De Gids Burn-out

Zeven ‘fouten’ die je maakt in de aanloop naar een burn-out

Een burn-out is keihard vallen, opkrabbelen, struikelen en steeds beter leren lopen. Echte fouten kun je niet maken. Toch heeft journalist en schrijver Maaike Helmer wel dingen gedaan waar ze anderen graag voor zou behoeden. Hier een aantal belangrijke punten.

Maaike Helmer van het online magazine Stressed Out Beeld Petra-wendy Wink

1. De signalen negeren

In de aanloop naar mijn burn-out werd ik de koningin van de ontkenning. God, wat was ik er goed in om signalen te negeren. Terwijl ze toch met de dag minder subtiel werden. Het begon met een terugkerend ‘griepje’ en de vatbaarheid voor elk virus dat maar in de lucht hing. Kokhalzend van pure vermoeidheid begon ik steeds vaker mijn dag. Dat kwam vast door de tijd van het jaar, hield ik mezelf voor. Als bezwering tegen de lichamelijke malaise kocht ik de vitamine-afdeling van de lokale Etos leeg en was ik permanent te spotten met een of ander ‘sapje, zeewiertje of superfoodje’. Dat moest toch wel helpen? Dat ik mijn fiets regelmatig ergens vergat, met gootsteenontstopper uit de supermarkt kwam terwijl ik erheen ging voor aardappelen. Ik weet het aan mijn aangeboren warrige aard. Voor elk voorval had ik een bijpassende verklaring: het weer, de verbouwing van de buren, het was van alles, maar aan mij lag het niet. Gestrest? Ik? Nee hoor. Viel wel mee. Een ‘ja’ kon ik me niet veroorloven, het zou mijn plannen en deadlines in de war sturen. Plannen en deadlines die ik steeds harder vastgreep, terwijl ze vloeibaarder werden in mijn vingers. Langzaam verloor ik de vat op mijn leven. Toch kwam de klap onverwacht, toen ik letterlijk en figuurlijk omviel.

2. Vooral doorgaan

Voor het zover kwam dat ik op de badkamervloer lag te huilen van ellende, ben ik nog erg lang doorgegaan met werken, sporten, afspreken met vrienden en netwerkachtige dingen. Behalve met een fijne geliefde zijn, want de enige plek waar ik mezelf toestond om in te storten, was thuis, buiten het zicht van vrienden, familie en collega’s. Mijn partner moest het in die tijd behoorlijk ontgelden. Als ik eenmaal de voordeur achter me had gesloten, kwam alle opgebouwde spanning eruit. Ik was één grote wandelende, oververmoeide donderwolk. Met geweld deed ik de koelkast open, met een knal gooide ik hem dicht. Niks kon meer normaal. Ik was kortaf, geïrriteerd en apathisch. Slapen lukte me niet. Dan maar werken. Doorgaan. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik, middenin de nacht, mijn laptop openklapte. Ik moest nog een artikel afmaken, wilde wat cases zoeken voor een productie van een collega en een eindredactieklus afronden. Beter deed ik dat vannacht, dan had ik morgen minder stress, redeneerde ik. De reden dat ik graag extra werk op me nam, was dat ik graag een vast contract wilde bij het inmiddels noodlijdende tijdschrift waar ik werkte. Dat dat nooit zou gebeuren, wist ik ergens wel, maar ik hoopte dat door hard werken de uitgeverij mijn waarde zou zien en me niet zou laten gaan. Ik bemoeide me, ongevraagd, arrogant en volstrekt misplaatst, met zoveel mogelijk collega’s en allerhande kantoorzaken die, in mijn ogen, anders, beter of meer gestructureerd konden. Uit angst en controledwang, weet ik nu. Alle stress moest uit mijn buurt blijven, liefst nog de wereld uit!

Middernachtelijke irritatie van mijn vriend (tegenwoordig mijn man) kon rekenen op een tirade van mijn kant. Hij begreep niets van wat ik meemaakte, redeneerde ik. Mijn nachtelijke werkpartijen begon ik normaal te vinden. Net zoals hardop brainstormen met mezelf onder de douche of tijdens een dagje samen eropuit invalshoeken voor artikelen noteren in mijn telefoon.

3. Zelfmedicatie toepassen

Hoe dichter ik mijn burn-out naderde, hoe meer ik me ging verlaten op zelfmedicatie. Dat werkte namelijk, op de korte termijn dan. Ik nam vijf koppen koffie nog voor ik de deur uit was, om me wakker te houden na weer een nacht werken of doelloos piekeren. Extra veel suiker, om me tussen de bedrijven door op te peppen. En aan het eind van de dag, als mijn hoofd niet meer wilde stilstaan, dronk ik een paar grote glazen wijn om me weer een beetje relaxed te krijgen. Hyper van alle cafeïne, suiker en stress ging ik naar bed, om de volgende ochtend katerig wakker te worden van de extra wijn. Waarna ik de dag weer begon met een sloot aan koffie. En opnieuw. En opnieuw. En uiteindelijk kwam de klap. Ik kon níets meer.

4. Tijdens de burn-out: daar een deadline op zetten

Zo’n burn-out. Kun je daar niet van bekomen door een paar weken rustig aan te doen? Ik hoopte dat enorm. Ik wilde het liefst weten wanneer ik weer fulltime aan de bak kon. Niet weten, dat maakte me wanhopig. Dat was dan ook meteen mijn eerste vraag bij de psycholoog waar ik hulp zocht: wanneer is dit klaar? Ze keek me meewarig aan. Langzaam werd me duidelijk dat juist deze harde houding naar mezelf, dit mezelf-als-machine-gaan-zien, me in haar praktijkruimte had gebracht. Ik moest leren om minder een wandelend hoofd te worden. Een haptonoom hielp me daarbij. Tijdens zijn behandelingen lag ik op een tafel en werd ik bijvoorbeeld gemasseerd. Iets wat ik maar vreemd vond, maar wat me met de neus op de feiten duwde: ik was naast een hoofd ook nog een lichaam. Sterker nog: dat was één. Dat had ik nooit eerder zo ervaren. De oorzaak van mijn burn-out, daarmee ging ik aan de slag bij de psycholoog. Het was niet het harde werken geweest, het was het waarom. In mijn geval had een pestverleden ervoor gezorgd dat ik door roeien en ruiten ging om mijn eigenwaarde te ‘verdienen’. Dat had me uiteindelijk gesloopt. Ik moest leren om zachter voor mezelf te zijn. Op mijn burn-out kon ik geen strakke deadline zetten, ik moest herstellen en dat had tijd nodig.

5. Te snel beginnen met re-integreren

‘Het werkt het beste als je echt snel weer op kantoor komt’, zei de re-integratie adviseur met vriendelijke, maar strenge stem. Ik lag nachten wakker van die boodschap, want alleen al de lieve telefoontjes van mijn baas met de vraag hoe het met me ging, joegen me de stuipen op het lijf. Mijn re-integreerproces ging snel, te snel, achteraf gezien. Met paniekaanvallen zat ik achter mijn bureau, terwijl ik feitelijk gezien nog geen enkele werkverplichting had. Als collega’s me wilden aanspreken, dook ik weg. Doodsbang dat ze me zouden vragen hoe het met me ging, want als ik ergens geen antwoord op had, was het die vraag. Op het kantoortoilet duwde ik drie keer per dag mijn hoofd tussen mijn benen om maar niet flauw te vallen. Ik ben ervan overtuigd dat je tijdens een burn-out niet moet vervallen in totale apathie, maar een te snelle re-integratie zorgde bij mij uiteindelijk voor een vertraagd herstelproces. Nu weet ik dat ik betere afspraken had moeten maken met de re-integratie adviseur. Dat ik had moeten uiten hoe ik me voelde. Maar dat durfde ik toen niet. Ik wilde graag in haar ogen goed re-integreren.

6. Tijdens de re-integratie meteen weer in je oude valkuilen stappen

Ik had het nog zo goed geleerd tijdens mijn therapiegesprekken. Grenzen aangeven. Duidelijk zijn. Maar tijdens mijn re-integratie stond ik alweer snel klaar om die grenzen zelf met voeten te treden. De behoefte ‘het goed te willen doen’ was nog steeds sterker dan ik, het was altijd mijn zwakke punt geweest. Als het onder druk kwam bovendrijven, was het moeilijk af te leren.  Weer aan het werk zijn, dat was stressvol as fuck.  Ik  stond meteen vooraan als ik merkte dat op mijn afdeling, of desnoods een andere afdeling, wat stress ontstond: ‘Kan ik misschien helpen bij de eindredactie vandaag? Nee, ik kan het er echt wel bij hebben. Geen zorgen!’ Och, wat een heerlijk gevoel kreeg ik daarvan. Het gevoel dat ik nodig was, was ontzettend bevredigend. Maar dat heerlijke gevoel was van korte duur. Hyperventilerend zat ik aan het einde van de dag als enige nog op de redactie, omdat ik mezelf natuurlijk meteen veel te veel werk op de hals had gehaald. De laatste collega zwaaide ik met een goedmoedige grimas uit: ja joh, het gaat echt wel! Pas toen ik alleen was, liet ik de paniek, frustratie en het zelfverwijt toe en werd ik overvallen door de angst dat het nooit meer goed zou komen met mij.

7. Verwachten dat je de oude wordt

‘Zo. Ben je weer de oude?’ Het was een tijd later. Ik kan me de woorden van een oud-collega nog goed voor de geest halen. Ik werkte inmiddels weer fulltime en na veel vallen en opstaan ging dat nu goed. Met vriendelijke en verwachtingsvolle blik keek ze me aan. Maar ik wist zelf eigenlijk het antwoord niet op haar vraag. De oude, nee, dat was ik niet. Maar wat ik dan precies wel was, dat wist ik ook niet. Een nieuwe ik? In elk geval ‘een andere’. Met die vraag had ze wel meteen de vinger op de zere plek gelegd. Ik had zelf ook verwacht en onbewust gehoopt dat ik na mijn burn-out weer de oude zou worden. Met dezelfde ambities, dezelfde wensen, dezelfde behoeften. Maar alles leek tijdens mijn burn-out verschoven van plek. Dacht ik eerder dat ik altijd in vaste dienst wilde blijven, nu twijfelde ik daaraan. Was ik voorheen best statusgericht, nu was het vooral belangrijk dat mijn werk ook iets was wat echt bij me paste. Was ik nogal grenzeloos geweest, nu werden die juist belangrijk voor me.

Ergens stelde me het teleur, dat ik niet meer zo enthousiast, onbezorgd en onwetend van wat stress kon aanrichten door het leven kon banjeren. Aan de andere kant gaf deze wending me een nieuw perspectief. Was ik er dankbaar voor de burn-out? Dat wist ik ook niet direct. Feit is wel dat ik het niet had willen missen, want deze andere versie van mezelf leek me opeens beter te passen, zij het dat het wennen was. Ik keek soms nog te veel naar hoe ik vroeger was geweest, al leek dat een leven geleden. Ik kon teleurgesteld zijn als ik de puf niet kon opbrengen voor een feestje. Balen als ik niet per se een bepaalde klus wilde omdat het zo goed stond op mijn cv. Het leverde me aan de andere kant ook nieuwe dingen op: ik voelde me rustiger. Had het gevoel dat het allemaal beter ‘klopte’ nu ik andere keuzes maakte. Of ik weer de oude was? ‘Nee’, antwoordde ik mijn collega: ik was niet de oude en dat zou ik ook nooit meer worden. Maar of ik dat nu zo erg moest vinden.

Auteur Maaike Helmer is oprichter van (online) uitgeverij Stressed Out en het eerste online magazine over stress: stressedout.nl. Onlangs kwam haar boek ‘NIETS’ uit, over ‘meer innerlijke rust in tijden van alles’. Ze schrijft nu aan het boek ‘Mijn grootste burn-out fouten’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.