Waarom trekt Suriname eigenlijk zo weinig toeristen?

Suriname kan het nieuwe Costa Rica worden

Raar eigenlijk dat Suriname zo weinig toeristen trekt. Terwijl het land een stomende jungle biedt, een gepeperde keuken en sympathieke bewoners die graag Nederlands met je kletsen.

De Kabaleborivier in West-Suriname slingert door het Amazonewoud; dorpen en wegen zijn hier niet. Foto Marcel Wogram

De 'Patron' had nog gewaarschuwd: 'Kijk uit waar je loopt in het donker.' Maar als je eenmaal kampeert in de Surinaamse jungle, verleg je vanzelf je grenzen. We drinken Parbobier bij het kampvuur, springen voor het slapengaan nog even in de glinsterende rivier en bewonderen de pulserende dans van vuurvliegen tegen de duistere junglewand. Natuurlijk schrik je even als je bijna op een harige vogelspin stapt met je slipper of als een dikke kaaiman het water in plonst terwijl je aan het badderen bent. Maar dat maakt kamperen in Suriname juist zo bijzonder. Zeg maar: onvergetelijk.

De Surinaamse jungle is griezelig, mysterieus en wonderschoon. We vliegen een uur laag over het Amazoneregenwoud: een oneindige broccoli waar af en toe een theekleurige rivier doorheen kronkelt. We varen volgas tegen stroomversnellingen op terwijl geelblauwe ara's kwetterend overvliegen. We maken een kamp op een zandstrandje waar twee troebele rivieren samenvloeien. Dichtstbijzijnde dorp: 200 kilometer noordwaarts - met kapmes in de hand.

Gids Keiran Samuels. Foto Marcel Wogram

Wildernisgids Iwan Sabajo, een 36-jarige Arawak-indiaan, pakt zijn gitaar en zingt een eigen tekst op de klanken van Lionel Richie's Stuck on you.

Mi e firi bun lispelt de gids met z'n ogen dicht - ik voel me goed. Het vuur werpt een gloed op het donkere tropenwoud om ons heen, een groep brulapen trekt rumoerig langs en op een laaghangende tak kijkt een jonge slang toe. De gids, droogjes: 'Een bushmaster. Mooi, maar dodelijk.'

Sabajo werkt voor Kabalebo Nature Resort, een paar uur peddelen stroomafwaarts: houten bungalows met brede veranda's naast een langgerekt grasveld voor propellervliegtuigjes. Een open plekje in het dichte Amazonewoud.

(Tekst gaat verder onder afbeelding).

Een bungalow van het Kabalebo Nature Resort. Foto Marcel Wogram
Schipper Eugene Medong (69) bestuurt de korjaal. Foto Marcel Wogram

Raar eigenlijk, dat zo weinig toeristen Suriname weten te vinden. Volgens het verkeersbureau arriveerden vorig jaar 257 duizend buitenlanders. Maar trek daar familiebezoekers vanaf, de hoogblonde stagiairs en de koopjesjagers uit buurlanden Guyana en Frans Guyana, en er blijven naar schatting slechts tienduizenden echte toeristen over. Terwijl Suriname een tweede Costa Rica zou kunnen zijn (2,9 miljoen bezoekers per jaar), een avontuurlijke ecobestemming met ook nog een interessante cultuur en sympathieke bewoners die graag Nederlands met je kletsen.

Dit jaar belooft echter een mooi jaar te worden. De film Tuintje in mijn hart trekt volle zalen in Nederland, waar veruit de meeste toeristen vandaan komen. Die romantische komedie schildert Paramaribo af als zwoele salsastad; de jungle als sprookjesbos waar je een knuffel krijgt van een luiaard en wijze adviezen van Jörgen Raymann als bosindiaan. Touroperator TUI gaat vanaf de zomer drie keer per week op Suriname vliegen, onder meer met de eigen Dreamliner. Dat maakt Suriname als vakantiebestemming een stuk goedkoper dan voorheen (zie kader). Daar komt bij dat de Surinaamse dollar zwak staat. Voor een tientje eet en drink je goed.

(Tekst gaat verder onder afbeelding).

Gids Keiran met een babyvogelspin. Foto Marcel Wogram
Een boskamp langs de Kabalebo-rivier. Foto Marcel Wogram

Afritsbroeken

Ook in Paramaribo is de natuur nooit ver weg. In de rivier zwemmen dolfijnen, op het strand nestelen zeeschildpadden en op terrassen stelen exotische vogels de restjes van je bord. Ga voor 5 euro naar de kapper en daar komen zomaar geheimzinnige middeltjes uit de jungle op tafel. 'Recept van mijn grootmoeder', zegt barbier Marlon Rozenblad - tevens natuurgenezer. Zijn middeltjes tegen huidaandoeningen werken volgens hem beter dan pillen van de dokter. 'En kijk hier, zelfgemaakte anaconda-olie. Dat smeren boscreolen op hun penis.' Rozenblad buigt zijn grote lichaam voorover - zijn gouden ketting met jaguartand slingert heen en weer - en fluistert: 'Heb ik niet nodig, hoor!'

Snel door naar de jungle, in een zespersoons Cessna met je knieën tegen de stuurknuppel. Pas op de brede veranda van de ecolodge, met een huisgemaakte citroenlimonade in je hand, krijg je door hoe woest en ongetemd Suriname nog is. We zijn een eilandje (met zwembad), omringd door een woeste jungle die oprukt waar we bij staan. Bij de pier hangt een luiaard in een boom, zwarte gieren hangen rond bij de keuken en op het gras zit een pad zo groot als een konijn. 'Het is een permanent gevecht', zegt eigenaar Karel Dawson van Kabalebo Nature Resort. 'Het bos wil dit stukje terug.'

Dertig jaar geleden landde pionier Dawson - ooit kapper in Amsterdam - op de geïsoleerde airstrip in West-Suriname. 'Er was hier niks, een veldje van 300 meter en een weerstation. We maakten een kamp en gingen vissen. Het ongerepte bos en de wilde dieren om ons heen... ik kwam ieder jaar terug met mijn vrienden.' Later bouwde Dawson een huisje voor zichzelf en nog later bungalows voor gasten. 'Het was een hels karwei. Alles moest met de hand. Acht jaar lang liep ik wekelijks bij de overheid binnen om toestemming te vragen.'

(Tekst gaat verder onder afbeelding).

Stroomafwaarts door de onbewoonde jungle. Foto Marcel Wogram

Nu loopt Dawson, die zijn geld vooral verdient met mijnbouwmachines en Kabalebo als zijn hobby beschouwt, tevreden tussen zijn mangobomen en kokospalmen. Op zijn blote voeten met een snoeischaar in zijn hand. Zijn gasten zijn vooral oudere stellen gehuld in afritsbroeken. Nederlanders die hun rondreis met een klapper willen afsluiten of Duitse avonturiers die alles al hebben gezien. Tv-bioloog Freek Vonk koos met zijn toenmalige vriendin Eva Jinek voor een van de romantische bungalowtjes aan de rivier. Daar liggen kaaimannen op de oever, huppelen agoeiti's rond en stapt een tapir 's nachts uit de bosrand vandaan.

De bruine rivier kronkelt door het bos. We kajakken om uitstekende rotsen heen en zoeven joelend over kleine stroomversnellingen. We zien toekans, apen, kaaimannen en een overzwemmend boshert. We vangen een piranha en laten de vis happen in een groene vrucht. Dat klinkt alsof iemand naast je oor een appel eet. Maar de hoofdattractie is toch de stomende jungle: honderd kleuren groen vol diepe schaduwen. Hier jaagt de jaguar en regeren bosgeesten. Af en toe kun je wat dieper kijken en denk je: daar heeft nog nooit iemand gelopen. En daar ook niet. En daar niet.

Een luiaard naast de landingsbaan. Foto Marcel Wogram

Bosgeesten

Wildernisgids Sabajo wijst op een majestueuze boom die overal boven uit tornt. 'Een kakantrie, een heilige boom.' Boscreolen vragen deze machtige reus om hulp, vertelt de gids. 'De bosgeesten Apoekoe en Vodoe die erin wonen, kunnen je moeilijkheden verzachten, maar je ook kwaad doen. ' Als indiaan, de oorspronkelijke bewoner van Zuid-Amerika, heeft hij minder met geesten en voodoo. Dat zijn Afrikaanse invloeden. 'Of nou ja, wij mogen ook nooit praten tegen een slang. En zwangere vrouwen kunnen beter geen aap uitlachen...'

En anaconda-olie? 'Hmm, dat is vooral handig voor creolen die vijf, zes vrouwen hebben. Wij Arawaks gebruiken dat spul alleen tegen spierpijn.'

We passeren een boomstam waar een leger reuzenmieren tegenop loopt, iedere mier zo groot als een vingertopje. 'Kogelmieren!' Weinig insecten kunnen zo veel pijn doen. 'De sjamaan gooit die in onze eerste eigen hangmat als we een jaar of 12 zijn, als overgangsritueel naar volwassenheid. Alleen kinderen die niet schreeuwen, mogen door. Dan word je gewassen in de rivier door een wijze vrouw die in je oor fluistert, dan mooi geschilderd, getooid met papegaaienveren en ten slotte wijst de sjamaan een meisje aan met wie je moet trouwen. Ik, euh, heb dat laatste geweigerd.' Het opmerkelijkste van dit hele junglegesprek met een Arawak: het vindt plaats in keurig Nederlands.

Foto Marcel Wogram

De dag eindigt bij een waterval in het bos. Over twee verdiepingen dondert handwarm water over grote rotsen in een donkere poel. Daarin woonden lang twee sidderalen die 800 volt afgaven zodra je ze stoorde. Maar nu kun je er weer zwemmen, verzekert de gids. Hij jaagt nog even een kaaiman weg die in de hoek dobbert. Dan staan we onder het donderende water als in een shampooreclame. De jungle vouwt zich om ons heen. Het water masseert. Mi e firi bun.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.