de gidsklimaatgids

Wanneer is groene stroom nou écht groen?

Consumenten schatten de Nederlandse energieleveranciers vaak groener in dan ze zijn. De vergroening van de energiemarkt beperkt zich namelijk vooral tot consumentenstroom, terwijl zakelijke stroom nog altijd gewoon grijs is. Maar kunnen energieleveranciers daar wel echt wat aan doen?

Windmolens bij Egmond aan Zee.Beeld ANP XTRA

De stroom die energiebedrijven aan consumenten leveren wordt snel groener: in 2016 had 64 procent van de particuliere energie-afnemers in Nederland een contract voor groene stroom terwijl het totale aandeel duurzame elektriciteit dat jaar anderhalf procentpunt steeg, bleek toen uit een onderzoeksrapport van de Consumentenbond en milieuorganisaties Greenpeace, Natuur & Milieu en Wise. 

Ook vorig jaar onderzochten deze organisaties de duurzaamheid van het energieaanbod in Nederland. In hun zesde jaarlijkse ‘stroomranking’ met bijbehorend onderzoeksrapport, beoordelen zij hoe groen onze energieleveranciers werkelijk zijn.

Nieuw is dat in 2018 voor het eerst de consumenten- en zakelijke rankings in het onderzoek zijn gescheiden, waardoor ook beter te zien is hoe bedrijven nu echt presteren. Daardoor is de trend van de afgelopen jaren, tevens de belangrijkste conclusie van het rapport, nog duidelijker zichtbaar. De stroom die energiebedrijven aan consumenten leveren wordt groener, maar zakelijke afnemers krijgen nog vooral grijze stroom geleverd. Deze tweedeling lijkt steeds scherper te worden.

Consumentenstroom vergroent, maar zakelijke stroom niet

Consumentenstroom vergroent vooral doordat de consument steeds vaker expliciet naar groene stroom vraagt. Precieze percentages worden niet genoemd, maar geschat wordt dat nu ongeveer driekwart van de particuliere energie-afnemers in Nederland een contract heeft voor groene stroom. Maar dat geldt niet voor de totale energiemarkt: consumenten én zakelijke afnemers. Die ‘vergroent’ namelijk nog nauwelijks. Het aandeel groene energie in het totale energieverbruik is in 2018 slechts gegroeid van 6,6 procent naar 7,3 procent. Die stijging zat hem met name in het groeiend aantal zonnepanelen.

Volgens het CBS wordt maar zo’n 20 procent van de elektriciteit verbruikt door huishoudens, de resterende 80 procent door zakelijke verbruikers. Maar volgens het onderzoek gebruikt de zakelijke energiemarkt nog steeds voornamelijk grijze stroom en vraagt bovendien nauwelijks naar groenere alternatieven. Dat is niet onbegrijpelijk, want hoewel groene stroom ten opzichte van grijze voor een particulier huishouden maar enkele tientjes per jaar duurder is, loopt dat prijsverschil voor een bedrijf wel in de papieren. Doordat de grote zakelijke markt ‘grijs’ blijft, hebben energiebedrijven nauwelijks een prikkel om te investeren in groene energie.

Deze kant van de energiemarkt blijft voor veel consumenten onbekend en onderbelicht: die schatten de Nederlandse energieleveranciers vaak groener in dan ze zijn. Nu zijn de groene ‘Voorlopers’ aan de top van de lijst wel degelijk transparant over de herkomst van hun energie. Het kleine aantal Voorlopers dat zowel aan de consumenten- als aan de zakelijke markt levert, namelijk Pure Energy, Qwint en Greenchoice, leveren ook daar grotendeels of vrijwel uitsluitend traceerbare groene stroom. 

‘Middenmoters’ die zich als groen profileren

Maar andere energiebedrijven zijn minder open en verbergen hun ‘grijze’ activiteiten soms achter complexe verkoopconstructies en bedrijfssplitsingen, waardoor de consument geen inzicht heeft hoe groen zijn leverancier werkelijk is. Zulke bedrijven zijn in het onderzoek vaak ‘Middenmoters’: grote energiebedrijven die zich richting consumenten vaak als groen profileren, maar dat eigenlijk maar voor een deel zijn omdat ze naast investeringen in duurzame energie ook nog volop vervuilende, fossiele energie produceren. 

Zo valt Essent, de leverancier met het grootste marktaandeel in Nederland, net als bijvoorbeeld Eneco en Nuon/Vattenfall voor de consumentenmarkt onder de ‘Middenmoters’. Het aandeel groene energie dat Essent aan de consumentenmarkt levert wordt in de ranking nog gehonoreerd met het magere rapportcijfer 5,6. Maar op de zakelijke markt blijkt het bedrijf zelfs een ‘Achterblijver’, terwijl Nuon/Vattenfall en Eneco daar nog steeds in de middenmoot vallen. Zakelijk komt Essent namelijk niet hoger dan een 4,8 en levert daarmee nauwelijks tot geen bijdrage aan een zakelijke groene energietransitie.

In 2018 vallen zo’n zes stroomleveranciers zowel voor de consumenten- als zakelijke markt onder de Achterblijvers, waaronder het Nieuw-Hollands Energiebedrijf, ENGIE, Fenor, DGB Energie, Nederlandse Energie Maatschappij en Sepa Green. Het laatste bedrijf, waarvan de naam toch anders suggereert, scoort op zowel de zakelijke als consumentenmarkt helemaal onderaan: bij beide krijgt Sepa Green niet hoger beoordeeld dan een 2,8.

Typerend voor veel Achterblijvers is dat ze grijze stroom inkopen via de groothandelsmarkten en deze als groene stroom leveren aan particuliere klanten. Dit laatste is mogelijk door de ingekochte grijze handelsmix te combineren met groene stroom-certificaten (garanties van oorsprong, zie kader).

Kun je de energieleveranciers eigenlijk wel de schuld geven van de stagnerende markt voor groene energie? Niet helemaal, geeft ook Greenpeace toe. ‘Maar wij vinden dat de consument recht heeft om te weten hoe het nou precies staat met al die mooie groene claims van energieleveranciers. Daarnaast zouden bedrijven om veel meer groene stroom moeten vragen dan ze nu doen. Er zijn gelukkig ook uitzonderingen zoals de NS, die uitsluitend groene stroom afneemt’, zegt Dewi Zloch van Greenpeace. ‘Áls bedrijven die duurzaamheidsomslag gaan maken, ligt het balletje wel weer bij de energiebedrijven. Dan moeten uiteindelijk ook die grijze energieleveranciers in beweging komen en meer hun best doen om te vergroenen. En dan liever niet door meer certificaten te kopen om de grijze stroom ‘groen te wassen’: dat verandert niks aan de totale energieproductie, die wordt niet groener.’

Hoe gaat de ranking in zijn werk?

De Consumentenbond, Natuur en Milieu, Greenpeace en Wise beoordelen de energieleveranciers vooral op de geldstromen voor investeringen, productie, levering en inkoop van stroom. Investeringen gaat erover in hoeverre bedrijven investeren in duurzame productie, bijvoorbeeld door het inkopen van windmolens. Productie en inkoop zeggen wat over waar de stroom vandaan komt: heeft de leverancier eigen energie-installaties, zoals kolencentrales of windmolens? Kopen ze stroom bij de bron, bijvoorbeeld van Nederlandse windmolenparken? Of kopen ze stroom in op de algemene handelsmarkt? 

Levering tenslotte gaat over de stroom die bij consument en bedrijf terechtkomt: in Nederland gaat er namelijk drie keer zoveel groene stroom naar de klant dan er hier wordt geproduceerd. Dat kan doordat bedrijven Garanties van Oorsprong (GVO’s, certificaten) inkopen in het buitenland. Die garanderen dat de stroom in het land van herkomst groen geproduceerd is (bijvoorbeeld door waterkracht in Noorwegen). Toch zien de milieuorganisaties de certificaten nauwelijks als echte ‘vergroening’: het kan bijvoorbeeld prima zo zijn dat een bedrijf stroom uit kolencentrales levert, daar apart ingekochte certificaten bij doet en het geheel als ‘groene stroom’ verkoopt. Zo’n 20 procent van de stroom die in Nederland wordt verkocht is grijze energie die vergroend is met GvO’s. Dit is nu nog goedkoper dan investeren in groene energie uit wind, zon of water.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden