De Gids Uit eten

’t Kleine Oestertje in Groningen is een parel van een vistentje

Midden in het Groninger ­wierdenlandschap stuiten we op ’t Kleine Oestertje: een liefdevol visrestaurant.

Restaurant 't Kleine Oestertje in Oldehove. Beeld Els Zweerink

’t Kleine Oestertje, Schoolstraat 22, Oldehove

Piepklein eethuis tussen Groningen en Lauwersoog, alleen in het weekend open. Eenvoudig drie- of viergangenmenu (€ 37,50/ € 45) met een verrukkelijke visschotel en goede chocolademousse toe.

cijfer: 8-

Het is vroeg op de zaterdagavond en echt weer om in de tuin te gaan zitten, en toch is er geen mens te horen in het kleine dorp Oldehove. Alleen vogels en het zachte getinkel van een windorgel. We staan op de verhoogde hof van de kerk vernoemd naar de heilige Liudger, ‘apostel der Groningers’, die lang geleden dit lege, wijdse buiten­gebied kerstende. ‘Dit is de poort des hemels’, lezen we boven de deur.

Het windorgel hangt aan de veranda van ’t Kleine Oestertje, dat direct aan de voet van de toren ligt. Met zijn mediterraan rode muren en blauwe luiken lijkt het visrestaurant in een verkeerd decor te zijn terechtgekomen. Alsof Poseidon in een toornige bui een eethuis van een boulevard heeft geplukt – op een Grieks eiland, of aan de Italiaanse oostkust – en het met een slinger zo ver mogelijk noordwaards heeft geworpen. Het kwam met een plof neer op een hoogst ongebruikelijke plek voor een visrestaurant – in the middle of nowhere, ver van zee, tussen wierdendorpen en weidevelden. Maar schijn bedriegt, want het midden van nergens bestáát helemaal niet. En ook Oldehove in Noord-Groningen blijkt juist dicht bij van alles te liggen: Lauwersoog, waar de Waddenvissers hun vangst aan wal brengen. Zoutkamp aan het Reitdiep, waar de enige garnalenafslag van Nederland is. ­Oldehove lag vroeger op een Wadden­eiland (Humsterland) en de zee is nog altijd vlakbij.

Binnen in 't Kleine Oestertje. Beeld Els Zweerink

Bij binnenkomst is het gedaan met de serene rust. Want de chef-eigenaar van ’t Kleine Oestertje is er zo een die niet schroomt zijn publiek bloot te stellen aan het volledige verzameld werk van de Amerikaanse folkrockband America, I went through the desert on a horse with no name, en behoorlijk hard ook. Geboren Stadskanaler Peter Zwaan, een hoekige man met scheve glimlach en rokersteint, betrok het pandje dik vijftien jaar geleden – hij woont er ook – en kookt nu drie avonden per week een eenvoudig menu. Het interieur is al even ­kleurig als het buitenwerk, en in de muren zijn duizenden mossel-, kokkel- en oesterschelpen gemetseld – een grappig effect. Aan het plafond bungelen metalen en papieren ­vissen met verbaasde gezichten, rond de open keuken zijn kasten gebouwd waarin tientallen kookboeken staan: ­restaurantboeken van Noma en Le Gavroche; de geweldige visnaslagwerken van Alan Davidson; ­DedikkevanDam. Alle zeven tafels zijn gereserveerd, vaste gasten worden met uitgebreid schouder­geklop en Groninger kreten begroet.

Het aanbod staat op een krijtwand boven de keuken. Zwaan bestiert het kookgebeuren in zijn eentje, een kordate dame en een verlegen, maar ijverige jonge tiener nemen de bediening op zich. Van de dame krijgen we direct een klein oestertje – niet zo’n Japanse zeebiefstuk, die grofgebekte exoten die de Waddenzee hebben gekoloniseerd, maar een delicate Franse creuse. ‘Even losmaken, peper en citroen erop, en slubberen maar,’ is de instructie. Ondertussen drinken we witte wijn natuurlijk – rode is er niet. De huiswijn is een hartstikke fijne, knisperfrisse witte rioja (door het huis ­Puelles gemaakt van de ­viuradruif) voor een luttele € 4 per glas. Flessen gaan vanaf € 18, waaronder ook een wijn uit het nabijgelegen Mensingeweer (Groot Maarslag Solaris, € 31).

De dame legt de kaart uit, en dat is zó gedaan. ‘We staan bekend om ons Visverwenmenu met de beróémde visschotel als hoofdgerecht. Eventueel kunt u daarna dan nog een stukje gebakken zeebaars krijgen.’ Er is ook een menu van € 35 zónder schotel – dan is de keuze bij het hoofdgerecht tussen zeebaars, kalfsribeye en eendenborst – maar het is overduidelijk waar de voorkeur van onze serveerster ligt. ‘Ook lekker, maar onze schotel is beroemd. Mensen komen ervoor terug.’

Versgepelde garnalen van de Zoutkamper afslag met zoete watermeloen en krokante erwtenscheuten. Beeld Els Zweerink

De twee koude voorgerechten zijn simpel maar zeer effectief: Mijn ­tafelgenoot krijgt een bord grove zalmtartaar, versgesneden en smakelijk aangemaakt met alleen wat soja en geserveerd met rucola en een dunne wasabicrème. Ik krijg die fantastische, zoete, versgepelde garnalen van de Zoutkamper afslag met wat zoete watermeloen en krokante erwtenscheuten – een verrassend geslaagde combinatie – en erbij een ouderwetse cocktailsaus die ook een beetje beet heeft van genoeg zuur en een scheut drank.

En daar komt de beroemde schotel al, die zeer gul is en niet voor niets beroemd. Op een groot, ­ouderwets visbord vinden we ­gestoofde scheermesjes, mals als marshmallow, met wat gerookte olie erop; plompe mossels en kokkels, uitstekend gegrilde calamari met van die onweerstaanbaar knapperige, ­rokerig-spekkige ­tentakels, gefrituurde spiering, overheerlijke kleine gefrituurde garnaaltjes, ­sappige, gevlinderde gamba’s, met veel knoflook en ­peterselie gebakken, en óók nog een paar flinke moten in boter ­gebakken geep. De geep wordt meestal als bijvangst beschouwd: het is een nogal eigenaardig uitziende, lange vis met een lelijke, puntige kop, buitenaards blauwgroene ruggewervels en verraderlijk dunne graatjes. Maar lékker. Erbij krijgen we een prima kakelverse salade met ­witlof, radijs en gele wortel, en ­gegrild pittabrood.

De beroemde visschotel met schaal- en schelpdieren. Beeld Els Zweerink

We zitten eigenlijk al behoorlijk vol na dit vissige feest. Maar omdat we vier gangen hebben besteld, volgen daarna ook nog de gebakken wilde zeebaarsfilet en een kalfsribeye van de grill. Niks mis mee. Er liggen rosevalaardappeltjes uit de oven bij die beter hadden gekund: ze druipen van het vet en zijn zompig in plaats van knapperig.

De Volkskrant Restaurantgids 

Op zoek naar een fijn restaurant of benieuwd naar waar het lekker eten is bij jou in de buurt (en waar juist niet)? Op volkskrant.nl/restaurantrecensies vind je de kaart met alle recensies van Hiske Versprille en haar voorganger Mac van Dinther van de afgelopen jaren. Selecteer op het beste oordeel of zoek op je eigen stad.

Als dessert krijgt mijn tafelgenoot ouderwetse chocolademousse: donker, ­lekker en vrij stevig, geserveerd in een ouderwetse ijscoupe. Er ligt versgeklopte en nauwelijks gezoete slagroom op, en wat frambozencoulis. Ik twijfel nog even over het wentelteefje, maar kies uiteindelijk voor de koffie mucho más: koffie met Veterano-brandy en slagroom – want zo’n zaak is dit. Ik doe niet aan guilty pleasures, maar als ik er één zou moeten noemen is dat koffie met drank erin.

Chocolademousse met frambozencoulis. Beeld Els Zweerink

’t Kleine Oestertje is een echt ­eenvoudspareltje: een huiselijk, liefdevol en ­volstrekt pretentieloos restaurant, op een plek waar de persoonlijkheid van de eigenaar tot in elke kier is doorgedrongen. Wat we eten is van uitstekende kwaliteit en met aandacht bereid. Wat een fijn plekje.

Wanneer noem je een restaurant eigenlijk een pareltje?

Een restaurant een ‘pareltje’ noemen zegt veel over de kwaliteit van de zaak, maar niet alléén daarover. Een chique sterrenzaak op de bovenste verdieping van een hotel zal niet snel een pareltje worden genoemd: de term impliceert ook iets over de geringe grootte, geringe pretenties en de onverwachte plek. Eenvoudige parels hebben geen frutselige gerechten en geen grote menu’s. In plaats van concepten of trends zijn de persoonlijkheid en voorkeur van de eigenaren leidend, en dit soort zaken serveren soms dan ook al heel lang hetzelfde, zoals ’t Kleine Oestertje doet met z’n visschotel. De eigenaren doen vaak alles zelf, sommige hebben daarom beperkte openingstijden (zoals het Zeeuws-Vlaamse Kint & Co, dat we vorig jaar bezochten). De Pizzeria in Pingjum is een eenvoudsparel, net als het visresraurant De Vluchthaven in Bruinisse, dat alleen in de zomer open is. In Amsterdam denk ik aan Le Hollandais, Marius en Bouchon du Centre. In Rotterdam aan Mevrouw Meijer en aan de opvolger van de onlangs overgenomen zaak Sans Frou Frou. Pareltjes zijn het verzamelen waard – je kunt er nooit genoeg van kennen. Want hoewel ze eenvoudig zijn, raak je er nooit op uitgegeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden