De Gids Balkontips

Tijdens de ongekend hete dagen in juli blijft Caspars balkon nagenoeg vlinderloos

Sinds dit voorjaar probeert Caspar Janssen een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen.

Caspars balkon op 5 augustus. Beeld Simon Lenskens

Ha kijk, een muntvlindertje op de wilde marjolein. Kars Veling van de Vlinderstichting had het tijdens zijn bezoekje aan mijn balkon al voorspeld: misschien ga je wel een muntvlindertje zien. Het is een kleine nachtvlinder, die ook dagactief is, zoals dat heet. En die vooral afrekent met het idee dat nachtvlinders een beetje kleurloos zijn. Kleurloos in onze ogen, want nachtvlinders zelf zien dat anders. Ik volg de muntvlindertjes (het zijn er meerdere) in de dagen erna en zie dat ze een voorkeur hebben voor de dropplant, voor wild kattenkruid en voor de marjolein dus. Tijdens de hete dagen schuilen ze onder de bladeren.

Ik sta inmiddels paraat voor de grote vlindergolf. Normaal gesproken vliegt vanaf half juli de tweede generatie vlinders van veel soorten. Maar het enige wat komt is een hittegolf. En tijdens die ongekend hete dagen blijft mijn balkon nagenoeg vlinderloos. En niet alleen mijn balkon, ook de binnentuinen waarop ik uitkijk. Geen dagpauwogen, geen gehakkelde aurelia’s, geen distelvlinders, ik zie zelfs nauwelijks atalanta’s.

Het is een landelijk verschijnsel, zo blijkt. De landelijke tuinvlindertelling is inmiddels achter de rug en het aantal dagvlinders blijkt min of meer gehalveerd. Een gevolg van de droogte van vorig jaar en die van dit jaar. Veel rupsen overleefden niet op de verdroogde planten. Daarnaast leer ik dat het zelfs voor vlinders te warm kan zijn om te vliegen en dat ze door de hitte korter leven. Daar gaat mijn wensnatuur.

Het is overigens nog druk genoeg, met hommels en andere bijen, vliegen, spinnen, zweefvliegen en wespachtigen. Tot die laatste superfamilie behoren wereldwijd tienduizenden soorten, waaronder mieren, maar de aandacht richt zich doorgaans op één soort: de gewone wesp. Daar gaat het op mijn balkon ook best goed mee. En in de tuin van mijn onderbuurman; hij vraagt bezorgd of ik wellicht een wespennest op mijn balkon heb.

Bezoek. Een collega van de redactie komt een webcam installeren. Die plaatsen we in de pot met de overblijvende ossentong. De webcam komt er niet voor niets: ik ga mijn balkon helaas even in de steek laten. Op het huis en de planten wordt gepast, vanuit Spanje kan ik door middel van het cameraatje in grote lijnen de ontwikkelingen op een deel van het balkon volgen. Op de ochtend van vertrek hoor ik zowaar nog een gierzwaluw. Die gaat nu ook zuidwaarts.

Webcam op Caspars balkon om de ontwikkelingen vanuit Spanje te kunnen volgen. Beeld Simon Lenskens

Een paar dagen later, in Spanje: turen op mijn scherm, op gezette tijden. Met enige moeite herken ik akkerhommels, honingbijen en zowaar een steenhommel, op het kaasjeskruid dat op de voorgrond in beeld is. Ik zie dat het boerenwormkruid aardig bloeit en dat er zweefvliegen en bijtjes op afkomen. Ik hoop de wormkruidbij te zien, daarmee vormt het boerenwormkruid een symbiose. De wormkruidbij vindt er zowel nectar als pollen op. Maar ik kan de soorten niet onderscheiden.

Dan maar uit het raam kijken. We verblijven in het opgeknapte boerenhuisje van mijn vriendin, dicht bij haar geboortegrond. De tuin bestaat uit bloemrijk grasland, hier is dertig jaar lang niets wezenlijks gebeurd. Tegenwoordig wordt hier, in afwachting van de tuinaanleg, een paar keer per jaar gemaaid en afgevoerd – en dat is eigenlijk het ideale beheer. Veel soorten die ik op mijn balkon ook heb, maar die je toch moeilijk balkonsoorten kunt noemen. Onder meer rolklaver, rode klaver, kaasjeskruid, streepzaad, gewone brunel, wilde kattenstaart, wilde peen, robertskruid. 

Het aantal insectensoorten schat ik op honderden. Ik achtervolg oranje en bonte zandoogjes. Het plaatst mijn eigen balkonproject wel in perspectief. De huismussen en vleermuizen vliegen achteloos de muren van ons huis in en uit, en terwijl ik dit schrijf, kijk ik naar een groene specht op een paaltje.

Beeld Simon Lenskens

Intussen, in de krant, enige ophef over biodiversiteit, vanwege een interview met filosoof Bas Haring, die het belang ervan relativeert. De verwoesting van natuur, de vernieling van ook voor mensen vitale ecosystemen is ongekend, zo stelde de VN dit jaar nog vast op basis van een synthese van wetenschappelijk onderzoek. Een miljoen planten- en diersoorten dreigen in de komende decennia uit te sterven, aldus het ‘biodiversiteitspanel’. 

De urgentie van het probleem – en de onbevattelijkheid ervan – maakt het logisch dat er sceptici opstaan. Zoals Bas Haring, die zich van ieder organisme gaat afvragen wat het precieze nut is. Daarmee kun je wel een tijdje vooruit. En het zou ook zomaar kunnen dat de ecologen er een soortje of honderdduizend naast zitten. Munitie genoeg dus. Zo ging het met de klimaatdiscussie ook: de sceptici sputteren, maken kabaal en richten zich op bijzaken. In dit geval het veronderstelde soortenfetisjisme van ecologen. Maar het onderwerp staat op de agenda. En het gezonde verstand overwint. Nu maar hopen dat het niet te laat is.

Op mijn balkon gaat de ministrijd voor biodiversiteit intussen gewoon door. De wespachtigen varen er wel bij.

Beeld Simon Lenskens

Nieuwe soorten (voor zover vastgesteld)

Muntvlindertje (Pyrausta aurata)

Meer lezen over Caspers balkon? De vorige update vindt u hier. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden