DE GIDSVakantieliefde

Uit honderden jongens en meisjes kozen Arthur (19) en Ilinca (18) elkaar. ‘Wat is liefde nog meer dan dit?’

Beeld Max Kisman

Op een congres van klimaatactivisten in Lausanne zoenden Ilinca (18) uit Moldavië en Arthur (19) uit Nederland voor het eerst. ‘Ineens was ik haar kwijt.’

Ilinca (18)‘Ik ontmoette Arthur in de bus in Lausanne. Samen met mijn vriendinnen was ik een middag in het centrum van de stad geweest, nu waren we op de terugweg naar ons hostel, een verbouwde oude kazerne. Ook hij was hier voor het grote internationale klimaatcongres voor jongeren van Fridays for Future, een initiatief van Greta Thunberg: een week lang discussies en lezingen en werkgroepen met honderden jonge deelnemers. Hij mengde zich op een heel prettige en vanzelfsprekende manier in mijn kleine groepje meisjes uit Moldavië en op een of andere manier leek hij, zonder twijfel, mij te verkiezen boven mijn vriendinnen. Niet dat ik daar romantische bedoelingen in zag. Op zo’n enorm congres is ieders blik naar buiten gericht. Zoveel jongeren uit zoveel verschillende landen, het is moeilijk om niet nieuwsgierig te zijn. We hadden het over de verschillen tussen onze landen: het zijne, Nederland, dat deel uitmaakt van de EU, en het mijne, Moldavië, dat geworteld is in de Sovjet-Unie. Het ging over fietsen, bij ons geen algemeen gebruik, en over gastvrijheid, in Nederland geen algemeen gebruik, althans als ik Arthur mocht geloven. Misschien was het niet eens wat Arthur en ik tegen elkaar zeiden, maar dat we elkaar kennelijk tussen de regels door zo de moeite waard vonden dat we elkaar tussen al die honderden meisjes en jongens uitzochten om beter te leren kennen. Want nadat we in onze accommodatie kwamen hebben we de hele avond gedanst en daarna liepen we als vanzelf naar boven, want we waren nog lang niet uitgepraat. Om de anderen niet te storen, gingen we in de gang zitten en we praatten maar door.

‘Verliefdheid, liefde, een vriendje, een toekomstige echtgenoot; ik had er nooit veel over nagedacht. Ik was ambitieus, wilde studeren. In die hal waar we zaten omdat we daar alleen konden zijn, zoenden we voor het eerst. Juist doordat we het allebei graag wilden was die zoen zo fijn, niet door heftigheid of een verterend verlangen. Ik denk, als je het me zo vraagt, dat eenvoud een van de belangrijkste ingrediënten is van onze liefde. Arthur leerde me dat eerlijkheid en zeggen wat je denkt een relatie hechter maakt. Niet alleen een liefdesrelatie, elke relatie. Ik was gewend, door mijn cultuur, of gewoon door mijn karakter, dat natuurlijk ook door generaties Moldavië is gevormd, mijn hart min of meer voor mezelf te houden. Ik was gericht op mijn ambitie, op mijn idealen, ook daarom was ik in Lausanne vorig jaar. Ik maakte toen al plannen om in het buitenland economie en business te gaan studeren, het liefst in Europa, maar van toekomstige liefdes had ik geen enkel beeld. En eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, maak ik me nog steeds weinig illusies. Ik ben niet iemand die zich verliest in emoties, en ook heb ik Arthur intussen al een paar keer in Nederland opgezocht, ik heb geen idee hoe dit zal aflopen.

‘Wie wel? Hoe zou ik nu al met zekerheid kunnen zeggen dat hij de man van mijn leven is, als ik nog moet ontdekken wie ik ben in een nieuwe studie, straks misschien in een nieuw land? Hopelijk word ik na de zomer aangenomen op een Nederlandse universiteit, ik krijg daarvan een dezer weken de uitslag. En hoe mooi zou het zijn als we dan meer tijd zouden kunnen doorbrengen, zodat er een einde komt aan onze sporadische misverstanden, veroorzaakt door afstand en taal. Ik mis Arthur nu ik terug ben in Moldavië, ik hou van hem, ik hou van onze dagelijkse gesprekken. Het lijkt alsof de dag niet compleet is als we er eens een missen. Hij plaagt me met mijn Engels, ik vertel hem wat de beroemdheden die ik op Instagram volg hebben meegemaakt en dan luistert hij heel lief, ook al interesseert hij zich meer voor zijn piano en gitaar dan voor Instagram.

‘Ik weet nog, toen we afscheid namen die ochtend na de eerste zoen, zijn trein ging al vroeg en ik was opgestaan om hem nog een knuffel te kunnen geven, dat ik dacht: natuurlijk kunnen we nummers uitwisselen, maar na drie maanden is zo’n contact meestal weer verwaterd. Dat ik na een jaar nog steeds naar hem uitkijk, ervaar ik als iets heel bijzonders. De kuiltjes in zijn wang als hij lacht raken me keer op keer. En of we over tien jaar nog samen zijn is geen kwestie die me bezighoudt, ik ben blij met nu. Natuurlijk ga ik mijn best doen en zou ik niets liever willen. Maar we gaan in elk geval niet meteen samenwonen als ik op een Nederlandse universiteit terechtkom. Ik moet nog zoveel ontdekken, zoveel leren, er ligt dan een heel land te wachten om verkend te worden, een land achter de gevels van de grachten waar ik met Arthur overheen heb gevaren. Wat zal daar allemaal te zien zijn?’

Arthur (19): ‘Ik ontmoette Ilinca in de bus in Lausanne op weg naar de oude kazerne waar we met zijn vierhonderden verbleven. Ze was met twee andere vriendinnen, maar ik vond haar meteen het leukst. Toen ik haar aansprak merkte ik hoe de ongedwongenheid waarmee ik haar zo even nog plezier had zien maken met haar vriendinnen, omsloeg in verlegenheid. Mijn hart sprong op. Op een of andere manier haalde haar bescheidenheid de druk eraf. Ik hoefde niet te imponeren om haar aandacht vast te houden. Het hielp dat we Engels spraken, taal was een gewoon ongelaagd communicatiemiddel. Ik hoefde me niet, zoals thuis soms met meisjes, zorgen te maken over spitsvondigheden. Spreken in het Engels maakt me vrijer. Ook zij was in Lausanne voor het Smile-congres, georganiseerd door Fridays for Future van Greta Thunberg. Van Moldavië wist ik niks, ik kende het land alleen van het Songfestival. Ik vroeg Ilinca honderduit over haar leven. Ik herinner me hoe we dierengeluiden uitwisselden, altijd een grappig spelletje. In Moldavië zeggen kippen geen tok tok, maar poei poei.

‘Die avond hebben we gedanst in de kazerne waar we met zijn allen sliepen. Ineens was ik haar kwijt. Ik dacht dat ze was gaan slapen, maar ineens voelde ik hoe iemand aan mijn arm trok en ja, zij was het die me opnieuw meenam naar de dansvloer. Misschien was dat waar ik uiteindelijk het meest voor viel: haar aanvankelijke bescheidenheid bleek voor een deel schijn, ze wist juist heel goed wat ze wilde. Een dag later zou ze me tijdens een saaie lezing verveeld aankijken en me overhalen de zaal te verlaten en mee de stad in te gaan. In mijn eentje zou ik dat nooit gedaan hebben, want dat was natuurlijk niet waarvoor we op dat congres waren, maar wat was het fijn om uren door Lausanne te lopen. Het was hoogzomer en de avond rook zo heerlijk. Ook die allereerste avond van onze kennismaking raakten we maar niet uitgepraat. Dat was nieuw voor mij, ik had nog nooit een meisje ontmoet met wie alles zo vanzelf ging, nog nooit een vriendin gehad. Ook toen nam ze het initiatief. Nadat de muziek uit ging en we stopten met dansen, vroeg ze me met haar op de gang te komen zitten, een plek waar we even met zijn tweeën waren. Ik zie ons nog zitten, een lange gang met een heleboel deuren van slaapkamers. We zaten geleund tegen de muur, ze legde haar hoofd op mijn schouder en zei: wacht, ik ga even iets pakken. Ze stond op en kwam terug met haar slaapzak, die we gebruikten om op te zitten. En ik dacht alleen maar: kennelijk is deze avond nog niet afgelopen. Waarom zou ze anders de moeite nemen het ons comfortabeler te maken? Even later zoenden we. Ik had nog niet vaak gezoend, maar dit was erg fijn. Ik herinner me geen enkele twijfel of onzekerheid. Toen ik de volgende ochtend vroeg weg moest om mijn trein te halen, stond ze speciaal voor mij vroeg op om afscheid te nemen. 

‘De weg naar huis was zwaar. Ik was zo verliefd. Ook al had ik over lange-afstandsrelaties nooit veel goeds gehoord, meteen nadat het congres was afgelopen, begonnen we te bellen en te skypen en te appen en dat doen we nog steeds dagelijks. Wat we bespreken zijn de dingen van alledag, nauwelijks de moeite van het vertellen waard, maar alles uit haar mond vind ik bijzonder. Of ze nu het nu heeft over de aanmeldingsformulieren voor de Universiteit van Amsterdam waar ze na de zomer wil studeren, of over Italiaanse sterren die ze volgt op Instagram, dat er weer een zwanger is, telkens als ik haar hoor en zie word ik blij. Ik help haar bij Engels en wiskunde. We kletsen over wat we gaan doen als ze weer naar Nederland kan komen, en ik geniet als ze die ene roze sweater aanheeft die ik nog ken uit Lausanne of die ene lichtgrijze pyjama, ik weet precies hoe zacht die voelt. We zijn nog jong, maar dit voelt goed. Vliegen is voor ons klimaatactivisten uit den boze, maar de liefde telt zwaarder. Na een paar keer alle reismogelijkheden te hebben bekeken, heb ik met schroom een vliegticket voor haar geboekt. Ze heeft bij mijn moeder en mij gelogeerd. Ik heb stroopwafels en drop gekocht en pannekoeken gebakken en haar meegenomen op een rondvaart over de grachten van Amsterdam. Ik hoop dat het haar lukt hier te gaan studeren, dan kunnen we elkaar nog beter leren kennen. Nu al is zij degene die mij het best kent: als ik ergens mee zit, merkt ze het meteen, dwars door onze computer- en telefoonschermen heen ziet ze het als er iets mis is. Ze is zorgzaam, oplettend, ernstig en soms kunnen we ineens samen ontzettend lachen – wat is liefde nog meer dan dit?’

Podcast: Van Twee Kanten

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee geliefden over een heftige gebeurtenis in hun relatie. Ze interviewt ze apart van elkaar, zodat ze openhartig kunnen praten over hun verlangens, geheimen en strubbelingen binnen hun relatie. Soms voor het eerst hardop uitgesproken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden