Waarom zou je weggooien?

Wat is er eigenlijk zo fijn aan dat ellendige opruimen van ene Marie Kondo? Geef je ogen iets te doen, en verzamel waar je zin in hebt. Je weet maar nooit hoe die spullen ooit van pas kunnen komen, bepleit journalist Stefanie Bottelier.

Beeld Ellen Mandemaker

De afgelopen tijd waait er een vreemde wind door de huizen van vrienden en bekenden. Het is de opruimwind, begonnen onder leiding van Marie Kondo, de Japanse opruimgoeroe die een kunst heeft gemaakt van het ontspullen. Boeken over opruimen en weggooien zijn inmiddels een genre op zich geworden en je kunt ironisch genoeg een boekenkast vol-clutteren met werken over de kunst van het de-clutteren. En elke keer wordt er weer een nieuwe invalshoek gevonden. Zo verscheen eerder dit jaar New Order: a decluttering handbook for creative folks van Fay Wolf, want ook creatievelingen, die hopeloze rommelkonten, hoeven niet langer te denken dat ze vrijgesteld zijn van organisatiedrift.

Kondo jut met haar boeken al een jaar of twee mensen op alleen nog maar spullen te bewaren die je echt gebruikt of die in staat zijn tot het mysterieuze sparken van joy. En dat blijken er niet veel te zijn, als ik zo eens rondkijk in de kaalgestripte huizen van die vrienden en bekenden.

Beeld Ellen Mandemaker

Een tussenweg

Zelf ben ik immuun gebleven voor deze manie, ik bewaar juist zoveel mogelijk. Ook al ontvang ik niet dagelijks sparks of joy van de spullen in mijn verzamelingen, ik deins er ernstig voor terug om ze dus maar weg te gooien. Iets in mij zegt dat het niet in de haak is om zo maar alles weg te doen wat niet direct en constant uitzinnige vreugde veroorzaakt. Bewijzen om dit unheimische gevoel te staven heb ik niet meteen. Als ik eens op internet op zoek ga naar een tegengeluid tegen deze hysterische opruim- en weggooiwoede, en om iets te vinden over de vele voordelen van het hoarden, vind ik eigenlijk niets. Alleen nog meer boeken over hoe je je leven kunt optimaliseren door het te ontdoen van de vijand: rommel. Daarnaast is er een schier oneindige waslijst van de gevaren van het onbeperkt verzamelen. Jaargangen oude kranten leveren brandgevaar op en tussen de troep kan ongedierte welig tieren. Levensgevaar ligt zelfs op de loer, bijvoorbeeld als een bovenverdieping vol verzamelde schatten het begeeft en de verzamelaar (of diens onderbuurman) omkomt in de troep. Maar even serieus: hoe vaak gebeurt dit nou helemaal? Bijna nooit, durf ik te schatten. En dit zijn excessen waar ook ik liever verre van blijf. Ik wil helemaal niet propageren dat je nooit meer iets weggooit. Van mij mogen verpakkingen van levensmiddelen gewoon de vuilnisbak in. Oude kranten kunnen ook naar de papierbak (uiteraard na gepaste tijd, want het nieuws erin zou nog relevant kunnen zijn). Er bestaat iets als een tussenweg, en dat ik niets kan vinden over de voordelen en de lusten van het bewaren, betekent niet dat die er niet zijn. Daarom is het tijd zelf maar eens op te komen voor een van mijn grootste hobby's, en om tegelijkertijd te waarschuwen dat te veel weggooien onnodig is en zelfs riskant kan zijn.

Beeld Ellen Mandemaker

Huizen waar wat te zien valt

Opruimbekeerlingen reppen vaak over wat voor feest van rust en overzicht het is om te wonen in zo'n oase van minimalisme, gevuld met een paar streng geselecteerde joy sparkende elementen. Dit klinkt mij nou juist verre van feestelijk in de oren. Ogen moeten ook wat te doen hebben, helemaal als ze ergens op visite zijn. Mijn ogen vinden er bijvoorbeeld niets aan om al binnen vijf minuten klaar te zijn met kijken en nergens iets geks of iets lelijks te zien, iets dat helemaal niet past bij het interieurthema en daardoor dus onverwacht en leuk is. Ik ben niet de enige die zulke halflege, identiteitsloze showrooms geen bal aan vindt. In veel interieurbladen en op binnenkijkblogs zijn juist de volgepropte wunderkammers weer helemaal hot. Huizen waar wat te zien valt, waar onzinnige verzamelingen worden gekoesterd en de persoonlijkheid van de bewoner zich van alle kanten aan je opdringt. Anders kun je net zo goed de IKEA-gids inkijken.

Een van de grote misverstanden over de verzamelde troep in onze huizen is dat deze spullen geen vreugde verschaffen als je ze ze niet dagelijks gebruikt of zelfs maar ziet, daarom alleen maar fungeren als een loden last van schuld en falen - en dus weg moeten. Niets is minder waar. Wat is er eigenlijk zo leuk aan precíés weten wat er in je huis ligt en nooit eens een verrassing tegenkomen? Een recente expeditie door mijn collectie dozen en doosjes, soms jaren ongeopend, leverde bijvoorbeeld notitieblokjes op, met daarin genoteerd wat iedereen die had meegedaan aan sinterklaasfeesten in de jaren tachtig had gekregen! Een vintagestickercollectie uit mijn middelbareschooltijd! Tien jaargangen van de Tina! Dat hoef ik niet elke dag te zien, eens in de vijf jaar volstaat. Maar als ik ze dan eens bekijk, bezorgt me dat een intens genoegen. Er zijn ook spullen die dit genoegen niet verschaffen en ook daarbij geen enkel praktisch doel dienen. Ik noem een collectie videobanden met daarop, tja, dat weet ik eigenlijk niet, want geen videorecorder meer. Maar zelfs dit soort spullen hoeven niet per se weg. Die vallen namelijk in de categorie 'je weet maar nooit.'

Ooit komt het van pas

Hoewel ik er redelijk zeker van ben dat ik echt nooit meer iets ga doen met die verzameling videobanden, hebben ze elke opruimronde overleefd (toegegeven, dat is niet zo moeilijk bij mij thuis). Ergens verwacht ik dat ze op een dag van pas zullen komen. Zo ging het immers ook met vinyl. Met de komst van de cd deed menigeen z'n platen resoluut de deur uit, zonder het geringste vermoeden dat sommige van die langspelers dertig jaar later goudgeld waard zouden zijn. Gelukkig heb ik ze allemaal nog, al geldt dat goudgeld helaas nog niet voor het verzamelde werk van de Dolly Dots op vinyl. Nóg niet. Je wéét het gewoon niet. In dat kader blijf ik daarom ook tegen de trend in cd's kopen (nu nog verkrijgbaar voor een paar piek op rommelmarkten), terwijl iedereen zweert bij een digitale en geen-fysieke-ruimte-innemende muziekverza-meling. Ook omdat de in mij huizende onheilsprofeet constant waarschuwt tegen te veel blind vertrouwen in Digitaal Utopia. Daarover later.

Sentiment

Zelfs ik heb niet iedere streep die mijn kinderen op een vel papier hebben gezet, bewaard. Maar zoveel ruimte neemt een verzameling kindertekeningen en moederdagcadeaus toch ook weer niet in? En natuurlijk laat ik de bloemetjesjurk van mijn zestien jaar geleden overleden oma niet dagelijks door mijn handen glijden. Nooit zelfs: hij ligt al jaren in een plastic tas achterin een kast en doet daar niemand kwaad. Er mag in dit leven, en in een kast, toch wel een klein beetje ruimte zijn voor sentiment? En nee, een foto op je iPhone van de betreffende kinderkunst of omajurk is niet hetzelfde, dus laat die tip maar zitten.

Niet iedereen heeft aanleg om zich te hechten aan kledingstukken van overleden familieleden; dat hoeft ook niet. Maar bijna iedereen is wel geïnteresseerd in onvermoede goudmijntjes. En één ding is zeker, hoe minder spullen, hoe minder kans op goudmijnmateriaal. Komt bij dat je in het kader van 'je weet maar nooit' niet kunt voorspellen waar mensen in de toekomst grof geld voor willen neertellen (er zijn godbetert spulletjes uit Kindersurprise-eieren die duizenden euro's opleveren). Omdat het dus knap lastig is om te bepalen wat in huis de baby is en wat het badwater, lijkt het mij het verstandigst geen van beide weg te gooien.

Beeld Ellen Mandemaker

Digitaal bezit is niet echt

'Het internet!' Hoor ik u roepen. Alles staat op internet! Foto's zet je in de cloud. Elk artikel ooit geschreven, elk televisieprogramma ooit gemaakt, alles is wel door iemand online gezet. Muziek beheer je in Spotify of op iTunes. Boeken heb je in je e-reader. We doen allemaal net of ons digitale bezit echt is, maar dat is het niet en er schuilt een gevaar in het optimisme over dat digitale paralleluniversum. Wat nou als dat kalifaat er toch komt (je weet maar nooit) en ons de toegang tot het wereldwijde web ontzegt? Wat als hackers zorgen voor een digitale meltdown? En mocht dit misschien enigszins hysterisch en vergezocht klinken, denk ook eens aan iets anders. Bij eerdergenoemde dozenexpeditie vond ik een etui terug met daarin de roddelbriefjes die mijn vriendinnen en ik elkaar stuurden tijdens de lessen op school. Want vroeger stuurden we elkaar brieven en kaarten. En die hebben niet alleen sentimentele, maar ook historische waarde. In die briefjes uit mijn etui vonden wij bijvoorbeeld allerlei zaken 'blits', een woord dat tegenwoordig zelfs niet eens meer voor de grap gebruikt wordt. Nu sturen we elkaar appjes en direct messages. Die vrijwel niemand bewaart. Denk je eens even in: over vijftig, nee twintig jaar, is er van die hele digitale voetprint en de hele generatie en het tijdsbeeld dat daarbij hoort, waarschijnlijk niets meer over. Geestige WhatsApp-conversaties, kunstig gecomponeerde Instagram-feeds, digitaal volgepinde Pinterestborden met lievelingsdingen: weg, weg, allemaal weg. Vroeger hadden we volgeplakte schoolagenda's, nu is er de schoolwebsite Magister en de agenda in je telefoon waar je niet eens een sticker of een plaatje van een popster bij kunt plakken. Kinderen van deze jeugd van tegenwoordig kunnen zich straks niet meer verkneukelen over de tienertijd van hun ouders, omdat daar gewoon geen sporen meer van zijn. Er ontstaat een generatie die niets echts meer achterlaat! Tenzij we weer dingen gaan bewaren. Vanaf nu: back-uppen, uitprinten, inbinden, in een doos ermee, bewaren die hap. Doe het in elk geval voor de volgende generatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden