Interview

Waarom wij zo ver reizen - en er onherroepelijk iets kapot maken

Daan Veldhuizen filmde het opkomende toerisme in een klein bergdorpje in Laos. Met de komst van een weg en elektriciteit zou het er net zo uit de hand kunnen lopen als in toeristenvrijhaven Vang Vieng, waar de bevolking is verdreven.

Still uit de film/ Beeld Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice

Daan Veldhuizen (32) had al een paar maanden door Azië gereisd toen hij in 2007 in Muang Ngoi in Laos belandde. Het leek alsof hij het einde van de wereld had bereikt: een klein dorp met een paar honderd inwoners, omringd door majestueuze bergen, alleen bereikbaar per boot.

Overdag zat hij aan de rivier en keek hij hoe de Laotianen er hun kleren wasten, dan zichzelf en vervolgens met een emmertje water naar hun tuin liepen om de planten water te geven. 's Avonds tokkelde hij bij het licht van de generator op zijn gitaar, in een hutje in de tuin van de eerste guesthouse-eigenaren van het dorp. Het ultieme niks, volgens Veldhuizen: 'Precies waarnaar je als rugzaktoerist naar op zoek bent.'

Recensie

Kevin Toma recenseerde Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice. Lees de viersterrenrecensie hier.

Geen idee dat hij er zes jaar later een film zal gaan maken: Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice. Het is zijn tweede lange film, na Stories from Lakka Beach uit 2011. Daarin portretteerde Veldhuizen een dorpsgemeenschap in Sierra Leone - in de jaren zeventig en tachtig een drukbezocht toeristenoord, maar door de burgeroorlog vrijwel in vergetelheid geraakt.

Veldhuizen: 'In die film zit een scène waarin een vrouw toeristen omschrijft: Fransen zijn aardig maar ze stinken. Met Chinezen moet je niets te maken willen hebben. Russen eten veel, maar als je daar voorbij kunt kijken, zijn ze aardig. Toen ik haar zo hoorde praten dacht ik: dat is interessant voor een volgende film. Om door de ogen van lokalen naar onszelf te kijken en misschien een antwoord te krijgen op de vraag waarom wij zo ver reizen om authenticiteit te vinden - en er onherroepelijk iets kapot te maken.'

Shai, toeristisch ondernemer in zijn geboortedorp.

Achter de schermen

Het lijkt er in Banana Pancakes and the Children of Sticky Rice idyllisch aan toe te gaan, maar achter de schermen klapten de verhoudingen toen Shai, een van de hoofdpersonen, besefte dat hij niet als succesvolle ondernemer uit de verf zou komen. Regisseur Daan Veldhuizen: 'Hij wilde niet meer dat we hem filmden en weigerde met me praten. Er is een overheidsofficial aan te pas gekomen om ervoor te zorgen dat we de laatste scènes konden draaien.' Shai woont inmiddels niet meer in Muang Ngai.

Beantwoord die vraag zelf eens.

'Voor het avontuur. Het doorbreken van de sleur van de dag. Maar ook om in contact te komen met mensen uit andere culturen. Natuurlijk, ik blijf altijd de westerling, maar ik probeer wel op voet van gelijkwaardigheid met mensen om te gaan.

'In Sierra Leone ontmoette ik een muzikant die in een vergelijkbare situatie zat als ik: hij probeerde met allemaal bijbaantjes een carrière op poten te zetten, ik was een beginnend filmmaker zonder subsidie, al mijn geld zat in de camera.

'We hebben toen een deal gemaakt: ik zou zijn videoclip opnemen en in Nederland laten zien. In ruil daarvoor mocht ik zijn leven in Lakka Beach filmen. Het is die uitwisseling die mij interesseert.'

Vogel, een Franse backpacker.

Waarom wilde je deze film in Muang Ngoi maken?

'Omdat ik daar van alle plekken die ik tijdens mijn reizen had bezocht, het sterkst had gevoeld: ik zou willen dat hier niets verandert.'

De eerste 25 minuten van de film: één grote idylle. Geen toerist te bekennen, er wordt rijst geoogst, vrouwen vlechten manden voor het huis, mannen repareren visnetten, families eten hun maaltijd bij het schamele licht van één peertje, en tijdens het boeddhistische feest dat het einde van de regentijd markeert, verdwijnen tientallen lampionnen in de nacht.

Geregisseerde werkelijkheid, zegt Veldhuizen: 'Ik wilde het dorp laten zien zoals het in 2007 was.'

Eliza uit Australië

Hoe zag het er in werkelijkheid uit?

'Het viel me nog mee. Er waren een paar guesthouses bijgekomen, en restaurants en winkeltjes. Maar de meeste toeristen waren mensen die bereid zijn zich aan te passen aan de cultuur.'

In Vang Vieng, 600 kilometer verderop, lopen de toeristen dronken en halfnaakt door het dorp. Dat is het voorland.

'Vang Vieng is kapotgemaakt, dat klopt. De Laotianen zijn uit het dorp verjaagd, het toerisme is in handen van buitenlanders.

'Het charmante van een land als Laos is: het is een vrijhaven voor toeristen. Regels zijn er nauwelijks. Maar als je geen regels stelt, loopt het op een gegeven moment compleet uit de hand. Een paar jaar geleden kwam er in Vang Vieng zowat elke maand een toerist om. Door een overdosis of door dronken de rivier in te springen en op een rots te klappen. Een heel trieste bedoening.'

Rijstboer Khao, die ook wandelexcursies organiseert.

Net als in zijn vorige film vertelt Veldhuizen het verhaal van Muang Ngoi aan de hand van personages - in dit geval: Shai en zijn vriend Khao. Volstrekte tegenpolen lijken ze aan het begin van de film: Shai is een motorrijdende prettyboy met een drankprobleem, gestudeerd in de stad, dromend van een leven waarin hij geld verdient aan toeristen - in zijn geboortedorp, dat wel. Khao is een intens tevreden boer, hij kan zich geen dierbaardere plek voorstellen dan zijn rijstveld, het is er zo mooi zegt hij, hij raakt er nooit verveeld.

Meer nog dan op de toeristen richt Veldhuizen zijn camera op hen, en laat hij zien hoe hun leven onder invloed van de toestroom van toeristen verandert. Hoe Shai zijn draai als ondernemer maar niet vindt, Khao naast zijn werk op het land wandelingen gaat verzorgen, met toeristen in gesprek komt en zo steeds meer behoefte krijgt zijn blik naar buiten te richten, iets van de wereld te zien.

Mooiste zin uit de film, volgens Veldhuizen: 'Dat Khao zegt dat hij wel eens iets wil zien dat door mensen is gebouwd. Als je alsmaar tussen de bergen zit, kan ik me voorstellen dat je nieuwsgierig bent naar de Eiffeltoren.'

Mij bekroop bij die scène vooral het gevoel: die jongen was perfect tevreden met zijn leven en dat hebben wij van hem afgepakt.

'Ik zie dat anders. Ontwikkeling is onvermijdelijk. In een museum in Laos las ik: cultuur is een levend iets, en zo is het. Ik ben niet bang dat de Laotiaanse cultuur verdwijnt. Zij zal zich mengen, maar of dat erg is?

'Het baart me meer zorgen dat het toerisme de natuur verwoest, en dat er, als we niet met z'n allen nadenken over wat we in deze wereld wel en niet ontwikkelen, straks geen plekje meer overblijft dat ongerept is.

'Als ik later kinderen heb, wil ik ze kunnen laten ervaren hoe het is om ergens te zijn waar geen wifistralen door je heen gaan. Want dat is waar wij als mensheid vandaan komen.'


Daan Veldhuizen. Beeld Io Cooman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden