Onze gids deze week Tjitske Reidinga

Tjitske Reidinga gidst (op intuïtie en in een melancholieke fase)

Tjitske Reidinga. Foto Els Zweerink

Actrice Tjitske Reidinga is binnenkort in de bioscoop te zien als Doris, staat weer in het theater als Sophie en was na acht jaar eens níét te zien in de De LaMar-zomerkomedie. Haar favorieten kiest ze op intuïtie.

Ze houdt haar leesbril bij de hand als de foto’s worden gemaakt. Zet ’m op en weer af. Alsof Tjitske Reidinga (46) zich heeft voorgenomen: ik ga het beeld dat iedereen van mij heeft, het beeld van de opgewekt lachende blonde Gooische Vrouwen-actrice, laten kantelen. Als amateurfotograaf weet ze: het gaat juist om het tussenmoment, als waarachtigheid door een blik breekt.

Het gesprek vindt plaats een paar ­dagen voor ze op vakantie gaat. Het is de eerste zomer sinds acht jaar dat ze niet als leading lady in de zomerkomedie van het DeLaMar Theater staat. Het zijn geweldige jaren geweest, waarin ze veel heeft geleerd. Maar eerlijk is eerlijk: toen ze langs de posters fietste waarop de ­zomervoorstelling van dit jaar werd aangekondigd – Blind Date, met het ex-echtpaar Katja Schuurman en Thijs Römer – kon ze een gevoel van opluchting niet onderdrukken. ‘Ik kreeg hoe langer hoe meer last van de verantwoordelijkheid om een groot publiek te trekken. Van de publiciteitsdruk die dat met zich meebracht. ­Bovendien: je schrikt je rot hoe weinig goeie komische rollen er zijn voor vrouwen. Op het laatst vond ik het materiaal gewoon niet meer goed genoeg.’

Binnenkort is ze in de bioscoop te zien als Doris, moeder van twee pubers, die na de scheiding van haar man haar leven op de rails probeert te krijgen. In 2013 werd Doris als serie uitgezonden door Net5, de film pakt de draad na vijf jaar weer op. Het is helemaal geworden zoals zij en Roos Ouwehand, die het scenario schreef, voor ogen hadden: een film over ‘het gerommel dat het leven is, iets ­melancholischer dan de serie, iets donkerder van kleur’. Ze staat daarnaast deze maand opnieuw in het DeLaMar Theater, in het hernomen stuk Sophie – ook geschreven door Ouwehand.

Haar lijstje favorieten had ze in een paar minuten op papier. Op intuïtie ­gekozen. Ze verontschuldigt zich bij voorbaat: ‘Ik kan zó jaloers zijn op mensen die precies kunnen uitleggen waarom ze iets mooi vinden en die dat dan ook nog eens prachtig kunnen verwoorden.’

Toch blijkt die intuïtie maar mooi een duidelijke rode draad door haar lijstje te trekken.

‘O, echt? Nou, dan ben ik benieuwd.’

Foto Els Zweerink

1. Theater: Het Hamiltoncomplex

‘Een collagevoorstelling geregisseerd door de Belgische actrice Lies Pauwels, met dertien meisjes van 13 en één gespierde, knappe man. Ik heb niet eerder in het theater iets gezien dat zo los en zo vrij was – alsof het stuk, vlak voor de meisjes opkwamen, even was doorgesproken en alles werd geïmproviseerd.

‘Het stuk gaat over waar meisjes van die leeftijd mee bezig zijn. Seksualiteit, heldendom, angst, vrolijkheid, de vraag: bij wie hoor ik? Ik zie twee scènes nog zo voor me: de openingsscène, waarin ze in hun kostschoolpakje staan, de zaal in kijken en zeggen: ‘De mannen zullen wel denken: hebben ze een onderbroek aan of niet?’ Een harde confrontatie met het beeld van oude mannen die verlekkerd naar jonge meisjes kijken – je bent meteen wakker, zeg maar. In de andere scène danst die knappe man met een spastisch meisje – zó mooi, zo ontroerend. Ik zat met een grapefruit in mijn keel te kijken.

‘Ik vind 13 een wonderschone leeftijd. De botsing tussen meisje zijn en vrouw worden, wat dat met die lijfjes doet, met die gezichten. Ik herinner me zelf uit die tijd het gevoel van eenzaamheid. Ik redde me wel, maar had nog niet de mensen gevonden bij wie ik paste.

‘Misschien hou ik wel meer van jeugdtheater dan van theater voor volwassenen. Ik hou van die naïeve ­wereld. Niet van het zwartgallige, dan haak ik af. Er moet hoop zijn.’

‘Dertien meisjes van 13 en één gespierde, knappe man. Ik heb niet eerder in het theater iets gezien dat zo los en zo vrij was.’ Foto Fred DeBrock

2. Boek: Lampje

‘Ik kocht het boek, van illustratrice en schrijfster Annet Schaap, in eerste instantie voor de kaft. Ik heb op het punt ­gestaan om de uitgever te bellen met de vraag of ik die tekening mocht kopen; ik verzamel boekillustraties, ik vind het een volwaardige kunstvorm die een groter podium verdient. Lampje is een behoorlijk wreed sprookje – ik las het mijn jongste zoon Jakob voor, en na tien bladzijden begon hij te huilen. Daar gaat mijn pleidooi voor naïviteit.

‘Lampje gaat over een meisje dat door haar vader wordt mishandeld. Op een avond vergeet ze de vuurtoren aan te steken en ze veroorzaakt daarmee een scheepsramp. Als straf wordt ze naar een oud landhuis gestuurd waar een monster woont, op zolder. En dat monster blijkt een jongen met een vissenstaart. Om zijn vader een plezier te doen, wil hij leren lopen – terwijl hij ­liever zeemeerjongen is.

‘Iets doen omdat anderen dat van je verlangen, of omdat het, volgens allerlei onuitgesproken regels, zo hoort – daar verzet ik me al tegen zolang ik me kan herinneren. Dat heeft niets met mijn jeugd te maken, mijn ouders hebben mij vrij opgevoed. Mijn vader was vorm­gever, hij werkte als artdirector bij een ­sigarettenmerk, maar hij zag eruit als een boswachter. Hij was altijd bezig zijn ­leven te vergroten. Hij wilde nergens bij horen – dat heb ik van hem. Ik wil niet in een mal worden gestopt.’

‘Ik kocht het in eerste instantie voor de kaft.’

3. Film: Revolutionary Road

‘Richard Yates schreef de roman, over Frank en April Wheeler, een echtpaar dat in weerwil van hun verlangen naar een uitzonderlijk leven in een Amerikaanse buitenwijk terechtkomt en net zo burgerlijk blijkt te zijn als de buren. En uit willen breken – vooral zij. Ik las het boek toen ik ergens in de 20 was, en zag de film, met Kate Winslet en Leonardo ­DiCaprio, toen ik eind 30 was, samen met mijn toenmalige man, Vincent Croiset. Het verstikkende gevoel van vastgedraaid zitten in een leven kwam zo hard aan, dat we ter plekke hebben besloten een grote reis te maken. Er waren drie miljoen redenen te bedenken om niet met onze tweeling van 6 door Brazilië en Suriname te trekken, om niet te gaan omdat onze carrières net lekker liepen. Maar we hebben het gedaan en het was, en is, een van de mooiste ervaringen in mijn leven.

‘Volg je hart, ook al denken andere mensen: wat doe je nou? Ik had het net over onzichtbare regels: na al die jaren in DeLaMar hoor ik nu als een soort ouderwetse grande dame door te gaan – nou, integendeel.

‘Ik wil juist het omgekeerde, ik wil ook in een kleine zaal, of, heel iets anders: ik zou best weleens een tijd verpleegster willen zijn. Serieus. Wat dat oproept! Het lijkt wel alsof andere mensen er bang van worden als jij iets anders met je leven wil.’

4. Boek: Light Years

‘Het wordt er nog even niet vrolijker op: weer een verhaal, van James Salter, over een steeds ongelukkiger wordend echtpaar. Maar het eindigt hoopvoller dan  Revolutionary Road en het is wonderschoon geschreven.

‘In een recensie stond: de titel kun je op twee manieren lezen: wat gaat de tijd toch snel, of: er zijn periodes in ons leven dat het licht meer heeft geschenen. En dat weet je pas als het voorbij is. Daar krijg ik meteen een brok van in de keel. Ik zou niet zo goed weten welke periode het meest zou oplichten. Ik zit nu in een heel melancholische fase. Alles ontroert me, ik voel, lees, hoor beter dan ik ooit heb gedaan. Het zal wel bij het ouder worden horen. Ik heb er last van hoe snel de tijd gaat. Als een raket, bij mezelf en bij de kinderen. Dan kijk ik naar mijn zoon en denk: jij zat echt serieus vorige week nog met Lego te spelen en nu zit je met een hand in je broek te zappen.’

Foto Els Zweerink

5. Theater: Grief is the Thing with Feathers

‘Er wordt op het toneel niet zo veel ­gemaakt over rouw – ja, rouw in een Griekse tragedie, maar niet rouw in een gewoon leven. Het stuk is gebaseerd op de roman van Max Porter en gaat over hoe een vader en zijn twee zoontjes omgaan met de dood van hun moeder. Mijn vriendin Roos ­Ouwehand en ik zijn naar Dublin ­gegaan om dit stuk te zien. We dachten dat het een lowkeyproductie was, maar we kwamen in een soort über-­Toneelgroep Amsterdam terecht, met geweldige acteurs en een prachtig decor.

‘Roos en ik hebben een voorliefde voor verhalen over het kleine leven. Dat bindt ons, en daar willen we meer mee. Over anderhalf jaar willen we zelf films en voorstellingen gaan produceren. Die werelden worden nog te veel door mannen gedomineerd, terwijl: de bezoekers zijn overwegend vrouwen. Wij denken te weten wat die willen, en we hebben er behoefte aan zelf te bepalen met wie we werken: van regisseur tot acteur tot de vormgever die de filmposter maakt. Ons eerste stuk wordt een stuk over rouw. Roos heeft net een subsidie gekregen om het te schrijven.’

6. Beeldende kunst: William Orpen

‘Op dezelfde dag dat we naar Grief ­gingen, zijn we naar The National Gallery in Dublin geweest. Kijk, die stad is naargeestig en grijs, het is niet bepaald de smurfen daar, maar dit museum was zo ongelooflijk inspirerend, we waren ­totaal overprikkeld. Ik geloof dat in ­Ierland drie uur per jaar de zon schijnt, maar in die drie uur worden dan ook verpletterend mooie schilderijen gemaakt. Ik werd verliefd op de portretten van ­William Orpen. Het heeft iets te maken met de blik in de ogen, met hun houding, alsof ze niet poseren. Kijk naar graaf John McCormack: dat luie, nonchalante zitten. Geen vrolijke Frans, maar wel een heel aantrekkelijke man. Het is alsof ik in zijn ziel kan kijken.’

Graaf John McCormack (L) met zijn door William Orpen geschilderde portret. Foto Getty

7. Fotografie: Gordon Parks

‘Ik zie elke tentoonstelling in Foam in Amsterdam, maar ik noem er hier één, het retrospectief van de Amerikaanse fotograaf Gordon Parks (1912-2006), voorvechter in de strijd voor ­gelijke rechten voor Afro-Amerikanen. Kijken naar een foto begint bij mij altijd met kleur en compositie, en je begrijpt, met mijn voorliefde voor de esthetiek van de jaren vijftig en zestig, dat ik hier voor val.

‘Maar dan kijk ik goed, bijvoorbeeld naar die foto van de kraam met hotdogs en ijs, en dan denk ik: staan die zwarte mensen nou echt bij een andere counter dan de witte? Ga met een klas naar deze tentoonstelling, en dan zie je de kracht van het beeld: één zo’n foto en je hoeft niks meer uit te leggen over Black Lives Matter.

‘Ik fotografeer zelf met een iPhone. Portretten van collega’s tijdens repetities of een doorloop, en van mijn kinderen. Ik raakte geïnspireerd toen ik in 2009 ­A Photographer’s Life van Annie Leibovitz zag in C/O Berlin in Berlijn. Daar stond ik voor een wand, een soort collage van kleine en grote foto’s van familie, van momenten tijdens haar werk, en dat raakte me – misschien wel omdat je zo dichtbij moest komen om te zien wat er op de foto’s stond.’

Untitled, 1967, Gordon Parks, Foam tentoonstelling Iam You Foto Gordon Parks

8. Muziek: Wende

‘Ik zou best graag Wende willen zijn. Met zo’n stem. Ik ben een tegenop-kijker. Een bewonderaar. Ik zag Wende zitten bij mijn laatste voorstelling, Geen paniek, waarin ik een rol had die eigenlijk niet bij me paste. Dat vond ik zó erg. Ik wou dat ze me had gezien in een stuk waarin ik goed tot mijn recht kwam. Ik heb Wende al die jaren gevolgd, en soms was het te veel, te heftig en te groot wat ze deed, maar haar laatste concert in Paradiso: waarachtig, klein, en zó verschrikkelijk goed. Ik zou wel­eens willen weten of zij, als ze later op haar leven terugkijkt, denkt: dat was de periode in mijn leven dat het licht het hardste scheen.’

‘Ik zou best graag Wende willen zijn. Met zo’n stem. Ik ben een tegenop-kijker. Een bewonderaar.’ Foto Hollandse Hoogte / Anneke Janssen

9. Beeldende kunst: Hideki Iinuma

‘Ik val in de kunst meestal op het ­ouderwetse, melancholische. Ik ben normaal niet zo van de surfplanken, maar wat mij raakt in dit beeld van ­Iinuma: dit is echt een vrouw van nu. Het is een beeld uit een hele serie ­levensgrote, uit hout gesneden vrouwen. Liefdevol gemaakt, alsof een muisje met een beiteltje aan het werk is geweest en daarna prachtig beschilderd.

‘Iinuma levert commentaar op hoe jonge vrouwen zich identificeren met ­Instagram-modellen, en zo komen we weer op het onderwerp: hoe wordt er naar je gekeken? Hoe moet je er in de ogen van anderen uitzien? In mijn vak word je op mijn leeftijd gedwongen een keuze te maken: laat ik mezelf oud worden met alles wat er bij hoort, of ga ik nog even de strijd aan tegen het verval? Ik ben actrice, ik probeer waarachtigheid op te zoeken, maar ik wil óók geen hangogen.

‘Ik ben er nog niet uit, maar ik krijg er steeds meer moeite mee dat wij jonge meisjes en jongens een beeld voorschotelen van hoe oudere vrouwen eruit horen te zien: zo glad en zo jong mogelijk. Ik ga me daar steeds meer over opwinden. En het zijn de vrouwen zelf die dit doen hè? Ik had laatst een interview over Doris, en een journaliste van mijn leeftijd, vroeg: vind je dat niet pittig, om jezelf zo – ze bedoelde: zo oud – te zien?’

‘Een serie levensgrote, uit hout gesneden vrouwen.’
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.