Teun op dieetdeel 1: Keto

Teun van de Keuken volgde een maand het ketodieet, met resultaat: bijna vijf kilo eraf, maar ook een hoger cholesterol

Teun van de Keuken vóór het dieet. Beeld Valentina Vos

Teun van de Keuken volgt dit jaar elke maand een ander dieet (met tussenpozen van twee weken). Valt hij af? En kan hij universele lessen trekken uit al die diëten? Maand 1: keto. 

Als ik eerlijk ben, ben ik niet altijd eerlijk over mijn relatie tot voedsel en mijn lichaam. Publiekelijk, ook tegenover vrienden en mijn familie, ben ik er relaxed over: eet gevarieerd met een ruim aandeel groente en fruit, beweeg af en toe (wandelen en fietsen is prima) en maak je niet druk als je een keer taart eet. Zolang alles in het lichaam het doet, moet je je niet druk maken over een vetrolletje. Gezond is in deze publiekelijk beleden overtuiging het tegenovergestelde van ongezond. Zolang je niet ziek bent, ben je gezond.

Maar dat is publiekelijk. In de privacy van mijn eigen badkamer gaat het er anders aan toe. Iedere ochtend – en vaak ook nog een keer ’s avonds – sta ik op de weegschaal. Altijd weeg ik rond de 80 kilo. Prima binnen de marges van een gezond BMI. Nu eens 79,8 (dan zwaai ik triomfantelijk een gebalde vuist in de lucht) en dan weer 81,3 (dan laat ik bedroefd de schouders hangen). Ik kijk in de spiegel en zie een buik die er op zich mee door kan. Toch ben ik ontevreden met wat ik zie: te dik, te weinig gespierd, niet mooi genoeg.

Om dun te worden en te blijven is lichaamsbeweging belangrijk, maar ook wat je in je mond stopt. En hoeveel. Groente en fruit, weinig suiker. Geen taart en chocola, geen patat met mayonaise. Niet twee keer opscheppen. Hoe doe je dat? Terwijl ik die taart in mijn mond stop, weet ik dat ik de volgende dag niet 79,9, maar 81,4 zal wegen. En daar ben ik dan chagrijnig over.

Zo’n tien jaar geleden kwam het Voedingscentrum met de campagne ‘Het gevaar van een kilo per jaar’, die waarschuwde dat je als volwassene, zeg vanaf je 30ste, zomaar elk jaar een kilo zwaarder kunt worden. En dat komt dan niet door elke dag taart, maar door dag in dag uit een biertje of een plakje kaas te veel en net iets te weinig beweging. Sluipenderwijs dus. Bij mij is het, misschien ook door mijn obsessieve weeggedrag, niet zo hard gegaan, maar een halve kilo is er de afgelopen tien jaar toch jaarlijks bijgekomen. Zo ben ik van gemiddeld 75 kilo naar 80 kilo gegroeid. Als ik de komende jaren nog eens zoveel aankom, heb ik overgewicht. Dat wil ik niet. Integendeel, die 5 kilo wil ik kwijt. Hoe krijg ik dat voor elkaar? Ik heb een aanpak nodig met duidelijke voorschriften.

Nieuwe, gezonde leefstijl

Het komende jaar ga ik een aantal diëten proberen die alom worden geprezen als effectief. Val ik ervan af? Is het vol te houden? Met tussenpozen van twee weken zal ik iedere maand een ander dieet volgen: ik ga veganistisch eten, de schijf van vijf testen, intensief sporten, intermittent fasten en het ketodieet volgen. Is één dieet zaligmakend? Of kan ik uit alle voedingspatronen lessen leren die samen tot een nieuwe gezonde leefstijl leiden?

In dit afvalproject word ik bijgestaan door sportdiëtist Esther van Etten en sportarts Jessica Gal. Ze houden praktijk bij Fysiomed, een gezondheidscentrum voor topsporters in Amsterdam. Als ik tijdens de lunch (sla met gegrilde groente) zit te wachten op de diëtist, neemt Louis van Gaal plaats aan een ander tafeltje. Aan de muren hangen foto’s van grootheden uit de sport die zich hier laten behandelen. Esther is een charmante Noord- Hollandse die geen blad voor de mond neemt. Als ik opper dat ik mijn eerste dieet (keto) voortijdig kan staken als het mij te zwaar valt, is ze meteen duidelijk: ‘Een maand is een maand, Teun. Geen slap gedoe!’ Precies wat ik nodig heb.

Esther vraagt mij voor aanvang van het project een week bij te houden wat ik eet en drink. En dan gebeurt er meteen iets grappigs: ik pas mijn gedrag aan. Als ik een zak chips wil opentrekken, denk ik aan de teleurstelling die dit bij de diëtist teweeg zal brengen. Ik laat de chips staan. Volgens diabetesprofessor Hanno Pijl van het Leids Universitair Medisch Centrum, die mij tijdens dit dieet ook bijstaat, is dit een bekend fenomeen. Hij vindt het daarom vrij zinloos om op deze manier onderzoek te doen, want mensen zullen minder gaan eten of liegen over hun inname. Maar voor mezelf vind ik het interessant. Als je opschrijft wat je eet, is het resultaat toch confronterend. In die ene week dat ik mijn voedingspatroon bijhoud, raak ik een kilo kwijt. Een kilo die ik er weer aan moet eten voor ik aan het eerste dieet begin. Ik moet wel met een beetje vet op de botten beginnen.

Het ketodieet bestaat uit het eten van zeer weinig koolhydraten: maximaal 50 gram per dag. Dat staat gelijk aan 70 gram pasta of twee witte pistoletjes. Het idee is om die koolhydraten voornamelijk uit groente te halen en daarom zijn brood, rijst, aardappelen en pasta verboden, net als koolhydraatrijke peulvruchten zoals bonen en linzen. Verder is suiker uit den boze, mag je geen alcohol drinken en staat ook fruit (vanwege de vruchtensuikers) en melk (vanwege de lactose, ook een vorm van suiker) op de verboden lijst. Het dieet bestaat voornamelijk uit groente, eiwitten en veel dierlijke vetten.

Hanno Pijl beveelt patiënten met diabetes type 2 soms het ketodieet aan. Soms kunnen zij hierdoor zelfs van hun medicijnen af. Pijl legt uit wat er met dit dieet in het lichaam gebeurt: ‘De darm verteert suiker en zetmeel tot glucose. Die glucose wordt vervolgens naar het bloed getransporteerd, waardoor de glucoseconcentratie in bloed stijgt. Glucose is de belangrijkste prikkel voor aanmaak van het hormoon insuline. Insuline stimuleert vervolgens de opname van glucose in weefsels, waar het als brandstof kan dienen. Maar insuline remt ook de verbranding van vet. Als je weinig zetmeel en suiker eet, is de insulineconcentratie in bloed heel laag en ga je dus veel vet verbranden. Bij de verbranding van vet worden zogenaamde ketonzuren gevormd. Een hoge concentratie ketonzuren (ook wel: ketonen) in je bloed wordt ook wel ketose genoemd. Voeding met heel weinig zetmeel en suiker wordt ‘ketogene voeding’ genoemd. Ketonen hebben gunstige effecten op onze stofwisseling. En zorgen ervoor dat je honger afneemt.’ Bij dit dieet verbrand je dus veel vet, helemaal als je ‘in ketose’ raakt.

Het ontbijt: griekse yoghurt met pecannoten en blauwe bessen.
Het avondeten: veel vlees en groente, weinig koolhydraten.

Wegen en meten

Op vrijdag 3 januari meten de diëtist en de sportarts mij helemaal door. De arts test mijn uithoudingsvermogen op een fiets. Ze plakt elektroden op mijn rug en borst om te zien wat er met mijn hart gebeurt en zet een masker over mijn mond en neus, waardoor mijn ademhaling wordt vastgelegd. Terwijl ik fiets, wordt de wattage geleidelijk opgevoerd tot ik opeens niet meer kan en direct stilval. Kennelijk heb ik het niet lang volgehouden, want mijn conditie zit op 95 procent van een gemiddelde man van mijn leeftijd. De dokter denkt niet dat dit dieet mij fitter zal maken, want voor sporten heb je naast eiwitten ook koolhydraten hard nodig. 

De diëtist weegt mij, meet mijn huidplooien met een grote tang en mijn buikomvang met een meetlint. Mijn buikomvang is 90,5 centimeter en mijn plooien zijn gemiddeld 46,7 millimeter. Mijn vetpercentage is 23,7. Over het algemeen wordt aangehouden dat de buikomvang niet boven de 94 centimeter moet uitkomen en het vetpercentage niet boven de 20. Ook is mijn LDL (Lage-Dichtheid-Lipoproteïnes), het slechte cholesterol, te hoog: 3,29, terwijl het niet hoger dan 2,5 moet zijn. Omdat ik met dit dieet veel vet eet, is het maar de vraag of dat zal dalen.

Als ik artikelen lees over het ketodieet, blijkt dat het vaak volgens hetzelfde stramien verloopt als bij mij: de eerste week is loodzwaar. Mijn volledige eetpatroon moet op de schop. Dat begint al op de eerste zaterdag. Ik ben gewend in het weekend uitgebreid te ontbijten met brood en croissantjes. Nu maak ik roerei met spinazie en gerookte zalm voor mezelf. Lekker, maar ik kijk toch jaloers naar het brood van mijn vrouw en kinderen. De broodbehoefte wordt in de loop der weken minder, maar verdwijnt nooit helemaal. Ergens in week drie kan ik een kapje niet weerstaan. Ik weeg het wel netjes. Het is vier gram.

Tussen het ontbijt, lunch en avondeten houd ik honger. En dat blijft de hele week zo. Ik raak maar niet vol. Eten wordt een obsessie. Nu ik de dagelijkse energiestoten van koolhydraten en suiker moet missen, voel ik mij sloom en futloos. Als ik een stuk door de stad fiets, kom ik nauwelijks vooruit. Normaal ga ik twee keer per week naar de sportschool, nu sla ik het sporten helemaal over. Doodmoe. Geen zin. Een beetje somber.

Geen honger meer

Een week later ziet het er allemaal heel anders uit. Ik raak eraan gewend dat ik nauwelijks meer koolhydraten eet, de futloosheid verdwijnt en ik ga mij juist wat fitter voelen. Alleen blijkt in de sportschool dat mijn kracht is afgenomen. Mijn armen krijgen gewichten die ik voorheen makkelijk van de grond kreeg niet meer de lucht in. Bij dit dieet is het niet ongebruikelijk dat je naast vet ook spieren verbrandt.

Mijn constante honger verdwijnt. Iedere dag ontbijt ik met volvette yoghurt met pecannoten en lijnzaad en dat blijkt voldoende om mij tot aan de lunch verzadigd te houden. Voorheen at ik meestal een bak magere kwark met fruit en muesli als ontbijt en dan had ik een uur later alweer behoefte aan eten. Je kunt dus beter vet ontbijten dan voor een magere variant kiezen.

En heel fijn: de dip die ik normaal gesproken heb na een stevige lunch, is verdwenen. Juist de koolhydraten jagen de suikerspiegel op, geven je een snelle stoot energie en maken je kort daarna, wanneer er weer gewerkt moet worden, sloom. En weer hongerig.

Zowel die constante honger als die sloomheid zijn in week twee verdwenen. Als ik mijn bloed laat prikken, blijkt waar mijn betere gevoel vandaan komt: ik ben ‘in ketose’. Dat leidt ook tot de afname van het hongergevoel. Hanno Pijl: ‘Je ketonen zijn een heel efficiënte brandstof voor je hersencellen. Hoe het precies werkt, weet niemand, maar het idee is dat de hersencellen denken: er is voldoende energie aan boord. Daardoor krijg je minder honger.’ Aan het eind van week twee ben ik 2,5 kilo lichter dan toen ik begon. De rest van de maand blijkt het dieet redelijk goed vol te houden.

Teun van de Keuken ná het dieet. Beeld Valentina Vos

Ik val snel af. Dat is niet gek, want ik eet nog maar 1900 calorieën per dag. Dat klinkt weinig, maar als je geen koolhydraten eet, is het behoorlijk moeilijk om zoveel calorieën naar binnen te werken. Op een gegeven moment heb je wel genoeg vlees en vis gegeten en zelfs de dagelijkse stukken kaas die ik als tussendoortje naar binnen prop, brengen mijn calorie-inname niet ver boven de 1800 calorieën per dag.

Alleen olijfolie (119 calorieën per eetlepel) tikt echt aan. Hoogleraar Pijl en diëtist Van Etten zijn ervan overtuigd dat het gangbare idee dat een vrouw 2.000 en een man 2.500 calorieën per dag nodig heeft, achterhaald is. Tegenwoordig zitten we te veel en bewegen we te weinig om zoveel te moeten eten. Alleen fanatieke sporters en mensen die zware fysieke arbeid doen, hebben zoveel nodig. 

Ons voedselpatroon (of in ieder geval het mijne) is behoorlijk ingesleten. Zonder pasta, rijst en brood mis ik gewoon iets. Daar heeft de ketogemeenschap een paar trucs op bedacht die mij door deze maand heen hebben gesleurd: bloemkoolrijst, courgettepasta en koolhydraatarme crackers. Als je bloemkool in de keukenmachine maalt tot kleine korrels (of hetzelfde voor te veel geld koopt in de supermarkt) en je bakt dat in een olijfolie, dan heb je een gezondere koolhydraatarme variant op rijst of couscous. En met mijn speciale spiraalsnijder maak ik een paar keer per week slierten van courgette die heel goed de rol van spaghetti kunnen overnemen. Ook die bak ik even in de olijfolie met een beetje knoflook. Ze hebben de juiste bite en nemen perfect de smaak van de saus over. Overdag vind ik mijn heil in koolhydraatarme crackers uit de supermarkt, of mijn zelfgemaakte koekjes van chiazaad, lijnzaad, zonnebloempitten, sesamzaad en pompoenpitten. Een plak kaas erop en het leven lijkt bijna normaal. Om genoeg binnen te krijgen, beleg ik de crackers soms met een heel blik sardines. Verrassend bevredigend. 

Mijn smaak verandert door dit dieet. Alsof ik alles intenser waarneem. Veel voedsel vind ik te zout en inmiddels ben ik helemaal van suiker afgekickt. Ik eet geen fruit en drink geen melk meer in mijn koffie. Dat scheelt zo’n 100 calorieën per (kleine) cappuccino. De 85-procent-chocolade die ik voorheen te sterk en niet zoet genoeg vond, vind ik nu heerlijk. Als ik voor opnamen opeens gezoete melk voor in de koffie moet proeven, trekt mijn mond samen. Er lijkt zelfs een neurologische kortsluiting in mijn hoofd plaats te vinden die ik verder alleen ken van namaaktruffel. Zo snel kun je suiker dus ontwennen.

Irritatie

Het is niet makkelijk om onder de 50 gram koolhydraten per dag te blijven. In yoghurt, uien en wortels zitten ook koolhydraten. Alles wat ik eet, weeg ik af en noteer ik in een app, My Fitness Pal. Vaak leg ik in de ochtend vast wat ik die dag ga eten. Als je te veel koolhydraten eet, stokt de vetverbranding, raak je uit de ketose en komt de honger terug. Het kan dan zomaar weer een halve week duren voordat de gelukzalige staat weer is bereikt. Dat moet worden voorkomen. Thuis leidt dit constante geweeg tot irritatie. Als ik mijn vrouw vraag of ik nog even een wortel mag wegen terwijl zij aan het koken is, ontploft ze bijna: ‘Ik ben blij als dat stomme keto klaar is!’ Stiekem leg ik de wortel op de weegschaal. Hij mag in het eten.

Onderweg is het allemaal nog moeilijker. Hoe weet je nu precies wat je binnenkrijgt als je uit eten gaat? Als we op een werktrip naar Duitsland zijn, mag ik gelukkig het restaurant voor die avond reserveren. Een rol die ik in het verleden ook vaak vervulde, toen ik nog bekend stond als lekkerbek. Ik kies voor de Griek. Een ketovriendelijke keuken: tzatziki, auberginesalade en lamsspiesen. Ik tik alles in mijn app en gok de hoeveelheden. Een collega gaat met brood rond. Het doet pijn, maar ik weiger. Het valt mij op hoe iedereen aan tafel achteloos het ene stuk na het andere naar binnen werkt. Al die stukken brood, de koekjes bij de koffie en de cappuccino’s tellen behoorlijk op.

Meestal neem ik zelf mijn eten mee: omelet met chorizo en ui, of mijn crackers met kaas en een salade. Gezellig is anders. Terwijl mijn collega’s ergens binnen zitten te lunchen, blijf ik alleen in de auto achter met mijn trommeltje.

Moeilijk krijg ik het soms bij de benzinepomp en op het station, waar allemaal zoete en vette waar is uitgestald. Uit een hersenscan is gebleken dat ik opgewonden word van winegums en gevulde koeken en afkeer voel van tomaten en bananen. Met Jaap Seidell, voedselhoogleraar aan de VU, bezocht ik voor de televisie ooit een treinstation: ‘Juist als je haast hebt of even moet wachten, kun je hier impulsaankopen doen. Allemaal makkelijke kant- en- klaar producten als pizza’s en frikandelbroodjes. En dan hebben die zaken ook nog allemaal combi-deals. Je wilt een kop koffie en je krijgt er voor bijna niks een broodje of een koek bij.’  Zie daar maar eens weerstand aan te bieden.

Ik weeg dagelijks niet alleen mijn voedsel, maar ook mezelf. En dat leidt tot hoge pieken, maar ook tot diepe dalen. Als ik na de eerste week al bijna twee kilo ben afgevallen ben ik uitermate vrolijk, maar als ik dan in week drie opeens weer aankom en een dag later weer, word ik somber. Op woensdag weeg ik 200 gram meer dan zondag! En dat terwijl ik dinsdag nog fanatiek had gesport. Dat ging best goed, maar nadat de weegschaal heeft gesproken, voel ik me down. Heeft dit allemaal wel zin? Mijn conditie leek tot dat moment in orde, maar nu beginnen mijn armpjes slap te voelen en ben ik niet vooruit te branden. Hoe belachelijk ook, die paar ons lichaamsgewicht in twee dagen brengt me in de war. Zal ik dit project maar aan de wilgen hangen? Of juist nog strenger lijnen? Als ik de volgende dag naar de diëtist ga en mijn vetpercentage blijkt te zijn gedaald, voel ik me al wat vrolijker. Als een dag later mijn gewicht ook daalt, is mijn humeur weer opperbest.

Elke dag wegen is zinloos, maar als de diëtist me aan het eind van de laatste week vraagt om te stoppen mezelf te wegen om me langzaamaan voor te bereiden op het normale leven, blijk ik dat moeilijk te vinden. Met schuldgevoel stap ik elke dag toch weer op de weegschaal. En dat blijf ik tot aan het einde doen.

Rode vlaggen

Op de site van het Voedingscentrum vul ik in wat ik op een gemiddelde ketodag eet. Overal verschijnen rode vlaggen: ik krijg te veel verzadigd vet en te weinig koolhydraten binnen, maar ook de hoeveelheid calcium, magnesium, Thiamine, Riboflavine en Vitamine B6 is niet in orde. Hanno Pijl schrikt niet van dat verzadigd vet: ‘Uit veel onderzoek blijkt dat het risico op ziekte minder is als je verzadigd vet in de voeding vervangt door onverzadigd, maar niet als je het vervangt door zetmeel of suiker. En niet elk verzadigd vet is volgens hem hetzelfde: ‘Zo is er geen aanwijzing dat volvette (gefermenteerde) melkproducten schadelijk zijn. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze goed zijn voor onze gezondheid. Kortom, we hebben te ongenuanceerd gedacht over verzadigd vet.’

En het weglaten van een hele voedingsgroep, is dat niet slecht? ‘Nee hoor, die granen maken pas een kort gedeelte van onze evolutionaire geschiedenis deel uit van onze voeding. Pas sinds de landbouw zijn we dat in grote hoeveelheden gaan eten. Wel moet je zorgen dat je voldoende vezels binnenkrijgt. Die zijn bewezen gezond voor ons en zitten vooral in groente en graansoorten. Maar als je dit periodiek doet, zeg een week of twee, dan is dat gezond voor allerlei processen in je lijf. Als je er daarna mee stopt en vervolgens zo veel mogelijk onbewerkt voedsel eet en je niet volpropt, doe je het hartstikke goed.’

Aan het eind van mijn ketomaand word ik weer gewogen, gemeten en getest. Mijn bloedwaarden zijn niet significant veranderd. Vooralsnog heb ik geen tekorten aan vitamines en mineralen. Wel is mijn slechte cholesterol, precies zoals sportarts Jessica Gal had voorspeld, nog iets gestegen, van 3,29 naar 3,71 mmol/l, terwijl ik het eigenlijk onder de 2,5 zou moeten krijgen. Dit komt waarschijnlijk door het eten van veel dierlijke vetten.

En dan de metingen bij de diëtist: was ik een maand geleden nog 79,5 kilo, nu weeg ik nog maar 74,9 kilo. Mijn buik is geslonken van 90,5 cm naar 84,5 cm en mijn plooien gemiddeld van 46,7 millimeter naar 37, 6 millimeter. Mijn vetpercentage is gedaald van 23,7 procent naar 20,5 procent, overigens nog steeds een half procent boven de norm. Maar toch: mooie resultaten.

Ook moet ik weer met plakkertjes op de borst en een masker over het gezicht op de fiets. Wat heeft deze dieetmaand met mijn conditie gedaan? Het antwoord op deze vraag is nog niet eenvoudig. In de fietstest houd ik het minder lang vol dan een maand geleden. Maar omdat conditie in de wetenschappelijke tabellen altijd wordt afgezet tegen het lichaamsgewicht en ik nu bijna 5 kilo lichter ben dan een maand geleden, is mijn conditie officieel toch verbeterd. In de woorden van Jessica Gal: ‘het maximale vermogen dat is gefietst is afgenomen. Door het gewichtsverlies is het vermogen per kg lichaamsgewicht echter toegenomen. Hetzelfde geldt voor de maximale zuurstofopname. Het uithoudingsvermogen is hierdoor verbeterd van gemiddeld naar goed.’

Het ketodieet is een uitstekend dieet om snel een paar kilo kwijt te raken, maar het lijkt mij niet geschikt voor de lange termijn. De hoeveelheid vlees staat me tegen, en het gebrek aan vezels en bepaalde vitaminen lijkt mij niet erg gezond. Ook maakt de afname in kracht en conditie dit dieet weinig aantrekkelijk.

Toch zijn er ook pluspunten: het is een uitstekende reset. Alles wat ik als vanzelfsprekend beschouwde in mijn voedingspatroon werd ter discussie gesteld. Alles moet ik plannen en wegen en overdenken: hoe maak je van dit gerecht een variant zonder koolhydraten? Daardoor werd ik me bewuster van wat ik at en kookte. Ik ben ervan overtuigd dat juist dit soort bewustzijn bijdraagt aan een gezond lichaam met een gezond gewicht: zelf koken, niet achteloos een stuk brood in je mond steken, niet eten als je lichaam eigenlijk geen eten nodig heeft. Ik ben nu minder verslaafd aan suiker, drink koffie zonder melk en ben kritischer geworden over pasta en rijst. De courgettespaghetti en de bloemkoolcouscous (veel minder calorieën en veel meer voedingswaarde) houd ik er zeker in.

Flink sporten

Volgende maand volg ik een intensief sportdieet. Onder leiding van een personal trainer zal ik zes keer per week aan de slag gaan. Hoewel ik er huizenhoog tegenop zie, ben ik ook benieuwd: welk effect heeft dit op mijn lichaam en hoe goed is het vol te houden voor een onsportief figuur als ik? Is het, zoals vaak wordt beweerd, inderdaad beter om veel te bewegen, dan een hele voedingsgroep bijna volledig uit te sluiten?  

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat  hoogleraar Hanno Pijl diabetespatiënten soms het ketodieet aanraadt. Dit klopt niet helemaal: hij beveelt het patiënten met diabetes type 2 aan.

De oerdrift made me do it

Waarom vindt ons brein het calorierijkste voedsel het lekkerst? In de prehistorie wist je nooit wanneer je weer te eten kreeg, je moest pakken wat je pakken kon, legt hoogleraar Renger Witkamp van de Wageningen Universiteit in tv- programma De Monitor uit. Onze strijd tegen ongezond voedsel is volgens Witkamp daarom een strijd tegen onze oerdrift. De combinatie vet en zoet, die in de natuur nauwelijks voorkomt, is voor ons niet te weerstaan.

En dan zit dat (lekkere) voedsel ook nog ongelooflijk vernuftig in elkaar. De voedingsindustrie zorgt dat het ons beloningssysteem optimaal stimuleert. Dat wordt palatability genoemd. Voedingsdeskundige Loes Neven: ‘Probeer maar eens een zak chips te openen en maar vijf of zes stukjes te eten: dat is haast onmogelijk. Dat heeft met de smaakbeleving te maken: het aroma van die chips, hoe ze kraken in de mond. En onderschat de rol van mondgevoel en geluid niet. Dat draagt allemaal bij tot die prikkeling van onze hersenen. Men heeft bovendien uitgedokterd wat de ideale verhouding is tussen suiker, zout en vet om het beloningscentrum maximaal te stimuleren. Daardoor zijn sommige producten onweerstaanbaar.’

Een jaartje diëten...

Dit jaar stelt Teun van de Keuken – bij leven en welzijn – zijn lichaam beschikbaar aan de wetenschap. Hij zal steeds een ander dieet volgen: van keto tot veganistisch,  en van een intensief sportdieet tot vasten, tot de oude en vertrouwde schijf van vijf. Wat is de zin en onzin van deze diëten, welke zijn vol te houden en welke zijn zo zwaar dat je al na drie dagen wilt opgeven? En vooral: welke lessen kun je uiteindelijk uit al die diëten trekken om voor altijd tot een gezonde levensstijl te komen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden