Interview Huub Buijssen

Waarom je bij problemen beter géén advies kunt geven

Je hebt relatieproblemen, of gedoe met de kinderen, je aarzelt over een nieuwe baan of gewoon over je vakantiebestemming, je bespreekt zo’n probleem met een ander en wat gebeurt er? Na een minuut of twee hoor je dit: ‘Weet je wat jij moet doen?’ En dan komt er een advies. Dat je vaak niet opvolgt. Want dat advies is stom, echt helemaal niet wat jij wil.

Beeld Jip van den Toorn

Andermans problemen oplossen is kinderspel, aldus een Chinees gezegde, en klinisch psycholoog Huub Buijssen (64) besefte ruim dertig jaar geleden, bij zijn allereerste patiënt, dat hij die oude wijsheid moest benutten. Als iemand ergens mee zit, zegt hij, moet je juist geen advies geven. Het is veel beter om de ander te helpen om zelf de oplossing te bedenken. Dat klinkt simpel, erkent hij, maar waarom doet niemand dat dan? Daarom ontwikkelde hij zelf een gespreksmethode waarmee je niet adviseert en toch helpt. Onlangs verscheen het boek dat hij erover schreef: Mag ik je geen advies geven? Vol voorbeelden over hoe het niet moet en hoe het beter kan. Want goedbedoelde raad van een ander kan op de zenuwen werken. Buijssen citeert met merkbaar genoegen schrijfster Renate Dorrestein, die in een van haar romans schrijft over ongevraagd advies bij opvliegers: ‘Laat mij je een tip geven, je moet je anders kleden, laagjes, dat is de oplossing, een vest kan hups aan en uit, dat geeft meteen verlichting, dus leer dit van mij: trek iets anders aan dan zo’n coltrui.’

Hij is een trouw lezer van de rubriek Wat zou u doen?, bekent hij, de adviesrubriek in Volkskrant Magazine, waarin lezers anderen om raad vragen bij een dilemma. Elke week valt hem weer op dat de inzendingen alle kanten op schieten. Zo kreeg de man die leed onder het gebrek aan seks met zijn vrouw, drie tips: ga bij haar weg, ga vreemd of berust in de situatie. Iedere lezer die zijn advies gepubliceerd ziet, zal denken: mijn advies is het beste, zegt Buijssen, en daar zit hem nu precies de crux van zijn boodschap. ‘Elk advies dat je geeft, onthult vooral − misschien zelfs uitsluitend − iets over jezelf.’ Daarom is de titel van de Volkskrant-rubriek ook zo goed, zegt hij.

Thuis in Tilburg vertelt hij over de patiënt die hem, lang geleden − hij liep stage psychotherapie − op het juiste spoor zette. Een charmante vrouw, nog geen 40, die al een tijdje relatieproblemen had. Haar man gaf haar te weinig aandacht, vond ze. Hij was veel aan het werk en thuis vooral bezig met voetbal en zijn duiven. De opvoeding van de kinderen kwam op haar neer. Als ze ruzie kregen, en dat gebeurde vaak de laatste tijd, ging hij stommetje spelen. ‘Zo wil ik niet oud worden’, zei ze me. Ze was eerder al bij een maatschappelijk werker geweest die na een half uur met de oplossing was gekomen: ‘Weet u wat u moet doen? Ga scheiden! Dat heb ik ook gedaan en dat is me heel goed bevallen.’ Verbouwereerd had ze het gesprek afgebroken. Ze wilde helemaal niet scheiden.

‘Ik denk nog vaak aan haar terug omdat zij me een les gaf die ik nooit meer ben vergeten: je moet heel voorzichtig zijn met het geven van goede raad. We kunnen vaak niet wachten om iemand advies te geven. Kennelijk denken we: de ander vraagt erom, die legt zijn probleem bij me neer dus er moet een oplossing komen. En hulp bieden voelt goed, het vergroot ons geluksgevoel en ons gevoel van eigenwaarde. Maar hoe verleidelijk het ook is om met een oplossing te komen voor andermans problemen, je moet ervan weg blijven.’

Anders dan we denken, schrijft Buijssen, is het kiezen van een oplossing geen rationeel maar een emotioneel probleem. Er spelen altijd gevoelens mee, die voortkomen uit persoonlijke waarden.  Omdat je als buitenstaander nooit precies weet welke waarden in het geding zijn, laat staan dat je inziet welk risico iemand wil lopen om in strijd met die waarden te handelen, kun je nooit weten wat de beste raad is. Dát is de reden waarom we het advies van een ander zelden opvolgen. En trouwens ook omdat het vervelend is te horen dat de ander het beter weet. Die heeft kennelijk wel de kennis en de moed en de vaardigheden om eruit te komen en wij niet.

Beeld Jip van den Toorn

Sinds de les die hij aan het begin van zijn carrière meekreeg, gaf hij honderden trainingen aan een publiek van managers en maatschappelijk werkers tot leraren en verpleegkundigen. Al die gesprekken leverden hem geleidelijk aan de puzzelstukjes voor zijn coachende gespreksmethode. Een aanpak die neerkomt op het volgende: probeer in de huid te kruipen van de ander, zonder daarbij meteen aan oplossingen te denken, en stel vervolgens de juiste vragen. Zoals: wat is je grootste probleem? Dat lijkt een voor de hand liggende vraag, maar het wonderlijke is, zegt hij, dat die vraag zelden wordt gesteld, ook niet door professionele hulpverleners. Omdat ze, na het aanhoren van het verhaal, zelf wel denken te weten waar de ander mee worstelt. ‘Dat is een misvatting. Mensen moeten daar vaak lang over nadenken. Het is een chaos in hun hoofd omdat ze hevig hebben lopen piekeren.’ Terwijl een bondige probleemdefinitie de sleutel is voor de oplossing, denkt hij. Daarmee wordt het antwoord op de volgende vraag een stuk makkelijker: ‘wat zou je zelf het liefste aan je probleem willen doen?’

Het klinkt ontstellend eenvoudig, maar de praktijk is echt lastig, merkte hij toen hij trainingen begon te geven over zijn methode: ‘We zijn zo snel geneigd het gesprek subtiel een bepaalde richting op te sturen, de richting die ons het beste lijkt. Alles wat de ander vertelt, gaat door jouw filter, die is gebaseerd op je karakter, je levensgeschiedenis, je voorkeuren, je angsten.’

Hoe het afliep met de vrouw die niet wilde scheiden? Buijssen ging er aanvankelijk van uit dat ze een waardeloze echtgenoot had, maar toen hij met hem in gesprek ging, kreeg hij de andere kant van het verhaal te horen. ‘Als ik ’s avonds thuiskom, vertelde hij me, dan ben ik moe en wil ik even niks. Maar mijn vrouw zit vol verhalen en barst meteen los, haar mond staat niet stil. Om mezelf te beschermen ga ik dan weg, naar de duiven. Ik wil best luisteren maar niet de hele avond.’

Hij heeft lang gepuzzeld en nagedacht, herinnert hij zich, maar hij slaagde erin haar zelf een handvat te laten vinden: ze besloot duidelijker te zijn over haar verwachtingen, haar man te vragen naar zijn verlangens en samen afspraken te maken. Gescheiden is ze niet.

Hoe geef je geen advies?

* Wees de spiegel. Laat de ander zijn of haar verhaal vertellen. Vraag waar ze bang voor is, en wat belangrijk is, dan doemen mogelijk verbanden en hoofdlijnen op. Mogelijk ontstaat ook enige relativering.

* Laat de ander een eigen diagnose stellen. Vraag: wat is je probleem? Laat de ander een bondige omschrijving geven, zonder daarbij te sturen.

* Schenk kort aandacht aan de emoties rond het probleem. Zolang emoties op de voorgrond staan, is de rede niet toegankelijk. Emoties bepalen ook hoe groot de bereidheid is om aan een oplossing te werken. Alleen hevige emoties zetten aan tot verandering, anders blijft iemand hangen in klagen en mopperen.

* Help om de favoriete oplossing te formuleren. Vraag: wat wil je zelf doen? Mensen maken alleen werk van een oplossing die ze zelf zien zitten. Het gaat erom dat de ander in actie komt en zelf de regie houdt.

* Zoek uit of die oplossing haalbaar is. Nee, dat doe je niet door meteen te roepen: wat jij wil dat kan helemaal niet. Laat de ander zelf ontdekken of de droomoplossing uitvoerbaar is. Vaak blijkt van niet, maar wie daar zelf achterkomt, neemt zijn verlies en dat maakt de stap naar andere oplossingen eenvoudiger, die eerder niet bespreekbaar waren.

* Stippel de reis uit. Veel mensen zien op tegen het aanpakken van hun probleem. Sta daarom stil bij alle obstakels die onderweg kunnen opdoemen, zodat de ander voor zich ziet wat er gaat gebeuren. Alsof je een verre reis minder eng maakt door de hele route alvast thuis door te nemen.

Huub Buijssen: Mag ik je geen advies geven? Uitgeverij Tred Tilburg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.