De Gidsopvoeden

Wat te doen als uw kleuter ontploft en uw suspogingen geen effect hebben?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

Beeld Claudie de Cleen

‘Mijn zoon van 4 krijgt met enige regelmaat een woedeaanval waar ik me niet goed raad mee weet’, mailt moeder Stella. Toen het gezin laatst naar het bos ging, weigerde de oudste de loopfiets af te staan aan zijn broertje. ‘Eerst probeerden we hem op andere gedachten te brengen: ‘Ah joh, jij mag daarna weer, jij hebt al een flink stuk met de fiets gehad’, maar dat werkte niet’, aldus Stella. Toen zijn ouders hem dwongen de fiets te geven, ging het mis. ‘Geschreeuw, brutale mond, gillen van boosheid. Aangekomen bij broerlief, die zijn ritje had gehad, werd er nog een ferme klap uitgedeeld. Toen werden wij nog bozer, hij nog bozer, daarna riep hij: ‘Ik wil gewoon mijn eigen zin.’ Wat doe je als je kleuter een driftbui heeft en jouw pogingen om de boel te sussen niet werken?’

Wat zeggen de deskundigen?

‘Dit voorbeeld laat mooi zien dat we vaak met een volwassen bril naar een kind kijken, waardoor we vergeten hoe de situatie voor hen voelt’, zegt kinderpsycholoog Karolien Raeymaekers, auteur van het boek Denk als een peuter/kleuter. ‘Delen is iets moois, wat je zeker moet aanleren, maar het is ook erg lastig.’ Stella en haar man zien dat het goed is dat hun zoon leert om de fiets aan zijn broertje te geven, maar de kleuter in kwestie ervaart dat hem iets wordt afgenomen.

‘Kleuters zijn nog heel egocentrisch’, zegt Raeymaekers, die meent dat ouders de neiging hebben te overschatten wat hun kind kan. ‘Ze zullen altijd kiezen voor het allerleukste. Ze kunnen hun emoties nog niet reguleren en kijken niet vooruit.’ Een verklaring als ‘jij bent al heel lang geweest, dus nu mag een ander’, mag ouders dan heel logisch en schappelijk in de oren klinken, een kleuter kan er weinig mee. Om te begrijpen hoe ze met dit soort lastige situaties moeten omgaan hebben ze dus hun ouders nodig.

Wat kunt u doen?

Ouders die met hun handen in het haar zitten, doen er wijs aan om de vier B’s te volgen, adviseert de Belgische kinderpsycholoog: benoemen, begrip tonen, begrenzen en het benadrukken van positieve alternatieven. Stap één (benoemen) voorkomt dat je het gevoel van het kind wegwimpelt (‘Jij mag altijd al op de loopfiets!’). Door de boosheid te erkennen keert de rust vaak al een beetje terug. ‘Ga maar na bij jezelf: tijdens een ruzie met je partner blijf je strijden als je partner geen begrip voor jou opbrengt. Pas als dat er is, komt er een gesprek op gang.’

Dat betekent niet dat je toestaat dat je kind de boel bij elkaar schreeuwt of gaat slaan. ‘Je begrenst het gedrag, niet het gevoel. Zeg bijvoorbeeld: ‘Je bent nu zo hard aan het roepen dat ik niet versta wat je zegt en dan kan ik je niet helpen.’’

De overgang van fiets naar geen fiets is groot. Daar kun je als ouder op anticiperen, meent Raeymaekers. ‘Bedenk een alternatief waardoor de overgang kleiner wordt. Bijvoorbeeld wanneer het jongere broertje op de loopfiets gaat, kan de 4-jarige samen met papa heel hard als een leeuw door het bos rennen.’

Maar wat als je kind zo overstuur is dat niets werkt? ‘Heb geduld. Als je elke keer dezelfde aanpak hanteert, dan wordt dit voorspelbaar voor je kind en treedt een leereffect op.’

Paul van Loon deelde zaterdag zijn weekendwijsheid in deze krant: ‘Wees een kleuter’, zei hij. Volgens de kinderboekenschrijver zijn die kleintjes inspirerende wezens omdat ze nog niet geremd worden door wat ‘goed’ of ‘mooi’ zou zijn. In het hoofd van je kleuter kruipen is op meerdere fronten zo’n gek idee nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden