De Gids milieu-impact textiel

Welke textielsoort kun je het beste kopen?

Beeld Sophia Twigt

De duurzaamste kleding is tweedehands kleding, maar wat als je toch graag iets nieuws wilt? Natuurlijke textielsoorten blijken soms slechter te scoren qua milieuschade dan je zou denken.

Wol is een natuurproduct van dartelende schapen op een frisse weide, dat moet wel goed zitten, zou je denken. Maar dat valt tegen: schapen stoten door hun scheten en mest veel broeikasgassen uit. Bovendien ­gebruiken ze veel land, en als ze bijgevoerd moeten worden gebeurt dat vaak met sojabonen die niet altijd even duurzaam verbouwd worden. 

Daar staat dan weer tegenover dat een wollen trui doorgaans minder vaak en heet gewassen wordt. Bovendien draagt wol niet bij aan de plasticsoep. Bij het wassen van kleding komen namelijk vezels los die uiteindelijk in zee terechtkomen. Wol- maar ook bijvoorbeeld katoenvezels zijn biologisch afbreekbaar, terwijl synthetische vezels in de oceaan blijven rondzwerven.

KLIMAATQUIZ

Test je eigen gedrag met de Volkskrant-klimaatquiz, en krijg handige tips voor een groener leven.

Is katoen dan een goede optie? Bij de productie worden relatief weinig broeikasgassen uitgestoten, maar om katoen te verbouwen is weer enorm veel land en water nodig – voor een simpel T-shirtje zijn al duizenden ­liters water nodig. ­Bovendien worden er veel bestrijdingsmiddelen gebruikt in de reguliere katoenteelt. Biologische katoen scoort op dit vlak een stuk beter, maar omdat de opbrengst lager is, is er voor biologische katoen nóg meer landbouwgrond nodig .

De productie van synthetische stoffen als nylon, polyester en acryl is  volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal het minder belastend voor het milieu. Maar olie, de grondstof waarvan ze worden gemaakt, is eindig: op een gegeven moment is de voorraad gewoon op. Bovendien komen bij het wassen van synthetische stoffen ­microplastics in het water, die uiteindelijk in de oceaan belanden.

Uit de textielbak

De laagste milieubelasting leveren ­gerecyclede katoen en wol op. Dat zijn dus geen tweedehandsjes van de kringloop, maar vezels die gewonnen worden uit het goed in de textielbak. De stoffen uit de bak die niet meteen te hergebruiken zijn, worden ver­malen totdat er alleen vezels over zijn. Daarvan wordt dan weer nieuw garen gesponnen. Op dit moment gebeurt dit overigens nog niet op grote schaal. Volgens onderzoek van Rijkswaterstaat uit 2012 belandt ruim 60 procent van het afgedankte textiel bij het restafval, terwijl het prima te recyclen valt.

Ook leer heeft een lage milieu-impact, omdat het wordt gezien als een restproduct van de veeteelt. Een koe zorgt dan wel voor een flinke uitstoot aan broeikasgas, maar die wordt toegeschreven aan de vleesindustrie. Daardoor heeft ­leren kleding een ­acceptabele milieuscore, mits er bij het looien voorzichtig met chemicaliën omgegaan wordt. MilieuCentraal waarschuwt waarschuwt wel dat de milieu-impact van textiel per kilo stof berekend wordt, en dat een lederen kledingstuk zo twee keer zwaarder is als een katoenen variant. Daardoor ont­lopen de scores elkaar uiteindelijk weinig.

En hoe zit het dan met bamboe? Dat groeit toch praktisch vanzelf? Volgens onderzoeksbureau CE Delft zijn er weinig gegevens bekend over de milieu-impact van bamboetextiel, maar wel is duidelijk dat er veel chemicaliën en energie nodig zijn bij het productieproces. Vrijwel alle bamboevezel wordt in China geproduceerd, waar die chemicaliën lang niet altijd goed worden opgevangen en waar kolencentrales de voornaamste energiebron zijn.

Wat is dan wél een goede textielsoort die niet gerecycled is? Probeer bijvoorbeeld eens een kledingstuk van lyocell, dat net als viscose uit houtpulp gewonnen wordt, maar waarvoor minder chemische middelen nodig zijn. Of mestic, dat van koeienmest gemaakt wordt. En dan is er nog de milieuvriendelijke hennepplant, waar al duizenden jaren kleding van gemaakt wordt. Die plant verloor haar populariteit rond de opkomst van katoen begin 19de eeuw, schrijft de Britse krant The Guardianen door de negatieve associaties met drugs die het gewas in veel landen oproept, is hennep geen grote speler meer in de textielindustrie. Maar dat zou in Nederland toch geen probleem moeten zijn.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond als voorbeeld van de grote milieu-impact van wol dat de stallen waarin schapen staan bij koud weer verwarmd worden. Hoewel het klopt dat de wolteelt  slecht scoort op het gebied van milieubelasting door de methaanuitstoot in de boeren en scheten de dieren, is het onjuist dat schapen in verwarmde stallen staan. Stalverwarming gebeurt wel bij bijvoorbeeld konijnen voor angorawol en koeien (leer).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden