Waarover hij praat als hij over Tokio praat

De beroemdste Japanse schrijver brak met veel tradities en regels van zijn cultuur. Olaf Tempelman trekt door het Tokio van Haruki Murakami, als een van zijn personages.

Een 'salaryman' passeert in de wijk Nakameguro een muurschildering van bloesem. Beeld Sanne De Wilde

Bij de Meiji Tempel in het Shibuya-district van Tokio kun je op houten bordjes een wens schrijven - een nieuwe baan, een nieuwe liefde, een nieuwe lever en wat al niet meer. De bordjes worden opgehangen rondom een heilige oude boom waar elke ochtend shintopriesters een ceremonie uitvoeren. De tempel, de boom, de bordjes die ritselen in de wind - de aanblik is even magistraal als die van de enorme lanen van de Meiji Tempel Tuin die in de 19de eeuw werd opgetrokken voor de gelijknamige keizer. Toeristen vragen de boom om many returns to beautiful Japan. Het Californische stel met wie ik aan de praat raak - jongen en meisje betoverd door de esthetiek van Japan in het algemeen en die van het shintoïsme in het bijzonder - vertel ik maar niet waarom ik hier ben.

De Meiji Tempel Tuin is de plek waar Haruki Murakami in Tokio het liefst hardloopt. In zijn verkapte autobiografie Waarover ik praat als ik over hardlopen praat fungeren de schaduwrijke lanen rondom het shinto-heiligdom in zuiver sportieve zin. In de buurt van heilige bomen is het prima trainen. Noem dat typerend voor een schrijver die brak met vele tradities, codes en regels van zijn cultuur en zich aan illustere voorgangers weinig gelegen liet liggen. Hij is een langeafstandsloper, schrijft Murakami, en dat is de eenzaamste aller sporters; de langeafstandloper weet dat hij alleen op zijn eigen manier in zijn eigen tempo de finish zal halen. Het Japanse literaire establishment bestempelde het werk van deze schrijver vanaf het begin als 'on-Japans'. Desalniettemin waren het Japanse lezers die hem massaal in de armen sloten, lang voordat westerse lezers dat deden.

Van Haruki Murakami had ik tot 2003 nog nooit gehoord. In dat jaar kreeg ik van een vriend 'een Japanse roman die eigenlijk helemaal niet Japans is'. Het begon al met de titel, Norwegian Wood, de tweede track van het album Rubber Soul van The Beatles. Een Japanse schrijver die zijn roman vernoemt naar zijn favoriete Beatlesliedje - het was als vloeken in een shinto-tempel.

Haruki Murakami. Beeld ANP

Gooi niet je zielenroerselen op straat

Al na enkele pagina's was ook ik besmet met dat virus dat je belet deze auteur weg te leggen, zelfs als hij in details een kookproces beschrijft. Miljoenen waren voor mij gecontamineerd. Had ik Japans kunnen lezen, dan had ik zomer 1993 enorme stapels van Norwegian Wood in de Japanse boekhandels kunnen zien liggen. Van deze roman waren op dat moment al 3,5 miljoen exemplaren verkocht. Ik heb in die twee maanden in Japan een aantal gesprekken over literatuur gevoerd met o zo hoffelijke Japanse collegastudenten. Ze gaven keurig antwoord op vragen over Kawabata, Mishima en Dazai, de schrijvers die ik destijds wel kende. Helemaal niemand die zei: weet je wie wíj op dit moment met miljoenen tegelijk verslinden?

De Japanse auteur die een groter internationaal publiek zou gaan aanboren dan welke andere landgenoot en qua verkoopcijfers Paulo Coelho en Dan Brown naar de kroon zou gaan steken, was voor de 21ste eeuw begon buiten Japan weinig bekend. Norwegian Wood verscheen pas in 2000 in het Engels als Norwegian Wood. In The Rough Guide to Japan, editie 2001, worden veel bekende Japanse auteurs aanbevolen, Haruki Murakami staat er nog niet tussen.

De slaapzaal met de tatami-matten, de rauwe inktvis bij het ontbijt en mijn Japanse leeftijdgenoten in hun smetteloze witte overhemden met dassen die op vragen antwoorden gaven als 'maybe, sometimes, yes' - ze kwamen terug na het zien van een BBC-documentaire over Murakami. Een Japanse vrouw weigert daarin o zo beleefd in te gaan op de vraag waarom Murakami's werk zo veel voor haar betekent - 'over zulke persoonlijke dingen praat ik niet'. Rep niet en plein publique over je favoriete auteurs en gooi je zielenroerselen niet op straat.

De skyline van Tokio. Beeld Sanne De Wilde

Op bezoek bij Murakami

Volkskrant-redacteur Arjan Peters ging in 2010 op bezoek bij Haruki Murakami in Tokio. Lees hier zijn reportage.

'De lawaaiprinses'

Dat reizen met het openbaar vervoer in Japan nog aangenaam is dankzij bordjes als Please refrain from talking on your mobile phone, moet te maken hebben met dezelfde cultuur. Nog zoiets: dames-wc's zijn voorzien van een apparaatje dat 'de lawaaiprinses' heet en dat voorkomt dat de bezoeksters op delicate momenten 'te horen' zijn.

Tokio heeft een ingenieus trein- en metronetwerk waarmee het verleden van Murakami zich vaak tot op enkele tientallen meters laat nareizen. Wat die plekken bindt, is dat ze zo ontyperend zijn voor een groot schrijver in wording. Wat die plekken ook verbindt, in heel letterlijke zin, is dat trein- en metronetwerk. Wie Tokio doorkruist op zoek naar Murakami, doet vanzelf wat veel van zijn hoofdpersonen ook voortdurend doen, in hun eentje met de metro reizen. In de woorden van een Murakami-fan op de campus van de Waseda-universiteit: 'Murakami's personages zijn alleen en ze aanvaarden dat volledig.'

Met de blauwe Tozai-lijn arriveer ik op station Waseda. Op de campus van de Waseda-universiteit, door dik gebladerte beschermd tegen de zomerhitte, dragen sommige studenten mondkapjes. Architectonisch is de universiteit een mengsel van klassieke Japanse en moderne stijlen van elders, erboven ligt een woonwijk, daarboven lopen spoorrails. Noem Tokio een op ingenieuze wijze gelaagde en gecomponeerde metropool met 12 miljoen inwoners. Nergens ben je ver weg van schitterende parken met tempels, nergens ben je ver weg van enorme winkelstraten, nergens ook ben je ver weg van het dagelijks leven: 'gewone' straten met woonhuizen liggen door de hele stad verspreid.

De Meiji Tempel Tuin waar Murakami hardloopt. Beeld Sanne De Wilde

Afkeren

Het standbeeld van Shigenobu Okuma, oprichter van de Waseda-universiteit, stond er al toen de 19-jarige Haruki Murakami hier in 1968 dramaturgie ging studeren. Toru Watanabe, de hoofdpersoon uit Norwegian Wood, begon hier in hetzelfde jaar met dezelfde studie. 'Als ik de letterlijke waarheid over mijn eigen studententijd had opgeschreven, had de roman slechts vijftien pagina's geteld', verklaarde de auteur over dit boek van vierhonderd pagina's. Maar wie Toru Watanabe vergelijkt met de student Haruki Murakami die de auteur schetst in zijn hardloop-autobio, ziet overeenkomsten, zo niet twee maal dezelfde persoon. Beiden zijn zelfverklaarde 'loners', beiden zijn teruggetrokken, beiden functioneren slecht in groepen en collectieven, beiden zijn matige studenten, beiden presteren net genoeg om niet van de universiteit te worden verwijderd. Andere overeenkomst: beiden hebben een afkeer van politieke bijeenkomsten, van officiële ceremonies en van Japanse nationalistische rites in het bijzonder. De 'lulligheid' van de semi-militaire ochtendceremonie bij de Japanse vlag voor de studentenflats van Waseda is een terugkerend thema in Norwegian Wood.

Japans beroemdste schrijver uit zijn studentenjaren was de verpersoonlijking van alles waar Murakami een afkeer van had. Yukio Mishima: dat was de schrijver die Japan als sacraal beschouwde, die streed tegen de individualisering en de opgelegde democratie die de collectieve kracht van het Japanse volk teniet zou doen; die zich ontpopte als paramilitair leider en de almacht van de keizer wilde herstellen; die op 25 november 1970 op 45-jarige leeftijd na een mislukte militaire coup voor het oog van de camera's op rituele wijze zelfmoord pleegde. Mishima leefde én stierf voor de camera, mes in zijn buik. Murakami verachtte alles wat met Mishima te maken had.

Soms leer je mensen makkelijker kennen aan de hand van hun afkeren dan hun voorkeuren. Japans beroemdste schrijver van een paar decennia later was een man die de openbaarheid schuwde en consequent elk optreden voor een camera weigerde. Weinig beroemde mensen verschenen nog minder seconden in beeld dan Murakami. Mishima etaleerde voor het oog van de wereld 'een leven met de puurheid van poëzie geschreven in bloed'. Murakami vertelde in een zeldzaam interview aan het hardloopblad Runners World dat het met The Beach Boys en The Lovin' Spoonful in de iPod goed rennen is.

De campus van de Waseda-universiteit, waar de toen 19-jarige Murakami in 1968 dramaturgie ging studeren. Beeld Sanne De Wilde

Ontsnapping

Shinjuku Records ligt op een steenworp van station Shinjuku, het grootste en meest uitgestrekte van Tokio, achter de spoorrails zien we een duizelingwekkend kleurenspel van neonlichten. Shinjuku Records werd opgericht in het jaar dat Mishima zelfmoord pleegde, 1970, en heeft een logo met de vier Beatles.

'Murakami wás hier', mogen we met zekerheid zeggen. Welke platenzaak in Shinjuku en Shibuya werd in die jaren niet door hem gefrequenteerd? Als student bezat hij al meer dan duizend platen. 'Alleen was hij toen nog niet beroemd!', lacht mevrouw Fujiwara, mede-eigenaresse van Shinjuku Records, een Japanse oma die je ervan verdenkt dat zij de heavy metal die in de winkel opstaat ook niet mooi vindt. De naam Murakami doet gelukkig zijn werk. Rubber Soul gaat op, eerst Drive my Car, daarna Norwegian Wood. Het boek is tegenwoordig bekender dan het liedje - tussen het meisje van John Lennon en dat van Murakami zit één grote overeenkomst en één groot verschil, weten de fans.

In de late jaren zestig hoorde Murakami bij de vele jongeren die zich met geïmporteerd vinyl uit Amerika en Europa uit het keurslijf van het naoorlogse Japan probeerden te wringen. 'Buitenlandse cultuur', zei de schrijver, was 'een ontsnapping'.

De Meji Tempel Tuin. Beeld Sanne De Wilde

Murakami als vertaler

Behalve als romancier is Murakami ook actief als vertaler. De afgelopen decennia vertaalde hij ruim twintig boeken uit het Engels in het Japans, waaronder de roman die hij vaak zijn persoonlijke favoriet noemde en die ook een rol speelt in Norwegian Wood: The Great Gatsby van Scott Fitzgerald. Een ander wereldberoemd werk dat Japanners lezen in een Murakami-vertaling, is The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Ook door Murakami vertaald en ingeleid: het complete oeuvre van Raymond Carver, vaak genoemd als van grote invloed op zijn eigen werk. Ook non-fictie over muziek verscheen in het Japans in Murakami-vertalingen, zoals Jim Fusilli's boek over het Pet Sounds-album van The Beach Boys en Geoff Dyers veelgeprezen jazzboek But Beautiful, waarin onder meer Duke Ellington, Charles Mingus en Thelonious Monk de revue passeren.

Muziek

Er zijn weinig auteurs die op de pagina's van hun romans hun muzikale voorkeuren zo uitgebreid etaleren, die van Murakami strekken zich uit over vele genres. Hij houdt van Debussy maar ook van Bacharach, van Ravel maar ook van Creedence Clearwater Revival, van de fuga's van Bach maar ook van het eerste album van Blood, Sweat & Tears. En dan hebben we nog niemand genoemd uit het belangrijkste genre, de jazz. Voor Ornette Coleman en Bud Powell heeft Murakami een zwak, maar niet alleen voor hen, getuige verhalen over een collectie die meer dan tienduizend jazz-platen omvat.

Voor de jonge Murakami was jazz zijn lust en zijn leven. Zo kon het dat de matige dramaturgie-student een jazzclub begon, daarbij geholpen door zijn grote liefde Yoko, met wie hij in 1971 op zijn 22ste was getrouwd. Yoko kwam uit een winkeliersfamilie en wist hoe je een zaak moest runnen.

De jazzclub van de Murakami's, Peter Cat, lag op 200 meter van het treinstation Sendagaya, aan de rand van Shibuya. Ik passeer het enorme Tokio Metropolitan Gymnasium, een sportcomplex uit 1954 dat destijds futuristisch moet hebben aangedaan, sla daarna af naar rechts en beland in een smalle onopvallende straat. Tegenwoordig is in het pand van Peter Cat apotheek Pharma C gevestigd. De kantoorboekhandel ertegenover, Yu, was er al in Murakami's tijd. De allerhartelijkste eigenaar, Seito Tasku, herinnert zich de Murakami's als de dag van gisteren. Hoe kan het ook anders: hier kochten ze elke dag kranten en tijdschriften. Aan 'Murakami-pelgrims' is Seito Tasku gewend, elk jaar worden het er meer. Gelukkig komen ze hier niet voor niets. Murakami is een trouw mens dat zijn wortels niet verloochent. Een paar jaar geleden schonk hij boekhandel Yu handgeschreven manuscripten en tekeningen, waarvan ik een paar kopieën mag meenemen.

Denny's, waar Murakami altijd de kipsalade bestelde. Beeld Sanne De Wilde

Het begin

Wie weet runde Murakami nog steeds een jazzclub als er op zaterdag 1 april 1978 niets was voorgevallen in het Jingu-stadion in Shibuya, vlak bij station Harajuku. Op weg hiernaartoe, in de Yamanote-lijn, moet ik voor het eerst in het openbaar vervoer van Tokio staan, tussen o zo stille mensen die allemaal een of twee koppen kleiner zijn. Als ik uitstap zie ik het Jingu-stadion meteen liggen. Waarom de metro overvol zat, begrijp ik nu ook. In het stadion waar Murakami elke zaterdag naar honkbalwedstrijden ging, is vanavond een popconcert van een zanger die ik op grond van zijn affiches inschat als het nippo-equivalent van Marco Borsato, maar misschien is dat onterecht.

Zelfde plek, 1 april 1978, half twee 's middags: Murakami volgt aan het buitenveld zijn favoriete team, de Yakult Swallows, blikje bier in de hand. 'Door het stadion weergalmde het snerpende geluid waarmee de bat de harde bal raakte. (Speler) Hilton draaide gezwind om het eerste honk en bereikte zonder problemen het tweede. Dat was het moment waarop ik dacht: oké, laat ik proberen een roman te schrijven. Ik herinner me nog de blauwe lucht, de aanraking met het prille gras dat net zijn groene kleur had teruggekregen en het heerlijke geluid van het slaghout. Op dat moment streek er stilletjes iets neer uit de hemel, en dat nam ik gewillig in ontvangst.'

Was het bovenstaande opgeschreven door een andere auteur, dan had je hem verdacht van zelfmythologisering. Murakami-lezers weten dat hun auteur gewoon wilde beschrijven hoe van het een het ander kwam. Even kenmerkend was het probleem waarop hij stuitte nadat er in het stadion 'iets' was neergestreken. Hij ging achter zijn bureau zitten en ontdekte dat hij 'niet eens een fatsoenlijke vulpen bezat'. Die ging hij kopen in de oudste en grootste winkel van boekketen Kinokuniya, die aan de achterkant van het Shinjuku-station. Het werd een sailor-vulpen, hij kocht er papier bij.

Knieval

Haruki Murakami brak in 1987 met Norwegian Wood door naar een groot publiek, maar kreeg met deze roman veel kritiek te verduren van zijn lezers van het eerste uur. Zij waren gewend aan door Raymond Carver en Kurt Vonnegut beïnvloed proza met surrealistische elementen, waarvan het korte verhaal De olifant verdwijnt wellicht het sublieme voorbeeld is. Norwegian Wood zagen zij als een knieval voor de commercie. Murakami zelf zag dat anders: 'Veel van mijn lezers vonden dat ik mezelf met Norwegian Wood verloochende, dat het een verraad was van datgene waar mijn werk tot dan toe voor gestaan had. Voor mij persoonlijk was het precies het tegenovergestelde: het was een avontuur, een uitdaging. Ik had nog nooit een simpel, rechttoe-rechtaan-verhaal geschreven, en wilde mezelf testen.' In later werk als Kafka op het strand - vaak een favoriet van de fans - keerden surrealistische elementen volop terug.

Gif

Het exemplaar van Norwegian Wood dat ik voor 1.000 yen (7 euro) aanschaf op de zevende verdieping van Kinokuniya Shinjuku wordt door het meisje achter de toonbank zo mooi ingepakt dat ik denk dat mij een voorrecht wordt verleend, tot ik zie dat het aan de andere kassa precies zo gaat. Zo'n fraai pakje, je durft het niet meer open te maken.

Kinokuniya Shinjuku is een boekenwarenhuis, de liften worden er bediend door roodgerokte liftmeisjes, de zevende verdieping is die van de boeken in het alfabet van het Westen. Dat hier uitgerekend vandaag Ornette Coleman op staat, zal wel op toeval berusten, maar het past wel mooi bij mijn bezoek.

Haruki Murakami was 29 toen hij met die nieuwe vulpen een nieuw leven begon. De jazzclubeigenaar die zestig sigaretten per dag rookte en nooit voor zes uur 's ochtends naar bed ging, verhuisde uit het centrum van Tokio en begon zijn dag voortaan om vijf uur 's ochtends op hardloopschoenen, om zo in vorm te zijn voor de schrijftafel. Zonder de schrijver Murakami nooit de marathonloper Murakami, legde hij later uit aan al die mensen die bij 'een echte kunstenaar' ander soort liefhebberijen verwachten. Het schrijven van fictie is een gevaarlijke, belastende en ongezonde bezigheid: er komt een gif dat diep binnen in ons ligt naar de oppervlakte. 'Om echt ongezonde dingen aan te pakken moet een mens zo gezond mogelijk zijn. Daarom blijf ik hardlopen, ook al zeggen ze dat ik daardoor geen echte kunstenaar ben.'

De boekwinkel Kinokuniya Shinjuku. Beeld Sanne De Wilde

Roem

Een ander gif dat Murakami moest zien te bedwingen, was dat van de roem. Hij was al jaren 'gewoon een goedverkopende auteur' in Japan toen de verkoopcijfers van Norwegian Wood eind jaren tachtig in de zeven cijfers liepen. Murakami, de buitenstaander en de vreemdeling, bleek niet alleen een hoogst intrigerende liefdesgeschiedenis te hebben geschreven, maar ook een Japan te hebben opgeroepen waarmee naoorlogse generaties zich zoveel beter konden identificeren dan met dat van puristische voorgangers, een Japan dat niet door de buitenwereld was besmet, maar door de buitenwereld was veranderd.

Murakami's Amerikaanse vertaler Jay Rubin, hoogleraar Japanse literatuur aan Harvard, beschreef later hoe de monsterverkoop van Norwegian Wood Murakami in een depressie deed belanden. In de late jaren tachtig stonden cameraploegen voor zijn huis, voor deze schrijver niets anders dan een vreselijke straf. In 1991 verliet hij Japan voor de Verenigde Staten, om er pas in 1995 weer terug te keren, en nooit voor langer dan een paar maanden per jaar. Ver weg vond hij een manier om met zijn nieuwe status om te gaan: doorschrijven zonder de roem een rol toe te kennen, door alles wat met de roem verband houdt op afstand te houden. Geen televisie-optredens, geen gala's, geen signeersessies, geen interviews, behalve in uitzonderlijke gevallen aan schrijvende journalisten.

Altijd alleen

Er zijn veel tv-documentaires gemaakt over Murakami, er is er geen een waarin hij zélf voor de camera verschijnt.

Als hij in Tokio is, dan rent hij in de Meiji Tempel Tuin. Ver weg op het grindpad dat leidt naar de torii, de metershoge houten tempelpoort, doemen tussen de honderden boomsoorten die deze Tuin telt vier joggers op. Die kleinste van die vier mannen... wat krijgen we nou, het zal toch niet, stel je voor zeg!

Nee, natuurlijk niet. De man die wij zoeken, die loopt altijd alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.