De gids Balkontips

Tijdens de vakantie blijkt het groen op Caspar Janssens balkon flink doorgeschoten. Dat wordt kortwieken, snoeien, uitdunnen

Woekerend groen en het insectenhotel op Caspar Janssens balkon. Beeld Najib Nafid

Sinds dit voorjaar probeert Caspar Janssen een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen.

We zijn weer thuis. Balkondeur open. Even snel kijken. Er vliegt een wesp, een gewone wesp, naar binnen. Deur maar weer even dicht. Eerst naar de bakker op de hoek. In de vitrine van de bakkerij vliegen een paar wespen. Of dat niet vervelend is, die wespen op de zoetigheid, vraagt een klant. De medewerkster haalt haar schouders op. ‘Valt mee’, zegt ze afgemeten. Als de klant weg is zegt ze: ‘Iedereen begint over die wespen.’ Ze wijst op De Telegraaf, die op de leesplank bij het raam ligt. Opening krant, in chocoladeletters: ‘Natuur verstikt’. ‘Helemaal gek geworden’, zegt ze. ‘We vernielen alles, daardoor krijg je dit. En zij willen nog meer vernielen.’

We zijn dus weer thuis. De zorg over insecten richt zich, zo bleek deze zomer, toch vooral op overlast van insecten. Datzelfde geldt voor snoeken, muizen, ratten, ganzen, roofvogels, ooievaars, marters, vossen, wolven...,  het rijtje wordt met de jaren langer. Hoe minder natuur, hoe minder we kunnen hebben, lijkt het wel.

Het balkon maar op. Het groeizame weer heeft, in combinatie met de gedisciplineerd watergietende plantenoppas, effect gehad. ‘Je kunt brandnetelsoep maken’, meldde ze diplomatiek. Aan snoeien had ze zich niet gewaagd, om het project niet te verstoren.

De moed zinkt me wel even in de schoenen. Het is wel erg groen en vol op het balkon. De wilg is al echt een boom aan het worden. De toorts, een fijne insectentrekker, is overwoekerd door andere planten. Om nog iets te laten bloeien zal ik flink moeten uitdunnen, en snoeien. Ik besef dat ik nog veel te leren heb. Veel planten op mijn balkon groeien als kool, maar zullen pas volgend jaar in bloei staan. En inderdaad, overal groeien brandnetels mee in de potten. Mijn idee was: atalanta’s gaan eitjes leggen op die brandnetels, dan komen er rupsen en op een dag vliegt er op mijn balkon een nieuwe generatie atalanta’s uit. Maar ik heb geen atalanta gezien en hoe ik ook zoek: nergens rupsen. Volgend jaar misschien, als ik de brandnetels tenminste laat staan.

Verder is er veel bruin, van uitgebloeide stengels en bloemen. Zucht, zucht. Gedachten over het nut van dit project. In Noord-Spanje zag ik oranje luzernevlinders, oranje en bont zandoogjes, staartblauwtjes, koolwitjes, atalanta’s en nog veel meer, alsof het niets was, gewoon rond ons huisje, vliegend op de wilde planten die er van nature voorkomen. Wat ik doe op mijn balkon, met mijn wilde peen, rolklaver en margrieten, is toch slechts nabootsing.

Caspar Janssen verzamelt zaadjes. Beeld Najib Nafid

Niet te veel relativeren. Aan de slag. Uitdunnen, snoeien, uitgebloeide stengels verwijderen, zaadjes verzamelen. Na een halve dag ziet het er weer toonbaar uit. Hemelsleutels in bloei, de leeuwenbek nog altijd felgeel en fier overeind. IJzerhard, kaasjeskruid, duifkruid, grote centaurie, wilde ridderspoor, vele varianten paars en roze, ze floreren. Vrolijk gezicht, die bloeiende margrieten, nog wat korenbloemen, boerenwormkruid, dat gaat nog best goed. En er is volop beweging. Met de gewone wespen valt het bij nader inzien mee, mijn balkon is nog altijd een akkerhommelbastion. Ze zijn er de hele dag door, niet alleen werksters, maar ook mannetjes nu en een enkele jonge koningin. Het maakt de akkerhommels blijkbaar niets uit dat ze hun voedsel van een balkon halen.

De vliegtijd van de meeste bijensoorten is voorbij, maar ik ontwaar nog een paar maskerbijtjes en een enkele honingbij. Ik probeer ze al fotograferend te inventariseren, van dichtbij, en dan is het al snel gedaan met de relativering. Ook een groene vleesvlieg is van een niet geringe schoonheid, datzelfde geldt voor de dambordvlieg. Nieuwe ontdekkingen: een variabel elfje, een zweefvliegje. Dan kijken naar de regenboogkleuren van wat een goudwesp blijkt te zijn. Een tandgoudwesp, weet insectenvraagbaak Aglaia Bouma desgevraagd bijna zeker. Wonderschoon beestje. Zit niet voor niets op een van mijn insectenhotels. Goudwespen – er zijn rond de zestig soorten in Nederland – worden ook wel koekoekswespen genoemd. Ze leggen hun eitje in nesten van solitaire bij of wespen. De ‘gastlarve’ komt eerder uit en eet de larve van de wesp of bij op en ook de voedselvoorraad die de gastvrouw heeft aangelegd. Ik begin benieuwd te raken naar wat er uiteindelijk uit mijn insectenhotels gaat komen, dat kan iets heel anders zijn dan er aanvankelijk in ging.

Beeld Najib Nafid

Zo klaart de stemming op. Voorzichtige ontwikkelingen ook aan het vlinderfront. Veel muntvlindertjes. Maar ook de klein koolwitjes en de boomblauwtjes hebben de schroom voor mijn balkon afgeworpen, ze begeven zich van plant naar plant. Er gebeurt waar ik op hoopte: een boomblauwtje heeft de mini-klimop ontdekt, haar waardplant. Ik kom dichterbij, om te kijken of ze een eitje legt. Dan vliegt ze weg. Of misschien was het toch wel een hij, ik kon het niet zien. Geen eitje. Maar de zomer is nog niet voorbij. Er kan nog van alles gebeuren. En de meesjes badderen nog altijd.

Nieuwe soorten op het balkon:

Variabel elfje

Goudwesp (vermoedelijk een tandgoudwesp)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden