de gids burn-out special

Volkskrant-redacteur Arno Haijtema: ‘Ik ben een ervaren reiziger in de verraderlijke wereld van burn-out’

Beeld Olf de Bruin

Na jaren kent hij de symptomen die hem zouden moeten waarschuwen voor een burn-out en depressie. Het zijn er tien. ‘Emoties raken in een vrije val en kunnen me meesleuren de diepte in.’

Wie, zoals ik, zich zonder trots maar evenmin zonder schaamte een ervaren reiziger (59) mag noemen in de verraderlijke werelden van burn-out en depressie, weet dat de lange weg van ineenstorting naar herstel wordt gemarkeerd door angst. De angst dat je nooit meer zult kunnen werken. Nooit meer plezier zult beleven aan muziek of reizen of eten. De angst dat de weg naar het herstel dat – meestal – op een depressie volgt, doodlopend blijkt te zijn. Dat de psychische ziekte die je omhult als een grauwsluier of een potentieel doodskleed je in een wurggreep heeft. En je weet niet of ze blijft knijpen of laat vieren.

Wie zelf heeft ondervonden wat het verschil is tussen een beetje overwerkt zijn en een burn-out, tussen een sombere periode doormaken en de aan rouw grenzende verslagenheid van depressie, weet dat omstanders en toeschouwers moeite hebben de aard van je ziekte te doorgronden. Ze verwarren de symptomen (zoals hyperactiviteit, gebrek aan eetlust, slaperigheid, het onvermogen in beweging te komen) met de ziekte zelf en komen met goedbedoelde adviezen die appelleren aan de (tekortschietende) discipline van de zieke. ‘Gewoon op tijd uit je bed komen, moet je eens kijken hoe snel je opknapt.’ ‘Probeer het leven wat zonniger in te zien.’ Of: ‘Kom op, we hebben het allemaal wel eens zwaar. Misschien zwelg je een beetje in je somberheid.’ Het zijn nu en dan gehoorde opmerkingen die beogen de verdomde symptomen de kop in te drukken. Ze zijn niet pedant (hoewel soms wel) maar weerspiegelen vooral de onmacht van de omstanders. Die zijn, als ze je mogen of liefhebben, waarschijnlijk net zo angstig over wat de demonen en hormonen uitspoken in je hoofd als jijzelf.

Angst is een slechte raadgever, heb ik ervaren sinds ik mijn eerste (achteraf als tamelijk mild te typeren maar in hevigheid fluctuerende) depressie onderging toen ik 15, 16, 17 was. Onbegrip, van mezelf en anderen, voor wat er met me gebeurde, is de meest pijnlijke herinnering aan die eerste ziekteperiode. Door psychische ziekte verlies je de grip op je leven, je gedachten en je vermogen bekwaam te handelen. En dat leidt tot existentiële angst. Hoewel ik nooit suïcidaal ben geweest, doe ik in zware tijden op het perron toch altijd, met lichte tred, een paar stapjes achteruit als de trein komt aanrijden. Een soort bijgeloof.

De dichte mist die in mijn adolescentie om me hing, loste langzaam op, hoewel flarden om me heen bleven zweven. Met doffe blik nam ik mijn diploma van de middelbare school in ontvangst en ik kan me niet herinneren op een examenfeestje te zijn geweest. De periode waarin het leven hoort te flonkeren, bracht mij bij de psychische hulpverlening.

Die hulp en het verstrijken van de tijd hebben geholpen. Een bezoek van een dag aan de Amsterdamse psycholoog Huib ter Haar heeft een jarenlang positief effect gehad, omdat hij met een paar welgemikte opmerkingen en adviezen (waaronder: misschien is de journalistiek iets voor je) de bewolking in mijn hoofd openbrak. Ik was niet de enige die het bezoek aan hem als levensveranderend heeft ervaren, zoals bleek uit een anonieme postume dankbetuiging, daags nadat in 2015 zijn overlijdensadvertentie in de krant had gestaan.

Alle interviews en stukken die we de afgelopen weken publiceerden over burn-out verzamelden we op een speciale verzamelpagina. Ook staat hier een link naar een Facebook-pagina waar lezers deze stukken kunnen lezen en ervaringen delen. 

De bewolking brak, maar loste niet op. Altijd kwamen er, met tussenpozen van jaren, nieuwe perioden van totale of gedeeltelijke ontreddering. Behalve angst is ook spijtgevoel in zo’n ziekteperiode een constante, omdat ik me nooit tijdig bewust ben geweest van het opbrandgevaar en me in de donkere steegjes van de geest onvoldoende en steeds te laat het gevaar realiseerde van verdwenen putdeksels. Het gevoel van opbranden zou genoeg moeten zijn om me te waarschuwen voor de daaropvolgende depressie, maar is het klaarblijkelijk niet.

Omdat ik mezelf een onnodig harde val zou willen besparen – helemaal voorkomen lijkt me gezien mijn geschiedenis ijdele hoop – heb ik op een rijtje gezet wat de kenmerken zijn die voorafgingen aan perioden van burn-out en depressie. Ik stel die twee kwalen, anders dan wetenschappers vaak doen, op één lijn omdat ze bij mij persoonlijk als een kluwen visdraad onontwarbaar zijn verweven. Wetenschappelijk-theoretisch is het onderscheid tussen burn-out en depressie zinnig, de raakvlakken en overeenkomsten zijn talrijk. Ik merk zelf hoezeer burn-outklachten en depressie elkaar afwisselen, soms vechten om voorrang en aandacht. De kenmerken zijn er zelden allemaal tegelijk, in meer en mindere mate aanwezig. Hoe meer er zich tegelijk manifesteren, hoe lastiger het wordt normaal te functioneren, ze klonteren samen als een ijsbal die je vol in je smoel of de maagstreek kan raken.

Dit zijn de symptomen die - althans bij mij - alarmbellen moeten laten rinkelen. Het zijn allemaal kenmerken die in de handboeken terug zijn te vinden, in die zin durf ik mezelf met een gerust hart voorbeeldig te noemen. Dat ze tezamen de omvang hebben van een carillon doet mijn verbazing over het uitblijven van tijdige onderkenning van mij naderend onheil alleen maar groeien.

1. Tijdsbesef raakt verstoord

Midden in de nacht word ik wakker in de stellige overtuiging dat de wekker over enkele minuten afgaat. Gedachten die voor overdag op het werk zijn bedoeld, bespringen me in bijna lachwekkend detail. Vat ik, nadat ik die gedachten met harde hand uit mijn slaapkamer heb verbannen, uiteindelijk weer de slaap, dan klinkt de wekker in de ochtend als een nagel op het schoolbord; onverdraaglijk. De slaap heeft me niet verfrist en de dag strekt zich als een dorre vlakte voor me uit. Overdag dwingt het werk afleiding af, maar aan het eind van de middag is er een hevig verlangen naar de comateuze slaap waaruit ik ’s ochtends ben gewekt.

2. Filters werken niet meer

Ik zit op een lastige werkplek, in het hart van een zaal met afwisselend tussen de dertig en veertig collega’s, passanten, bezoekers, telefonerende, luid overleggende, bevlogen lieden. Het is deel van mijn werk daar te zitten, het opvangen van opmerkingen en gesprekken hoort daarbij, het vormt mede de cohesie van onze club. Maar nu weten mijn hersenen (of zijn het mijn oren?) geen onderscheid meer te maken tussen wat voor mij belangrijk is of wat vijf bureaus verderop wordt besproken, welke vraag ik zou moeten beantwoorden en wat de mobiele beller achter mij bezighoudt die als een ijsbeer in Artis heen en weer loopt tussen kopieerapparaat en vergadertafel. Wat ooit een weliswaar rumoerige maar ook vrolijke en dynamische werkplek was, is veranderd in een kakofonie, een lunapark, met keiharde muziek uit de boxen.

De supermarkt en de bouwmarkt lijken ook een ingrijpende herinrichting te hebben ondergaan. De aanbiedingen bespringen me in schetterende letters, de verpakkingen dringen zich in onbeschofte kleurschakeringen aan me op. De airco in de bouwmarkt loeit als een taxiënd straalvliegtuig, de zaagafdeling is een audiologische martelkamer.

3. Ongeluk komt nooit alleen

Omdat de dood me gezien mijn leeftijd wellicht op de hielen zit en me in ieder geval op de korrel heeft, probeer ik hem voor te blijven. Fietsen naar mijn werk en hardlopen hebben hem tot nu toe op afstand gehouden. Eind augustus viel ik bij het lopen en kwam met mijn hele gewicht op een elleboog terecht, die schraapte over een wegdek van rustieke keitjes. Ik was er een week ziek van. En toen stierf een nabije vriendin plotseling en volkomen onverwacht. En toen stierf een bevriende kennis, onverwacht noch plotseling, maar niet minder schrijnend. Familieomstandigheden brachten me veelvuldig bij medici en op de meest liefdevolle en zorgzame afdeling in het hospitaal, maar voor sommigen ook de meest liefdevolle variant van Dantes hel.

Ik reageerde anders op de rampspoed (en nog enkele gebeurtenissen in mijn leven) dan ik van mezelf gewend ben. In plaats van vol emoties en geshockeerd, was ik meer als een bikkel uit B-films over de oorlog: bij het verlies van een maat één minuut in staat van ontreddering, om het volgende moment de strijd met herwonnen moed te hervatten.

Bij elke klap die het leven in korte tijd uitdeelde, verbaasde ik me erover dat ik weer opstond. Dat een sluimerende depressie me in een overlevingsstand zette – een beschermingsmechanisme voor de korte termijn – en de narigheid min of meer ontkende, realiseerde ik me niet. Daar betaal je dan op langere termijn een prijs voor. Zie bijvoorbeeld 4.

4. Het lichaam is verstoord

De stress die met burn-out en depressie gepaard gaat, heeft fysieke gevolgen. Niet alleen manifesteert de zwaartekracht zich anders dan gewoonlijk – het is alsof ik 10 kilo zwaarder en 20 jaar ouder ben dan gewoonlijk –sportieve inspanning vertaalt zich in spierpijn en -kramp. Hinderlijk is de pijn in het middenrif, het knooppunt van zenuwbanen dat de zonnevlecht wordt genoemd. Zodra ik onder stress sta – wat normaal gesproken volstrekt geen probleem is, zonder gezonde spanning immers geen concentratie – bespringt de pijn me, een milde variant van het gevoel met een voetbal in de maag te zijn geschoten.

5. Eten smaakt niet meer

Een tijdje dacht ik dat het kwam doordat ik te weinig varieerde in mijn voedingskeuze. Maar nu doe ik dat wel en toch smaakt het door mezelf bereide eten naar karton, te zout of te flauw. De pasta is niet gaar of te zacht. Het fruit te bitter, de groente dradig, de wijn te zuur of te zwaar. Het verlies aan eetlust lijkt pars pro toto voor het ontbreken van levenslust. Het eerste is geen ramp, het tweede danig ondermijnend.

De Volkskrant burn-out gids

Op www.volkskrant.nl/burnout verzamelen we alle verhalen over burn-out en stress. Via deze besloten Facebook-groep kunt u uw eigen verhaal delen.

6. Lichtgeraakt

De kreupele tred waarmee mijn 17-jarige kat ’s ochtends naar me toe komt om volstrekt onnodig om eten te bedelen (nooit heb ik verzaakt!). Zijn veelvuldige botsingen met stoelpoten als gevolg van zijn ouderdomsblindheid. Zijn vervilte vacht en zijn klaaglijk miauwen vormen een aanslag op mijn gemoed – alsof de dood door de kamer sluipt. Het per ongeluk afgeluisterde telefoongesprek tussen collega’s met mij als onderwerp – waarin ik, na een fout mijnerzijds, werd afgeschilderd tussen iets als een hopeloos naïeve amateur en een arrogante zonderling – heeft me talrijke slapeloze uren opgeleverd. Come on, je kunt tegen een stootje, houd ik mezelf voor. 

Gebrek aan daglicht, zwaar bewolkte luchten, natgeregend beton, de regenjas met dichtgesnoerde capuchon van een jonge vrouw op de fiets; het pantser om je te weren tegen alledaagse troosteloosheid die je gewoonlijk nauwelijks opmerkt, is vervangen door een vliesdun membraan.

Ik weet zelf ook dat het aanstellerij is – niemand beweert dat de kwaal geen ergerniswekkende kenmerken heeft.

7. Het plezier is weg

De gitaar die al decennia mijn metgezel is, verzamelt stof in een hoek. De accu van de camera waarmee ik dagelijks de wereld in trok, is al weken niet meer opgeladen. Het verlangen om te reizen – op te gaan in de waanzin van een Aziatische stad, overweldigd te worden door het ruige Scandinavië, me te laven aan het vierjaargetijdengekwetter van de Italianen – is gedoofd. Een avondje naar de film of naar een popconcert, dat is me avontuurlijk genoeg. ’s Ochtends kan ik er als een berg tegenop zien, zo’n avondje uit (de term alleen al!). Maar als ik na afloop thuiskom, heb ik in elk geval geen spijt.

8. Verslonzing

Alles wat je kunt doen om het dagelijks leven te veraangenamen – lege flessen retourneren, oud papier wegbrengen, opruimen, schone was opvouwen en in de kast doen, de laatste tien verhuisdozen uitpakken, een lampje ophangen – kun je ook níét doen. Zolang de stofzuiger ter hand wordt genomen, de kat wordt gekamd en zijn bak is verschoond, de wasmachine draait en de dweil nog plichtmatig over de tegelvloeren zwiert, vervuilt de boel niet echt. Dat de woning zo meer verwordt tot een schuilplaats, tot ‘een stee waar ze mij niet zoeken’, de Ondergrondse Hutte waarover Daniel Lohues zingt (‘Hier kan ik schuilen/ als een angstig dier/ Hier verkroep ik alles/ geen mense vindt me hier’), dan een aangenaam thuis, heb ik niet echt in de gaten. Waarom zou je de kast vullen als je de schone kleren ook rechtstreeks van het droogrek kunt betrekken?

9. Vrije val

Emoties raken in een vrije val en kunnen me meesleuren de diepte in. De grote gevoelens waarvan je hoopt dat ze je in het leven met mate overrompelen – schuldgevoel, wanhoop, paniek – dienen zich soms onontkoombaar aan. Ik werd er dikwijls mee wakker en ging er mee slapen, het maakt het verlangen begrijpelijk naar de droomloze slaap, ook als je er niet van uitrust. Je wéét misschien wel dat de toestand niet zo hopeloos is als je emoties je influisteren, maar de ratio lijkt niets anders te doen dan toekijken hoe je je over de kop werkt of anderszins dieper in de problemen komt.

10. Grip zoeken

Paradoxaal aan het voorgaande: de ratio kan wel uitkomst bieden. Ver Heen van psychiater P.C. Kuiper, die in dat boek zijn eigen zware depressie beschrijft, was bijna een feest der herkenning. Omdat ik voor het eerst zwart op wit de angstwekkende symptomen zag beschreven die ik maar niet begreep en die me eerder nog niet eens een bezoek aan de huisarts waard leken. Omgaan met depressie van prof. F. de Jonghe (tweedehands voor een habbekrats te koop) had een vergelijkbare uitwerking; de nuchtere en soms ook humoristische beschrijving van depressie geeft grip, waar je eerst blind tastend je weg zocht.

Recente aanwinst is Huub Buijssens Als een dierbare depressief is. Vooral gericht op omstanders, en juist daarom ook voor een zieke fijn om te lezen. Omdat je even kunt doen alsof het over iemand anders gaat. En ook, pijnlijk genoeg, om je te realiseren dat de gevolgen van burn-out en depressie tevens je vrienden en familie raken. Handig om je dat te realiseren, wanneer je weer in staat bent uit je ondergrondse hutte te kruipen.

Eline Vere had typerende verschijnselen van depressie

Talrijk zijn in de literatuur en cinema de verwijzingen naar depressie. In zijn Omgaan met depressie toont F. de Jonghe tamelijk overtuigend aan dat de tragische hoofdpersoon in Louis Couperus’ roman Eline Vere typerende verschijnselen van depressie vertoont (eind 19de eeuw, toen de term niet gangbaar was). En zelden zag ik de fysieke uitputting die depressie en burn-out met zich mee kunnen brengen beter verbeeld dan in Melancholia van de Deense filmmaker Lars von Trier. De openingsscène, in even tergende als indrukwekkende ultra-slow motion, laat zich afwisselend bekijken als een droom en een nachtmerrie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.