Vrijwillig isolement in tropisch Siberië

De Gran Chaco, in het hart van Zuid-Amerika, is vanouds een gebied waar slechts een paar duizend indianen rondtrekken. In de jaren twintig en dertig kozen mennonieten uit Canada en Rusland dit 'tropisch Siberië' uit als hun nieuwe vaderland....

TRAAG golft het psalmgezang door de open ramen van de kerk naar buiten, waar het oplost in de trillende lucht boven het zand van de even brede als verlaten Avenida Hindenburg. Even is er leven wanneer de gelovigen, blond haar en blauwe ogen, zich na afloop van de dienst naar hun pick-up trucks spoeden en in een wolk van stof uit het zicht verdwijnen. Met het stof daalt ook de zondagse rust weer neer over Filadelfia, 'hoofdstad' van de mennonietenkolonie Fernheim, diep in de Gran Chaco.

Toen een van de tienduizenden Europese immigranten die rond de eeuwwisseling hun heil in Argentinië zochten, aan lotgenoten vertelde dat hij zijn geluk in de Chaco wilde beproeven, was hoongelach zijn deel, zo zou hij later noteren. 'Ge wordt door slangen, mieren, muskieten en ander ongedierte opgevreten. De koorts zal u slopen, de tijgers zullen u verscheuren. De hitte zal u krankzinnig maken en de indianen zullen u vermoorden.'

Was deze beschrijving misschien een beetje overdreven, een feit is dat aan het eind van de twintigste eeuw een groot deel van het gebied, dat in Argentinië de naam El Impenetrable meekreeg, nog steeds nauwelijks is betreden. De immense laagvlakte, zo plat als de Flevopolder, strekt zich uit van het noorden van Argentinië via Paraguay tot in het zuiden van Bolivia. De Chaco beslaat ruim 60 procent van het grondgebied van Paraguay, maar herbergt amper 5 procent van de bevolking.

Vanaf de ruim zevenhonderd kilometer lange Ruta Trans Chaco, die van de Paraguyaanse hoofdstad Asunción naar de Boliviaanse grens loopt, is goed te zien hoe het landschap van oost naar west langzaam verandert onder invloed van de afnemende regenval. Moerassen en onafzienbare palmbossen domineren het regenrijke oostelijke deel van de Chaco langs de rivieren Paraguay en Paraná. Ooievaars, reigers en flamingo's bevolken de waterplassen, roofvogels cirkelen boven de bomen en met een beetje meer geduld zijn ontelbare soorten papegaaien en kleinere zangvogels waar te nemen.

Hier en daar zijn grote stukken savanne afgerasterd en lopen witte en bruine koeien tussen de palmen. Zij zijn eigendom van veeboeren wier estancias niet zelden de oppervlakte van een Nederlandse provincie beslaan.

Verder naar het westen maken palmen steeds vaker plaats voor metershoge doornstruiken, afgewisseld door bomen als de quebracho, hetgeen zoveel betekent als 'waar de bijl op breekt'. Nog verder naar het noordwesten is oppervlaktewater geheel afwezig en regent het nog zelden. In het vlakke, open landschap kan de temperatuur 's zomers oplopen tot 40 à 45 graden.

Het was dit 'tropisch Siberië', vanouds slechts bewoond door een paar duizend rondtrekkende indianen, dat in de jaren twintig en dertig door mennonieten uit Canada en Rusland werd uitgekozen als hun nieuwe vaderland.

ZEVEN uur doet de bus erover die een paar maal per dag van Asunción naar Filadelfia rijdt en vandaar meestal verder gaat naar Loma Plata of Neu-Halbstadt, de - kleinere - centra van de twee andere mennonietenkolonies in het gebied.

De kaarsrechte, onverharde straten doen vertrouwd aan, maar de naaldbomen aan weerszijden halen het gebruikelijke beeld van het Zuid-Amerikaanse platteland meteen weer onderuit. Ook de bebouwing klopt niet: keurig metselwerk, rode bakstenen. Op de stoep geen verkopers van groenten en fruit, wel borden met 'Verkoop op straat verboden' en 'Vorsicht Schüler'. Het geheel doet eerder denken aan het midden-Westen van de Verenigde Staten. Het is wel een nagesynchroniseerde western, want alle cowboys spreken Duits (veel indianen trouwens ook).

Duits is ook de eerste taal die kinderen op school leren. Onderling communiceert de bevolking bij voorkeur in plattdeutsch, dat op het eerste gehoor aan het Fries doet denken, en herinnert aan de geschiedenis van de mennonieten, een van de bijzondere loten aan de stam van de reformatie.

Wie uit Nederland komt en de vraag krijgt voorgelegd wat men in deze uithoek van de wereld zoekt, heeft met Menno Simons altijd een goede binnenkomer. Het was deze zestiende-eeuwse prediker uit Friesland die de doopsgezinden, zoals ze in Nederland bekend staan, hun naam gaf. Kern van het strenge geloof van de mennonieten is dat de doop op de bekering dient te volgen en dus alleen volwassenen kunnen worden gedoopt. Werelds vermaak, alcohol en tabak zijn uit den boze. Iedere vorm van geweld - dus ook van de dienstplicht - wordt verworpen, evenals het bekleden van publieke ambten en de eedaflegging.

Het leven van de mennonieten heeft vanaf het begin in het teken gestaan van hun streven zich zoveel mogelijk te isoleren van de buitenwereld, om zonder bemoeienis van welke overheid dan ook hun eigen zaken te kunnen regelen. Omdat slechts weinig regeringen bereid waren hieraan mee te werken, liep de geschiedenis van de mennonieten uit op een tragische queeste die hen aanvankelijk vanuit Noord-Nederland, Duitsland en Zwitserland via Oost-Pruisen naar de Oekraïne voerde.

Toen eind vorige eeuw in Rusland de dienstplicht werd ingevoerd, konden de mennonieten hieraan slechts ontkomen door een soort vervangende dienstplicht te accepteren. Voor de meest conservatieven onder hen was dit het sein naar Canada te emigreren. Daar raakten zij van de regen in de drup, toen in 1916 een wet werd aangenomen die voor alle immigranten onderwijs in het Engels verplicht stelde. Ook dit was voor de mennonieten onacceptabel en opnieuw stonden zij voor de vraag: waar nu naar toe? Al snel wendden ze de blik naar Zuid-Amerika.

Een rampzalige oorlog met de buurlanden aan het eind van de negentiende eeuw had de bevolking van Paraguay gedecimeerd en er was de regering in Asunción alles aan gelegen een deel van de emigrantenstroom naar zich toe te trekken. Helaas voor de mennonieten bezochten hun vertegenwoordigers de Chaco in de winter toen het er heel draaglijk leek.

Zo werd in 1927, ongeveer op de grens tussen de natte en droge Chaco, de kolonie Menno gesticht, in 1930 gevolgd door Fernheim. De stichters van Fernheim kwamen direct uit Rusland, waar de Oktoberrevolutie op hardhandige wijze een einde maakte aan hun geïsoleerde bestaan. Met hulp van Duitsland wisten zij uiteindelijk de oversteek naar Zuid-Amerika te maken. Uit dankbaarheid noemden zij de hoofdstraat van Filadelfia Avenida Hindenburg. Neuland, de derde kolonie, dateert van 1947 en is gesticht door ontheemde Russische mennonieten die tijdens de Tweede Wereldoorlog gedwongen waren in het Duitse leger te dienen.

TEGENOVER Hotel Florida in Filadelfia staat het oude 'stadhuis', een van de weinige houten gebouwen die uit de begintijd resten. Het biedt nu onderdak aan het Jacob Unger Museum, dat een beeld probeert te geven van de vroegste geschiedenis van de kolonie. Beheerder Nieburg verheelt niet dat het de kolonisten zwaar is gevallen in de Chaco.

Aan één eis werd ruimschoots voldaan: het isolement was totaal. Dat had echter ook een keerzijde. De producten die de kolonies voortbrachten - tegenwoordig vooral zuivel en katoen - moesten wel worden verkocht, wilde men overleven. De distributie vormde lange tijd een groot struikelblok.

'De eerste kolonisten voeren per schip van Asunción in vier dagen de Paraguay-rivier op tot Puerto Casado. Vandaar liep een smalspoorlijn van een houtkapmaatschappij het binnenland in, maar het eindpunt was altijd nog honderd kilometer van het huidige Filadelfia. Dat betekende een reis van nog een paar dagen, met ossenkarren over onverharde wegen. Lange tijd bleef dat de enige verbinding met de buitenwereld, en bij slecht weer kon het twee weken duren voor je van Filadelfia in Asuncion was.'

Tot in de jaren zestig trokken veel kolonisten weer weg. Sommigen gingen terug naar Canada, andere vestigden zich in het minder onherbergzame Oost-Paraguay. De voltooiing, in 1961, van de Ruta Trans Chaco gaf een belangrijke impuls aan de kolonies en de omvang blijft nu min of meer stabiel.

In en om Fernheim wonen naast twaalfduizend blanken inmiddels net zoveel indianen en het gebied oefent ook aantrekkingskracht uit op andere buitenlanders, onder wie zowel Duitsers als Brazilianen. Dit legt onmiskenbaar een druk op de eigen identiteit van de mennonieten.

In de conservatievere kolonie Menno, waar vrouwen met hoofddoeken en mannen in blauwe tuinbroeken uiting geven aan hun gehechtheid aan traditie, en waar de pick-up truck het nog niet heeft gewonnen van paard en wagen, probeert men vanouds de contacten met de buitenwereld tot een minimum te beperken. De kolonisten in Fernheim zijn naar hun mening al te ver afgeweken van het rechte pad.

Waar men in Menno de indianen het liefst probeert te bekeren, maakt men in Fernheim maar al te graag gebruik van hun goedkope arbeidskracht. Iedere ochtend opnieuw verzamelen zich voor het gebouw van de coöperatie tientallen indianen in de hoop op werk.

Consequent zijn de kolonisten van Fernheim misschien niet, maar de bezoeker vaart er wel bij. In de reusachtige supermarkt van Filadelfia is alles te koop, behalve drank en sigaretten. De minibar waarmee alle kamers van Hotel Florida zijn uitgerust, bevat echter vier soorten bier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden