De Gids mensenmenigtes

Wat móét je, als je bang bent voor een massa?

Beeld Jip Piet

Toen journalist Natalie Hanssen naar een drukke Chinese toeristenbestemming reisde, voelde ze al bij voorbaat paniek. Terecht? Ze ging te rade bij deskundigen.

Misschien had ik juist niet naar China moeten gaan, maar ik deed het toch. Ik zou een vriend in Suzhou, niet ver van Shanghai, gaan bezoeken. Twee dagen voor vertrek mailde hij. ‘De dag dat je aankomt, reizen er trouwens 1,4 miljard Chinezen naar Suzhou. Het is een vrije dag en Suzhou is toeristenbestemming nummer één. Dat je het weet.’

Laat ik beginnen met een bekentenis: ik ben bang voor mensen. Een-op-een gaat nog wel, maar als ik mijn armen niet meer uit kan strekken zonder iemand te raken, overweeg ik hyperventilatie. Ik zag mezelf al in een dichte mensendiarree door enorme metrostations gestuwd worden, nog net in staat te ademen, om vervolgens in de trein naar Suzhou gestapeld te worden door speciaal hiervoor opgeleide militairen, als sardientjes in een blikje, hier en daar een gestikte medereiziger.

Zwetend begon ik te googlen. Lokale blogs spraken van ondoordringbare mensenmassa’s en traditionele Chinese tuinen die toeristen schouder aan schouder opvulden. Per ongeluk las ik ook nog een verslag van een ramp in een menigte in Shanghai, waar ik zou landen. Op nieuwjaar 2014 stonden daar 300 duizend mensen op een kluitje toen iemand vanuit een chic hotel nepgeld in de massa gooide. Er kwamen 36 mensen om.

Bijna annuleerde ik mijn ticket, maar omdat mijn vriend me zou laten ophalen met een auto – vooral die chauffeur deed het hem – besloot ik het erop te wagen. Ik kon altijd nog binnenblijven en dan toch in China zijn geweest.

De gedachte dat ik vertrappeld word door een uitzinnige menigte, bezorgt me ook zonder 1,4 miljard Chinezen geregeld slapeloze nachten. Er komen steeds meer mensen op de wereld, die dichter op elkaar gaan wonen, vaker reizen en samen naar grote evenementen gaan. Koningsdag, de inhuldiging van een voetbalteam, toeristische attracties – alles wordt massaler. Komt je feestje per ongeluk op Facebook terecht, staat er opeens 9 duizend man in je achtertuin en wil je op zaterdag naar de Kalverstraat, moet je die delen met zeventigduizend anderen. De menigte wacht je op, waar je ook gaat.

Oerangst

Mijn angst is een oerangst – ergens niet weg kunnen, en dan stikken. Toen ik vorig jaar bij een concert van Prodigy was, bleek zich nog geen tien meter verderop bijna een dergelijk drama afgespeeld te hebben. Mijn collega Miriam stond vooraan, en wist zeker dat haar laatste uur geslagen had. ‘Overal stond dat moshpits verboden waren, maar de band moedigde dat juist aan. Ik voelde een steeds grotere druk van de menigte achter me en probeerde met mijn ellebogen ruimte te krijgen, maar dat haalde niks uit. Ik kreeg het benauwd en zocht oogcontact met de beveiligers bij het podium, maar ik kon niet anders dan meebewegen met de massa, verder naar achteren, hoewel ik doodsbang was om te vallen. Uiteindelijk verloor ik de controle over wat er met mijn lichaam gebeurde. Ik ben nog nooit zo bang geweest.’

Beeld Jip Piet

Wat zijn nu echt de gevaren van je in een menigte begeven? Er moeten mensen bestaan die zich ermee bezighouden – maar wat doen die eigenlijk? Keith Still is zo iemand; hij is professor crowd safety en verbonden aan Manchester Metropolitan University, wereldwijd een veelgevraagd expert bij rechtszaken rond massarampen en bekend om zijn ruzie met Trump na zijn analyse van de ‘mensenmassa’ bij diens inauguratie.

‘Vaak gaat het goed met mensenmenigtes’, zegt Still telefonisch vanuit Manchester. ‘Maar nét goed, toevallig goed, niet omdat het zo goed geregeld is allemaal.’ Dat is schrikken. ‘Als er in korte tijd duizend mensen door een stadionhek moeten’, zegt Still ook, ‘kun je dat niet aan het toeval overlaten. Dat moet je managen – anders lijkt het op het proberen terug te stoppen van een ei in een kip.’

Druk zetten

Maar kun je duizenden – miljoenen – mensen managen? Sterker: in bedwang houden, en hoe dan? ‘Zolang een menigte zich op zijn gemak voelt, kan de dichtheid hoog zijn zonder dat dat voor problemen zorgt,’ zegt Dorine Duives, onderzoeker van complexe voetgangersvraagstukken aan TU Delft. Ha, dat klinkt geruststellender, al haalt ze daarna hetzelfde voorbeeld aan als Still. ‘Drukte gaat pas wringen als er een ‘stressor’ is: een winkeldeur die opent op Black Friday, een schreeuwer op de Dam. Als het echt extreem druk is, en er is gebrek aan overzicht, kunnen mensen onlogisch reageren.’ Let wel: onlogisch om het probleem op te lossen, niet vanuit het individu bekeken. Neem de situatie waarbij iedereen tegelijk door dezelfde deur naar binnen (of buiten!) wil. De achterste in de menigte zet een klein beetje druk op zijn voorganger, die weer iets meer op de volgende en zo verder. De achterste ziet niet hoe hoog de druk bij de deur is, terwijl hij nu net degene is die daaraan iets kan doen door te stoppen met duwen. Als die deur dan ook niet opengaat, zoals waarschijnlijk het geval was in een Italiaanse club (Ancona 2018, zes doden), is de kans dat het mis gaat niet denkbeeldig.

Is de drukte nog extremer – denk tien mensen per vierkante meter – kan er ‘turbulentie’ in een menigte ontstaan. De menigte wordt zélf een lichaam, dat zich bijna als een vloeistof gaat gedragen. Duives: ‘Er ontstaan ongecontroleerde golfbewegingen – je zag dat bijvoorbeeld op de beelden van de Love Parade (Duisburg 2010, ­21 doden). En waar ‘golven’ samenkomen kunnen krachten zo hoog worden dat mensen stikken doordat ze hun borstkas niet meer uit kunnen zetten.’

polonaise

Hoeveel mensen er door een uitgang weg kunnen, is een van de dingen die ze onderzoeken aan de TU Delft. Hoogleraar Verkeersstromen Serge Hoogendoorn: ‘Het verschilt nogal of je te maken hebt met kinderen, volwassenen of ouderen. Jongeren lopen logischerwijs sneller dan ouderen, kinderen nemen minder ruimte in dan volwassenen. Al is het wel iets ingewikkelder dan dat: een colonne militairen is zó door een deur heen, en jongeren die moe en dronken zijn, reageren anders dan nuchtere. Wat enorme winst bleek op te leveren: in polonaise naar buiten. Dat testten we ooit voor de grap, maar het is wel iets om te overwegen bij evacuatie: er konden 20 procent meer mensen door de deur.’

Belangrijk onderwerp van onderzoek is ook: hoe bekijk je hoe het gaat in de menigte, wanneer grijp je in? Met tel-sensoren of wifi-scanners kun je de instroom bij een evenement in kaart brengen. Gaat het opeens snel, dan kun je eenrichtingsverkeer instellen of gebieden afsluiten. Zoals bijvoorbeeld in Amsterdam bij grote drukte gebeurt, rond de Wallen of Kalverstraat. Nieuw is dat zelfs emoties in de massa gebruikt kunnen worden bij inschattingen. Hoogendoorn: ‘Je kunt met Twitter of Instagram het sentiment in een menigte analyseren – gebruiken mensen positieve, negatieve of neutrale woorden op een bepaalde locatie? Je kunt zo bijvoorbeeld zien of het tij keert, of dat iedereen blijft roepen dat het veel te druk is. We doen die analyses nu achteraf, maar op den duur kan het op het moment zelf.’

Gewend aan menigtes

Ondertussen viel het me nog best mee in China. De metrostations waren vol, maar de organisatie was strak. Tevreden constateerde ik dat er vakken op de grond geschilderd waren (hier wachten! hier níét stilstaan!) en dat overal mannetjes in fluorescerende hesjes de menigte in goede banen leidden. Bij een populaire tempel stond bij alle trappen ‘alleen omhoog!’ of ‘alleen omlaag!’ en werd bij de ingang de ‘crowd density’ aangegeven. ‘Moderate crowd density’ bleek wel te betekenen dat je je met fysiek geweld door de menigte moest worstelen. Niet onlogisch, vinden ze aan de TU bij navraag, omdat Chinezen een ‘crowd’ minder snel als druk ervaren: ze zijn kleiner en bovendien meer gewend aan menigtes. Ze kunnen die waarschijnlijk beter inschatten dan een angstige, schonkige Europeaan zonder selfiestick.

Beeld Jip Piet

Een menigte valt dus te managen. Ook als hij uit 1,4 miljard eenheden bestaat. Fysiek (toegangspoortjes, eenrichtingsverkeer, tijdsblokken) of met informatie. Al zitten aan dat laatste nog wel wat haken en ogen, omdat niet elke menigte even ontvankelijk is. Bij de Nijmeegse Vierdaagse schijnen wandelaars juist naar plekken te gaan die ontraden worden (want daar is het druk, dus gezellig). En hysterische Justin Bieberfans kun je volgens deskundigen informeren wat je wilt, maar die horen niks meer. Die moet je fysiek begeleiden.

Volgens een vast patroon

Managen doe je door de menigte te kennen. De randvoorwaarden zijn simpel: er is een instroom, een verblijf en een uitstroom. Je moet verstand hebben van je publiek – wie zijn het en wat willen ze – en je moet er vooral goed op voorbereid zijn dat het mis kan gaan. Gerard van Duykeren van TSC Crowd Management, een van de grote internationale crowdmanagementbedrijven: ‘Uiteindelijk maakt het niets uit of het de lokale hondententoonstelling of de viering van het WK in Frankrijk is – situaties waar veel mensen op een beperkte plek samenkomen, volgen een vast patroon. Als je de infrastructuur kent en weet wat voor publiek je hebt, kun je ongeveer voorspellen hoe dat zich gaat gedragen – die ervaring hebben we wel opgebouwd.’

Die voorspelling is nog wel een complex verhaal. Het scheelt nogal of een menigte uit Chinezen bestaat (die langzaam lopen, grote drukte aankunnen en vrij volgzaam zijn) of uit onhandelbare, hyperventilerende Nederlanders. En hoe mensen bewegen binnen een ruimte (‘crowd dynamics’), heeft ook te maken met hun doel. Willen ze Sinterklaas zien, of komen ze voor de moshpit? En: zijn die mensen tegelijk op dezelfde plaats? Mensen met tegengestelde doelen kunnen elkaar in de weg zitten. Relschoppers, handtastelijke mannen of erger probeert de crowdmanager dan ook uit de menigte te verwijderen – na een waarschuwing en een ‘goed gesprek’, indien nodig onder begeleiding van beveiligers.

Psychologisch nieuwe situatie

‘Wat je bij bewegende menigtes wilt voorkomen zijn kruisende stromen en opstoppingen,’ gaat Van Duykeren verder. ‘Daarnaast bereid je je voor om snel te kunnen reageren als het misgaat. Ontstaat er een ‘crowd collapse’, waarbij mensen in de verdrukking dreigen te komen, dan moet je in een paar minuten actie kunnen ondernemen. Hoe? Door een psychologisch nieuwe situatie te creëren. Show stilzetten, licht aan, mensen toespreken. Mobiele teams sturen naar waar het mis is. Personeel moet precies weten wat te doen, en informatie moet rechtstreeks bij de beslissingsbevoegden terechtkomen – dat scheelt levens.’ TSC was betrokken bij de ontruiming van het Manchester Stadion na de aanslag bij het concert van ­Ariane Grande in 2017. ‘De werkelijkheid is altijd anders dan het verzonnen scenario. Ontruimen train je wel, maar tijdens chaos en stress is dat echt hogeschoolcrowdmanagement. Wat wij deden was mensen op de tribunes opvangen, met stewards en beveiligers die ze hielpen rustig te worden, en naar de dichtstbijzijnde nooduitgang begeleiden.’

Opvallend is dat de menigte zelf eigenlijk zelden de oorzaak van het probleem lijkt. Crowd science-professor Keith Still: ‘De media gooien het meestal op de menigte, terwijl de echte oorzaak vrijwel altijd slecht ontwerp of management is. Er hoeven maar twee mensen te vallen in een dichte, bewegende menigte en je hebt een ramp. Dat is te voorkomen door in een ontwerp altijd rekening te houden met een grote, snelle toestroom van mensen gecombineerd met andere factoren, zoals slechte weersomstandigheden.’

Menigtes zijn vaak best lief

Een menigte is volgens deskundigen doorgaans juist best lief. Onderzoeker Duives van de TU: ‘Een massa mensen heeft een ontzettend groot zelf-organiserend vermogen, waardoor het meestal vanzelf goed gaat. Bij grote drukte zie je dat mensen elkaar eerder helpen dan tegenwerken, en soms zelfs naar heroïsch gedrag neigen als de omstandigheden daarom vragen’. Crowdmanager Van Duykeren onderschrijft het.

Mijn collega Miriam wist tijdens het concert van Prodigy uiteindelijk de aandacht van een beveiliger te trekken. Met hulp van een paar sterke mannen werd ze naar voren gecrowdsurfd en kon ze op adem komen. ‘Het gevoel van controle verliezen zal ik niet snel vergeten. Het meest veelzeggende was het slagveld achteraf. Overal kleding, afval, tassen.’

Zelf ben ik er qua menigtes inmiddels iets geruster op. Er komen er weliswaar meer, maar de kennis over het hanteren ervan groeit mee. En hoewel er wereldwijd nog steeds talloze crowd disasters per jaar zijn (kijk op een regenachtige zondagmiddag op de website van Keith Still, of doe eigenlijk maar niet), zijn de veiligheidseisen in Nederland hoog. Je kunt er vanuit gaan dat ergens een Gerard van Duykeren oplet of het wel goed met je gaat. Ben je in China, vertrouw erop dat degene naast je je goed gezind is. Leer voor de zekerheid het Chinese woord voor polonaise.

Hoe overleef je een massa?

• Wees je bewust van de omgeving, dus van uitgangen en alternatieve uitgangen.

• Beweeg diagonaal met de menigte mee. Zo beweeg je naar de buitenkant en vorm je zelf geen blokkade.

• Spaar je energie. Ga niet duwen of schreeuwen: gebruik gebaren of oogcontact.

• Hou je handen voor je borst zodat je meer ruimte hebt om te ademen.

• Onthoud dat mensen gewoonlijk eerder helpen dan tegenwerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.