de gids Waarom sport de mens?

Sport de mens slechts vanwege een soort plichtsbesef? Of is er meer aan de hand?

Beeld Jip van den Toorn

Steeds minder vaak doen we puur omdat we het zo leuk vinden aan sport, blijkt uit recente cijfers. Maar waarom sport de mens dan? Nathalie Huigsloot – tot voor kort een fanatieke bankzitter – zocht het uit.

‘Is het geen leuk idee om, als je Arie Boomsma gaat interviewen, ook met hem te gaan trainen in zijn sportschool?’, mailt een collega me.

‘Bedoel je met ‘met hem trainen’ dat ik dan ook moet trainen, of kan ik hem gewoon observeren terwijl hij daar bezig is?’, vraag ik bezorgd.

Een week later tuur ik naar een rekstok die dicht bij de maan lijkt te hangen. ‘Ga daar maar aan hangen’, wijst Arie.

‘Oké’, zeg ik, ‘trek jij hem dan even naar beneden?’

‘Het is de bedoeling dat je ernaartóé springt.’

De sportgod doet het wel even voor. Op zijn dooie gemakje hangt Arie ineens een paar meter hoger. Hij springt ook even op een tafel. Hop erop.

Ik spring op mijn allerhardst. Maar kom niet eens voorbij Aries navel.

Als we daarna nog een ‘parcourstje’ hebben gedaan, kan ik aan de beademing. 

Dat, en de ontdekking dat ik met armpjedrukken verlies van mijn 9-jarige dochter Madelief, dreef mij in de armen van een personal trainer. Dat is nu een jaar geleden. Sindsdien sport ik me twee keer in de week helemaal het ongans. Als ik het kon betalen, zou ik nog vaker gaan.

O ja? Is het zo leuk dan?

Nou leuk, nee dat niet. Ja, als het afgelopen is. 

Sporten vanwege je gezondheid

Dat we steeds minder vaak sporten omdat het zo leuk is, is een trend die is terug te zien in de cijfers. Het Mulier Instituut voor sociaalwetenschappelijk sportonderzoek vroeg mensen tussen de 18 en 79 jaar zowel in 2011 als in 2018 naar hun redenen om te sporten en bewegen. In de top-4 van 2018 staat, in aflopende populariteit: ‘lichaamsbeweging, gezondheid’, ‘opbouw conditie, kracht, lenigheid’, ‘lekker buiten zijn’, en ‘afslanken, uiterlijk’. Allemaal motieven die vaker worden genoemd dan in 2011. Daaronder staan drie dalers: ‘leuke activiteit, plezier’, ‘uitlaatklep dagelijks leven, ontspanning’ en ‘gezelligheid, sociale contacten’. Met daaronder weer een stijger: ‘prestatie, jezelf verbeteren’. Het lijkt erop dat we steeds vaker sporten vanwege het effect dan voor de leuk.

Beeld Jip van den Toorn

Dat het merendeel van de mensheid zegt dat ze gaan sporten vanwege het positieve effect op de gezondheid, betekent niet dat ze in de dagelijkse praktijk ook gezond bezig zijn. Een gek effect dat bijvoorbeeld optreedt bij mensen die veel sporten, is dat ze substantieel meer alcohol drinken dan mensen die niet of nauwelijks sporten, ontdekte onderzoeker Remko van den Dool van het Mulier Instituut. Dat juist de sportieve medemens hardvochtig aan het zuipen slaat, is een effect dat onder alle leeftijdsgroepen optreedt, en het sterkst onder mensen die zich gezond vóélen. 

En zo zijn er meer mechanismen die worden geactiveerd op het moment dat je stevig aan het sporten slaat en die je gezondheid juist ondermijnen. Zo worden mensen die veel sporten luier. Dat komt volgens hoogleraar neuro-endocrinologie Anton Scheurink doordat de hersenen zo zijn geprogrammeerd dat perioden van beweging worden gecompenseerd door het verlangen naar inactiviteit. Je hersenen compenseren die overmatige activiteit automatisch via neurohormonale processen, en dat zorgt ervoor dat je als een Al Bundy op de bank gaat hangen. 

En dat is niet zonder gevolgen. ‘Urenlang zitten is zeer schadelijk, al sport je meerdere keren in de week’, zegt Dick Thijssen, hoogleraar cardiovasculaire fysiologie. Mensen die meer dan acht uur per dag zitten, hebben 10 tot 27 procent meer kans om voortijdig te sterven dan mensen die vier uur per dag zitten. Pas bij meer dan zes à zeven uur intensief sporten per week wordt deze verhoogde kans op vroegtijdig overlijden ongedaan gemaakt. Gezonder leven, slimmer bewegen en beter slapen: dat willen we (bijna) allemaal. 

Doe je dat niet, zoals het overgrote deel der mensheid, dan veroorzaakt het lange zitten mogelijk schadelijke biochemische veranderingen in het lichaam, die op de lange termijn een ernstige bedreiging vormen voor de gezondheid. Iemand die nooit sport maar overdag normaal beweegt – die dagelijks ongeveer dertig minuten matig intensief beweegt (bijvoorbeeld door met de fiets naar zijn werk te gaan of de auto expres een eindje van zijn kantoor te parkeren), niet langer dan twee uur achterheen zit, maar om het halfuur twee minuten een rondje loopt, in de pauze een lunchwandeling maakt en steeds de trap neemt – is even gezond als iemand die zich twee keer in de week de blubber sport en de rest van de tijd urenlang achtereen zit te tikken. 

Gezonder leven, slimmer bewegen en beter slapen: dat willen we (bijna) allemaal. De Volkskrant gidst u door de wereld van gezondheidsclaims, afvallen, sportmythen en fitboys. Op volkskrant.nl/beterleven vindt u verhalen, podcasts en video’s over dit onderwerp.

Het is opvallend dat in de landen waar men het vaakst op regelmatige basis sport, men het langst zit, zoals blijkt uit onderzoek van de Europese Commissie. Nederland is Europees kampioen zitten, met gemiddeld 9,5 uur per dag, terwijl Nederlanders tot de koplopers behoren wat betreft het aantal keer sporten per week. We zijn een onlogisch volkje – vooral de hoogopgeleiden, die zitten het meest.

Sporten vanwege de gezondheid is dus vaak een motief met een dosis zelfbedrog. Al dan niet bewust. Zo denken veel mensen dat ze gezond bezig zijn, als ze twee keer in de week hardlopen of een potje voetballen. Maar als je alleen aan conditietraining doet en geen krachttraining, degenereren je spieren alsnog vanaf je 30ste. Zeker voor mannen van boven de 30 is krachttraining eigenlijk onontbeerlijk om de testosteronspiegel op peil te houden. Met krachttraining kunnen ze het verslappen van hun gezondheid en libido tegengaan. Mits ze na die krachttraining voldoende eiwitten nemen, want anders treedt er bijna geen ‘trainingsadaptatie’ op en zijn veel van die push-ups alsnog voor niets geweest.

Tips om in beweging te komen

Word je bewust van je belemmeringen om te gaan sporten. Heb je al jaren het voornemen om te gaan sporten, maar ontbreekt het aan discipline, bedenk dan dat die discipline ook niet meer gaat komen. Je hebt dan geen goede voornemens nodig, maar een dwangmiddel. Spreek met een vriend af om te gaan sporten, zodat je er niet onderuit kunt, of zoek een personal trainer en koop daarmee discipline in. Discipline komt niet zomaar uit de lucht vallen.

Doe aan een combinatie van cardio en krachttraining, anders degenereren je spieren alsnog als een suikerklontje in een bakje water. Eet daarna eiwit, anders is een deel van je moeite voor niets geweest; eet op de terugweg naar huis bijvoorbeeld een banaan en eenmaal thuis een bak Griekse yoghurt. 

Zorg dat je gedurende de dag voldoende beweegt, anders blijf je alsnog een verhoogde kans op vroegtijdig overlijden houden. Pak de trap, loop af en toe een blokje om of zet met een groepje collega’s om de drie uur de wekker voor een minuutje ‘planken’ tussen de bureaus. Gezellig, gezond en je zult merken: daarna kun je er weer met een fris hoofd tegenaan. (Out-of-officereply: ‘Ik ben even aan mijn erotisch kapitaal aan het werken, zo terug!’)

Word je bewust van de krachten die je goede bedoelingen zullen tegenwerken, zoals de neiging je goede gedrag te belonen met een biertje of met bankhanggedrag à la Al Bundy. Verval niet in zelfhaat, dat werkt demotiverend. Het is juist zelfvertrouwen dat je nodig hebt om jezelf in beweging te krijgen – én te houden.

Vluchten voor de dood of ‘couch potatoes’?

Dat zo veel mensen gezondheid als motief noemen, zonder een en ander goed in de praktijk te brengen, is volgens Midas Dekkers de aard van het beestje. Het heeft volgens de bioloog, die zijn lichaamsbeweging vooral zoekt in het heffen van een glaasje jenever, meer te maken met geloven dan met de realiteit. ‘Het rare van dat begrip gezondheid is dat het erg op godsdienst lijkt’, zegt hij. ‘Het doel dat je nastreeft, is net zoiets als vroeger het eeuwige leven nastreven. Hardlopers denken van de dood te kunnen wegrennen, maar het leven is niets anders dan 75 jaar lang tegenstribbelen en toch doodgaan.’

Sporten als vlucht voor de dood: zelf herken ik me daar wel in.

Voor een artikel liet ik mijn ‘vaatleeftijd’ meten door cardioloog Jack Willemen van Prescan. Hij maakte een echo van mijn halsvaten, keek in hoeverre die waren dichtgeslibd en concludeerde dat mijn vaatleeftijd drie jaar onder mijn kalenderleeftijd ligt. Hij vertelde onderwijl over een 74-jarige man wiens vaatleeftijd in de 80 lag; nadat die was begonnen te bewegen en gezond te eten, was zijn vaatleeftijd in één jaar significant ­afgenomen. Dat inspireerde mij enorm. Onlangs heb ik mijn vaatleeftijd, na mijn eerste jaar intensief sporten, weer laten meten. Mijn vaatleeftijd bleek nog twee jaar naar beneden te zijn gegaan. Daardoor heb ik het idee dat het nog lukt ook, dat wegrennen van de dood.

Volgens Willemen is niet alleen aangetoond dat je langer leeft wanneer je voldoende beweegt, maar ook dat mensen die te weinig bewegen – ‘de zogenaamde couch potatoes, oftewel de bankhangers’ – vaker en vroeger worden getroffen door ernstige ziekten. ‘Hiervoor worden mensen weliswaar behandeld, waardoor de levensverwachting wat verbetert, maar uiteindelijk ben je wel langer ziek. Of, cynisch gezegd: je doet er langer over om dood te gaan.’

Het uiterlijk als motivator

Een motief om te gaan sporten dat, naast gezondheid, veel wordt genoemd en dat tevens een stijger is, is het uiterlijk. Junioronderzoeker Maikel Meijeren deed een internationale literatuurstudie naar de motieven om te gaan fitnessen en stuitte op de term erotic capital. Met ‘erotisch kapitaal’ wordt niet alleen de liefde en/of de seks bedoeld die dankzij je aantrekkelijke lijf binnen handbereik is; het gaat om alle voordelen die je dankzij dat gestroomlijnde lichaam geniet. Het is vergelijkbaar met de roem van oorlogshelden, topatleten of sterren, schrijft Meijeren. ‘Binnen de context van een fitnesscentrum wordt een slank en gespierd lijf bewonderd door de andere fitnessbeoefenaars, maar ook buiten de arena van de sportschool is je lijf een bron om aandacht en bevestiging mee te krijgen.’

Opvallend is dat vooral onder mannen het esthetische zwaarder is gaan wegen als reden om te gaan sporten, schrijft Meijeren. ‘Steeds meer mannen lijden aan een adoniscomplex (de obsessie voor brede schouders, een slanke taille en een wasbordje), zijn ontevreden over hun spierbundels en doen er alles aan om hun erotisch kapitaal te versterken.’ In het boek The Adonis Complex van Harrison Pope, Katharine Phillips en Roberto Olivardia blijkt 45 procent van de onderzochte mannen ontevreden over hun gespierdheid, twee keer zo veel als dertig jaar geleden.

Mijn personal trainer, Monique Hagenaars, die al dertig jaar in het sportwereldje actief is, heeft het over ‘penopiemels’. ‘Ik zie veel midlife-mannen die alleen met hun bovenlichaam bezig zijn. Het is allemaal torso, borst, schouders, armen; het onderlijf interesseert ze niet. Je ziet heel veel asymmetrische mannen lopen. Als een man een lange trainingsbroek aan heeft, dan weet je het al: die traint zijn benen niet, daar zitten stokjes in. Die zitten alleen maar te pompen om een bovenlijf als Jerommeke te krijgen, terwijl ze naar zichzelf en anderen in de spiegel loeren.’

Beeld Jip van den Toorn

Meijeren spreekt van een stille strijd die via de spiegels van de sportschool wordt gevoerd, maar ook met de rest van de wereld. ‘Die mannen zitten veel op hun telefoon, daar maken ze filmpjes mee’, ziet Hagenaars. ‘Box jumps zijn bijvoorbeeld helemaal in, dat zijn van die kussens ter hoogte van een tafel, daar springen ze op en af, dat ziet er best stoer uit. Je ziet die mannen dan hun telefoon neerzetten en dat filmen.’ En bij vrouwen is het ‘booty, booty, booty’, zegt ze. ‘Alles draait om de kont. En abs, de buikspieren. De meiden zitten ook veel op hun telefoon, maar meer om te kijken naar influencers wier oefeningen ze precies nadoen.’

De grote populariteit van fitness, waarmee je hard aan je erotisch kapitaal kunt werken, verklaart wellicht ook waarom mensen ‘leuke activiteit, plezier’ steeds minder noemen als motief om te sporten. Als je er niet slank en gespierd van zou worden, zouden waarschijnlijk weinig mensen zich vrijwillig afbeulen in een zweethol. Fitness is volgens Meijeren bij uitstek een sport die gericht is op doelstellingen op de lange termijn. ‘Voor een slank of gespierd lichaam is toewijding nodig – werken aan je erotisch kapitaal vergt nou eenmaal tijd. Je moet er activiteiten voor opzijzetten die op korte termijn meer voldoening geven.’

Toch is het uiterlijk geen slechte motivator, merkt Hagenaars. ‘Het is bijna verslavend. Als je veel aan een combinatie van conditie- en krachttraining doet, verander je fysiek. Je gaat er vaak beter van uitzien. En dat is een grote motivatie om ermee door te gaan.’

Beeld Jip van den Toorn

Dat merk ik zelf ook. Zo zeg ik wel vooral uit doodsangst te sporten, maar ik heb nu al een paar keer bij mijn personal trainer aangegeven dat ik liever zo’n dikke Arie-nek zou willen in plaats van die van een kalkoen. En ik aai tegenwoordig best vaak mijn bovenarmen, waarin ineens een bundeltje zit.

En zo komen er steeds nieuwe motieven bij om te bewegen. Mijn hoofd blijkt bijvoorbeeld enorm op te klaren van sporten. Ik geniet ook van het hebben van meer spieren, ik word blij van elke keer dat ik me een keer extra kan opdrukken. En het steekt ook de rest van je levensstijl aan, omdat je niet wilt dat er moeite verloren gaat. Ik laat tegenwoordig mijn – zeer verbaasd meerennende – hond hollend uit, eet na het sporten een bak Griekse yoghurt en plank met collega’s tussen onze bureaus.

De taart der motieven

Zo zal bij iedereen de verdeling van de taart der motieven om te sporten anders verdeeld zijn en in tijd variëren. En ook per levensfase. Een van de oorzaken die bijvoorbeeld wordt genoemd voor de verdubbeling van het aantal Nederlanders dat aan fitness doet, is het verhoogde aantal echtscheidingen. Doordat een groter aantal mensen terugkeert op de datingmarkt, wordt hun verschijning belangrijker en de behoefte om aan hun ‘erotisch kapitaal’ te werken groter.

Het vreemdste motief om te sporten dat uit het onderzoek van het Mulier Instituut naar voren kwam, vond ik ‘omdat het niet duur is’. Het percentage dat dit noemt, neemt met de jaren wel af, maar nog altijd zegt bijna 10 procent het.

‘Hoezo ben je 128 push-ups aan het doen?’

‘O, het is zo lekker goedkoop.’

Zelf zou ik graag nog het motief ‘schuldgevoel opheffen’ willen toevoegen. Het voelt heel opgeruimd om je eindelijk eens een keer wél aan je voornemens te houden, in plaats van ze telkens door te schuiven naar het to-dolijstje van morgen. Het duiveltje dat altijd op mijn schouder zat te roepen: ‘Je moet sporten! Als je zo doorgaat, verdien je het gewoon om een enge ziekte te krijgen’, woog zo zwaar dat het me niet lukte om van die bank te komen. Nu het monstertje weg is, spring ik er veel lichter van af. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden