Onze gids deze week Wim Kieft

Wim Kieft is terug met een tweede autobiografisch boek: De Terugkeer

Pisa, waar hij woonde, Leo Beenhakker die lief voor hem was, Arnon Grunberg in wiens debuut hij figureert: de zeer persoonlijke keuzes van oud-profvoetballer Wim Kieft komen allemaal aan bod in onze gids deze week.

Wim Kieft. Beeld Els Zweerink

Toen oud-voetballer Wim Kieft (55) met schrijver Michel van Egmond voor de tweede keer terugkeerde naar Pisa, de Italiaanse stad waar hij begin jaren tachtig als jonge profvoetballer drie jaar lang speelde en woonde, nam hij een kostbaar geschenk mee voor de plaatselijke voetbalclub: de Gouden Schoen. Hij won de prestigieuze prijs in 1982, als topscorer van Europa in zijn voorlaatste ­seizoen als aanvaller van Ajax.

Typisch – want relativerend en met zelfspot – Kieft: ‘Die schoen mochten ze hebben. Wat moest ik met dat ding? En die mensen waren zo lief voor me. Het was de eerste aanwinst voor een museum van de club. Wat ze verder willen laten zien weet ik niet, want zoveel hebben ze daar niet meegemaakt.’

Bij de overhandiging van de trofee hield hij een speech, in het Italiaans. ‘Er zaten tachtig, negentig mensen. Ik vertelde dat ik een goeie tijd had gehad bij Pisa, je kent dat gelul wel. Ik zei ook iets over de problemen die ik later had gehad door mijn verslavingen. Ja ja ja, zei een journalist toen snel, maar je hebt in Nederland toch ook de Europa Cup gewonnen met PSV? En je bent toch Europees kampioen geworden met het Nederlands elftal?

‘Dat vond ik zó grappig. Dát was belangrijk, de rest niet. Het hoort ook bij die mensen. Ze horen liever niks over zwakheden. Ze willen je daar niet mee confronteren, ze willen bewonderen.’

De terugkeer is de – voor tweeërlei uitleg vatbare – titel van het tweede boek dat Van Egmond schreef over Wim Kieft, tegenwoordig fulltime voetbalanalyticus op Ziggo. In de bestseller Kieft werd in 2014 geopenbaard dat hij jarenlang was verslaafd aan alcohol en cocaïne en zijn leven goeddeels had verruïneerd. Het vervolg gaat over de periode na de katharsis; over een terugval en dwangneuroses, maar ook over hoop en hernieuwd zelfvertrouwen.

‘Bij het eerste boek kon ik niet overzien wat het losmaakte. Ik was niet ontoerekeningsvatbaar, maar wel in de war. Als je verslaafd bent, leef je per dag. Ik had geld nodig, domweg gezegd. Dát verhaal was verteld. Het heeft me geholpen, niet alleen financieel. Iedereen wist het nu. In het tweede boek hebben we het verhaal af willen maken. In Kieft dronk ik nog. De vraag was hoe het verder met me was gegaan.’

En? ‘Nou, goed dus.’

1. Stad: Pisa

‘Ik was pas twintig toen ik daar terecht kwam, en mijn vriendin zestien. Zestien! Het was allemaal heel anders dan nu, zonder internet. Italië was ver weg. Iedereen kende de toren van Pisa, maar zoveel Nederlanders waren daar nog niet geweest. Het was te veel, op die leeftijd. Een ander land, een andere taal en een vrouw die elke avond kipfilet bakte, want dat was het enige wat ze kon klaarmaken. Ze kan nu heel goed koken, maar toen moest zij ook alles nog leren.

‘Het waren zoveel indrukken tegelijk. En dan moest ik ook nog voetballen, met die idioten om me heen. Dat ik stukjes niet heb opgeslagen, is niet zo gek. Het was te veel.

‘We woonden honderd meter van het stadion, vlakbij de scheve toren. Na een nederlaag moest ik soms drie uur wachten tot ik het stadion kon verlaten, achter een gebarricadeerde, dikke poort. Dat was in het eerste seizoen, we degradeerden. Het tweede seizoen ging goed, we stonden bovenaan en ik begon te scoren. Toen kon het allemaal niet op. Het was benauwend. Het ene moment is iedereen blij, het volgende verdrietig of boos. Dat is de tragiek van zo’n klein clubje.

‘Toch voelde ik me er geborgen. Pisa is geen grote stad. De andere spelers woonden er ook allemaal. Niemand mocht buiten de stad wonen. We gingen vaak naar ­Marina di Pisa, naar een eindeloze kuststreek met stranden. Ik was bevriend met de eigenaar van een restaurant, Barbarossa. Daar aten we vaak. Penne met salmone. Ik nam altijd penne met salmone. Wist ik veel dat er ook nog andere lekkere dingen zijn om te eten.

‘Toen ik terugkeerde in Pisa kwam er van alles boven; dingen waar ik geen weet meer van had. Het was vooral de intensiviteit die me zo aansprak. En de liefde van de mensen. Het was echt, ik kon het voelen. Als je in Nederland oud-profs ontmoet, hoor je altijd alleen maar van die typische voetbalverhalen. Richard Witschge, Rob Witschge, Pierre van Hooijdonk, Bryan Roy, dat zijn ego’s hè. In Pisa voelde ik iets anders. Het ging dieper. Ik heb drie jaar met die gasten gespeeld, de band was er nog steeds. ­Iedereen was heel lief.’

Oud voetballer Wim Kieft is terug van weggeweest en een tweede autobiografisch boek verschijnt. Amsterdam, 29 oktober 2018 Beeld Els Zweerink

2. Schrijver: Arnon Grunberg

‘Hij schrijft grappig en hij doorgrondt de kwetsbaarheden en minpunten van mensen. Meesterlijk. Het ontroert me ook. Ik sta in Blauwe maandagen hè. Het boek speelt zich hier verderop af, in de Rivierenbuurt, ik woon er nog steeds. In Blauwe maandagen schrijft hij dat hij mij een paar keer heeft gezien in de Albert Heijn. En ik zou een keer tegen een grensrechter hebben gezegd dat ik die vlag in zijn reet zou steken. Dat lijkt me sterk, ik werd als voetballer niet zo snel boos.

‘Hij heeft mij en Johan Derksen een keer geïnterviewd in de Balie, hier in Amsterdam. Ik was net hersteld van mijn cocaïneverslaving. Na afloop dronken we wijn, maar daar kon ik toen nog helemaal niet mee omgaan. Het liep uit de hand. Het hoort erbij, soms heb je een ­terugval.

‘Het had niks met Grunberg te maken hoor. Het zou lullig zijn om hem hier de schuld van te geven en hij is een aardige gozer. Hij is er wel eentje met een gebruiksaanwijzing. Hij is niet zo contactueel, maar wel geïnteresseerd. Lief ook. Hij schrijft veel columns hè. Man, hij blijft maar columns schrijven. Zijn stukjes op de voorpagina van de Volkskrant vond ik leuk, maar soms dacht ik ook: oké. Dan was het wat, eh, ingewikkeld.’

3. Voetballer toen: Diego Maradona

‘Toen ik in Italië speelde waren Zico, Maradona en Platini de Grote Drie. En Maradona was de beste. Zijn presentatie bij Napoli was live op televisie. Het was op een dinsdagmiddag om drie uur en in het stadion zaten tachtigduizend mensen. Met een helikopter kwam hij aan in het stadion. Hij was nog leuk, toen, met die krulletjes. Stout, ondeugend. Tijdens een ereronde in het stadion gooide iemand een sinaasappel naar hem. Die ving hij op, op zijn schouder. Daarna stond hij er een tijdje mee te jongleren. Er gebeurden in die jaren in Italië bijzondere dingen.

‘De eerste wedstrijd tegen ­Napoli speelden we thuis. We hadden een jonge spelersgroep. Iedereen had het de hele week over ­Maradona gehad, maar in het stadion zagen we hem niet bij de warming-up. Kut, dachten we, hij is er niet, nu is er geen gein meer aan. Plotseling was hij er toch. Veters los, balletje hooghouden. Echt geweldig.’

4. Auto: Talbot Horizon

‘Destijds bij Pisa hadden we geen tijd om geld uit te geven. Dat was een voordeel. We waren altijd onderweg of we zaten in trainingskamp, vijf, zes dagen per week. Voetballers hadden ook nog geen drie auto’s. We vonden het al heel wat als iemand een BMW 3-serie kocht.

‘Ik reed gewoon in de auto van de club, een Talbot Horizon, een superlelijke, burgerlijke auto. Klaus Berggreen, de Deen, was een jaar eerder voor Pisa gaan spelen, de auto was van hem geweest. Ik heb ook een keer reclame gemaakt voor een tweedehands ­autodealer in Pisa. Ik kreeg er een Renault 5 voor, met korting.

‘Ik liet in Amsterdam een Volkswagen Sprint achter, een kanariegele. Mijn vader heeft er nog jaren in gereden. Ik had die Volkswagen gekocht na twee ongelukken met een BMW. De eerste keer botste ik op een elektriciteitsmast, de tweede keer op een biertank. Dat was toen ik John van ’t Schip ging ophalen in Diemen voor een wedstrijd van John Oranje. Het sneeuwde nogal. Ik heb Diemen nooit gehaald. Nee, John was niet blij, het was voor het eerst dat hij was geselecteerd voor Jong Oranje. Daarna heb ik die kanariegele Volkswagen gekocht. Ik hoefde geen BMW meer.’

Beeld Els Zweerink

5. Straat: Scheldestraat, Amsterdam

‘Ik woonde eerst op de Rooseveltlaan, maar dat huis moest ik verkopen. Daarna kon ik iets huren op de Churchilllaan, eerst op eenhoog, nu op tweehoog. Ik heb promotie gemaakt. Als je je goed gedraagt, mag je een verdieping hoger. Ja, dat is een grap.

‘De Scheldestraat is om de hoek. Het leuke van de stad is dat je je huis uit kan gaan en meteen de drukte in kan lopen. Er is reuring. Ik ben op mezelf, ik zit meestal gewoon thuis, maar in de Scheldestraat zitten zaken waar ik graag kom; een krantenwinkel, een Chinees restaurant, een bloemenwinkel, een Italiaanse delicatessenzaak. Ik vind het gezellig in de straat en de Chinees is echt goed.

‘’s Avonds hang ik vaak voor de tv. Wedstrijden kijken. Daarom woon ik ook nog steeds ­alleen. Mijn vriendin zou me door mijn hoofd schieten als ik in de huiskamer de hele avond naar voetbal zou kijken. Maar ik moet dat wel doen, voor mijn werk. We zijn daarom op zoek naar een groter huis, voor ons samen. Amsterdam is onbetaalbaar, we zijn nu in Haarlem op zoek.

‘Of ik Amsterdam zal missen? Het is een cliché, maar het wordt wel druk hier hoor. Niet normaal. Toen ik nog dronk, ging ik vaak naar cafés in de binnenstad, dus ik kan vergelijken. In het centrum is het overvol. Niet normaal. Zelfs in de Scheldestraat is het veel drukker geworden. Het klinkt zeikerig, maar ik kan me goed voorstellen dat Amsterdammers er moeite mee hebben. De sfeer in de stad verandert.’

6. Voetballer nu: Cristiano Ronaldo

‘Voor mij is het ook een wedstrijdje geworden, Ronaldo tegen Messi. Dat beetje vreemde gedrag van Ronaldo neem ik op de koop toe. Ik hoop alleen dat dat verhaal over die verkrachting niet waar is. Dat zou ik vreselijk vinden.

‘Hij heeft die drive, en die enorme eerzucht, maar ik waardeer hem vooral vanwege zijn kinderlijkheid. Over hem wordt vaak gezegd dat hij een machine is, maar hij is juist kinderlijk. Hij is boos als hij een kans mist en nauwelijks blij als een ploeggenoot scoort. Het hoort niet, maar het is mooi om te zien dat hij veel feilbaarder is dan hij wil laten zien.

‘Het is knap van die gasten dat ze al jaren overeind bleven. Een normaal mens zou knettergek worden. Messi en Ronaldo kunnen ermee omgaan, met de druk, de aandacht, het geld. Bijna iedere voetballer die aardig presteert wordt op een gegeven moment een beetje makkelijk. Je gaat een keer op stap, je gaat vedettengedrag vertonen, je medespelers zijn een lul, de trainer kan er niks van. Dat is onvermijdelijk. Bij die twee zie je dat niet gebeuren. Ze gaan gewoon door.’

7. Vakantieland: Portugal, Algarve

‘We huren een huisje in Almancil, dat ligt tussen Faro en Albufeira. Daar gaan we naar het strand en eten we wat in van die visrestaurantjes. We komen er in het hoogseizoen, vanwege de kinderen, maar ook dan is er nog ruimte. Een stukje naar het noorden, aan de westkust, ligt Zambujeira do Mar. Daar is helemaal niemand, daar zijn niet eens restaurants.

‘Salema, in de westpunt, is ook geweldig. Altijd wind, ijskoude zee, maar zó mooi. Er is één restaurant op de punt, jongen, daar kan je vis eten, niet te geloven. Als je daar zit, denk je: ik heb het voor elkaar.’

8. Documentaire: Liefde is aardappelen van Aliona van der Horst

‘Een Russisch-Nederlandse vrouw erft een ­kamer in een familiehuisje van een paar vierkante meter op het Russische platteland. De documentaire gaat vooral over het harde leven van de mensen daar; over overleven. Een mensenleven telt daar veel minder zwaar dan hier. Leuk, de liefde voor een kind, maar je moet vooral zorgen dat er aardappelen zijn.

‘De film ontroerde me. Ik heb veel geschiedenisboeken over Rusland gelezen, over de tsaren, de revolutie, de wereldoorlogen en die vriendelijke Lenin. Het land heeft onnoemlijk veel ellende gekend. In de Tweede Wereldoorlog zijn 25 miljoen mensen omgekomen en daarna gingen de communisten verder met moorden. En dan die armoede. Het is zo triest allemaal, eigenlijk wil je het niet eens weten.

‘Na de omwenteling in 1990 raakte iedereen weer totaal in de war. Daar is ook een heel mooi boek over verschenen, Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker. Hij verweeft zijn persoonlijke geschiedenis met die van Rusland.’

9. Trainer: Leo Beenhakker

‘Mijn zwakte was dat ik niet zo goed speelde als ik de trainer een lul vond. Trainers moesten mij een beetje met rust laten. Leo was lief voor me en ik moest altijd vreselijk om hem lachen. Bij Ajax hadden we elk jaar een visdag, het liep altijd uit de hand. De eerste keer werd ik dronken, ik was pas zeventien.

‘De volgende dag moest ik bij Beenhakker komen. Hee witte, ga even zitten, zei hij. Wat is er met jou aan de hand? Is de buurvrouw zwanger? Is je moeder ongeneeslijk ziek? Wat is er? Leg eens uit. Gaat lekker met jou hè. Dat was zó goed. Ik kende hem uit de jeugd en hij liet me bij Ajax debuteren. Gewoon, een leuke man.

‘Trainers denken dat zij bepalen of een ploeg wint of verliest. Dat is niet zo. Dat doen de spelers. Veel trainers overschatten zichzelf. Louis bijvoorbeeld overschat zichzelf heel erg. Louis is een heel goede voetbalanalist, maar uiteindelijk gaat het altijd over Louis van Gaal; hoe die het allemaal deed bij Barcelona of Bayern München.

‘Dat is jammer, want hij heeft wel kennis. Ik denk dat hij boos op me is, want dat heb ik een keer in mijn column in De Telegraaf gezegd. Ik weet niet of hij tegen kritiek kan. Wat denk jij? Niet?’

Michel van Egmond: Wim Kieft – De Terugkeer, Voetbal Inside, 240 pagina’s, € 21,99.

Beeld Els Zweerink

CV

1962 Op 12 november geboren in Amsterdam
1980 Debuut bij Ajax
1982 Gouden Schoen als topscorer van Europa
1983-1986 Pisa
1986-1987 Torino
1987-1990 PSV
1988 Wint Europa Cup I met PSV en Europese titel met Oranje
1990-1991 Bordeaux
1991-1994 PSV
1997-2016 Voetbalanalyticus bij onder meer Studio Sport, Voetbal International, Canal+, Sport 1 en Voetbal Inside
2013 Deelnemer tv-programma De Pelgrimscode
2014 Kieft, van Michel van Egmond
2014 Kieft wint NS Publieksprijs
2016 Analist Ziggo Sport
2018 Wim Kieft - De terugkeer

Wim Kieft woont in Amsterdam en heeft vier kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.