De boekenkeuze vanMarita Mathijsen

Schrijvers over boeken in coronatijd: ‘Hanna Bervoets lijkt een voorspellende gave te hebben’

Met welk boek trekken schrijvers zich terug in de coronacrisis? Deze week essayist en emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Marita Mathijsen (1944).

'In de 19e eeuw was Nederland beter voorbereid op een epidemie dan nu.'Beeld Kors de Bruin

Welk boek leest u nu?

‘Het eerste boek dat ik in handen nam toen mij duidelijk werd dat de coronacrisis zo’n verschrikking werd, was Alles wat er was van Hanna Bervoets. Het boek is zeven jaar geleden geschreven maar Bervoets lijkt haast een voorspellende gave te hebben. Het gaat precies over de situatie waar we nu in zitten.

 Bervoets zet een groep van acht mensen bij elkaar die geconfronteerd wordt met een ramp buitenshuis, zonder dat die ramp verder aangeduid wordt dan met ‘de knal’. Dat kan dus ook een virusuitbraak zijn. Niemand mag meer het gebouw uit waar ze nu toevallig bij elkaar zitten. Bervoets schetst hoe mensen daarop reageren. De een is altruïstisch, de ander egoïstisch. Er zijn leugens, angsten, nachtmerries en mensen draaien door. Iets onbekends overkomt je en je moet daar met een groep een modus in zien te vinden. Dat moeten we nu ook. Alles waar je op rekende is verdwenen. Er ontstaat langzaam maar zeker gebrek, dat zien we nu nog alleen voor medische zaken, maar dat zal straks ook gebeuren voor praktische dingen.’

Kunnen we iets leren van dit boek?

‘Je kunt je eraan spiegelen: hoe gedraag jij je in zo’n situatie? Niet zozeer leren, maar leren denken over jezelf. Kijk nou eens wat je zelf doet in deze situatie die niet zo erg is als in het boek, gelukkig. Schrijvers moeten overdrijven en het op de spits drijven zodat je alle nuances vergeet. Dat doet Bervoets goed.’

Hoe bent u in deze situatie?

‘Ik hoor bij de risicogroep, ik ben 75 jaar dus ik moet oppassen. Ik ben min of meer in huis opgesloten. Het is verwarrend, alles waar je op rekende, valt weg. Ik geef normaal gesproken veel lezingen en gastcolleges, ook in het buitenland. Ik vond altijd: leeftijd doet er niet toe. Nu word ik opeens geconfronteerd met mijn leeftijd. Je leest stukken waarin gedachten staan dat mocht het exploderen, mensen boven de 80 jaar niet meer worden behandeld en daarna boven de 70 niet meer. Dan denk je, ik hoor dus bij degenen die overbodig zijn. Dat is confronterend.

‘Op de televisie zie je het ook. De mensen die richting gaven in het denken en in de cultuur, Herman Pleij of Geert Mak, zie je gewoonweg niet meer. Ze doen er opeens niet meer toe. De cultuurdraaiers, de mensen die ideeën hebben over de samenleving zijn minder belangrijk geworden. En als ze dat nog zijn dan schrijven ze alleen nog over de corona zoals Ilja Leonard Pfeiffer.’

U bent gespecialiseerd in de 19e eeuw, toen was er sprake van een cholera-epidemie. Zijn er zaken uit die tijd waar we lessen uit kunnen trekken?

‘De parallellen met deze tijd zijn er zeker: de media-aandacht, de onbekendheid en de besmettelijkheid. Cholera verspreidde zich indertijd iets langzamer omdat er minder gereisd werd. Al was er wel veel handelsverkeer en politiek gereis. Nederland was in de 19e eeuw beter voorbereid dan wij nu. Er waren al ziekenhuizen buiten de stad neergezet voordat de cholera er was. Er was verordonneerd dat er diepe graven kwamen, dieper dan normaal. 

‘Per wijk was er een arts, een politie-inspecteur en iemand uit de elite aangewezen die de statistieken bijhielden en zorgden dat de doden zo snel mogelijk werden begraven. Zij zetten kruizen op de huizen waar de cholerabesmetting was. Ik kan me voorstellen dat het eng is als we dat laatste nu ook zouden gaan doen. Maar het zou misschien toch niet zo gek zijn.

‘Wat ik opvallend vind aan de cholera-epidemieën is dat ze tot twee keer toe uitbarsten direct na elkaar. Het begon in 1833 en dan komt het nog eens in 1834. En in 1848 en 1849 nog eens, net als in 1866-1867. Dus in twee golven. Ik denk dan: zou dat ook voor corona gelden?

‘En wat je er in ieder geval van kunt leren: het gaat over. De wereld is uit de pest gekomen, uit de cholera, uit de Spaanse griep. Maar het kan lang duren.’

Hoe keken schrijvers in de 19e eeuw naar de epidemie?

‘Schrijvers maken een persoon van de cholera. Een ongewenste reiziger die met een zeis rondwaart en overal heen trekt en ziek maakt. Gedichten als: Wie zijt ge, die heel de aard’ met siddering vervult? / Gij, die, in duisternis en nevelen gehuld,/ Niets dan verderving aâmt? Een vloekharpij, de kolken/ Des afgronds uitgebraakt, om land op land te ontvolken? (Uit J.J. Goeverneurs gedicht ‘De cholera’ uit 1832). Of een gedicht van Johannes Hasebroek bij de tweede epidemie in 1848: Wie zijt ge, o onbekende/ En ongewenste gast,/ Die, waar ik de ogen wende,/ Mij overal verrast?

Heeft u nog tip voor de lezer?

‘Ja, ik ben nu bezig te herlezen, dat heb ik me voorgenomen: boeken waarvan ik me herinner dat ze een enorme indruk maakten heb ik uit de kast gehaald en ben daaraan begonnen. Hoe kijk ik daar nu naar? Ik kan het de lezer aanraden. Ik ben nu bezig in De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans uit 1958. Het speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Hermans confronteert je met het idiote gevoel: is het werkelijkheid of nep? Wat is echt en wat niet? 

‘Dat heb ik in deze tijd nu ook vaak: ik kom buiten en ik kan in hartje Amsterdam midden op straat lopen omdat er nauwelijks verkeer is. Het poortje onder het Rijksmuseum waar het normaalgesproken immens druk is, is uitgestorven. Het is bijna griezelig. Het is alsof je in een onwerkelijkheid bent gekomen. Het is niet meer de wereld die je kent, zo moet het in de oorlog ook geweest zijn.’

Vallen sommige boeken tegen nu u ze heeft herlezen?

‘Een van de boeken die als kind enorme indruk op mij maakte, was David Copperfield van Charles Dickens uit 1850. Dat vond ik nu wel heel uitvoerig, dat trage tempo van een vertelling kan ik niet meer zo goed aan. Bervoets gaat heel wat sneller. Dat mag ik natuurlijk eigenlijk niet zeggen als 19de eeuw-liefhebber, ik neem het mezelf bijzonder kwalijk!

‘Godfried Bomans, waar ik als 14 jarige van hield, laat ik maar zitten, ik ben bang dat ik daar het gevoel niet meer voor heb. Ik zie nu ook dat ik misschien wat vrouwen heb overgeslagen in het verleden. Ik ga nu meer boeken van Anna Blaman lezen en Carry van Bruggen. Waarschijnlijk gaat de coronatijd nog maanden duren dus er staat nog veel op het programma.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden