Boeken Signalementen

Van een duivels woordenboek tot verstripte Kronkels, dit zijn de boeken die wij deze week hebben gelezen

Een humoristisch naslagwerk voor cynici, René Huigen in de voetsporen van Pessoa en Nijhoff, Carmiggelts verstripte Kronkels en andere net verschenen titels.

Des duivels woordenboek van Amrose Bierce.

De Amerikaan Ambrose Bierce (1842-1913) schreef fabels, gedichten en verhalen, maar werd het bekendst door The Devil’s Dictionary, door hemzelf tussen 1909 en 1912 samengesteld. Eerder verschenen keuzes uit dit humoristische standaardwerk, voor het laatst in 2002: Satans Groot Woordenboek, in de vertaling uit 1969 van Else Hoog. De lemmata zijn nu voor het eerst alle 1.851 vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, die ook niet terugdeinsden voor de 300 gedichten die Bierce toevoegde: Des duivels woordenboek, het vademecum voor de cynicus. ‘Liefdadigheid: een vriendelijke dispositie van het hart waardoor we in anderen de zonden en ondeugden vergeven waaraan we zelf verslingerd zijn’, en ‘Beleefdheid: de meest aanvaardbare vorm van hypocrisie.’

Zout door Marc Reugebrink.

Op zoek naar water werd er zout gevonden, in de bodem rond kasteel Twickel in 1886, zoals bezoekers van het Zoutmuseum in Delden te horen krijgen. Blijkens zijn dankwoord was deze geschiedenis een van de inspiratiebronnen voor de historisch klinkende vertelling Zout van Marc Reugebrink, over het landelijke plaatsje Lende waar in de bodem zout wordt gevonden, wat grote gevolgen heeft voor de geplaagde gemeenschap.

Steven! door René Huigen.

Een episch gedicht dat met een aanroeping van de Muze begint, is ongebruikelijk geworden. Maar René Huigen deed het in 2005 met Steven!, over wie hij verder dichtte in 2013, en wiens wedervaren nu wordt besloten met deel 3, dat samen met de andere twee verschijnt als Steven!.‘Heb ik soms iets/ Van u aan? hoorde hij vrank zichzelf vragen/ Aan een passant, die voor hem zijn hoed afnam/ En de vraag, nu voorzien van uitroepteken,/ Nabauwde: ‘Heb ik soms iets van u aan?!’/ Onduidelijk scheen het Steven of de man/ De heer in hém, of de zwerver in zichzelf/ Verwelkomde.’ Huigen treedt in de voetsporen van Pessoa en Nijhoff – en om te beginnen Homeros.

Norman door Merel Hubatka.

Een jonge bestuursambtenaar in 1959 ­onder de Papoea’s in Nieuw-Guinea, dat doet denken aan F. Springer. Maar dit is de roman Norman van Merel Hubatka, wier ­vader destijds afreisde naar Nieuw-Guinea.

Vredestichters: De verdragen van Versailles en Parijs 1919 door Margaret MacMillan.

De vredesregeling van Versailles in 1919 wordt nogal eens als verklaring gezien voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Zeker, de herstelbetalingen en het inleveren van grondgebied waartoe Duitsland werd verplicht, vormden ‘een godsgeschenk’ voor de propagandamachine van Hitler, beaamt Oxford-historica Margaret MacMillan. Maar in haar omvangrijke Vredestichters betoogt ze dat Hitler toch wel oorlog zou hebben gevoerd en tot de Jodenvernietiging zou hebben besloten. Zij plaatst de opstellers van de vredesregelingen van Versailles in hun tijd. De vredestichters maakten natuurlijk fouten, stelt ze, maar de Tweede Wereldoorlog was ‘het resultaat van de twee decennia die volgden, niet van de regelingen van 1919’.

Kronkels van Simon Carmiggelt, in beeld gebracht door Dick Matena.

Ooit belde er ‘een jongedame’ bij Simon Carmiggelt aan, terwijl hij met zijn zoontje in de woonkamer zat. De jonge vrouw, ‘wier sublieme attracties allerlei welhaast vergeten faculteiten in mij bloot woelden’, bood Carmiggelt door haar geschreven ‘verhaaltjes’ aan met de tekst: ‘Als u ze aardig vindt, moet u ze in de krant plaatsen’. Carmiggelt schonk haar een glaasje port, maar de ontluikende romance stopte abrupt toen het zoontje zei: ‘Alles wat papa zegt is niet waar.’ Het is een van de Kronkels die tekenaar Dick Matena heeft verstript. Een nieuwe manier om met het oeuvre van de Amsterdamse schrijver en columnist in aanraking te komen.

Een wereld vol patronen: De geschiedenis van kennis door Rens Bod.

Stephen Hawking had weinig op met de geschiedenis – we besteden er veel tijd aan terwijl het ‘laten we eerlijk zijn, toch grotendeels een geschiedenis van domheid is’. De Amsterdamse hoogleraar Rens Bod, gespecialiseerd in de geschiedenis van kennis, bewijst het ongelijk van Hawking. Hij laat in Een wereld vol patronen zien hoe eeuwenoude kennis nog altijd relevant kan zijn. Een Perzische taalkundige uit de achtste eeuw die beweerde dat je een taal niet door bestudering van grammaticaregels moet leren, maar ‘aan de hand van grote hoeveelheden voorbeelden tezamen met een generalisatiemechanisme’ is bijvoorbeeld tegenwoordig voor Bod een grote bron van inspiratie voor zijn computermodellen, die automatisch vertalen mogelijk maken. De zoektocht naar patronen is universeel en oeroud, zei hij afgelopen week in een interview met de Volkskrant: ‘Mensen willen niet alleen patronen zien, ze willen ook een verband zien tussen die patronen. Op een gegeven moment ontstaat er een bewustzijn van een principe en wordt dat principe expliciet gedefinieerd.’ 

Hoogleraar Rens Bod: ‘Ook buiten Europa voltrokken zich wetenschappelijke revoluties’
Alle wetenschappelijke disciplines zijn met elkaar verweven, en niet alle wetenschappelijke revoluties vonden plaats binnen Europa. Dat schrijft Rens Bod in zijn boek Een wereld vol patronen‘De Chinezen pasten al in de zestiende eeuw inenting toe.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden