De Gids Opvoeden

Waarom het tweede kind zo anders is dan het eerste - de zes belangrijkste verschillen

In boeken en films gaat het altijd over de verwondering over het krijgen van een eerste kind. Maar wat als er een tweede kind bijkomt? Een herhaling van zetten? Nee, ontdekte journalist Lynn Berger, die er een boek over schreef. De zes belangrijkste verschillen volgens Berger.

Lynn Berger. Beeld Judith van IJken

1. Waarom we een tweede krijgen: voor de eerste.

Toen Lynn Berger (34) hoogzwanger was van baby nummer twee hoorde ze ergens: ‘Je eerste kind krijg je voor jezelf. Maar de tweede, die krijg je voor de eerste.’ Het geloof dat kinderen die opgroeien zonder broertje of zusje zielig zijn, is hardnekkig, ontdekte ze tijdens het schrijven van haar boek De tweede  Over het zijn en krijgen van een tweede kind  waarin ze alle aspecten van het krijgen van een tweede kind onderzoekt. ‘Er zijn veel vooroordelen over enig kinderen. Ze zouden zielig, egocentrisch en verwend zijn.’ Maar dit is nooit aangetoond met onderzoek, zegt Berger: ‘Natuurlijk word je mede gevormd door de omgang met andere kinderen, je leert bijvoorbeeld delen, maar tegenwoordig gaan kinderen al jong naar de crèche. Ouders van enig kinderen doen misschien ook meer moeite om afspraken te maken met vriendjes. Een Nederlandse pedagoog zei tegen mij: ‘Het enige waar enig kinderen echt last van hebben zijn de vooroordelen die er over enig kinderen bestaan.’’

De eerste avond over het tweede kind

Op dinsdag 26 februari organiseert De Correspondent om 20.00 uur in het Utrechtse TivoliVredenburg een avond over het tweede kind. De Correspondent-oprichter Ernst-Jan Pfauth (en bijna-vader van een tweede) interviewt ondernemer Nina Pierson, kersverse moeder van twee, die werkt aan een boek over moederschap, en kunstenaar Brian Elstak, die vorig jaar zijn tweede kinderboek publiceerde, Trobi. Correspondent Arjen van Veelen draagt een column voor over zijn twee kinderen én over zijn oma, die er veertien kreeg. Lynn Berger leest voor uit haar nieuwe boek.

Misschien verwarren we de norm met het goede, denkt Berger, want de standaard in ons land is twee: het CBS noemt een gezin met twee kinderen het standaardgezin. ‘Nadat ik mijn oudste dochter had gekregen, vroeg iedereen wanneer de volgende kwam. Nu mijn zoontje er is, stoppen ze met vragen.’ 

Is gezinsuitbreiding een minder autonome keuze dan we misschien denken? ‘Onbewust speelt ook het verlangen mee om de gezinsdynamiek te reproduceren die we kenden uit onze eigen kindertijd’, zegt Berger, die zelf ook uit een gezin met twee kinderen komt. Daarnaast zijn ook de economische omstandigheden en verlofregelingen in een land van invloed op onze voortplantingsdrift. ‘In Italië, waar de kinderopvang duur is en de man-vrouwverhoudingen ongelijk zijn, zie je dat vrouwen vaker stoppen bij één kind.’

Beeld Isa Grutter

2. Het is géén kwestie van herhaling

Bij de eerstgeborene ligt de deurmat vol kaartjes en staat het kraambezoek te trappelen, de tweede kan op minder interesse rekenen. ‘We zijn goed in het waarderen van het nieuwe en minder geïnteresseerd in wat we al kennen. Evolutionair gezien is het logisch dat de hersenen zo werken: om te overleven is het belangrijk dat het onbekende je opvalt’, zegt Berger.

Is het ouderschap die tweede keer minder opwindend? ‘Nee. Overrompeling maakt plaats voor anticipatie. Er ontstaat een nieuw soort vreugde, de vreugde van herkenning.’ Berger merkte ook dat ze veel was vergeten. ‘O ja, zo voelen weeën. Je hoort weleens dat als we vooraf zouden bevatten wat het betekent om kinderen te krijgen, we er niet aan zouden beginnen; een interessante hypothese. Schrijfster Rachel Cusk heeft het in haar boek In het land van moeders over een ‘darwinistische kurk’: we lijken niet in staat om écht te beschrijven wat er gebeurt bij het krijgen van kinderen, aan anderen, maar ook niet aan onszelf.’

Beeld Isa Grutter

3. Kinderen zijn niet per definitie jaloers

‘Het is een vreemde paradox: we gaven onze dochter een broertje, maar we namen haar ook iets af: onze exclusieve aandacht’, zegt Berger. Al tijdens haar zwangerschap maakte ze zich zorgen over jaloerse gevoelens van haar oudste. ‘Alsof rivaliteit de norm is waar alleen met moeite vanaf geweken kan worden.’ Dat doemscenario stamt uit een andere tijd en zie je terug in eeuwenoude sprookjes, ontdekte Berger. ‘In de Middeleeuwen streden zonen met elkaar om de troonopvolging of erfenis en dochters om wie er met de bruidsschat vandoor ging. Hans en Grietje hielpen elkaar wél, omdat ze niet elkaars directe concurrent waren.’

Ook in de moderne tijd kunnen kinderen elkaar het leven zuur maken. ‘Mijn zusje en ik hadden vroeger altijd ruzie, ik wilde haar niet om me heen hebben.’ De angst om deze strijd ook in haar eigen gezin te zien ontstaan, was een van de drijfveren voor dit boek. ‘Schuldgevoel over vroeger blijkt een goede motivator om dingen uit te zoeken.’ Berger stuitte op een Amerikaanse studie die haar enigszins geruststelde. ‘Daaruit blijkt dat kinderen van moeders die zelf slechte herinneringen hebben aan het opgroeien met een broer of zus, vaak positiever met elkaar omgaan dan de kinderen van moeders die hun relatie met hun broer of zus als prettig beschrijven. Het lijkt erop dat moeders uit de eerste categorie een goede band niet als vanzelfsprekend zien en dus meer hun best doen die te creëren.’

Beeld Isa Grutter

4. Je beleeft de tijd anders met twee kinderen

‘Je bent nauwelijks meer tijd kwijt aan het opvoeden van twee kinderen dan aan één kind, volgens wetenschappers. Niet zo gek: je verzorgt ze tegelijk, het fietsen naar de crèche duurt niet twee keer zo lang. Het is gewoon schaalvergroting’, zegt Berger. ‘Maar twee jonge kinderen vervormen wél de manier waarop we als ouders de tijd beleven en dat is minstens zo ingrijpend.’ De routinematige, verzorgende handelingen – in de weer zijn met luiers en flesjes – krijgen een relatief groter aandeel. Ze maken dat de dagen langzaam gaan en de jaren juist snel.

‘We zijn gewend om te denken aan tijd als iets dat van ons is, als een soort munteenheid die je verdeelt over werk, vrienden en familie.  Maar als je kinderen hebt, voelt dat helemaal als verkeerde metafoor’, zegt Berger. ‘Vaak heb ik er helemaal niets over te zeggen. Tijd met de kinderen voelt meer als een gemeenschappelijke ruimte waarin je aan elkaar overgeleverd bent – en met elkaar verbonden.’

Beeld Isa Grutter

5. Geboortevolgorde is niet allesbepalend

‘We dichten onze kinderen allerlei persoonlijkheidskenmerken toe vanwege hun plek in het gezin’, zegt Berger. Hoe vaak hoor je niet dat oudste kinderen ‘bazig’ en ‘serieus’ zijn en de jongsten ‘relaxter’ en ‘creatiever’? Dit zogenaamde geboortevolgorde-effect blijkt een mythe. ‘Of je de oudste of jongste bent heeft wel invloed op de rol die jij krijgt toebedeeld in het eigen gezin, maar niet op je persoonlijkheid. Met vrienden of op school speel je een andere rol.’ Een opluchting, vindt Berger. ‘Het karakter van mijn zoon wordt niet bepaald door het stomtoevallige feit dat hij als tweede kwam.’

Maar ben je als eerstgeborene niet stiekem toch beter af, wilde Berger weten. ‘Als oudste heb je de eerste paar jaar alle aandacht van je ouders. En je maakt het pad vrij. Ik ging als eerste uit en koos een middelbare school, mijn zusje hoefde slechts te volgen.’ Zorgt dat niet voor een groter verantwoordelijkheidsgevoel, doorzettingsvermogen en dus meer succes later? Economen concludeerden uit onderzoek dat oudste kinderen het inderdaad gemiddeld beter doen op school en dat hun IQ gemiddeld drie punten hoger ligt.

Een van de verklaringen hiervoor is volgens Berger ‘tamelijk hartverscheurend’. In een groot onderzoek werden ouders naar de schoolprestaties van hun twee kinderen gevraagd: de meeste ouders geloofden dat de eerste het beter deed op school – ook wanneer de eerste in werkelijkheid geen betere rapportcijfers haalde. ‘Een jaar later bleken de cijfers van de oudste inderdaad meer te zijn gestegen. Kinderen vormden zich naar de verwachtingen van hun ouders.’

Beeld Isa Grutter

6. Opvoedprincipes gaan de deur uit

‘Volgens onderzoek kijken tweede kinderen op jongere leeftijd televisie, gaan ze minder vaak op culturele uitstapjes en worden ze minder voorgelezen dan de eerste kinderen’, zegt Berger. Opvoedidealen die je bij de eerste nog in de praktijk bracht, blijken toch niet zo rotsvast. ‘Een Amerikaanse socioloog noemde dit ‘het vermoeidheidseffect’ en ik begreep direct wat hij bedoelde. Ouders concentreren zich meer op de primaire zorgtaken en minder op het cognitief stimuleren van hun kinderen in de vorm van, bijvoorbeeld, rekenspelletjes.’

Ouders worden een stuk relaxter bij de tweede, bijvoorbeeld als het gaat om hygiëne. ‘Bij de eerste kook je alle spenen uit, daarna een stuk minder’, zegt Berger. ‘Dat heeft z’n voordelen. Tweede kinderen hebben gemiddeld minder kans op allergie, eczeem en astma. Dat komt natuurlijk ook door alle ziektekiemen die de oudste van de crèche mee naar huis neemt.’

Beeld Isa Grutter

Anna van den Breemer schrijft elke woensdag over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt. Waar sta je bijvoorbeeld als stiefouder als je huwelijk met de ouder van je stiefkinderen stukloopt? En wat kun je het beste doen als je kind een nachtmerrie heeft? 

Meer over opvoeden? Bekijk alle opvoedkwesties hier. Of schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief over opvoeden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.