denk dat er iets mis is met onze cultuur dat we toestaan dat techniek ons leven binnendringt op de manier waarop het nu doet.’

De verantwoordelijkheid legt hij bij techbedrijven, die allerlei psychologische trucs inzetten om ons aan hun producten gekluisterd te houden. Bij sociale media is het vooral de onvoorspelbaarheid die een grote rol speelt bij het succes. ‘Mensen houden van feedback, van positieve feedback, maar die moet niet voorspelbaar worden’, legt Alter uit. ‘We gaan fanatieker op zoek naar feedback als we niet weten of we die krijgen. En het sociale aspect is, uiteraard, van belang. Een reactie voelt als sociale erkenning.’ Wat ook niet helpt, is dat je eindeloos door tijdlijnen kunt blijven scrollen. ‘De feed van Facebook, Twitter en Instagram stopt nooit, je bereikt nooit de bodem. De mens stopt niet makkelijk uit zichzelf. En er zijn geen stopregels meer, die aangeven waar je kunt ophouden.’

De techindustrie moet aan banden gelegd worden, bepleit de psycholoog, zoals dat ook met de tabaksindustrie is gebeurd. Er komt een tijd, gelooft Alter, dat we telefoons in restaurants en cafés onacceptabel vinden. Precies zoals we dat van sigaretten zijn gaan vinden. Maar tot die tijd kun je ook jezelf regels opleggen. ‘Spreek met jezelf af dat er een periode van de dag is, zeg tussen 5 uur ‘s middags en zeven uur ‘s avonds, dat er geen tech is, geen schermen zijn. Dus die telefoon gaat een la in, de iPad erbij, de tv gaat uit, je speelt met je kinderen, je hebt een gesprek met je naasten, leest een boek, gaat de natuur in.’

Nooit meer afgeleid: drie manieren om technologie aan banden te leggen – met technologie

Confronteren
Met de functie ‘schermtijd’ in instellingen is sinds kort te zien hoeveel tijd je op je iPhone doorbrengt en op welke apps. Voor Android-toestellen is er QualityTime van Google. Dat kan de harde confrontatie zijn die je nodig hebt: technologie liegt niet. Op je pc kun je hetzelfde doen met browserextensies als Webtime Tracker (Chrome) en Mind the Time (Firefox).

Concentreren
Met de vriendelijk ogende app SPACE kun je je smartphonegebruik aan banden leggen door doelen te stellen voor jezelf, je vooruitgang te volgen en zelfs met vrienden de competitie om de minste schermtijd aan te gaan. De app Forest laat je een boompje planten dat gedurende een bepaalde periode groeit, maar jammerlijk sterft als je toch voortijdig aan je telefoon zit.

Blokkeren
Voor de echte verslaafden zijn er ook nog minder vrijblijvende opties: met een programma als Cold Turkey (te downloaden voor Windows en Mac) kun je websites die je te veel afleiden voor bepaalde tijd laten blokkeren. De extensies Self Control en Stay Focusd (Chrome) en LeechBlock (Firefox) doen hetzelfde. De browserapp Newsfeed Eradicator vervangt je sociale media-tijdlijnen door een motiverende quote. Op de smartphone kun je, als je na het verwijderen van de Facebook- en Instagramapps jezelf erop betrapt die sites toch te bezoeken via de browser, met hetzelfde doel de app Feedless installeren.

‘Concentratie werkt als doping voor het brein’

Je hebt je smartphone altijd bij de hand en werkt geregeld over. Weg ermee, zegt wiskundige Cal Newport, die het boek Diep werk schreef over het belang van concentratie. Hij noemt het de grote contradictie in onze werkeconomie: technologische trends die ons werk uit handen zouden moeten nemen, hebben voor meer afleiding gezorgd. ‘We zijn minder productief dan tien, vijftien jaar geleden en we werken meer uren. Dat klopt niet.’

Volgens hem komt dat doordat de werkdag van een gemiddelde kenniswerker grotendeels bestaat uit communiceren. We vergaderen, verplaatsen informatie via e-mail en telefoon en noemen dat werk, maar terwijl we denken dat we handig aan het multitasken zijn, blijft het échte werk liggen. Het is dan ook een mythe dat we meerdere dingen tegelijk kunnen, meent Newport. ‘Multitasken bestaat niet. Als je denkt dat je multitaskt, schakel je met je aandacht heen en weer tussen verschillende taken. Telkens als je wegkijkt, naar je inbox of je telefoon, maak je een klein uitstapje uit je concentratiezone en dat zorgt voor wat neurowetenschappers 'attention residu' noemen. Bij elke schakeling blijft als het ware een beetje aandacht bij de vorige taak hangen. Het schijnt dat je zelfs meerdere IQ-punten verliest door deze manier van werken.’ 

Als je daarentegen langere tijd onafgebroken werkt, geef je je brein de mogelijkheid te focussen naar volle potentie. En dat is enorm bevredigend. ‘Concentratie werkt bijna als doping voor het brein. Ik kan me letterlijk high voelen van het genot om met volle aandacht te werken. Je werkt lekkerder, beter en je produceert meer, dat is zeer bevredigend.’

Zelf werkt Newport elke dag van half negen tot maximaal half zes. Vaak is hij om vier uur klaar. Op mails reageert hij niet of traag, hij is slecht bereikbaar, sociale media gebruikt hij niet en hij zet zijn mobiele telefoon ‘s avonds uit. ‘Ik kan het iedereen aanraden. Ik denk dat ons brein niet gelukkiger wordt van al die aandachtsversnippering. Surf niet, doe je sociale media weg. Het went.’

Leren concentreren

In zijn boek Diep werk breekt Cal Newport een lans voor onafgebroken geconcentreerd breinwerk en legt uit hoe je dat bereikt.

Stap één: oefen met dode tijd. Dus niet zodra je niets te doen hebt als een geconditioneerd labdier naar dat mobieltje grijpen om klik, toets, scroll even te appen, snappen, liken, posten of lurken. Niet tijdens een rustpauze in je werk snel nog even wat mail wegwerken en tevreden zijn met je eigen efficiëntie.

Stap twee: laat de leegte toe. Het brein zal op dwaaltocht gaan - dat heeft het nodig om op andere momenten in diepe concentratie te kunnen verzinken.

Stap drie: kies aaneengesloten dagdelen waarin ruimte bestaat voor volledige concentratie en toewijding aan een zelfgekozen taak. Schrijven, denken, lezen, timmeren of schaken - het is eigenlijk om het even, maar als het je werk is waarop je je toelegt, is dat natuurlijk wel zo handig. Concentratie maakt ons behalve tevredener en gelukkiger namelijk ook productiever.

‘Mensen zijn juist creatiever en zelfbewuster geworden, spreken zich meer uit’

‘Er is te veel doemdenkerij en te weinig aandacht voor het plezier en de geneugten van de nieuwe technologie’, reageert journalist Clive Thompson op al dat pessimisme over de moderne tijd. Hij is juist lovend over de nieuwe media en vindt dat we wel wat sceptischer mogen zijn over onze eigen scepsis. ‘We zeggen al 250 jaar dat de nieuwe generatie dommer is dan de vorige. Dat accepteer ik gewoon niet. Ik zie andere dingen: mensen zijn creatiever, zelfbewuster, spreken zich meer uit.’

Aan de plank met boeken over hoe mensen stom en narcistisch worden van nieuwe technologie, voegde hij zijn eigen boek toe: Smarter Than You Think: How Technology is Changing Our Minds for the Better (in het Nederlands vertaald als We worden steeds slimmer). Het is een optimistisch tegengeluid over hoe internet, sociale media en de smartphone ons helpen en, ja, dat vindt hij echt, intelligenter maken.

Hij ziet mensen deelnemen aan online debatten die anders nooit een letter zouden schrijven, hij ziet nieuwe uitdrukkingsvormen ontstaan, met foto’s, filmpjes, spotprenten. ‘Al die communicatie en updates helpen je jezelf uit te drukken. Zeker voor rare mensen is het heel prettig dat ze andere rare mensen leren kennen die om dezelfde rare dingen geven. Internet heeft voor veel mensen het sociale isolement verkleind, het heeft tot een geweldige bloei van subculturele fenomenen geleid. Ik zit in een discussiegroep van mensen die gitaarpedalen bouwen. Dat is toch geweldig, dat ik met iemand in Buenos Aires over gitaarpedalen kan praten?’

Maar wordt het met die overdaad aan informatie niet alleen steeds moeilijker om dingen te onthouden, maar ook om ze online terug te vinden? ‘Daar moet de technologie bij helpen. Apps die je elke dag vertellen wat je precies een jaar geleden deed, door in mail en foto's te zoeken. Zo kun je je geheugen helpen. Je leeft intenser.’

Toch neemt ook hij nu en dan afstand van een beeldscherm. ‘Je moet het onder controle houden’, zegt hij. ‘Ik zit niet op Facebook, dat kost te veel tijd. Op vrijdag ga ik offline, om op maandag weer online te gaan. Dan kan ik weer vers denken. Ik schrijf met pen en papier, dan denk ik anders dan wanneer ik achter een computer zit. Het gaat om de variatie, om diversiteit van technologieën.’

Op digitale detox

De meeste vakantiebestemmingen adverteren nog met een kosteloze en uitstekende wifi-dekking, maar het tij lijkt te keren. Volkskrantverslaggever Ianthe Sahadat legde zichzelf een digitale pauze op en ging op stilteretraite in Wapserveen, inclusief ingeleverd mobieltje. ‘Een paar seconden lang voelt het alsof ik al mijn vrienden en het contact met de wereld weggeef. Een gênante observatie.’

Ook journalist en fotograaf Maike Jeuken ging een weekend ‘digitaal detoxen’ met haar zeven (stief)kinderen op een wifiloze boerderij, om hen een lesje vermaak zónder schermpjes te leren. ‘Met z’n allen een spelletje doen is écht leuk. De kinderen bleken het prima te doen zonder stekkertjes en snoertjes.

Geïnspireerd? Kunstenaar Jacqueline Hassink zocht de laatste plekken op de planeet waar je geen mobiel bereik hebt. Goed nieuws voor smartphoneverslaafden die willen detoxen: het zijn er meer dan je denkt.

Beeld Rhonald Blommestijn

OKTOBER OPRUIM CHALLENGE

Iedereen wil het, zelden lukt het: georganiseerd leven. De hele maand oktober gaat de Volkskrant je helpen orde op zaken te stellen. Of het nu gaat om het uitmesten van je koelkast of het slimmer organiseren van je mailbox. Ook de rommella en je financiën moeten eraan geloven.

In de online special vind je iedere dag inspirerende verhalen en tips van experts en ervaringsdeskundigen. Eveneens geven we dagelijks een minichallenge mee, van het opruimen van de sokkenmand tot het verwijderen van apps op je telefoon. In onze Facebookgroep kun je bovendien je ervaringen delen en tips lezen van andere deelnemers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.