De GidsStoïcijnse levenslessen

Waarom bang zijn en een voorschot nemen op je ellende? Vijf stoïcijnse levenslessen van Seneca

Beeld Matteo Bal

Wie de stoïcijnse filosofie van de Romein Seneca er vandaag de dag bij pakt, ziet hoe verrassend praktisch ingesteld deze tweeduizend jaar oude denker was. We trekken vijf levenslessen uit Seneca’s Brieven over het juiste leven.

Het coronavirus ontregelt het land en Mark Rutte vraagt ons nog een paar weken langer binnen te blijven. Dat is nog geen reden om te wanhopen, leert de tweeduizend jaar oude filosofie van het stoïcisme. Want een goed getrainde geest kan elke crisis aan.

Wie in deze tijden wel een stoïcijnse leermeester kan gebruiken, is in goede handen bij de Romeinse filosoof Seneca, wiens Brieven over het juiste leven (Boom Uitgevers, vertaald door Cornelis Verhoeven) binnenkort opnieuw wordt uitgegeven. ‘Seneca maakt filosofische theorie toepasbaar voor heel alledaagse situaties,’ vertelt Maarten van Houtegepromoveerd op Seneca en als docent werkzaam bij de Universiteit Utrecht, waar hij onder meer klassieke filosofie doceert. ‘Er staan reflecties in Seneca’s werk over het menselijk leven die verrassend herkenbaar zijn. Hij dacht na over grote zaken als de dood en levensgeluk, maar schrijft net zo makkelijk over alledaagse kwesties als hoe je om moet gaan met rumoerige buren – in Seneca’s geval: de bezoekers van het badhuis waar hij recht boven woont.’

Wie was Seneca?

Seneca (4 voor Christus - 65 na Christus) was in zijn tijd een invloedrijk politicus en populaire schrijver met veel invloed aan het Romeinse hof als mentor van keizer Nero. Maar wij kennen hem vooral als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het stoïcisme.

Deze filosofiestroming ontstond rond de derde eeuw voor Christus in Athene en werd een paar honderd jaar later enorm populair in Rome onder aanvoering van filosofen als Epictetus, Marcus Aurelius, en met name Seneca.

Zijn naam zingt tegenwoordig nog steeds veel rond in het zelfhulpboekengenre, waar het stoïcisme de laatste jaren vaak opduikt. ‘De aantrekkingskracht van het stoïcisme ligt in de grote belofte die wordt gedaan’, meent Van Houte. ‘Die belofte is dat de controle over mijn levensgeluk uiteindelijk bij mij ligt. Deze filosofie stelt: wat er ook met jou gebeurt, in welke omstandigheid je je ook bevindt, je kunt altijd je leven tot een succes maken.’ 

Daarmee lijkt het eeuwenoude stoïcisme naadloos verweven te kunnen worden met de idealen van de hedendaagse prestatiemaatschappij. Maar alle zaken die in onze prestatiemaatschappij worden opgehemeld – maatschappelijk succes, prestige, rijkdom – worden door de stoïcijnen juist afgezworen. Voor een stoïcijn doet alleen zijn morele integriteit ertoe. Dit betekent dat een stoïcijn zich laat leiden door zijn rationaliteit, en zijn gemoedstoestand niet laat verstoren door emoties.

Emoties zijn onjuiste oordelen

Van Houte: ‘Emoties zijn volgens de stoïcijnen uiteindelijk niets anders dan verkeerde en daarom irrationele oordelen over de toestand in de wereld – bijvoorbeeld het oordeel dat ziekte écht slecht is, of rijkdom écht goed. Deze zaken doen er echter niet toe volgens een stoïcijn. En dus zal hij ook niet aangedaan worden door dergelijke emoties. Stoïcijnen spreken in dat verband over apatheia.’ 

Van Houte: ‘Apatheia is wel iets anders dan hedendaagse apathie. Iemand die apathisch is in de moderne betekenis van het woord zal zich niet bekommeren om een ander. Een stoïcijn doet dat juist wel. Maar niet op basis van emoties, maar op rationele gronden. Het stereotype van de stoïcijn als kille robot is daarom ook niet helemaal terecht.’ 

Dat stereotype is spijtig, meent Van Houte, want de boodschap van kalmte in alle omstandigheden en omzien naar anderen is ook in onze tijd nog relevant. 

Daarom trekken we voor iedereen die wel een dosis stoïcisme in zijn dagelijks leven kan gebruiken vijf lessen uit Seneca’s Brieven over het juiste leven.

1. De toekomst is niet nu

Veel van onze angsten en zorgen zijn gericht op de toekomst. We maken ons zorgen over zaken waarvan we denken dat ze te gebeuren staan. Of, zoals Seneca, het eloquent verwoordt: ‘Er zijn meer dingen die ons bang maken dan die ons eronder houden en vaker lijden wij aan een verwachting dan aan de werkelijkheid.’

Dat is onnodig, meent de filosoof. Allereerst verloopt de toekomst bijna altijd anders dan we denken, dus goede kans dat je zorgen op helemaal niets gebaseerd zijn. ‘Hoeveel gebeurt er wat wij niet verwacht hadden; hoeveel wat wij verwacht hadden, is nergens komen opdagen!’ 

En al gaat iets wel met zekerheid gebeuren, op dit moment gebeurt het niet. Dus waarom alvast een voorschot op je ellende nemen? ‘Wat voor zin heeft het je eigen leed tegemoet te lopen? Misschien zal het gebeuren, misschien zal het niet gebeuren, intussen gebeurt het op dit moment nog niet.’

2. Geluk is een interne aangelegenheid

‘Te beklagen is hij, die zich niet als heel gelukkig beschouwt, zelfs al regeert hij over de wereld’, citeert Seneca met instemming de Griekse filosoof Epicurus. Telkens hamert Seneca er weer op dat geluk niet gezocht moet worden in externe zaken als gezondheid, rijkdom of maatschappelijk succes. Geluk is een interne aangelegenheid. En dat betekent dat je ook in de meest miserabele omstandigheden gelukkig kunt zijn.

Want wat is een gelukkig leven? Dat is ‘vrijheid van onrust en een blijvend evenwicht’, oordeelt Seneca. Van Houte: ‘De stoïcijnen benadrukken keer op keer wij de omstandigheden die ons treffen niet in de hand hebben. Dat is ‘niet aan ons,’ zoals de stoïcijnen zeggen. Waar we wel controle over hebben is onze geest, dus hoe we vervolgens over die omstandigheden oordelen. En het is het oordeel dat iets slecht is, dat ons ongelukkig maakt.’

Vertaald naar deze tijd betekent dit dat de stoïcijnen zouden zeggen dat de coronacrisis objectief niet goed of slecht is. Het is een gebeurtenis waar we niets over te zeggen hebben. Dus in plaats van te panikeren kunnen we beter onze kalmte bewaren en onze medemensen zoveel mogelijk helpen.

Hypocriet?

De vraag is of Seneca niet makkelijk praten had. Hij leefde in een buitengewoon bevoorrechte positie: hij stond jarenlang in het centrum van de macht en was uiteindelijk een van de rijkste mannen van het Romeinse rijk. En uitgerekend die man gaat ons vertellen dat geld en carrière er niet toe doen? Van Houte: ‘de kritiek van hypocrisie heeft altijd aan Seneca gekleefd. En daar valt natuurlijk ook wel wat voor te zeggen. Hij was een ontzettende moralist die in zijn werk tekeer gaat tegen van alles en nog wat en iedereen van decadentie beticht. Tegelijkertijd erkent hij wel dat hij zelf de stoïsche idealen ook nog niet bereikt heeft, en er aan werkt om zijn leven te verbeteren. Ook weten we van historische bronnen dat Seneca, ondanks zijn rijkdom, altijd een sober leven heeft geleid. Wat dat betreft heeft hij dus wel zijn best gedaan.’

3. Kies je vrienden zorgvuldig

Seneca heeft hoge verwachtingen van een vriend. Dat is iemand met wie je al je zorgen en gedachten deelt. Je moet met een vriend ‘net zo vrijmoedig spreken als met jezelf’. Om die reden moet je volgens Seneca ook goed nadenken wie je eigenlijk als vriend wilt – niet iedereen leent zich voor die rol. Vriendschappen moeten daarom niet voortkomen uit toevallige ontmoetingen, maar het resultaat zijn van een weloverwogen en rationeel denkproces.

Dat klinkt misschien berekenend, maar Seneca wantrouwt juist vriendschappen die uit opportunisme worden gesloten. Hij schrijft: ‘Wie aan een vriendschap begint omdat het hem gelegen komt, zal er ook een einde aan maken omdat het hem gelegen komt.’ Ware vriendschap, zo betoogt Seneca, is niet gebaseerd op wat jij uit een vriendschap kunt halen maar op wat jij een vriend te bieden hebt. En dus verlangt de stoïsche wijze niet ‘iemand te hebben die bij hem komt zitten als hij ziek is’ maar iemand ‘bij wij hij zelf kan gaan zitten, als die ziek is’.

4. Houd het gezelschap klein

Als Seneca ergens een hekel aan had, dan was het wel aan vermaak voor de massa. ‘Niets is zo schadelijk voor een goede instelling als een schouwspel in het amfitheater bijwonen’, meent de Romein nukkig. Hij beschrijft in een van zijn brieven hoe hij op een dag een middagvoorstelling in zo’n theater bezoekt in de hoop op ‘scherts, grappen en iets ontspannends’. Geschokt komt de filosoof even later weer naar buiten: hij heeft alleen maar moord en doodslag gezien. ‘Gieriger kom ik ervan thuis, ijdeler, verwender, ja zelfs wreder en minder mens, omdat ik onder de mensen ben geweest.’ 

Tegenwoordig worden mensen weliswaar niet meer voor vermaak voor de leeuwen gegooid, maar het algemene punt dat Seneca wil maken gaat nog steeds op: slecht voorbeeld doet volgen. Wanneer we blootgesteld worden aan voorbeelden van decadentie of hebzucht, zo redeneert Seneca, dan worden we daar ook vatbaar voor. En het is een veilige aanname dat Seneca deze voorbeelden volop zou signaleren als hij vandaag de televisie zou aanzetten.

Ook je op Facebook of Twitter begeven zou Seneca vermoedelijk afraden. ‘Omgang met de grote menigte heeft een kwaadaardige uitwerking: iedereen beveelt ons wel iets verkeerds aan, dringt het ons op of smeert het op ons zonder dat wij het beseffen. En in elk geval: hoe groter de volksmenigte is waartussen wij ons begeven, des te meer gevaar is er.’ Daarom raadt Seneca aan om zoveel mogelijk op jezelf terug te vallen en om te gaan met mensen die jou beter kunnen maken, en met mensen die jij beter kunt maken.

5. Blijf kalm tot het einde 

Seneca neemt een tamelijk lichtzinnige houding aan ten opzichte van de dood. De dood is iets waar je je absoluut niet druk over hoeft te maken: ‘Geen ramp is groot als ze de laatste is’, verklaart hij opgeruimd.

Deze opgewektheid komt voort uit het de stoïsche stelregel dat ook de dood uiteindelijk niets meer is dan een gebeurtenis. We hebben er geen invloed op, dus is het zinloos om er bang voor te zijn. Bovendien, schrijft Seneca, is de situatie na de dood niet wezenlijk anders dan die van voor de geboorte, en dat was prima toeven. ‘De dood betekent: er niet zijn. Hoe dat is, weet ik al: na mij zal er zijn wat er voor mij was. Als daar iets verschrikkelijks in ligt, moet dat er ook geweest zijn voordat wij het levenslicht aanschouwden. Welnu, toen hebben wij niets pijnlijks ervaren.’

Dat neemt niet weg dat Seneca, net als veel andere stoïcijnen, veel ruimte in zijn geschriften wijdt aan de dood. Hij begreep dat de dood een van de universele menselijke angsten is, die bijna ieders leven verstoort. De angst voor de dood overwinnen is daarom ook een van de ultieme stoïsche oefeningen.

Seneca zelf lijkt daarin te zijn geslaagd. In het jaar 65 wordt hij (waarschijnlijk onterecht) beschuldigd van een samenzwering tegen Nero. De boze keizer eist bij wijze van straf dat Seneca zijn eigen leven beëindigt. Seneca modelleert zijn suïcide vervolgens naar de dood van Socrates, die een paar honderd jaar eerder eveneens gedwongen werd zijn eigen leven te nemen, omringd door vrienden en in opperste kalmte. Zoals het een ware stoïcijn betaamt.

Meer lezen

Managementgoeroes, topsporters, lifestylecoaches en succesvolle jongemannen uit Silicon Valley grijpen massaal terug op het stoïcisme. De afgelopen jaren verschenen vele honderden boeken, podcasts, cursussen en blogs van zogeheten ‘nieuwe stoïcijnen.’ Maar hoe stoïcijns zijn zij?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden