Waar Toscane op het hiernamaals lijkt

In oostelijk Toscane heerst de natuur van bergen en dalen. De wereld is er groen, stil als op een zondag en herkenbaar van ontelbare schilderijen en fresco's uit late Middeleeuwen en Renaissance....

EEN DORPJE zo klein en pover dat de naam van de koe van de armen, de geit, in zijn naam meeklinkt: Caprese. Het lijkt nog kleiner door de overal zichtbare bergen. Caprese mag bijna niets zijn, het heeft een uitzicht als een wereld. Tot in maart ligt op de hoogste plekken nog sneeuw, eeuwigheid suggererend. Als overal in Toscane houdt de natuur - en zeker de bergen - de cultuur op die in de steden is verdwenen. De belangrijkste mededeling uit de eeuwenoude geschiedenis van het gehucht dateert van 1474. Toen schreef Lodovico di Leonardi Buonarroti Simoni deze tekst in het familieboek: 'Ik vermeld dat vandaag, de zesde maart 1474, mij een zoon werd geboren. Ik gaf hem de naam Michelangelo, hij werd geboren op maandagmorgen omstreeks vier/vijf uur en hij werd mij geboren toen ik podestà van Caprese was; hij werd geboren in Caprese. De peetouders worden hieronder genoemd. Hij werd gedoopt op de achtste van dezelfde maand in de kerk van de heilige Johannes in Caprese.'

Een podestà was een bestuursfunctionaris; Lodovici vervulde in Caprese een juridisch en administratief ambt namens de republiek Florence. Hij had er nog een dorp bij. Hij zal in het grootste huis van het plaatsje hebben gewoond; het staat er nog en is nu het Museo Michelangiolesco, waarvan de belangrijkste attractie is, zoals buiten staat aangegeven, de Gipsotheca en dat moet op de paar afgietsels slaan die de trots zijn van het museum, dat het verder vooral met foto's moet doen. Het museum heeft de vertederende onhandigheid die het gevolg is van goede bedoelingen en gebrek aan geld.

Ook het doopkerkje staat er nog. Lodovico was wat onvolledig: het is toegewijd aan Johannes de Doper, in de Middeleeuwen en Renaissance een der populairste en meest afgebeelde heiligen. Hij is nu weer in de woestijn verdwenen. De muren zijn een lappendeken van stenen, een open geveltorentje met twee brave klokjes erin probeert naar de hemel te wijzen. Hier werd de man gedoopt die de koepel zou zetten op de eeuwigste kerk van de wereld: de Sint Pieter te Rome.

In de diepte, vlak bij het kerkje, ligt het restaurant Buca di Michelangelo. Op de muur van de eetzaal heeft een hedendaagse schilder zijn kunstbroeder aan het werk gezet. Hij staat midden in de natuur te hakken aan een rots en al iets van de gestalte van een piëta wordt zichtbaar. De schilder kent zijn literatuur: het beeld is al in de steen aanwezig, volgens de uitspraak van Michelangelo. Naast mij vertonen twee boswachters een gulzige eet- en levenslust die vijf eeuwen moet hebben overleefd.

Lodovico vertrok enkele maanden na de geboorte van zijn zoon met zijn gezin terug naar Florence en daar zou het genie Michelangelo worden geboren. Maar het gehucht van het eerste licht heeft zijn naam toegevoegd aan die van het dorp; het heet Caprese Michelangelo - een naam als een vlag. Er is daar in de hoogte wind genoeg om die fier te laten wapperen.

NIET ZO ver van Caprese Michelangelo ligt in dit grensgebied van Toscane en Umbrië - en dat was vroeger het grensgebied van de republiek Florence en de Kerkelijke Staat - het stadje Sansepolcro, ook al in de hoogte en nog altijd omringd door resten van de oude stadsmuren die ook vestingwallen waren. Tussen al die stadjes en dorpen in deze streek heerst de natuur van bergen en dalen. De wereld is groen en stil, met altijd de rust van de zondag. Ze krijgt iets heiligs, want men herkent de bergen, het groen, de bomen van ontelbare schilderijen en fresco's uit late Middeleeuwen en Renaissance. En de blauwe hemel boven alles hebben de schilders ook mee naar binnen genomen.

Sansepolcro betekent heilig graf. Volgens een legende zouden twee pelgrims zand van de tuin rond de plek van Christus' graf in Jeruzalem mee naar deze plaats hebben genomen. Het stadje had de naam toch wel gekregen, want het is in het bezit van misschien wel de allermooiste Verrijzenis ooit geschilderd: die van Piero della Francesca, die in 1416 in Sansepolcro werd geboren. Het werk hangt nu in het plaatselijk museum, dat in het oude stadhuis is gevestigd. Daar staat Christus op in die lichte schemer die aan het begin van de dag voorafgaat. Hij is het licht van de nieuwe dag en het kleed dat hij draagt - een deel van de tors is vrijgelaten; we kunnen de wond in de zij zien - heeft de gedempte kleur van de dageraad. De natuur op de achtergrond aarzelt naar de lente toe, tussen bruin en groen in.

In het museum hangt ook het veelluik dat Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid heet; in het hoofdpaneel spreidt Maria haar wijde mantel uit als een tent waarin de gelovigen worden opgenomen. Het is een bekend gegeven, maar het wordt hier nieuw door wat als een karakteristiek voor Piero della Francesca's werk wordt gezien: kleur wordt bij hem als vorm gebruikt. En die kleuren zijn, zeker in zijn fresco's, altijd wat pastelachtig, wat zijn figuren, juist door gebrek aan contouren, iets raadselachtigs geeft, maar ook iets van tussen tijd en eeuwigheid in. Doorlichte aardsheid. Het is onvoorstelbaar mooi te zien in de kop van de heilige Julius - ook in het museum in Sansepolcro - een fragment uit een fresco; het is een der mooiste mansportretten die ik ken; de grootheid wordt bereikt door de ogen die het tussenlicht van aarde en hemel (dat tussenlicht ook van de natuur van Toscane) hebben.

Piero della Francesca - de Francesca uit zijn naam is zijn grootmoeder, die hem opvoedde - is zijn geboorteplaats altijd trouw gebleven, al heeft hij heel veel elders geschilderd. Hij heeft er een actief leven als burger geleid. In zijn tijd was hij ook bekend als een groot mathematicus. Zijn stad is hem ook trouw gebleven. Haast overal wordt men aan hem herinnerd. In het hart van de stad staat zijn standbeeld: een grote trotse man die in de verte blikt, het tekenboek in de hand. De eerste lijn moet direct volgen. In de dom hangt werk van andere - 'donkerder' - schilders, maar bij de deur van de sacristie hangt een door een Engelse dame gemaakte kopie van De doop van Christus, een van zijn vroegste werken, bedoeld voor een vlak bij de stad gelegen dorpskerk, nu in de National Gallery in Londen. Een opgewekte oude koster, die elk fooi meteen in drank omzette en nog opgewekter werd, vertelde ons er alles over.

Monterchi is een klein stadje, ook weer in de bergen gelegen, niet ver van Sansepolcro. De straten zijn er steil en de mensen die op de zondagmorgen dat ik er was, net de kerk heben verlaten, lijken ernaar te lopen. De kerk, naar de heilige Simeon genoemd, ligt op het hoogste punt; de toren ervan houdt de hele landstreek aan de voet van de berg in het oog. Voor een klein kerkje op de helling van de berg schilderde Piero della Francesca zijn misschien wel beroemdste werk: Madonna della Parte, Onze Lieve Vrouw van de Bevalling. (Zijn moeder kwam uit het stadje en men heeft zijn Maria-schilderij natuurlijk ook als een hommage aan zijn moeder willen zien.)

Het fresco is het kostbaarste bezit van de gemeenschap. Het heeft zijn richtingaanwijzers op vele kruispunten in het stadje; het is pas geheel gerestaureerd en staat voorlopig, achter glas, opgesteld in een voor dat ene werk ingericht museumpje. Twee engelen openen een tent en daar staat Maria als een verschijning. Zij is zwaar, want de bevalling is nabij, en daarmee ook de verlossing in dubbele zin! Haar schoot wacht erop geopend te worden, zoals de tent waaruit zij treedt ook net geopend is; Christus zal uit haar treden zoals zij uit de tent. Het mooiste is de gedemptheid van de schildering: de lichte kleuren - blauw, groen en bruin in de kleding van Maria en de engelen, Piero della Francesca's voorkeurskleuren - zijn haast natuurlijk. Het is heel stil in de kleine ruimte waar de schildering staat opgesteld. Wie spreekt, fluistert, als in een kerk. Het mysterie van de menswording (en wie wil, kan alle grote kunst ook zo noemen) wordt zichtbaar.

M AAR natuurlijk moet men even afslaan naar Arezzo. Het plein van de stad ligt erbij in het zelfde licht als in de film La vita è bella. Vlakbij is de kerk van de heilige Franciscus. En daar schilderde Piero della Francesca de muren terzijde van en achter het altaar vol, met de geschiedenis van het heilig kruis als verteld in de Legenda aurea. Al vijftien jaar wordt aan de restauratie gewerkt. De muur aan de noordzijde is klaar. Men mag de steiger beklimmen en ziet de schildering van zo dichtbij als later niet meer mogelijk zal zijn. Ineens realiseer ik me wat ik bij zoveel fresco's van hem half vermoedend heb waargenomen: Piero della Francesca's fresco's zijn niet op de muur geschilderd; ze lijken erop zichtbaar te worden, komende van binnenuit. Misschien is dit het mooiste: de wolkjes in de blauwe hemel zijn gewoon uitgespaarde ruimte: hij maakte steen natuur.

De laatste jaren van zijn leven was Piero della Francesca blind. Wie wil, kan denken dat hij alle licht aan zijn werk heeft gegeven en vooral aan de ogen van zijn vele figuren. Hij overleed in 1492 (op de dag dat Columbus Amerika ontdekte) in Sansepolcro. Hij moet in de hemel alle gezichten hebben teruggezien die hij had geschilderd, want zeker zijn heiligen hebben al iets hemels. Hij kwam thuis en ik wed dat het licht en het landschap van het hiernamaals lijken op dat van dat kleine stukje Toscane, dat ik heb bezocht: drie plaatsen. Maar alles is er aanwezig. In Italië is zelfs een splinter kostbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden