de gids smalltalk via de smartphone

Smartphones, zelfscankassa’s en die eeuwige oortjes, ze verdringen het praatje op straat

Beeld Claudie de Cleen

Het gewone praatje verdwijnt langzaam maar zeker uit ons leven: smartphones, zelfscankassa’s en die eeuwige oortjes staan gesprekken van mens tot mens in de weg. Het verlies van sociale vermogens ligt op de loer, vrezen deskundigen.

‘Daar zaten we dan, jij en ik, alleen, ruim 20 minuten lang, recht tegenover elkaar op een verder onbezette vierzitsbank (met twee lege plekken) in een rustige treincoupé. We maakten meerdere malen lang en diep oogcontact gedurende de rit, maar hebben elkaar (helaas) niet gesproken. Ik had alle tijd en ruimte om je aan te spreken, maar durfde het niet (deels door het feit dat je je oortjes in had).’

Via NS Hartkloppingen (voorheen een flirtrubriek in het blad Railsnu online en op de schermen in de trein) probeert ene N. alsnog in contact te komen met het ‘meisje van zijn dromen’. N. is geen uitzondering: NS Hartkloppingen staat, net als het vergelijkbare Treinflirt, vol met dit soort pogingen een verloren vlam te achterhalen.

Wie ’s ochtends door de intercity Utrecht-Den Helder loopt, ziet gebogen hoofden turend naar een scherm. In de oren zitten oordoppen. Zo iemand aanspreken vergt lef; een ‘gesprek’ beperkt zich doorgaans tot de nonverbale wenk een tas van een stoel te verwijderen. Voor je rust hoef je niet meer naar een stiltecoupé.

Voeren we minder ‘face-to-face’-gesprekken? Zo ja, waar komt dat door? En zou dat erg zijn? 93 procent van de Nederlandse is eigenaar van een smartphone, daarmee was Nederland in 2017 wereldwijd koploper als het gaat om het bezit van dergelijke telefoons. Het aanbod daarop van entertainment – podcasts, series, films, muziek – blijft uitdijen.

Niet iedereen met oordoppen in of een koptelefoon op vermaakt zichzelf. Bezitters van de draadloze AirPods hebben de neiging de witte oordoppen in hun oren te houden, ook als er geen geluid uit klinkt; de Apple-oortjes (vanaf 170 euro) worden gezien als statussymbool. Omdat niet zichtbaar is of de AirPods aan- of uitstaan, weet je niet of de drager ervan aanspreekbaar is. Dan ligt het voor de hand het zekere voor het onzekere te nemen en te zwijgen.

Of neem de geluid neutraliserende koptelefoons (noise cancelling headphones), waarmee je je afsluit van omgevingsgeluid. In het straatbeeld zijn die koptelefoons bezig aan een opmars: ze zijn tegenwoordig redelijk betaalbaar en bovendien is het in bepaalde situaties verstandig ze te dragen, zegt Marcel Cobussen, hoogleraar auditieve cultuur aan de Universiteit Leiden. ‘Onderzoek wijst meer en meer uit dat geluid in belangrijke mate bepaalt hoe je een plaats ervaart. Maar terwijl stadsplanners voornamelijk aandacht besteden aan architectuur, ‘is de auditieve atmosfeer meestal niet erg interessant. Geluiden van verkeer en bouwactiviteiten overheersen.’

(A)sociaal signaal

Onze oren kunnen ongewenste indrukken veel minder goed filteren dan onze ogen, zegt Cobussen. ‘Zelfs als we slapen registreren onze oren – en daarmee onze hersenen – allerlei auditieve activiteit. Een overdaad aan geluiden maakt ons moe of irriteert en daarmee neemt onze concentratie af.’ Geen gek idee dus, om zo’n ding op te zetten als je in de trein aan je scriptie werkt, of in de kantoortuin aan een nieuw project. Ook als je je niet hoeft te concentreren, kan zo’n koptelefoon een aantrekkelijke optie zijn. Je geeft er een (a)sociaal signaal mee af: ik heb geen zin in een gesprek.

Het kijken naar je telefoon biedt die mogelijkheid ook. Mensen die verslaafd zijn aan hun telefoon, schrijft de Amerikaanse socioloog Sherry Turkle in haar boek Reclaiming Conversation, zijn niet alleen verslaafd aan het vermaak dat hun telefoon biedt. Door erin weg te duiken kun je ook ongewenste situaties ontwijken. Zoals een gewoon gesprekje tussen twee mensen. Het lijkt erop dat vooral jongeren daar moeite mee hebben, schrijft Jean M. Twenge, hoogleraar psychologie aan de universiteit van San Diego desgevraagd. Dat komt simpelweg doordat ze het weinig doen, aldus Twenge. Het aantal Amerikaanse tieners dat iedere dag met vrienden afspreekt, is in vijftien jaar gehalveerd tot ongeveer een kwart. Na de introductie van de iPhone, in 2007, heeft dat aantal een duikvlucht genomen, schrijft ze in iGen, het boek waarin zij de invloed van smartphones op de ‘iGeneratie’ (geboren tussen 1995 en 2012) beschrijft.

Beeld Claudie de Cleen

‘Sociale vaardigheden vereisen oefening’, mailt Twenge, ‘dus dat jongeren elkaar minder zien, kan betekenen dat ze minder goed in staat zijn tot het voeren van een gesprek, maar we kunnen dat niet met zekerheid zeggen omdat dat lastig te meten is.’ Smartphones beïnvloeden ook de communicatieve kwaliteiten van ouderen, stelt Twenge, maar vooral die van jongeren. Zij zijn ermee opgegroeid en de adolescentie is een cruciale periode om sociale kwaliteiten te ontwikkelen.

Een sociaal isolement tast empathische vermogens aan, zegt Deniz Başkent, hoogleraar audiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Subtiele communicatie, zoals het herkennen van emoties, kunnen kinderen alleen via interacties met anderen aanleren. Volwassenen kunnen hun sociale vermogens verliezen door minder persoonlijk contact te hebben.’ 

Als vrienden wel met elkaar afspreken, kan de telefoon ook ongemakkelijke situaties voorkomen. In iGen schrijft Twenge over een 23-jarige jongen die zijn vrienden een bericht stuurt zodra hij voor hun huis staat. Zo hoeft hij niet aan te bellen en vermijdt hij het risico op een ongemakkelijke ontmoeting met ouders of huisgenoten.

The rule of three

Een vicieuze cirkel doemt op: mensen communiceren via hun telefoon, waardoor ze zich ongemakkelijker voelen bij een ‘echt’ gesprek, waardoor ze nog meer gaan communiceren via hun telefoon. Smartphones hebben niet alleen invloed op de kwantiteit van face-to-face-gesprekken. Tijdens een gesprek grijpt bijna iedereen weleens naar zijn telefoon om een appje te beantwoorden of Instagram te bekijken. In Reclaiming Conversation, het boek van socioloog Sherry Turkle, spreekt een student over the rule of three. Tijdens een diner mag je pas naar je telefoon kijken als minstens drie anderen dat niet doen. Zo kan het gesprek doorgaan, met andere deelnemers. Hier is al een werkwoord voor: ‘phubben’, een samentrekking van phone en snubbing, volgens Van Dale ‘het negeren van je gesprekspartner door bezig te zijn met je smartphone’.

Zelfs een telefoon die met het scherm naar beneden op tafel ligt, beïnvloedt het gesprek negatief, blijkt uit onderzoek van de University of Essex. Als een piepje je ieder moment kan onderbreken, concluderen de onderzoekers, hou je het gesprek oppervlakkig.

Op een feest kun je een vriend op een ander feest appen om erachter te komen of je zelf wel op het leukste feest staat. En als je op een feest onverhoopt alleen komt te staan – het moment waarop je voor anderen het meest toegankelijk bent voor smalltalk – haal je je telefoon tevoorschijn. Zo maak je duidelijk dat het niet zo is dat niemand met jou wilt praten. Nee, jij wilt niet met anderen praten.

Het onderzoek van Twenge is uitgevoerd in de Verenigde Staten, maar is waarschijnlijk ook op Nederland van toepassing, zegt Hans Schnitzler, filosoof en schrijver van Kleine filosofie van de digitale onthouding. ‘Twenge brengt een aantal ontwikkelingen in verband met het begin van de smartphone. Het gebruik daarvan is hier vergelijkbaar.’

Verschillende Nederlandse middelbare scholen hebben een ‘telefoonvrije dag’ ingelast. Op het Stedelijk Gymnasium Den Bosch bevalt die goed, zei conrector Victor van der Wielen eind juni tegen de Volkskrant. ‘Leerlingen praten weer met elkaar in de pauze, in plaats van te appen.’

Bel-angst

Dat ook Nederlandse jongeren moeite hebben met gesproken gesprekken, bleek uit een onderzoek van Motivaction uit 2018. Bijna 40 procent van de Nederlanders tussen de 18 en 30 kampte met ‘bel-angst’. Zij gaven aan bellen eng te vinden en liever te appen. Onder de oudere generatie is dat 15 procent.

‘Als je hoofdzakelijk communiceert via WhatsApp verleer je om te gaan met de fricties en de ambiguïteiten van een normaal gesprek’, zegt filosoof Schnitzler, zelf smartphoneloos. ‘Tijdens een gesprek moet je bijvoorbeeld iemands blik interpreteren, daar kunnen misverstanden door ontstaan. En je kunt tijdens een ongemakkelijk moment niet zomaar even weglopen.’

Korte praatjes met vreemden die vroeger onontkoombaar waren, zijn dat door technologie niet meer. De buschauffeur kun je tegenwoordig straal passeren – tenzij je je ov-chipkaart bent vergeten. Bij sommige restaurants kun je drankjes bestellen via apps zoals Jamezz. Onvrede over een aangeschaft product uit je via de chat. In de supermarkt hoef je dankzij de zelfscankassa’s geen woord meer met degene achter de kassa te wisselen. Sta je toch in de rij voor een bemande kassa, dan pak je uit een reflex je telefoon erbij.

Taxi’s en kappers lijken tot de zeldzame plaatsen te behoren waar smalltalk nog onontkoombaar is. Plaatsen waar oortjes nog taboe zijn en je dus soms een ietwat ongemakkelijk gesprek voert, omdat de andere optie –stilte – nog ongemakkelijker is.

Zwijgen en rijden

Maar ook hierin dreigt verandering te komen. Bij kappersketen Cosmo kunnen klanten sinds 2016 kiezen voor ‘de silent chair’, waarin je tijdens het knippen podcasts kunt luisteren. En op 10 juni kondigde taxi-app Uber een nieuwe functie aan voor Nederlandse gebruikers van de luxueuze UberBlack-dienst. Als de klant de optie ‘stille rit gewenst’ op de app aanvinkt, weet de chauffeur wat hem te doen staat: zwijgen en rijden. (Bij ‘staat open voor een praatje’ mag de chauffeur wel een gesprek aanknopen). Weinigen zullen aan het begin van een rit de chauffeur tot stilte manen; dat is horkerig. Maar als je die boodschap digitaal kunt doorgeven, wordt dat een stuk aantrekkelijker.

Het lijkt onderdeel van een ontwikkeling die Sherry Turkle beschrijft in Reclaiming Conversation: we behandelen robots steeds meer als mensen en mensen steeds meer als robots. We muten een taxichauffeur, zodat we aan Siri kunnen vragen of er in de buurt nog goede restaurants zijn.

Is de afname van gesprekken erg? Volgens psycholoog Twenge wel. Uit haar onderzoek blijkt dat tieners die meer tijd aan hun telefoon besteden, minder gelukkig zijn. Dit hoeft nog geen causaal verband te betekenen: mogelijk vluchten ongelukkige tieners vaker naar een digitale wereld. Maar, schrijft Twenge, drie recente onderzoeken tonen aan dat schermtijd wel degelijk gepaard gaat met een toename van ongelukkige gevoelens. En dat ondanks alle digitale contacten die er via Facebook, WhatsApp en Instagram voor in de plaats zijn gekomen.

‘Het is een slechte ontwikkeling’, zegt ook filosoof Schnitzler. ‘Technologie dient om ons leven te stroomlijnen, maar sociaal contact moet juist niet gestroomlijnd worden. Vergelijk virtuele seks met echte seks. Bij dat laatste moet je iemand veroveren. Dat kost moeite en kan ongemak opleveren. Maar uiteindelijk beklijven de resultaten juist door dat ongemak. Als je nergens echte betrokkenheid voor moet tonen, verlies je je empathie en raak je afgestompt.’

Het is ironisch, zegt Schnitzler, dat onze sociale werkelijkheid wordt gecreëerd door mensen als Mark Zuckerberg. ‘Toch een übernerd die er alles aan wil doen om sociaal contact zo rimpelloos mogelijk te laten verlopen.’ Schnitzler wijst naar een plan van Zuckerberg waarbij hij gebruikers telepathisch wil laten communiceren. ‘Dan hoef je jezelf helemaal niet meer te uiten; je hoeft alleen nog maar te denken.’

Voelt u zich ook ongemakkelijk bij het voeren van smalltalk? Hier kunt u terecht voor een korte stoomcursus.

Sommige mensen moeten voor hun werk veel smalltalken. Hoe belangrijk zijn die praatjes voor ze? En wat doen ze als het gesprek stroef verloopt? We vroegen het aan een aantal ervaringsdeskundigen.

Smalltalk in niet alleen een fenomeen in ons dagelijks leven, het vormt ook een belanrijke bouwsteen in films en tv-series. Scenarioschrijvers gebruiken gewone gesprekjes als manier om personages te introduceren, grip te krijgen op de absurditeit van het bestaan of om domweg de levenslust van de hoofdpersonen te schetsen. Vijf voorbeelden van de beste smalltalk in de film en op tv.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden