ReportageKinderslaapcoach

Zijn kinderslaapcoaches hét redmiddel voor wanhopige ouders?

Beeld Claudie de Cleen

Slaapcoaches die beloven slecht slapende kinderen aan een goede nachtrust te helpen, zijn in opkomst. Is dat dé oplossing voor uitgeputte jonge ouders?

‘Ik wil gewoon ons leven terug’, verzucht Suzanne (39) halverwege het gesprek. ‘Dat klinkt misschien zwaar, maar ik wil vooral dat zij er niet meer onder lijdt.’ Die ‘zij’ is haar dochter en het leed is de slapeloosheid die het jonge gezin in een wurggreep houdt. Want sinds haar geboorte, nu drieënhalf jaar geleden, kampt Suzannes eerstgeborene met ernstige slaapproblemen. Zelfstandig in slaap vallen verloopt zelden zonder weerstand en ’s nachts meldt haar kind zich herhaaldelijk aan het ouderlijk bed – klaarwakker en onrustig. En die korte, gebroken nachten resulteren weer in slaap-, werk, en gezondheidsproblemen bij Suzanne en haar man Kelvin (43). Suzanne: ‘Een gemiddelde nacht bestaat uit vijf tot zes uur slaap, met één tot zes onderbrekingen.’

De zogenoemde slaapschuld heeft zich in de afgelopen jaren langzaam opgestapeld en bleef niet zonder gevolgen. Suzanne kwam een jaar in de ziektewet te zitten en bij Kelvin op de werkvloer was er steeds minder begrip voor zijn aftakelende concentratie. De oververmoeidheid heeft hun sociale kring bovendien kleiner gemaakt. ‘Ik ben kribbiger geworden’, zegt Suzanne. ‘Afspreken met vriendinnen doe ik sporadisch, omdat ik de energie niet heb.’

Een medische oorzaak voor de slaapproblemen van hun dochter is nooit gevonden. Reden voor het stel om hulp te zoeken buiten de reguliere hulpverlening. Alternatieve therapieën als osteopathie werkten maar tijdelijk. Nu doen Suzanne en Kelvin een beroep op wat zij zien als hun laatste redmiddel: de kinderslaapcoach. Na een traject van drie weken zouden de slaapproblemen verholpen moeten zijn. Of het werkt, moet Suzanne nog maar bezien. ‘Mijn man is enthousiast, ik koester vooral wanhopige hoop.’

Suzanne en Kelvin zijn lang niet de enige radeloze ouders die een kinderslaapcoach inschakelen. Veel vrouwen – vaak zelf moeders die slaapproblemen bij hun kind hebben ervaren – laten zich opleiden tot slaapcoach. Sommige slaapcoaches hebben er in de afgelopen jaren zoveel klanten bij gekregen, dat ze hun praktijk hebben moeten uitbreiden met meer coaches.

Wat verklaart de populariteit van kinderslaapcoaches? En waarom kunnen ouders het niet meer zelf af?

Eén ding is duidelijk: ook na de beruchte eerste zes maanden, waarin baby’s nog geen dag- en nachtritme kennen, zijn slaapproblemen bij kinderen geen marginaal verschijnsel. Volgens het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) ervaart één op de tien ouders in Nederland de slaap van hun kind als een hardnekkig probleem. Voor de kinderen kan dat op latere leeftijd vervelende consequenties hebben. Uit een meta-analyse van 22 onderzoeken, met in totaal 1.935 kinderen, blijkt namelijk dat de kans op gedragsproblemen toeneemt wanneer in het eerste levensjaar sprake is van aanhoudend huilen of moeizaam slaapgedrag.

Een wetenschappelijk onderbouwde verklaring voor de toegenomen behoefte aan kinderslaapcoaches bestaat niet, zegt Maartje Luijk, pedagoog en universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Je kunt er alleen naar gissen. Het kan zijn dat ouders het moeizame slaapgedrag van hun kind als een groter probleem ervaren wanneer ze allebei werken, wat nu vaker voorkomt in onze samenleving.’

Beeld Claudie de Cleen

Volgens Luijk zijn zorgen over het slaapgedrag van kinderen in ieder geval niet nieuw. Zij ziet die als een cultuurgebonden verschijnsel. ‘Een vaste, vroege kinderbedtijd is bijvoorbeeld heel Nederlands en Duits. In andere culturen zie je dat kinderen later naar bed gaan. Ook ideeën over samen in bed slapen kunnen erg verschillen. In sommige landen vinden ze het belachelijk dat kinderen überhaupt een eigen kamer hebben.’

Vindt Luijk de opmars van kinderslaapcoaches wenselijk? ‘Ik ken de opleidingsachtergrond niet van mensen die zich kinderslaapcoach noemen. Het is geen beschermde titel, dus er is geen landelijke registratie of kwaliteitscontrole. Maar ik ga ervan uit dat het belang van kinderen en ouders voorop staat.’

Ewelina de Groot (35), sinds vorig jaar mei werkzaam als kinderslaapcoach bij de Utrechtse praktijk Eindelijk Slapen, is begeleider van het gezin van Suzanne en Kelvin. Ze volgde een drie maanden durend deels online opleidingsprogramma voor baby’s en kinderen tussen de 6 maanden en 6 jaar. De opleidingsonderdelen zijn onder meer het coachen van drie gezinnen op pro-bonobasis, twee examens en het volgen van onlinecolleges van deskundigen uit verschillende disciplines, zoals kinderartsen, psychologen en gezinstherapeuten. Sinds de opening van haar praktijk heeft De Groot zeker vijftig gezinnen geholpen, zegt ze.

De Groot, die eerder sociologie studeerde, volgde het ‘Gentle Sleep Coach’-programma van Kim West uit de Verenigde Staten. In haar thuisland geniet ‘The Sleep Lady’, zoals West zichzelf noemt, inmiddels de status van beroemdheid met meer dan 150 duizend verkochte boeken en interviews op CNN en bij Dr. Phil. Haar geheim? West propageert een ‘sensitieve’ manier om kinderen zelfstandig te leren slapen, een methode waarbij ouders hun kind niet alleen en langdurig laten huilen.

Ze had eerder willen lezen over deze aanpak, zegt De Groot, die vijf jaar geleden zelf slaapproblemen ervoer met haar eerste kind. ‘Ik ging naar het consultatiebureau, maar ze adviseerden me het probleem aan te pakken volgens de ‘ongemodificeerde uitdoving’. Dat wil zeggen: je baby net zo lang laten huilen totdat hij zelfstandig in slaap valt.’

De Groot is niet de enige ouder die dit advies meekreeg: de methode is opgenomen in de Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. Naast de ‘ongemodificeerde uitdoving’ adviseert de richtlijn ook ‘graduele uitdoving’, waarbij de ouders om de zoveel minuten bij het huilende kind komen kijken. Andere oplossingen die de richtlijn aanreikt zijn ‘uitdoving in aanwezigheid van ouders’ of een geleidelijke aanpassing van de bedtijd.

Veel te ouderwets, vindt De Groot. ‘Alleen al van het kille woord ‘uitdoving’ krijg ik de kriebels. Vroeger was dat misschien nog de norm, maar de ouders van nu willen dat niet meer. Dat wil niet zeggen dat ze slappelingen zijn. Ze luisteren slechts naar hun intuïtie, want het voelt onnatuurlijk om je kind te laten huilen.’

‘Er is bewijs dat gemodificeerde uitdoving de snelste manier is om kinderen aan te leren om zelfstandig te slapen’, zegt Maartje Luijk. ‘Maar het is ook de moeilijkste en de meest stressvolle vorm voor ouders. Uit onderzoeken blijkt bovendien dat de slaapduur van deze kinderen slechts met een kwartier tot een half uur per nacht toeneemt. Je kunt je afvragen of dat winst is.’

Beeld Claudie de Cleen

Om die reden vindt Luijk de richtlijn te beperkt. Er bestaan meer manieren, zegt ze, die soms ook veel milder zijn. ‘Uit alle literatuur over de hechtingstheorie blijkt dat een veilige hechtingsrelatie zich het beste kan ontwikkelen als de ouder ziet wat het kind nodig heeft, bijvoorbeeld wanneer het angstig is, en daar vervolgens tijdig en goed op reageert. Bij veilige hechting gebruiken kinderen de ouder als veilige basis. De interactie tussen ouder en kind vormt zich vooral in het eerste levensjaar en is een blauwdruk voor hoe het kind zich later ontwikkelt. Kinderen met een veilige hechtingsrelatie doen het bijvoorbeeld beter op school en onderhouden betere sociale relaties.’

Suzanne en Kelvin hebben ook nooit iets gevoeld voor de ongemodificeerde uitdoving. Hun dochter zichzelf in slaap laten huilen voelde niet goed. Maar bij Suzanne moet je niet aankomen met de opmerking dat ze de situatie dan maar moeten accepteren en dat slapeloze nachten er nu eenmaal bij horen. Pisnijdig kan ze ervan worden, zegt ze. ‘Bij ons duurt dit al drieënhalf jaar. Onze dochter lijdt eronder en ik ben een jaar arbeidsongeschikt geweest. Sommige slaapproblemen zijn van een andere orde.’

Wat de situatie onnodig zwaarder maakt, aldus Suzanne, is dat zij en haar man op onbegrip stuiten wanneer ze hier open over spreken. ‘Ouders die toegeven dat hun kind na een jaar nog niet doorslaapt, wordt een gevoel van falen aangepraat. Ik heb ook lang getwijfeld of het misschien aan mij lag. Totdat ik twee jaar geleden van een zoontje beviel die eveneens slaapproblemen had, maar na anderhalf jaar uiteindelijk wél doorsliep. Veel ouders bagatelliseren de slaapproblemen thuis of spelen mooi weer. Dat is zo schadelijk. Het is een taboe geworden.’

Jill Ooms (24) en Tim Claassen (31) uit Breda hebben net een traject afgerond bij Ewelina de Groot en zweren bij de hulp van een kinderslaapcoach. ‘Van ouders wordt verwacht dat zij het beste weten wat goed is voor hun kind’, zegt Tim. ‘Of mensen zeiden: gewoon laten huilen. Maar dat kreeg ik echt niet over mijn hart. Tegenwoordig heb je ook andere middelen, weet ik nu.’

Jill en Tim besloten De Groot in te schakelen toen ze na tien maanden vol slapeloze nachten de wanhoop nabij waren. Jill begon door uitputting fouten te maken tijdens haar werk als administratief medewerker. Simpele ontspanning zoals ’s avonds met zijn tweeën op de bank liggen was een wensgedachte geworden. Tim dacht aanvankelijk niet dat een slaapcoach zou werken. ‘Ik geloofde nooit in dit soort dingen. Ik dacht: alsof mijn dochter opeens gaat slapen als ik even iemand betaal. Maar zo ging het niet.’ Jill: ‘Het was een intensief traject waarin we ons kind volgens vaste routines naar bed brachten. Ook haar slaap- en voedingspatronen overdag hielden we in de gaten, omdat die ook van invloed kunnen zijn op de slaaprust. Na zeven dagen sliep ze al zelfstandig.’

Jill en Tim raden het liefst alle worstelende ouders een kinderslaapcoach aan. Maar niet iedereen kan zich een coach veroorloven – en bij zorgverzekeraars komt een dergelijk traject niet in aanmerking voor vergoeding. Toch zijn er al hulpverleners die werken met slaapproblematiek, zegt Maartje Luijk. ‘Er zijn bijvoorbeeld ‘Infant Mental Health’-specialisten die een opleiding hebben gevolgd om naar de ontwikkeling van het kind en de relatie tussen ouder en kind te kijken. Ze proberen te achterhalen wat de oorzaken zijn van het slechte slapen. Ze komen desnoods ’s avonds bij je thuis kijken om te zien wat er gebeurt als het kind naar bed gaat en maken daarop een plan met het gezin. Maar kennelijk is die route onbekend voor jeugdgezondheidszorg en ouders. Bovendien is de Infant Mental Health nog een jong vakgebied: het hangt van de regio af hoeveel specialisten er zijn.’

Een andere, ingrijpendere optie binnen de reguliere zorg is de huilpoli. Hier kunnen ouders terecht met onrustige of overmatig huilende baby’s jonger dan 6 maanden. Baby’s worden dan drie tot vijf dagen ter observatie opgenomen en medisch doorgelicht. Maar of opname op een huilpoli effectief is, zegt Luijk, is nog onduidelijk. ‘Ouders kunnen bijtanken tijdens de opname van hun kind, maar moeten er daarna thuis weer zelf voor zorgen. Als dat vervolgens moeizaam gaat, kan dat extra frustrerend zijn.’

Beeld Claudie de Cleen

Een medische oorzaak wordt bovendien zelden gevonden: uit onderzoek blijkt dat de onrust rondom bedtijd en voeding in 95 procent van de gevallen wordt veroorzaakt door te veel prikkels en een verstoorde routine.

Voor de dochter van Suzanne en Kelvin geldt eveneens dat ze temperamentvoller is en gevoeliger voor prikkels dan een gemiddeld kind. Ze ontwaakte al bij het minste geluid en had moeite met de overgang van dag naar nacht en andersom. Dat werd pas duidelijk toen ze een slaapcoach inschakelden, zegt Suzanne vijf weken na het begin van het coachingstraject. Volgens Suzanne was het geen makkelijk proces, maar is er wel eindelijk progressie. ‘In de eerste weken was het steeds één stap vooruit en twee stappen achteruit. In het begin kost het enorm veel tijd en energie. Maar ze heeft al een paar nachten doorgeslapen. En als ze zich ’s nachts meldt, dan doet ze dat nog maar één keer.’

Suzanne en Kelvin leerden naar eigen zeggen hoe ze hun kind met vaste routines kunnen helpen om alle prikkels van de dag los te laten en de overgang naar de nacht te maken. ‘Bovendien hebben we haar kunnen helpen ervaren dat haar bedje een fijne plek is.’ Zo hielp een speciale wekker met een slaaptrainerfunctie. Wanneer het nog geen tijd is om uit bed te gaan, brandt er een rood lichtje. Zo weet ze dat ze zich dan nog niet moet melden bij haar ouders en, als het lukt, nog even kan doorslapen. De wekker biedt hun dochter houvast, zegt Suzanne, en wordt door haar inmiddels beschouwd als een vriendje. ‘De wekker viel een paar keer uit, dan was er meteen paniek. Maar over het algemeen is ze erg trots op zichzelf en lacht ze ineens meer. Alsof er iets van haar af is gevallen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden